Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke rol spelen in het herstel van de economie na corona, bleek tijdens een door SKBN en Buck Consultants International georganiseerd webinar. 

Herstel volgens de V-curve, waar aan het begin van de crisis op gehoopt werd, blijft echter uit. Volgens VNO-NCW-voorman Hans de Boer is op korte termijn nog geen grote opleving te verwachten.

‘Ik denk dat je in alle eerlijkheid moet zeggen: heel veel is afhankelijk van hoe het gaat met de beheersing van het virus’, aldus De Boer. ‘Als er een vaccin of medicijn komt, zal het economische dal minder diep zijn. Wat dat betreft zijn we afhankelijk van lieden in witte jassen. Over het algemeen kun je zeggen dat we in een crisis zitten die een aantal jaren bij ons blijft’, zei De Boer. Hij voorziet voor 2020 een economische krimp van ongeveer 8 procent. ‘Hopelijk volgt in 2021 weer wat groei. Het zal 2 tot 3 jaar duren voor de economie weer draait op het niveau van voor de crisis.’

Vraag

In veel sectoren was het effect van de crisis snel zichtbaar. De luchtvaart en retail hebben het zwaar. In de industrie en de zakelijke dienstverlening is dat effect minder direct. De Boer verwacht dat na de zomer ook in die sectoren duidelijk wordt hoe hard corona ingrijpt. ‘Ik zie twee beelden. Bij veel bedrijven loopt de business nog door. Bij andere ondernemers is de vraag al weggevallen. Ik hoor van de bedrijven die het nu nog druk hebben dat het vooral gaat om opdrachten die er voor corona al lagen. Daar zal de portefeuille na de zomer opdrogen. Vooral industriebedrijven met langlopende projecten zijn niet snel van dat probleem af. Hetzelfde geldt voor de bouw. Projecten die al eerder zijn goedgekeurd en in productie genomen, lopen door. Maar daar speelt ook de stikstofproblematiek. Ook al is er snel een vaccin, het tekort aan opdrachten houdt voor deze ondernemers nog wel even aan.’

Bedrijventerreinen verdienen meer aandacht, stelde De Boer. ‘Goede bedrijfsruimte, op een goede plek met goede bereikbaarheid is belangrijk voor het vinden van talent. Bedrijventerreinen hebben onterecht een slecht imago. Neem Brabant: op 2 procent van de totale oppervlakte zit een derde van alle werkgelegenheid en vanuit een derde wordt nog eens een derde extra aan toegevoegde waarde gecreëerd. Dus 2 procent van het grondoppervlak is goed voor 60 tot 70 procent van de werkgelegenheid in Brabant. Dit soort percentages moeten we tussen de oren krijgen van politici en de publieke opinie.’

‘Voor corona dachten we dat groei vanzelfsprekend was. Nu zien we in dat we moeten knokken voor de economie. Je moet je uit de crisis investeren en dat investeren heeft natuurlijk te maken met kennis en mensen, maar heeft ook alles te maken met infrastructuur, goede bedrijfslocaties voor zittende en nieuwe bedrijven en vergroening. We moeten nu investeren om uit de economische dip te raken en daarin past een creatieve, integrale ontwikkeling van bedrijventerreinen prima.’

Integrale aanpak

Op bedrijventerreinen komen drie maatschappelijke opgaven tezamen, die moeten worden opgepakt in een integrale aanpak, zei Marije Groen, senior-adviseur bij Buck Consultants International. ‘Allereerst is aandacht nodig voor de toekomstbestendigheid van bedrijven: wat is in de bedrijfsomgeving nodig om bedrijven optimaal te faciliteren? Maar bedrijventerreinen zijn ook vanuit energietransitie van groot belang. Zestig procent van het energieverbruik vindt op bedrijventerreinen plaats, dus dat zijn ook de logische plekken voor besparing, opwekking, uitwisseling en afzet van energie. Duurzaam ruimtegebruik gaat om het beter benutten van bestaande ruimte, verbetering van de uitstraling en ruimtelijke herontwikkeling. Veel aanpakken van bedrijventerreinen zijn te veel gericht op een van de drie pijlers, waardoor de investerings- en actiebereidheid en dus ook de resultaten te beperkt zijn en de voortgang achterblijft.’

Jumbo

Jan Leensen, supply chain development manager van Jumbo, de tweede supermarktketen van ons land, schetste tijdens het webinar de context waarbinnen Jumbo haar supplychain ontwerpt en continu aanpast. ‘De consumenten willen hun boodschappen sneller thuis en willen bijvoorbeeld kant-en-klaarmaaltijden. Er is een continue dynamiek in ontwikkeling en groei van formules en assortimentssamenstelling. Denk ook aan schaars logistiek personeel, waarbij mechanisatie steeds meer op de voorgrond treedt, wat dan weer leidt tot hogere gebouwen. Ook de energietransitie speelt mee. We hebben nu als eerste stap twee volledig elektrische vrachtwagens rijden in Nederland.’

In zijn supplychain maakt Jumbo onderscheid tussen groot vastgoed en klein vastgoed. Op dit moment heeft Jumbo 4 megadistributiecentra van 50.000 tot 120.000 vierkante meter, terwijl er 2 in ontwikkeling zijn. In Nieuwegein ontwikkelt Jumbo nu een groot DC dat 100.000 vierkante meter groot wordt en 30 meter hoog. ‘We gaan de komende 4 jaar in deze categorie er nog 3 bouwen, 1 voor winkels en 2 voor online. Die zoektocht naar goede locaties is niet gemakkelijk want je hebt grote kavels nodig van 8 tot 20 hectare, met een toegestane bouwhoogte van 30 meter.’

Daarnaast ontwikkelt Jumbo de komende 3 jaar ook nog eens 20 kleinere stedelijke locaties voor online leveringen en mogelijk 4 voor stedelijke distributie. Het vinden van die plekken stelt weer heel andere voorwaarden, zei Leensen. ‘We zoeken randweglocaties van 6000 vierkante meter, waarop we een crossdock-bedrijfshal neerzetten van 1500 vierkante meter. We hebben daarbij enorm veel parkeerplaatsen nodig voor vrachtwagens en bestelbussen. Maar op veel bedrijventerreinen wordt een bebouwingspercentage van 60 tot 70 procent als eis gesteld, dus dat matcht niet. En we lopen ook tegen geluidsdiscussies aan en eisen voor energiezuinige voertuigen, terwijl snelladende bestelbussen gewoon nauwelijks te krijgen zijn.’ Oplossingen om te voldoen aan de bebouwingspercentages ziet Leensen in bedrijfsverzamelgebouwen en samenwerking met buurbedrijven om parkeerruimteproblemen op te lossen.

Maakindustrie

Een heel ander vestigingsmilieu zoekt de maakindustrie, zo bleek uit de bijdrage van Marjolein Boezel, Financieel Directeur van Van Raam weten. Van Raam heeft 200 mensen in dienst en is een gespecialiseerd bedrijf dat aangepaste fietsen maakt. Vorig jaar nam het bedrijf in Varsseveld een ultramoderne, energieneutrale fabriek in gebruik van 25.000 vierkante meter. Bij zijn zoektocht naar de nieuwe productievestiging zocht het bedrijf in Gelderland en het aangrenzende Duitsland. ‘Grondprijs speelt een rol en natuurlijk bereikbaarheid. Maar we wilden ook niet weg uit de Achterhoek, ook om ons personeel te kunnen houden.’ De investeringen in een duurzaam gebouw en installaties vertaalden zich niet terug in een hogere taxatiewaarde. ‘Het was wel even schrikken dat de taxatiewaarde 30 procent onder de bouwwaarde lag.

Bedrijventerreinen gebruiken als energiehubs is een vaak besproken thema. Toch zijn goede voorbeelden schaars. Joop Mijland, directeur van de grootste inland-terminaloperator in Nederland en België (met 8 binnenvaartterminals en 350.000 vierkante meter terminalruimte) ontwikkelt naast de overslagterminal in Nijmegen een bedrijventerrein waarbij op één plek energie opwekken en opslag worden gecombineerd met het voldoen aan de energiebehoefte. ‘Niet alleen wekken we met zonnepanelen op de daken van distributiecentra en windmolens energie op, maar we slaan het ook op in grote batterijen, zeg maar superchargers. Want het is zonde om energie die bijvoorbeeld ’s nachts door windmolens wordt opgewerkt, verloren te laten gaan. Je hebt vervolgens laadinfrastructuur nodig om die energie te kunnen inzetten in bijvoorbeeld vrachtauto’s, materieel dat in warehouses en terminals wordt gebruikt, stadsdistributie, openbaar vervoer en nu ook elektrische schepen.’

Theo Föllings, voorzitter van SKBN en manager Vestigingsklimaat & Innovatie bij de regionale ontwikkelingsmaatschappij Oost NL, riep de overheid in zijn slotbetoog op om te blijven investeren in bedrijventerreinen. ‘Laten we ons perspectief voorbij de 2 tot 3 jaar van de huidige crisis trekken en 5 tot 10 jaar vooruit blijven kijken. Goed ingerichte en bereikbare bedrijventerreinen krijgen meer belangstelling, ook in deze COVID-periode.’

Energietransitie

Er gaat veel aandacht uit naar energietransitie op bedrijventerreinen, een onderwerp waar Föllings vanuit stichting Bedrijventerreinen Energiepositief (BE+) ervaring mee heeft. BE+ wil met een lokale aanpak uiteindelijk 250 bedrijventerreinen energiepositief en CO2-neutraal maken. Daarvoor moet wel eerst de basis op orde zijn, stelde Föllings. ‘Als een terrein niet schoon, heel en veilig is, zullen bedrijven niet snel vervolgstappen doen. Zorg dat je als gemeente in gesprek blijft met bedrijven. Goed accountmanagement is weliswaar een oude kreet, maar je moet het als gemeente wél op orde hebben. Zeker in deze onzekere tijden. Investeer daar als gemeente in.’ Föllings wees op meer barrières voor de energietransitie op bedrijventerreinen, zoals de energie-infrastructuur. ‘Je kunt nog zoveel duurzame energie opwekken, maar als de infrastructuur niet voldoet of als regelgeving in de weg zit, werkt het niet. Combineer infrastructuurinvesteringen, schone en veilige bedrijfsomgevingen en energietransitie in een integrale aanpak. Denk daarbij ook na over wat digitalisering betekent voor het ruimtelijk beslag en de integratie van functies.’

Locaties die hun zaakjes op orde hebben, zijn hun prijs waard, stelde Föllings. Tegelijkertijd blijft een soepele opstelling van gemeenten in de komende jaren van belang. ‘Voor veel bedrijven die uit de crisis komen, is het moeilijk om de boel weer op te bouwen. Geef ze de ruimte en zet ze niet meteen voor het blok door ze te verplichten alle grond te kopen. Denk aan leaseconstructies en moderne vormen van erfpacht om met bedrijven mee te denken.’

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

14-04-2021
Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

Event

14-04-2021

Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

De omschakeling naar elektrische auto’s kost zo’n 400.000 banen in Duitsland. En waar de hardste klappen zullen vallen is Stuttgart, de autostad bij uitstek. Hoe schakelt deze stad, die bekend staat om haar auto-industrie, om naar een nieuwe, duurzame economie? Wat vraagt dat van het bedrijfsleven, van de mobiliteit en de inzet van techniek? 

Een belangrijke speler in deze duurzame transitie is het Verband Region Stuttgart. Binnen dit regioverband maakt men zich sterk voor slimme mobiliteit, nieuwe bedrijvigheid, energietransitie, een levendige binnenstad, goede planning en toegankelijkheid van natuur. Tijdens de SKBN Studiereis gaan we ontdekken hoe dat in z’n werk gaat.

Ook kijken we naar de effectiviteit van een publiek-private strategiedialoog voor de ontwikkeling van nieuwe mobiliteit. Dit alles uiteraard in een omgeving met veel werklocaties en toonaangevende ondernemingen. Stuttgart is immers een van Duitslands oudste industriële stad. Met een duidelijke toekomstambitie. De stad, die meerdere universiteiten huisvest, doet er dan ook alles aan om haar vele talenten binnen de stadsgrenzen te houden. Met succes!

Gaat u mee op deze SKBN Studiereis?

Programma (onder voorbehoud)

Woensdag 14 april
We worden welkom geheten door het Region Verband Stuttgart, de Wirtschaftsförderung en de Industrie- und Handelskammer Region Stuttgart. Voor welke opgaven staan de stad en regio? En hoe gaan zij deze uitdagingen gezamenlijk aan?
 
Donderdag 15 april
Deze dag verdiepen we ons in de IBA2027, een vliegwiel dat de regio toepast voor de versnelling van bouwprojecten en energietransitie. We gaan terug naar de IBA van 100 jaar geleden in Stuttgart: de modernistische wijk Weissenhof. Ook nemen we een kijkje bij de M.Tech Accelerator, een boeiende start-up facilitator. Tot slot laten we ons rondleiden in de wijk Feuerbach, waar Bosch van oudsher een grote stempel drukt op de ontwikkelingen. We sluiten de dag af in het Porsche Museum. 
 
Vrijdag 16 april
De laatste dag verdiepen we ons in de betekenis van mobiliteit en de productie daarvan voor de toekomst. Hoe zorgt de stad ervoor dat de ontwikkeling van duurzame mobiliteit genoeg tempo heeft, en voor voldoende nieuwe economie zorgt?

Samenvattend

  • Wat: SKBN Studiereis Stuttgart
  • Datum: Woensdag 14 mei t/m vrijdag 16 april 2021
  • Inclusief: Heen- en terugreis vanaf Utrecht Centraal of Arnhem Centraal, 3 lunches, 2 hotelovernachtingen, een intensief programma met lokale sprekers en gidsen, vervoer ter plaatse, 1 slotdiner, evaluatie en reisverslag.
  • Kosten: € 949,- ex btw
  • Meer info:
    - Logistiek en organisatie: Tessa van der Heiden: 033 870 0100, t.vanderheiden@elba-rec.nl.
    - Inhoud: Mieke Naus, m.naus@elba-rec.nl, 06 48 38 67 39 

Lees verder
card image

Achtergrond

’Red flags’ van criminele inmenging op bedrijventerreinen

Achtergrond

13-07-2020

’Red flags’ van criminele inmenging op bedrijventerreinen

Criminele inmenging blijkt een groeiend probleem op bedrijventerreinen. Ook ondernemers zonder kwaad in de zin zijn er de dupe van. Inmenging vindt plaats op verschillende bedrijventerreinen en bij veel verschillende typen ondernemers. Hoe herken je deze criminele activiteiten en wat is eraan te doen? En wat is de impact van corona op deze vorm van ondermijning?

Dit artikel is een voorpublicatie uit BT Magazine nummer 2. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat. 

Veiligheid is een van de essentiële randvoorwaarden voor een goed vestigingsklimaat voor bedrijven. Op veel bedrijventerreinen lukt het goed om de basis (‘schoon, heel, veilig’) op orde te brengen, maar op andere plekken lukt dat niet en kan de anonimiteit van een terrein een dekmantel bieden voor bedrijven en individuen die van het rechte pad afwijken. Bedrijfshallen met afgeplakte ramen, autogarages waar nooit een klant over de vloer komt, zonnestudio’s en wasserettes waar op een of andere manier alleen ’s avonds activiteit is. Het levert een onderbuikgevoel op dat er niets niet klopt en dat er dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen.

Jonas Stuurman is onderzoeker aan de Avans Hogeschool. Hij doet onder meer onderzoek naar de ‘red flags’ van criminele inmenging.Vooral bedrijven op bedrijventerreinen blijken vanwege de goede infrastructuur en geïsoleerde ligging aantrekkelijk voor criminelen, vertelt Stuurman. ‘Ik ben geïnteresseerd in de signalen van criminele inmenging die herkenbaar zijn voor ondernemers zelf. Waar kunnen zij op letten als zij te maken krijgen met criminelen die toenadering zoeken?’ Het onderzoek is een samenwerking van de Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Rotterdam en Avans Hogeschool. Het richt zich op criminele inmenging bij bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen Noorderveld-Molletjesveer in Zaanstad en Spaanse Polder in Rotterdam hebben zich als consortiumpartners aangesloten.

Hoe ziet criminele inmenging eruit?

‘Criminele inmenging betekent dat een bonafide ondernemer te maken krijgt criminelen die onderdelen van bedrijven willen gebruiken. Het kan daarbij gaan om het afnemen van diensten. Een voorbeeld: criminelen benaderen een koeriersbedrijf om verdovende middelen te laten bezorgen. Maar het kan ook gaan om het afnemen van producten uit de maakindustrie. Bijvoorbeeld de zogenoemde snowseals, een soort envelopjes die gemaakt zijn van papier dat niet vet of vochtig kan worden. Deze materialen worden veelal gebruikt om cocaïne in te verpakken. Maar inmenging kan ook veel subtieler zijn. Zo krijgen postorderbedrijven te maken met infiltratie. Criminelen rekruteren werknemers en slagen er op een heel geraffineerde manier in om producten te stelen en verkopen. Een voorbeeld is een bedrijf dat iPhones verkocht. Criminele medewerkers haalden die uit de verpakking en verscheepte ze naar buiten in gereedschapskisten die het bedrijf ook in het assortiment had. Daarna werden de telefoons op Marktplaats verkocht. Een dergelijk bedrijf komt er dan pas later achter dat de iPhones verdwenen zijn.’

Wat zijn die red flags voor criminele inmenging?

‘Voor ons onderzoek voeren wij gesprekken met gedupeerde ondernemers. Onlangs was dat bijvoorbeeld met de eigenaar van een bedrijfsverzamelgebouw op een bedrijventerrein. De Er was een lading drugs gevonden in het gebouw, waarna het pand op last van de burgemeester is gesloten. Wij praten met dat soort ondernemers en vragen wat ze kunnen vertellen over hoe de situatie was toen ze werden benaderd door de criminelen en hoe die zich gedroegen. Bijvoorbeeld over het type vragen die ze stelden. Wanneer een potentiele huurder bovenmatig geïnteresseerd is in de beschikbare elektriciteitsaansluitingen, kan dat een aanwijzing zijn dat die huurder op zoek is naar een locatie voor een hennepkwekerij. De red flags zijn een bundeling van die ervaringen.’

Wat kunnen bedrijven met die informatie?

‘In de eerste plaats gaat het erom dat we ondernemers zelf weerbaarder maken tegen criminele inmenging. Criminelen gaan tegenwoordig zo geraffineerd te werk dat we allemaal een verantwoordelijkheid hebben voor de veiligheid. Op bedrijventerreinen betekent dat dat ondernemers signalen moeten leren herkennen en die informatie met elkaar gaan delen in collectieven.’

‘De volgende stap is het handelingsperspectief voor gemeenten. Lokale overheden hebben veel mogelijkheden om ondermijning aan te pakken. Er is de wet Damocles, die de burgemeester de mogelijkheid biedt om bestuursdwang toe te passen als er sprake is van drugshandel of “strafbare voorbereidingshandelingen”. Ook kunnen gemeenten samen optreden met veiligheidspartners. Op dit moment wordt de koppeling met de red flags van ondermijning nog onderzocht. Hoe kunnen bedrijven, bedrijvenverenigingen, gemeente, politie, parkmanagement en andere partijen signalen en informatie op een goede manier uitwisselen?’

Hoe moeilijk is het om ondernemers te betrekken?

‘Ondernemers zijn minder bezig met veiligheid dan je zou hopen. Aan de andere kant zie je dat ook zij gaan inzien dat ze zelf verantwoordelijkheid moeten nemen om ondermijning op hun bedrijventerrein tegen te gaan. Criminaliteit is iets waar mensen over het algemeen niet graag over praten. Toch loont het om dat wel te doen, want in veel gevallen raakt inmenging direct aan de business van bedrijven. Als een bedrijventerrein achteruit holt doordat er ook malafide ondernemers actief zijn, dan straalt dat af op alle bedrijven en al het vastgoed op datzelfde terrein. De waarde daalt en de klanten blijven weg. Die economische schade door ondermijning ligt heel dicht bij ondernemerschap.’

Wat is de impact van Corona?

‘Veel ondernemers hebben door de crisis te maken met een hoge financiële druk. Tegelijkertijd hebben die ondernemers door de coronamaatregelen minder ruimte om klappen op te vangen. Uit onderzoek blijkt dat, afhankelijk van de duur van coronacrisis, 15,5 tot 68,5 procent van de ondernemers vreest voor het voortbestaan van het bedrijf (lees ook het artikel "Criminele inmenging in de coronacrisis" van Maan en Stuurman op de website van het centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid, 2020). Deze onzekerheid vergroot de kwetsbaarheid van ondernemingen voor criminele inmenging. Er zijn aanwijzingen dat criminele geldschieters in het ontstane gat springen door een helpende hand te reiken naar ondernemers. Ondernemers die wij spreken in kader ons onderzoek laten ook weten dat ze zich zorgen maken over de financiële weerbaarheid van collega-ondernemers die door de huidige crisis in zwaar weer verkeren.’

Lees verder
card image

Achtergrond

Zo garandeer je ruimte voor werken in de stad

Achtergrond

23-09-2020

Zo garandeer je ruimte voor werken in de stad

Bedrijvigheid lijkt een ondergeschoven kind bij veel binnenstedelijke ontwikkeling. Hoe garandeer je dus dat de stad haar economische magneetfunctie niet verliest? Functiemenging is het instrument bij uitstek, maar is geen doel op zich. Hoe je het succesvol aanpakt, werd duidelijk tijdens het webinar ‘De bedrijvige stad’.

De druk op de ruimte in de moderne stad wordt opgevoerd. Er moet ruimte zijn voor wonen, recreëren en werken, liefst binnen de bestaande stadsgrenzen. Werken lijkt echter weinig aandacht te genieten in de maatschappelijke discussie over de toekomstbestendige stad. De nadruk lijkt bij veel bestuurders en politici op woningbouw en groen te liggen. Nobele doelen, want de woningnood loopt op en klimaatadaptatie is broodnodig, maar zonder voldoende plaats voor bedrijvigheid verliest de stad één van haar aantrekkingskrachten. Hoe zorg je dus dat economische ontwikkeling en werk voldoende plaats krijgen in het stedelijk gebied? Dat was de centrale vraag bij het webinar ‘De bedrijvige stad – ondernemerschap in het stedelijk gebied’, georganiseerd door SKBN, Buck Consultants International, de vakmedia BT, ROm en stadszaken.nl.

René Buck, directeur van Buck Consultants International, legt uit dat de stad bedrijven nog altijd veel agglomeratievoordelen biedt. ‘Er zijn veel werknemers beschikbaar, er is een afzetmarkt, er zijn veel toeleveranciers, en andere aanwezige bedrijven en kennisinstellingen bieden mogelijkheid tot kruisbestuiving en innovatie.’ Dat laatste ziet hij steeds belangrijker worden. Daartegenover staat dat vestigen in de stad relatief duurder is, door hogere lonen dan op het platteland, soms ondermaatse bereikbaarheid en hogere vestigingskosten. ‘De voordelen blijven groter dan de nadelen,’ zegt Buck. Het is economische geografie pur sang, in lijn met het gedachtegoed van Harvard-econoom Edward Glaeser: dichtheid is goed voor bedrijvigheid en het innoverend vermogen.

Buck verwacht niet dat de economische functie van de stad door het coronavirus structureel zal veranderen. Nicolaas Waaning, Global Head of Corporate Real Estate bij ING, deelt zijn visie op de toekomstige rol van kantoren in de stad. Over ING zegt hij: ‘Wij zijn diepgeworteld in de stad.’ En over kantoren in het algemeen: ‘De rol van het kantoor verandert flink, maar de vraag naar stedelijke werkruimte zal niet afnemen.’ Het kantoor wordt meer een ontmoetingsplek, zeker voor het informele contact tussen werknemers. Dat kan met een soort clubhuismodel of met een meer open opzet waar verschillende bedrijven in samenkomen.

Geen doel op zich

Volgens Buck is het heel goed mogelijk om bedrijvigheid en wonen te combineren. Het zijn elkaar versterkende functies, zowel op postzegel- als op zoneniveau. Die functiemenging zie je in de praktijk al. In Rotterdam is één op de vijf arbeidsplaatsen bij bedrijven met vijf of meer werknemers niet op een officiële bedrijfs- of kantoorlocatie te vinden, in Leiden één op de zes, detailhandel en maatschappelijke functies buiten beschouwing gelaten.

Het mengen van wonen en werken moet echter nooit een op zichzelf staand doel zijn, benadrukt economisch geograaf en planoloog Buck. Het is een instrument. Indien mogelijk kan het de synergie tussen de verschillende bestemmingen versterken, maar in sommige gevallen is de urgentie van één functie dominant, botsen de belangen van bedrijven en bewoners of zijn er ruimtelijke beperkingen.

Buck raadt dus aan om bij de bestuurlijke besluitvorming over functiemenging een van tevoren vastgesteld afwegingskader te gebruiken. Je moet helderheid hebben over de opgaven op stads- en planlocatieniveau, wat moet leiden tot verschillende ontwikkelvarianten met integrale afwegingen. Plannen die zo intensief mogelijk gebruik maken van de ruimte en het al beschikbare vastgoed en die zo veel mogelijk bijdragen aan de stedelijke magneetkracht, moeten daarbij de voorkeur genieten.

In de praktijk

Hoe dit in de praktijk werkt, zien we in Eindhoven. Daar werken de gemeente, de Provincie Noord-Brabant en lokale partners aan het multifunctionele spoorzonegebied. Het project is onderdeel van de Brainport Nationale Actieagenda. Programma- en gebiedsmanager Jos Roijmans: ‘We staan aan de vooravond van een grootse gebiedsontwikkeling in de Spoorzone.’ Die samenhang met de grootschaligere Actieagenda sluit goed aan bij het afwegingen maken op een hoger schaalniveau waar Buck voor pleit.

Het gaat om een hoogstedelijke locatie met veel functiemenging, die als entree van de Brainportregio moet dienen. De infrastructurele verbinding neemt een centrale plek in bij de plannen, met het spoor, het nabijgelegen Eindhoven Airport en een nog te ontwikkelen nieuwe mobiliteithub. Daarmee wordt de soms problematische bereikbaarheid in de stedelijke regio aangepakt.

Het doel is om het bedrijfsleven, kennisinstellingen, cultuur en wonen tot één geheel te maken in het gebied. Die blurring kan op campussen, maar ook op reguliere woon- of werklocaties.  ‘Het werken is aan het veranderen. Het gaat om nu om kennis, kunde en kassa. Dus de kennis die ontwikkeld wordt omzetten naar commercieel belang. Daarmee moet Eindhoven op internationaal niveau haar concurrentiepositie behouden.’ Aldus Roijmans.

Woningbouw is een aantrekkelijkere investering dan bedrijfsruimte, merkt een toeschouwer op. Hoe maak je dus dat investeerders hun kapitaal in bedrijvigheid steken? ‘Met honing en azijn,’ zegt Roijmans. ‘We voeren samen met onze Brainportpartners actief acquisitiebeleid, waarbij we goed peilen hoe ontwikkelaars in de functiemening staan. De identiteit van het gebied wordt heel duidelijk aan hen gecommuniceerd. Een ontwikkelaar mag dan investeren in woningen, maar moet ook ruimte bieden aan bedrijvigheid. Bijvoorbeeld in de plinten.’ Ook grondbeleid speelt hierin een rol. Bij plinten worden functies die niet direct renderend zijn, gecompenseerd met woonfuncties. Zo kan een ontwikkelaar een positieve businesscase opbouwen.

Het volledige webinar kunt u hieronder terugkijken:

 

Foto: KCAP

Lees verder