Gedeputeerde Jan van der Meer van de provincie Gelderland opende op een wel heel zonnige 26 juni 2020 het zonnedak. Hij deed dat met Tineke Zomer, wethouder in Winterswijk, bij Hoveniersbedrijf Sjoerd Frielink in Winterswijk. Frielink benut strak zelf een groot deel van de energieopbrengst, de rest levert hij aan het elektriciteitsnet.

Energieneutraal

Gelderland energieneutraal in 2050. Dat moet én dat kan. Het is een flinke klus die we als overheid niet alleen kunnen realiseren. “Bedrijven moeten investeren in energiebesparing én opwekken van duurzame energie. Dan maken we een grote sprong voorwaarts. Ik vertrouw erop dat veel bedrijven het goede voorbeeld van de firma Frielink volgen,” aldus Jan van der Meer gedeputeerde Energietransitie tijdens de opening. Hij wees er ook nog op dat gemeenten windenergie op hun grondgebied niet bij voorbaat moeten uitsluiten: wind én zon zijn beiden nodig. Voor de balans in onze energievoorziening. 

Tineke Zomer, wethouder duurzaamheid Winterswijk liet weten dat de gemeente Winterswiijk bedrijven van harte ondersteunt: “Zonnepanelen op daken zijn een onmisbare en noodzakelijke stap in de energietransitie.”

Zonnige bedrijven door Agem

Het programma ‘Zonnige Bedrijven’ van Agem helpt ondernemers om de voordelen van zonnepanelen op een bedrijfsdak beter te benutten. Agem voert dit programma uit voor de 8 Achterhoekse gemeenten, met ondersteuning van provincie Gelderland. Ze adviseren de ondernemer bij een technische en financiële haalbaarheidsstudie, offerte beoordeling en aanschaf van een grootschalige zonnepanelen-installatie. Heeft uw bedrijf of organisatie 500 vierkante meter of meer beschikbaar dakoppervlak? Dan kunt u deelnemen! Meer informatie: www.zonnigebedrijven.nl

1 miljoen zonnepanelen op daken in de Achterhoek

Half juni 2020 stelden de Achterhoekse colleges van B en W de Regionale Energiestrategie (RES) in concept vast. In de RES streeft de regio Achterhoek naar het opwekken van 1,35 terawattuur. Hiervan moet zo’n 0,35 terawattuur afkomstig zijn van zon op dak. Dit houdt dat er meer dan 1 miljoen zonnepanelen op geschikt dakoppervlak moet komen in de Achterhoek. 

Provincie Gelderland

Provincie Gelderland is sinds medio 2018 kennispartner van SKBN. Provincie Gelderland heeft het belang om de regionale economie te versterken, waarbij bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel vormen.


026 - 359 91 11

Provincie Gelderland
card image

Event

25-11-2020
Online event: Circular Economy Award 2020

Event

25-11-2020

Online event: Circular Economy Award 2020

De beste voorbeelden van circulaire economie

Leer en maak je circulaire ambities waar

Welke werklocatie is het beste op weg naar haar circulaire doelstellingen? Hoe staat het ervoor met toonaangevende circulaire werklocaties van Nederland? En wat kunnen we daarvan leren? Woensdag 25 november krijgt u antwoord op deze vragen tijdens een interactief webinar. Daarin wordt voor de vierde keer de Circular Economy Award uitgereikt én worden de bevindingen gedeeld die zijn opgedaan in het Praktijkprogramma Circulaire Werklocaties.

De Circular Economy Award is een jaarlijkse verkiezing van dé Nederlandse initiatieven op het gebied van de circulaire economie. Genomineerd zijn dit jaar InnoFase in Duiven, Schiphol Trade Park in Schiphol, Bedrijventerrein Laarberg in Groenlo en het Werkspoorkwartier in Utrecht. Tijdens het webinar vertellen de locaties over de geboekte resultaten en lichten ze toe hoe zij circulaire doelstellingen halen. De diverse ‘lessons learned’ zijn ook voor u interessant.

Tevens nemen we u mee in het Praktijkprogramma Circulaire Werklocaties. Deze samenwerking tussen de SKBN en Akro Consult levert een programma op met interessante leerervaringen. Een twaalftal werklocaties (oud én nieuw) met de ambitie om koploper te worden zijn betrokken. Door een kijkje in hun keuken weet u na afloop waar de locaties tegenaan zijn gelopen en van welke goede voorbeelden u kunt leren.

Vervolgens wordt bekendgemaakt welk terrein de afgelopen jaren de meeste progressie maakte en zichzelf de winnaar van de Circular Economy Award 2020 mag noemen.

Facts & Figures

Lees verder
card image

Nieuws

Circulair renoveren, hoe dan? De belangrijkste lessen van de circulaire renovatie van C-Bèta op Schiphol Trade Park

Nieuws

23-11-2020

Circulair renoveren, hoe dan? De belangrijkste lessen van de circulaire renovatie van C-Bèta op Schiphol Trade Park

Gebiedsontwikkelaar SADC, DOOR architecten en aannemer Heembouw hebben onlangs de circulaire renovatie van de loods C-Bèta op business park Schiphol Trade Park in Hoofddorp afgerond. Het ambitieuze project stuitte op veel uitdagingen voor elk van de drie partijen. Gezamenlijk hebben zij hun Lessons Learned op een rijtje gezet. Circulair bouwen is de toekomst, waarbij kennis delen met andere ‘pioniers’ en elkaar vertrouwen een voorwaarde is om tot mooie resultaten te komen. 

De verbouwde loods van 1.000 m2 is de meest recente toevoeging aan de ontwikkeling C-Bèta. Startups en scale-ups kunnen er units en flexplekken huren om in een circulaire community te werken en experimenteren. 

Isaac Roeterink, projectmanager bij SADC: ”De circulaire renovatie van de loods is voor ons een showcase waarmee we anderen willen inspireren en de circulaire transitie willen aanjagen. Tegelijkertijd is de renovatie voor ons allemaal - opdrachtgever, architect, aannemer en ook leveranciers – een leerzame, maar bij aanvang onvoorspelbare en avontuurlijke reis geweest.” 

De belangrijkste lessen van de circulaire renovatie van de loods van C-Bèta op Schiphol Trade Park

  • Zorg dat het ontwerpproces interactief is en zowel de opdrachtgever als de architect en de aannemer in alle stappen meegenomen wordt. Zo kan doorlopend optimaal bijgestuurd worden.
  • Het moment waarop architect dan wel aannemer instappen kan per project verschillen. Wie sturend wordt, is ook een vraag, maar af en toe uit de eigen rol stappen kan geen kwaad.
  • Accepteer dat het ontwerp tussentijds kan wijzigen. Zet vooraf wel de demarcatielijnen uit om het tempo er in te houden: welke onderdelen mogen nog wijzigen en welke niet.
  • Leg als opdrachtgever en architect in een vroeg stadium vast welke materialen beschikbaar zijn tegen welke kosten. Besef ook dat veel circulaire producten nog niet bestaan. Hoe lang blijf je dan shoppen voor deze materialen?
  • Veel zaken passen nog niet in het (eerste) ontwerp van de architect. Laat ruimte voor vrijuit denken; innovatie vindt ook op de werkvloer plaats.
  • Zoek meedenkende partners die de waarde van de innovatie inzien en daarvoor een extra stapje willen zetten en willen meebewegen: de leverancier van materialen, de leverancier van de trappen, balken en plaatmateriaal, de gemeente die gaat over de vergunningen.
  • Denk niet alleen na over het vinden van herbruikbare materialen, maar ook over de opslag daarvan.
  • Neem zaken als hoeveelheid afval mee in de businesscase. Blijf de vraag hoeveel afval vrij zal komen voortdurend stellen en spreek eventueel een model af dat als leidraad kan dienen ‘aan de hand hiervan gaan we keuzes maken’.
  • Garantie op ‘tweedehands’ materialen en installaties is een punt van aandacht.
  • Het oog wil ook wat; in de beleving van ‘duurzaamheid’ is nog winst te behalen. Maak duurzaamheid zichtbaar.

Welke lessen hebben de opdrachtgever, architect en aannemer getrokken?

Out of the box-denken, de ambitie hebben om het samen voor elkaar te boksen, maar ook heel veel creatief en op maat werken. Dat lijken de sleutelwoorden voor circulair bouwen. In de gemeente Haarlemmermeer liet gebiedsontwikkelaar SADC onlangs een loods renoveren die onderdeel is van de voormalige hoeve C-Bèta. In de ‘nieuwe’ loods is werkruimte gecreëerd met hergebruikt bouwmateriaal. Ook het dak en de gevel werden circulair opgeknapt. De loods staat als een huis, maar de weg ernaartoe had de nodige hobbels. Een terugblik op het proces levert een interessant rijtje lessons learned voor circulair bouwen op. 

Practice what you preach

De hoeve ligt aan de Rijnlanderweg op Schiphol Trade Park vlakbij de A4, op een punt waar dynamische bedrijvigheid en bestaande bebouwing elkaar ontmoeten. SADC is bezig met de ontwikkeling van het gebied, vanuit principes van de circulaire economie. Hier verrijst stapje voor stapje het meest duurzame en innovatieve business park van Europa. C-Bèta is in het gebied de plek om de transitie naar de circulaire economie te versnellen. Startups en scale-ups hebben er de ruimte om te werken, samen te komen en kennis te delen over circulaire gebiedsontwikkeling. Al snel na de opening in 2018 moest SADC gaan nadenken over uitbreiding omdat de vraag naar flexplekken groter bleek dan het aanbod. De keuze nieuw bouwen of gebruik maken van bestaand, was snel gemaakt. Isaac: “C-Bèta is voor ons een locatie waar bedrijven kunnen werken, experimenteren en evenementen worden georganiseerd. Een showcase waarmee we anderen willen inspireren. We opereren vanuit de overtuiging practice what you preach; SADC wil de circulaire transitie aanjagen en stelt op dat gebied eisen aan klanten. Dan moet je wel laten zien wat je zelf doet.”

Het werd dus renoveren van de leegstaande loods van 1.000 m2 naast de oude hoeve. “Onze opdracht was breed: we hebben een pand met een beperkte houdbaarheid, we weten dat het asbesthoudend is en schade heeft. En we willen werkruimtes creëren die we op termijn eenvoudig kunnen ontmantelen en elders opnieuw opbouwen”, schetst Isaac het voortraject. Door circulair als leidraad te nemen, werd de lat direct hoog gelegd.

Wie trekt de kar?

Eerst het eindresultaat: wat tot begin 2020 een grote oude schuur was waar ooit aardappels, andere gewassen en landbouwwerktuigen waren opgeslagen, is zo’n 7 maanden later een circulair bedrijfsverzamelgebouw met de uitstraling van nieuwbouw. De materialenlijst (zie hieronder) legt een hoofdzenuw bloot in het circulair bouwen: het kost veel tijd om geschikte bouwmaterialen te vinden en die op het juiste moment beschikbaar te hebben. Ook het proces van ontwerp-uitvoering-materiaalkeuze is moeilijk te plannen en te stroomlijnen. Want op welk moment stapt de aannemer in en start hij de speurtocht naar materialen? In de eerste ontwerpfase of als plannen en wensen al grotendeels vastliggen en calculaties zijn gemaakt? Of moet de architect aan de slag op basis van een lijst met beschikbare materialen die de aannemer heeft opgesteld. Beide routes kennen onontgonnen terrein. Circulair bouwen draait om maakbaarheid, herbruikbaarheid én kwaliteit. Dat betekent volgens architect Erik Brusse veel ballen tegelijk in de lucht houden: “Maatvoering is bijvoorbeeld een interessante discussie vanuit ontwerpersoogpunt. Het is goed als materiaal hergebruikt wordt, maar de voorbeelden die er zijn, zijn vaak een zooitje. Dus dan zal je soms een latje moeten toevoegen, want het eindresultaat moet er goed uitzien.”

Aannemer Heembouw was liever eerder ingestapt, voordat het definitieve ontwerp er lag. Pas in maart 2020 werd de aannemingsovereenkomst voor de renovatie getekend. Tot die tijd was er een afspraak over het programma en het budget, maar was de definitieve keuze voor sommige materialen nog niet gemaakt. Dat had gevolgen voor het bouwproces. Projectleider Jan Altorf: “We hebben veel tijd moeten besteden aan het passend maken van materialen. Achteraf bezien is dat niet altijd circulair. Mijn advies is ‘Houd je aan de materialen die je hebt en ga niet terug naar het stramien dat je in je hoofd had.” Restafval is ook iets om rekening mee te houden, voegt Bianca Woutersen toe: “Daar waar je net incourante maatvoering tegenkomt zoals bijvoorbeeld bij dakelementen, betekent dit vaak ergens een stukje van de handelsmaat afzagen. Het is goed om met handelsmaten in de ontwerpfase rekening te houden.”

Voor de opdrachtgever moet het circulaire, duurzame aspect van de renovatie in ieder geval terug te zien zijn in het eindresultaat, vindt Eelco Kienhuis, salesmanager bij SADC: “Wij willen met de loods onze klanten voor onder andere Schiphol Trade Park inspireren. De kozijnen moeten er zelfs hergebruikt strak uitzien zodat de klant roept ‘Wow, hergebruikt?!’” Isaac: “Op Schiphol Trade Park staat een bedrijfspand dat heel erg duurzaam is. Maar dat is aan de buitenkant niet te zien, de duurzaamheid zit van binnen. Dat is jammer, want de toevallige voorbijganger heeft hier geen weet van. Wij leren daarvan en vinden dat je het verhaal van duurzaamheid niet alleen moet vertellen, maar het ook zichtbaar moet maken. Planten werken goed, maar ook een sedumdak.”

Een helder antwoord over het ideale renovatietraject kan geen van de partners geven. Samen komen ze er op uit dat volgorde en rolverdeling – sturend of volgend – per project zullen verschillen. Het is altijd een combinatie en een voortdurend afwegen. Soms moeten partijen ook buiten hun rol treden. Zo zat salesmanager Eelco op een goed moment zelf aan de telefoon om materialen op te sporen.

Materiaalscout

Iedereen is het erover eens dat er een nieuw beroep ontstaat, de materiaalscout. In het vinden van de juiste materialen die ook nog op het juiste tijdstip beschikbaar moeten zijn, gaat veel tijd zitten. “Er is niet één database waar je op je gemak in kunt shoppen”, merkt Eelco op. Volgens Bianca bestaan er wel voorbeelden van kleinschalige databases. “Er zijn aanbodsites van materialen met informatie wanneer die beschikbaar zijn.” Martijn vult aan: “De markt kennen helpt ook. Als ik hoor dat ergens gesloopt gaat worden, dan ga ik daar altijd even kijken.” Collega Jan benadrukt opnieuw dat hij daarom graag vroeg bij een project betrokken raakt. “We kunnen dan ook eigen materialen hergebruiken. We krijgen steeds vaker spullen uit renovatieprojecten automatisch aangeboden en creëren daarmee onze eigen voorraad. Toen we bezig waren met de renovatie van de loods en ze begrepen dat we dit circulair deden kregen we al regelmatig een belletje van onze relaties of we nog interesse hadden in bijvoorbeeld een vloer om te hergebruiken. Dat brengt voor ons wel een nieuw probleem met zich mee; waar gaan we het opslaan?”

Hoe circulair is circulair?

Betrouwbare, herbruikbare materialen vinden is een grote uitdaging, ze toe te passen in de het bouwproces ook. Het roept de vraag op waar de grens ligt van circulair denken en doen? Hoe lang mag een speurtocht naar duurzame bouwmaterialen voor een nieuw dak duren? “Als je te lang doorgaat en daardoor een half jaar later oplevert, is het ook niet goed”, onderstreept Martijn. “Zo is in de keuze voor een modulaire staalconstructie veel tijd gaan zitten. Uiteindelijk zijn we met Skelett in het diepe gesprongen en hebben we het verlies van tijd genomen.” Hij is inmiddels vol lof over het systeem dat hij vóór dit project nog niet kende. Inmiddels is dit systeem zelfs verwerkt in een door hen ontwikkeld circulaire Distributiecentrum. Wel erkent hij dat door tussentijdse aanpassingen de modulaire werkunits niet geheel circulair zijn. “Als je moet investeren om iets modulair te maken, dan moet je dat eigenlijk in je initiële kostenplaatje opnemen.” Skelett gebruikt de ervaringen in Hoofddorp voor verdere verbetering van het product. Heembouw heeft een gezonde dekvloer verder ontwikkeld, die inmiddels klaar is voor gebruik.

Flexibiliteit

Het meebewegen van partijen is voor een brede transitie naar circulair bouwen onontbeerlijk. De gemeente Haarlemmermeer was bijvoorbeeld heel soepel, vertelt Isaac. “Die heeft een parapluvergunning voor deze kavel afgegeven die tot 2028 geldig is. De gemeente gaf toestemming voor de renovatie mits de constructie aantoonbaar veilig was. En zodra de constructeur zijn goedkeuring had gegeven, kwamen we snel verder.” De onderaannemers reageerden wisselend, vertelt Heembouw. De staalleverancier was laaiend enthousiast, de schilder was minder te spreken over de keuze voor de duurzame verf. “Die weigerde dan ook garantie te geven op de verf die in eerste instantie beschreven stond”, licht werkvoorbereider Bianca toe. Ook voor sommige tweedehands technische installaties wordt geen garantie afgegeven. Anderzijds gingen werklieden soms fluitend naar huis, omdat ze zo lekker gewerkt hadden. “Veel dingen zijn nog opgelost tijdens de bouw. De timmerman kon eindelijk weer eens ambachtelijk timmeren. Op de werkvloer werd volop meegedacht en geïnnoveerd. Dat was heel waardevol.”

Een ontdekkingsreis met spin offs

Het was pionieren, erkent het gezelschap volmondig. Een ontdekkingsreis met een flinke financiële uitdaging die niet altijd de resultaten heeft opgeleverd waar op gehoopt was. Spijt heeft geen van de partijen; wat vandaag niet kan, kan morgen misschien wel. Circulair bouwen is tenslotte volop in beweging. Erik: “DOOR Architecten is een jong bedrijf. Wij zeggen altijd ‘je moet dingen doen’. Door te doen, leren we en lopen we voorop.” Heembouw heeft dezelfde ervaring in de bouwwereld. Het zegt de ervaringen van C-Bèta mee te nemen in volgende projecten. “Vijf jaar geleden was er nog niets op dit gebied, maar de ontwikkelingen gaan steeds sneller. En we merken dat onze klanten ons steeds beter weten te vinden”, vertelt Martijn. Ook kostentechnisch is hij optimistisch. “Als je dit 3 of 4 keer hebt gedaan, zie je de eenheidsprijs dalen.”

Circulair bouwen blijft voorlopig wel een zaak van koplopers, verwachten de partners. Het echte commerciële vastgoed voelt zich er ongemakkelijk bij. “We hebben onderweg veel aanpassingen moeten doen dus er is echt wel een intrinsieke motivatie nodig om voor circulair te kiezen. SADC is daar als opdrachtgever ook heel ver in gegaan.” Isaac: “We voelden ons er comfortabel bij. We hadden een beperkt budget en ambitieus programma, maar door er slim mee om te gaan zijn we uiteindelijk tot een mooi resultaat gekomen. De basis van deze samenwerking was het vertrouwen dat we iets goeds gingen doen. Met een al te traditionele benadering en rolverdeling wordt het lastig om dit soort projecten van de grond te krijgen.”

Materiaalgebruik en eindresultaat: licht, uitnodigend, speels en eenvoudig

Wat is er aan materiaal in de nieuwe loods bij C-Bèta her- en gebruikt? De talrijke raampartijen in de gevel en het dak zorgen voor veel licht en dankzij de (hergebruikte) ramen uit Het Arsenaal in Leiden wordt de buitenwereld – het erf van de boerderij en de bedrijven – naar binnen gezogen. De balken van de ramenwand hebben een vorig leven gehad als steunpilaar in het voormalige bedrijfspand van Aweta in Nootdorp. De nieuwe houten kozijnen zijn door WEBO uit Rijssen gemaakt van circulair hout. Heembouw zelf heeft de bestaande houten kozijnen gerepareerd met de kozijnen die overbleven na de sloop van de buitengevel van de loods. Binnen ligt grotendeels de oorspronkelijke vloer van beton. Er zijn speels 14 modulaire huurunits op geplaatst, 1 ruimte voor flexwerkplekken, 2 vergaderruimtes en een bedrijfsruimte, elk met grote ramen voor een open uitstraling. De huurunits zijn gebouwd van Skellet by ODS, een demontabel staalconstructiesysteem van het gelijknamige bedrijf. Heembouw heeft de kozijnen en deuren in de binnenunits ‘geoogst’ voor C-Bèta tijdens het demonteren van kantoorpand Centre Court in Den Haag. Een zogenoemd pitchmeubel werd opgetrokken uit hout uit het Amsterdams Bos. Het biedt ook ruimte aan de pantry die Heembouw ook heeft geoogst bij andere projecten. De vloeren van de units op de begane grond zijn geïsoleerd met b-keuze sandwichpanelen. De hogere units bereik je via hergebruikte trappen van voormalige bouwketen die, waar nodig, op maat zijn aangepast. Ook het sanitair – wastafels en toiletpotten – is tweedehands. Het dak tot slot, steunt op de oorspronkelijke spanten en één op maat gemaakt nieuw spant. Het geheel is een licht bedrijfsverzamelgebouw voor circulaire ondernemers dat uitnodigend is en eenvoud én comfort uitstraalt.

 

Lees verder
card image

Achtergrond

Bedrijventerreinen moeten flink aan de bak om ‘Paris proof’ te worden

Achtergrond

05-10-2020

Bedrijventerreinen moeten flink aan de bak om ‘Paris proof’ te worden

Bedrijventerreinen kunnen een grotere rol spelen bij de verduurzamingsopgave. Dat blijkt uit analyse van meer dan 3.600 bedrijventerreinen in Nederland door Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies. Slechts 14 procent van de bedrijventerreinen voldoet op dit moment aan de verduurzamingseisen.

De Paris Proof Ranking wordt tijdens het BT Event 'De bedrijvige stad' op 29 oktober 2020 uitgebreid toegelicht.

In het Parijse Klimaatakkoord ligt besloten dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving voor 2050 met twee derde omlaag moet ten opzichte van het huidige gemiddelde. Voor 3615 bedrijventerreinen is aan de hand van hun gebruiksfunctie en vloeroppervlak per bedrijfsgebouw of adres een Paris Proof-norm berekend met een index, om te kijken hoe goed zij op weg zijn bij het halen van deze duurzame ambitie. Het onderzoek is op initiatief van Elba-Rec uitgevoerd door Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies, in samenwerking met de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland.

Uit de analyse blijkt dat Nederlandse bedrijventerreinen een verduurzamingsslag hebben gemaakt. In iets meer dan de helft (52 procent) van de gebieden liep het energieverbruik de afgelopen vijf jaar terug. Dit komt door energiebesparing, het vervangen van aardgas door elektriciteit, opwekking van hernieuwbare energie uit windmolens en zonnepanelen of door het verdwijnen van energie-intensieve bedrijfsactiviteiten.

Daar staat tegenover dat het energieverbruik op 39 procent van de terreinen juist opliep, en op 30 procent van de terreinen ligt het verbruik een factor drie hoger dan wat de klimaatdoelstellingen voorschrijven. Hier ligt dus nog een flinke opgave. Slechts 485 bedrijventerreinen (14 procent) voldeden in 2019 al aan de Paris Proof-norm voor 2050.

Economische activiteit is doorslaggevend

Opvallend is dat de geografische spreiding van bedrijventerreinen die het goed doen of juist achterlopen, volledig willekeurig is. ‘Economische activiteit is in grote mate bepalend voor hoe energiezuinig een bedrijventerrein is,’ zegt onderzoeker Gerlof Rienstra. Zo zijn grote distributiecentra relatief energiezuinig. Het vastgoed kan gemakkelijk worden verwarmd, en de grote daken lenen zich goed voor zonnepanelen. Functies als datacentra en zware industrie zijn door hun productieproces juist relatief grote energiegebruikers.

Het is echter waken voor te veel determinisme. Ook bedrijventerreinen die door hun functies veel energie verbruiken, kunnen nog een flinke duurzaamheidsslag maken. In de Parijs Proof normen is onderscheid naar sector of gebruiksfunctie gemaakt.

Monofunctionele bedrijventerreinen komen in Nederland bovendien nauwelijks voor. Veelal vind je er een mix van functies, met verschillende sectoren, kantoren en winkels in één gebied. Rienstra: ‘Als één functie veel energie verbruikt, en een andere juist energie levert, is er ruimte voor slimme samenwerkingen, bijvoorbeeld met een collectieve energievoorziening in een bedrijvennetwerk of een gezamenlijke warmte-koudeopslag. Het is de kunst om de verduurzamingsopgave gezamenlijk op te pakken.’ Bij die aanpak ligt allereerst de verantwoordelijkheid bij de operationele bedrijven zelf, zegt Rienstra, want zij verbruiken de energie. Wel kan ondersteuning vanuit de gemeente helpen, bijvoorbeeld met een duurzaam investeringsfonds. Ook kunnen bedrijven zich verenigen in een bedrijfsinvesteringszone (BIZ), om de samenwerking te formaliseren.

Lees verder