De heer Hans Coppus, directeur OML, overhandigt vandaag symbolisch de sleutel van kavel Lijnpad aan de heer Eugène Geelen, directeur-eigenaar van Geelen Beton.

Ondanks de vreemde omstandigheden rondom het coronavirus heeft OML wederom een kavel verkocht. Kavel Lijnpad is maar liefst 6.500 m2 groot en ligt op bedrijventerrein Koeweide. Daarnaast heeft Geelen Beton het naastgelegen kavel van 13.000 m2 in particulier eigendom gekocht. Met de verkoop van kavel Lijnpad heeft OML al haar beschikbare gronden in Maasbracht verkocht aan ambitieuze lokale ondernemers. Hiermee wordt bijgedragen aan de economische groei van de gemeente Maasgouw. 

Geelen Beton

Geelen Beton is al sinds 1923 actief en draagt bij aan de toonaangevende positie op de markt van prefab beton. Daarnaast zijn er innovatieve ontwikkelingen als het gaat om product verhouding tussen systeemvloeren en bouwelementen. Architecten en aannemers kiezen dan ook steeds vaker voor de pluspunten zoals een versneld bouwtempo en extra esthetische mogelijkheden. De ontwikkelingen in de sector gaan hard en Geelen Beton loopt hierin voorop.

De kavel op bedrijventerrein Koeweide is een uitbreiding voor het bedrijf. Naast de vestigingen in Wanssum en Posterholt voorziet de kavel Lijnpad voor een belangrijke mate in de opslag en overslag van de producten. De strategische positie, dicht bij de snelweg A2, biedt Geelen Beton vele voordelen. 

Kerntaken OML

OML B.V. heeft de volgende kerntaken: ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen, locatie- en gebiedsontwikkeling alsmede advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken. OML heeft percelen te koop op de bedrijventerreinen: Businesspark Midden-Limburg in Echt, Windmolenbos en Zevenellen in Haelen, Merummerpoort, De Schroof, De Hanze, Boven de Wolfskuil, De Grinderij en Oosttangent in Roermond.

OML B.V.

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) is sinds 2011 participant van SKBN. OML is opgericht door een aantal gemeenten in de regio Midden-Limburg, en heeft het doel om in Midden-Limburg het vestigingsklimaat te verbeteren en de regionale economische structuur te versterken.

info@oml.nl
0475 - 42 62 42

OML B.V.
card image

Event

25-11-2020
Online event: Circular Economy Award 2020

Event

25-11-2020

Online event: Circular Economy Award 2020

De beste voorbeelden van circulaire economie

Leer en maak je circulaire ambities waar

Welke werklocatie is het beste op weg naar haar circulaire doelstellingen? Hoe staat het ervoor met toonaangevende circulaire werklocaties van Nederland? En wat kunnen we daarvan leren? Woensdag 25 november krijgt u antwoord op deze vragen tijdens een interactief webinar. Daarin wordt voor de vierde keer de Circular Economy Award uitgereikt én worden de bevindingen gedeeld die zijn opgedaan in het Praktijkprogramma Circulaire Werklocaties.

De Circular Economy Award is een jaarlijkse verkiezing van dé Nederlandse initiatieven op het gebied van de circulaire economie. Genomineerd zijn dit jaar InnoFase in Duiven, Schiphol Trade Park in Schiphol, Bedrijventerrein Laarberg in Groenlo en het Werkspoorkwartier in Utrecht. Tijdens het webinar vertellen de locaties over de geboekte resultaten en lichten ze toe hoe zij circulaire doelstellingen halen. De diverse ‘lessons learned’ zijn ook voor u interessant.

Tevens nemen we u mee in het Praktijkprogramma Circulaire Werklocaties. Deze samenwerking tussen de SKBN en Akro Consult levert een programma op met interessante leerervaringen. Een twaalftal werklocaties (oud én nieuw) met de ambitie om koploper te worden zijn betrokken. Door een kijkje in hun keuken weet u na afloop waar de locaties tegenaan zijn gelopen en van welke goede voorbeelden u kunt leren.

Vervolgens wordt bekendgemaakt welk terrein de afgelopen jaren de meeste progressie maakte en zichzelf de winnaar van de Circular Economy Award 2020 mag noemen.

Facts & Figures

Lees verder
card image

Nieuws

“Het bedrijventerrein als energiebedrijf, daar worden ondernemers warm van”

Nieuws

29-01-2020

“Het bedrijventerrein als energiebedrijf, daar worden ondernemers warm van”

Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord is in het leven geroepen door achttien gemeenten en de provincie om de economie in de regio te stimuleren. “De provincie heeft ons gevraagd om de energietransitie op bedrijventerreinen aan te jagen”, aldus Nico Meester. “In Noord-Holland Noord zijn honderd bedrijventerreinen. Daar staan gebouwen met grote gevels en daken. Voor zon is er heel veel ruimte. Ik ga met de ondernemersverenigingen om de tafel zitten om te kijken: kunnen we collectieve projecten realiseren om zonnepanelen op daken te krijgen?”

Zon als eerste stap, wind volgt later

Windmolens op de bedrijventerreinen zijn op zich ook een optie. “Als de normen veranderen, zullen er mogelijkheden ontstaan voor windmolens op bedrijventerreinen’, aldus Meester. “Er gelden nu landelijke en provinciale regels voor afstanden tussen windmolens en woonbebouwing. Maar misschien is er wel draagvlak om te onderzoeken of windmolens dichter bij woningen ook haalbaar zijn, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen. Dat kan jaren duren. En ik wil slagen maken. We richten ons dus eerst op het laaghangend fruit: de zonnepanelen.”

Bedrijven kunnen de panelen uiteraard ook zelf laten plaatsen. Maar in de praktijk komt het er niet van. Pas drie tot vier procent van de daken op de bedrijventerreinen is belegd met panelen. “Daarom zeggen we: doe het collectief, dat is makkelijker. Bovendien leggen we met zo’n collectief de basis om de volgende stap te maken: samen naar een lokaal energieplatform. De ondernemers kunnen op hun terrein decentraal energie opwekken en onderling energie uitwisselen. Ze schakelen daarmee allerlei opslagen en tussenpartijen uit. Energievoorziening in eigen hand, dat spreekt ondernemers aan.”

Energietransitie als verdienmodel

Dat is het aardige, vindt Meester. “Ik begin over zonnepanelen en eindig met een doorkijkje naar de toekomst. Bij voldoende gezamenlijke energieopwek kunnen de ondernemers gezamenlijk de pieken scheren. Dat wil zeggen: minder of lagere pieken. Dan gaan de aansluitkosten ook naar beneden. Verder houden ze het geld dat ze aan energie besteden in de lokale gemeenschap. Ze worden steeds onafhankelijker. Ondernemers vinden dat heel aantrekkelijk.”

Energietransitie als verdienmodel dus. En als economische impuls. “Op dit moment zie je dat bedrijven omschakelen. Installatiebedrijven richten zich op de nieuwe technieken en ICT-bedrijven op platforms voor energiemanagement. De provincie kan hierbij helpen door het ontwikkelen van een paar heldere juridische formats en het ondersteunen van ICT-programma’s waarmee ondernemers de energieopwek en -uitwisseling op hun bedrijfsterrein kunnen regelen. Dat kan bedrijven over de drempel helpen. Ook een revolving fund is wenselijk, zodat energieplatforms financiering kunnen krijgen om te investeren in zonnepanelen, energieopslag en andere energiemaatregelen.”

Hoog op de agenda

Al met al begint het verhaal van de energietransitie steeds meer te leven, zeker ook bij ondernemers, constateert Meester. “Eerst was de discussie: is energietransitie wel noodzakelijk? Die discussie hebben we wel gehad. De vraag is nu: hoe gaan we de transitie daadwerkelijk uitvoeren? Ik vind het fascinerend. Ik ben nu anderhalf jaar met dit project bezig en heb heel veel ontwikkeling gezien, ook in mentaliteit. Dat komt niet alleen door de RES, maar in de RES komt het wel allemaal samen. Zo’n RES geeft de urgentie aan en zorgt dat het onderwerp overal hoog op de agenda staat.”

Bron: Noord-Hollandse Energie Regio

Lees verder
card image

Nieuws

Vastgoedmarkt: ‘Met het binnenstedelijke bedrijventerrein verdwijnt de dynamiek uit de stad’

Nieuws

09-11-2020

Vastgoedmarkt: ‘Met het binnenstedelijke bedrijventerrein verdwijnt de dynamiek uit de stad’

De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) luidt de noodklok over de teloorgang van de binnenstedelijke bedrijventerreinen. De afgelopen vijf jaar is 45 vierkante kilometer bedrijfsterrein herontwikkeld, voornamelijk voor woningbouw, en er dreigt nog veel meer te verdwijnen. Negen vragen aan SKBN-voorzitter Theo Föllings.

Is er een strijd gaande om de ruimte in de stad?

Föllings: ‘Ja, die strijd tussen de verschillende functies in de steden is al jaren gaande en wordt nu verder verhevigd door de toenemende politieke druk om woningbouwlocaties te realiseren. Volgens recent onderzoek van adviesbureau Gerlof Rienstra, in opdracht van SKBN, is de afgelopen vijf jaar 4.500 hectare binnenstedelijk bedrijventerreinen verdwenen. Het overgrote deel is gebruikt voor woningbouw. Want nieuwbouwlocaties in de groene wei, zoals vroeger met de Vinex-locaties, zijn niet beschikbaar omdat er onvoldoende politiek draagvlak is voor grote uitleglocaties en ook de centrale aansturing ontbreekt van het vroegere ministerie van VROM om dergelijke locaties te realiseren.’

‘En het dreigt nog erger te worden! Van de 27 locaties die minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken in haar brief van 10 september aan de Kamer noemt als impuls om 51.000 woningen te realiseren betreft het twaalf bestaande bedrijventerreinen. Voor deze eerste tranche van de woningimpuls is 290 miljoen uitgetrokken. Daar blijft het niet bij, want er is totaal 1 miljard euro beschikbaar voor de woningbouwimpuls. Er zullen dus nog honderden, zo niet duizenden hectare binnenstedelijk bedrijventerrein geruisloos verdwijnen de komende jaren als we niet oppassen.’

Mensen zullen toch ergens moeten wonen?

‘Natuurlijk, begrijpen we dat. We zien ook de enorme woningnood en begrijpen dat woningbouw ook een goede impuls aan nieuwe economische ontwikkeling kan geven. Maar zoals het nu gaat, wordt voor de korte termijn een oplossing gevonden en een veel groter probleem voor de lange termijn gecreëerd. Je zou bijvoorbeeld ook kunnen kiezen voor meer multifunctionaliteit van zo’n gebied: een mix van bijvoorbeeld werken, wonen en leisure en behoud van een aantal bedrijventerreinen. Kijk, dat een betoncentrale op een binnenstedelijk terrein beter uitgeplaatst kan worden naar een andere locatie is helder. Maar er is ook een heleboel bedrijvigheid zoals bijvoorbeeld mkb-metaalbedrijven, assemblage, groothandels en kleinere logistieke ondernemingen die goed samen kunnen gaan met een woonfunctie.’

Wat is eigenlijk het probleem als dergelijke bedrijven de stad uitgaan?

‘Met het bedrijfsleven verdwijnt ook de dynamiek. Je sluit een heel belangrijke functie uit die met name doorwerkt op de lange termijn. Ondernemers en ondernemingen zorgen namelijk voor werkgelegenheid dicht bij huis, innovatie , ontmoeting, inclusie en creativiteit. Vergeten wordt dat er tegenwoordig veel jonge talentvolle mensen, internationaal, hipsters, werken achter computerschermen op de bedrijventerreinen aan de randen van de oude stadscentra. Voor hen is dat juist een heel aantrekkelijke werkomgeving, óók om elkaar te ontmoeten. Hun bijdrage aan de stedelijke dynamiek is van grote betekenis. Dat alles gaat allemaal verloren als je de binnenstedelijke bedrijventerreinen eenzijdig opoffert aan woningbouw.’

‘Het is ook heel vervelend voor laaggeschoolden voor wie elke euro telt en die extra vervoerskosten moeten maken om op een locatie buiten de stad te komen. Dan heb ik het nog niet over de extra reistijd. Veel regionale bedrijventerreinen zijn immers niet goed bereikbaar met het OV.’

Is die 45 vierkante kilometer gecompenseerd door nieuwe bedrijventerreinen aan de rand of buiten de stad?

‘De totale hoeveelheid bedrijventerrein in Nederland is de afgelopen vijf jaar ongeveer gelijk gebleven. De oplossing is buiten de stad gevonden en soms hier en daar nog in de regio maar meestal buiten de regio. Het is de vraag of dat een goede oplossing is geweest in kwantiteit én in kwaliteit van het aanbod.’

‘Echter, als de herontwikkeling van binnenstedelijke bedrijventerreinen tot woningbouwlocaties in dit tempo doorzet dan komen we ook op de korte termijn echt in de problemen. Niet alleen door het verlies aan dynamiek in de stad, maar ook vanwege de vraag waar die bedrijven naar toe moeten.  Door de verdozingsdiscussie rond grote logistieke centra en het toenemende ruimtegebrek in dit kleine landje staat de planning van nieuwe regionale terreinen op een heel laag pitje.’

‘Een aantal bestaande bedrijventerreinen kan wel uitgebreid worden, maar dan houdt het eigenlijk wel op. Terwijl er wel grote behoefte is bij de logistiek bedrijven, industrie en groothandel aan ruimte. De leegstand is nagenoeg nihil op de bedrijventerreinen, de enige leegstand van betekenis zit in de kantoorachtige gebouwen.’

Wreekt zich ook hier het gebrek aan centrale sturing, dat sinds de opheffing van het ministerie van VROM is ontstaan?

‘Je moet inderdaad soms bovenregionale oplossingen kunnen kiezen, die verder gaan dan de provinciegrenzen. Als  Gelderland bijvoorbeeld een aantal locaties aanwijst voor de zogenoemde XXL-dozen, maar Zuid-Holland en andere provincies niet, dan is er nog steeds een probleem. Naar mijn idee is de wildgroei van dozen en de maatschappelijke discussie daarover ook mede ontstaan door gebrek aan centrale regie. Hoe schaarser de ruimte hoe meer behoefte er is aan sturing en een zorgvuldige weging van de belangen van de verschillende functies. In de steden zal dat vooral neerkomen om meer oog te hebben voor functiemenging en niet te kiezen voor gemakkelijke korte termijn oplossingen voor uitsluitend de woonfunctie.’

Ondertussen willen steeds meer logistieke operaties vanuit de regio ook weer deels naar de rand van de stad in verband met de sterke groei van e-commerce en last mile delivery. In de logistieke vastgoedwereld is er zelfs een hele hype over gaande. Gaan dergelijke logistieke bedrijven de industriële en semi-industriële ondernemingen niet verdringen aan de rand van steden?

‘Eerst even dit. Last mile is misschien nu nog een hype, maar het gaat er zeker echt van komen omdat e-commerce een onomkeerbare trend is die exponentieel toeneemt nu ook de babyboomers door corona het gemak van webwinkelen hebben ontdekt. Wat we nog steeds missen, zijn de centrale hubs aan de rand van de stad van waaruit de goederen gebundeld en emissieloos de stad ingaan. In Amsterdam zijn er twee centrale hubs in ontwikkeling, maar die zullen zich nog eerst moeten bewijzen. Verder is er een aantal stand alone last mile operaties van bijvoorbeeld diverse supermarktbedrijven zoals Jumbo en AH. Tot nu toe is Picnic er als enige in geslaagd om hier elektrisch vervoer aan te koppelen de stad in. Dat staat nog allemaal redelijk in de kinderschoenen, maar het gaat er aan komen’

‘Met deze ontwikkeling signaleren we inderdaad een toenemende druk vanuit de logistiek om zich aan de randen van steden te vestigen en dat gaat deels ten koste van de maakindustrie en assemblage. Maar waar begint het een en houdt het ander op? Je zult aan de rand van de stad steeds meer een mengvorm gaan zien van logistiek en productie, daar is trouwens al heel lang een mooie term voor: Value Added Logistics (VAL). Logistiek en productie zullen dus deels samenvloeien. Maar de strijd om de ruimte zal zich inderdaad ook wel degelijk gaan aftekenen binnen de bestaande bedrijventerreinen aan de stadsrand.’

En wie zal winnen?

‘Degene die de hoogste huur kan opbrengen of het meeste kan betalen voor een bedrijfspand. Want dat de huren en de prijzen voor dergelijke gebouwen de komende jaren steeds hard zullen gaan stijgen op de schaarse locaties aan de randen van steden is wel duidelijk. Tenzij we in een zware slepende economische recessie belanden vanwege corona, maar dan wordt alles anders. Extra reden in ieder geval om de enorme werkgelegenheid die bedrijventerreinen bieden te koesteren en niet te fnuiken met ondoordachte besluiten voor de korte termijn. Denk dus na! is mijn oproep aan bestuurlijk en ontwikkelend Nederland.’

Voeren jullie ook een politieke lobby of een lobby bij brancheorganisaties? Bij Bouwend Nederland zullen je geen willig oor vinden waarschijnlijk, want er valt voor bouwondernemers veel meer met woningbouw te verdienen. Maar hoe zit het met de werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB Nederland, de brancheverenigingen en de diverse ministeries?

‘De SKBN is een kennisalliantie. Wat we doen is de kennis die we hebben op tafel leggen bij de publieke maar ook private partijen. We hebben deze feiten al onder de aandacht gebracht bij de het ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat en ook bij brancheorganisaties. Daar gaan we ook mee door. De oplossingen moeten natuurlijk vanuit diezelfde politieke en private partijen komen. Een mooi voorbeeld van een dergelijke oplossing is Amsterdam waar met de beleidsnota Bedrijvenstrategie Amsterdam Duurzaam Productief, het probleem wordt onderkend en nadrukkelijk gezocht wordt naar functiemenging op (voormalige) bedrijventerreinen en als dat niet mogelijk is, hoe industriële bedrijven toch behouden kunnen blijven voor de stad.’

‘Bij VNO-NCW is nu ook het onderwerp bedrijventerreinen nadrukkelijk in beeld gekomen. Zo sprak voormalig voorzitter Hans de Boer zich in het webinar ‘De rol van toekomstbestendige bedrijventerreinen in het economisch herstel’, op 11 juni van dit jaar, volmondig uit over het enorme belang van bedrijventerreinen voor de Nederlandse werkgelegenheid.’

Waar speelt het ruimtevraagstuk het meest?

‘Het begon in de vier grote steden en daar is de situatie het meest zorgelijk. Maar het speelt in alle G-40 steden, zelfs ook in kleinere stadjes zoals bijvoorbeeld Hattem aan de noordrand van de Veluwe met 13.000 inwoners dat geen kant op kan omdat het helemaal omringd wordt door Natura 2000 natuurgebied. En daar hebben ze een hele mooie oplossing gevonden voor het creëren van woningen op een bedrijventerrein en tegelijkertijd het behouden van de werkgelegenheid voor de gemeente.’

Logistiek vecht om krappe ruimte in de stad

Dit is het tweede artikel in een reeks over logistiek en industrieel vastgoed in een stad waar de ruimte steeds schaarser wordt. De reeks is onderdeel van het thema Verstedelijking. Dat thema staat centraal in de Vastgoedmarkt van november.

Dit artikel is op 6 november verschenen in Vastgoedmarkt.

Lees verder