Crisis als kans voor reorganiseren en moderniseren productie 

90 procent van de gemeenten verwacht dat de coronacrisis de ontwikkeling van de circulaire economie versnelt. Dat blijkt uit een nieuw benchmarkonderzoek onder 120 gemeenten door Stec Groep. Gemeenten verwachten dat bedrijven meer in de buurt gaan produceren en dat dit een kans is voor meer circulair ondernemen. 85 procent zegt echter ook dat de werklocaties nog niet circulaire-economie-proof zijn.

Drie kwart van de gemeenten in het onderzoek stelt dat de coronacrisis heeft aangetoond hoe fragiel en niet-duurzaam de mondiale productieketens zijn. ‘We zien dat bedrijven nu kritischer kijken naar hun ketens en hun afhankelijkheid van bijvoorbeeld China’, zegt Evert-Jan de Kort senior partner bij Stec Groep. ‘Dat biedt een kans voor het reorganiseren en moderniseren van de productie en om het gesjouw van allerlei producten en grondstoffen over de wereld te verminderen door stappen te zetten in circulariteit.’ Gemeenten spelen zelf een belangrijke rol in het pakken van deze kansen. De overheid kan de transitie stimuleren met beleid, wet- en regelgeving, maar ook door perfecte plekken te bieden voor circulaire bedrijvigheid.

Voldoende hinderruimte

Een circulaire topwerklocatie moet volgens gemeenten ongehinderd ruimte bieden aan het kunnen verwerken van afvalstromen tot nieuwe producten. De circulaire productie gaat immers vaak gepaard met geluid, stof en geur. Ook een optimale bereikbaarheid is essentieel volgens gemeenten. Niet alleen via de weg, maar ook via water, spoor, ov én digitaal. Opvallend is de lage score die de gemeenten in het onderzoek toekennen aan de kwaliteit van organisatie en samenwerking op circulaire werklocaties. De Kort: ‘Circulaire economie draait juist om samenwerking. Organisatie en onderling vertrouwen is een belangrijke basis om bedrijfsprocessen te delen en stromen uit te wisselen. Bovendien zien we dat werklocaties waar goed wordt samengewerkt beter presteren en toekomstbestendiger zijn. Hier is dus nog echt een wereld te winnen.’

Circulaire economie hoog op gemeenteagenda  

Gemeenten hebben nog weinig feeling met de circulaire economie. 66 procent vindt het eigen kennisniveau onvoldoende. Bijna 90 procent geeft aan geen goed beeld te hebben van wat bedrijven in de eigen gemeente nu doen op dit vlak. Gemiddeld geven gemeenten zichzelf een 5,8 voor hun inzet op circulaire economie. Toch staat bij veel gemeenten circulaire economie hoog op de agenda. Zo heeft ruim 85 procent een ambtelijke of bestuurlijke trekker circulaire economie. Een op de vijf gemeenten heeft een specifieke afdeling Duurzaamheid waar circulaire economie is ondergebracht. Daarnaast houden vooral de afdelingen Economische Zaken (30 procent) en Ruimtelijke Ordening (25 procent) zich bezig met circulaire economie.

Bijna 80 procent van de gemeenten zegt dat de omslag naar een circulaire economie vraagt om een samenhangende visie en aanpak vanuit alle gemeentelijke disciplines. In de praktijk blijkt die gezamenlijke aanpak en het boeken van tastbare resultaten echter nog wel lastig, zo geven gemeenten in het onderzoek aan. Ook hier lijkt dus op het gebied van samenwerking nog veel te winnen. Circulaire economie is een integraal thema bij uitstek, concludeert De Kort. ‘Samenwerking binnen de gemeente is cruciaal voor succes. De nieuwe Omgevingswet, die samenhangend werken bevordert, biedt wat dat betreft kansen.’

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

14-04-2021
Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

Event

14-04-2021

Studiereis - Duurzame transitie in Stuttgart

De omschakeling naar elektrische auto’s kost zo’n 400.000 banen in Duitsland. En waar de hardste klappen zullen vallen is Stuttgart, de autostad bij uitstek. Hoe schakelt deze stad, die bekend staat om haar auto-industrie, om naar een nieuwe, duurzame economie? Wat vraagt dat van het bedrijfsleven, van de mobiliteit en de inzet van techniek? 

Een belangrijke speler in deze duurzame transitie is het Verband Region Stuttgart. Binnen dit regioverband maakt men zich sterk voor slimme mobiliteit, nieuwe bedrijvigheid, energietransitie, een levendige binnenstad, goede planning en toegankelijkheid van natuur. Tijdens de SKBN Studiereis gaan we ontdekken hoe dat in z’n werk gaat.

Ook kijken we naar de effectiviteit van een publiek-private strategiedialoog voor de ontwikkeling van nieuwe mobiliteit. Dit alles uiteraard in een omgeving met veel werklocaties en toonaangevende ondernemingen. Stuttgart is immers een van Duitslands oudste industriële stad. Met een duidelijke toekomstambitie. De stad, die meerdere universiteiten huisvest, doet er dan ook alles aan om haar vele talenten binnen de stadsgrenzen te houden. Met succes!

Gaat u mee op deze SKBN Studiereis?

Programma (onder voorbehoud)

Woensdag 14 april
We worden welkom geheten door het Region Verband Stuttgart, de Wirtschaftsförderung en de Industrie- und Handelskammer Region Stuttgart. Voor welke opgaven staan de stad en regio? En hoe gaan zij deze uitdagingen gezamenlijk aan?
 
Donderdag 15 april
Deze dag verdiepen we ons in de IBA2027, een vliegwiel dat de regio toepast voor de versnelling van bouwprojecten en energietransitie. We gaan terug naar de IBA van 100 jaar geleden in Stuttgart: de modernistische wijk Weissenhof. Ook nemen we een kijkje bij de M.Tech Accelerator, een boeiende start-up facilitator. Tot slot laten we ons rondleiden in de wijk Feuerbach, waar Bosch van oudsher een grote stempel drukt op de ontwikkelingen. We sluiten de dag af in het Porsche Museum. 
 
Vrijdag 16 april
De laatste dag verdiepen we ons in de betekenis van mobiliteit en de productie daarvan voor de toekomst. Hoe zorgt de stad ervoor dat de ontwikkeling van duurzame mobiliteit genoeg tempo heeft, en voor voldoende nieuwe economie zorgt?

Samenvattend

  • Wat: SKBN Studiereis Stuttgart
  • Datum: Woensdag 14 mei t/m vrijdag 16 april 2021
  • Inclusief: Heen- en terugreis vanaf Utrecht Centraal of Arnhem Centraal, 3 lunches, 2 hotelovernachtingen, een intensief programma met lokale sprekers en gidsen, vervoer ter plaatse, 1 slotdiner, evaluatie en reisverslag.
  • Kosten: € 949,- ex btw
  • Meer info:
    - Logistiek en organisatie: Tessa van der Heiden: 033 870 0100, t.vanderheiden@elba-rec.nl.
    - Inhoud: Mieke Naus, m.naus@elba-rec.nl, 06 48 38 67 39 

Lees verder
card image

Opinie

Kansen in kansarm vastgoed

Opinie

02-01-2020

Kansen in kansarm vastgoed

Uit een recent verschenen marktrapportage van Cushman & Wakefield , verricht in opdracht van NV Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (NV OMU) kwam een mooie paradox naar voren. Want wat door de ene partij wordt gezien als kansarm vastgoed, wordt door de ander partij gezien als kansrijk vastgoed.

Gek? Nee, juist niet! Het hangt vooral af van de doelstelling en de rol die een partij in de markt vervult die bepalen wat voor die specifieke partij kansrijk of kansarm is. Wat voor de meeste commerciële partijen, vooral bezien vanuit financieel rendement, wordt gezien als kansarm, kan voor partijen die meer streven naar maatschappijelijk rendement juist kansrijk zijn.

De vraag naar kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte concentreert zich steeds nadrukkelijker op specifieke locaties, terwijl het genoemde rapport een aanzienlijk deel van de leegstaande kantoor- en bedrijfsruimtemarkt in de provincie Utrecht bestempelt als kansarm. Er is sprake van geconcentreerde schaarste en de verschillen tussen het beste vastgoed en de rest nemen nog steeds verder toe. Want buiten de zogenaamde toplocaties is er nog altijd veel kansarm vastgoed.

Zorgvuldiger, efficiënter, duurzamer

De ruimte in ons land is beperkt en dus moeten we zorgvuldiger, efficiënter en duurzamer omgaan met bestaande werklocaties. Commercieel gezien mogen de toplocaties het meest interessant zijn; vanuit maatschappelijk oogpunt bezien moet er natuurlijk ook het nodige gebeuren met verouderde bedrijventerreinen, leegstaande kantoren en retail. Want hoewel er sprake is van toenemende vraag dankzij de economische groei, is er in de provincie Utrecht nog altijd meer dan een miljoen vierkante meter problematische kantoor- en bedrijfsruimte beschikbaar. We moeten dus ook die gebieden aanpakken die commerciële partijen links laten liggen (c.q. waar sprake is van marktfalen).

Stimuleren bestaande locaties

Een goed instrument daartoe is het in het leven roepen van een zogenoemd revolverend fonds waarin door de overheid het werkkapitaal wordt gestort waarmee het fonds op de markt kan opereren. Dit kapitaal is nadrukkelijk niet bedoeld als subsidie maar met name bedoeld voor financiering van marktpartijen dan wel van eigen investeringen. Een dergelijk fonds acteert als ware het een commerciële partij onder marktconforme condities, maar wel met een andere insteek dan de reguliere vastgoedfinanciers. Naast financieel rendement is maatschappelijk rendement dan ook een belangrijke doelstelling. In een kleinere provincie als de provincie Utrecht moet er zorgvuldig worden omgegaan met ruimte en ligt de focus van overheidsbemoeienis bij het stimuleren van slecht functionerende bestaande bedrijventerreinen/werklocaties.

Verschuiving

In de provincie Utrecht is deze rol vooral neergelegd bij NV OMU. Oorspronkelijk lag de focus bij NV OMU alleen op bedrijventerreinen maar deze is gaandeweg uitgebreid met de leegstand van kantoren en retail, de twee grootste zorgenkindjes in vastgoedland op dit ogenblik. Wat je ziet is dat alles prima gaat in het centrum van Utrecht en Leidsche Rijn Centrum maar op andere locaties in de provincie, is nog steeds sprake van structurele leegstand, ondanks de economische groei. Dit is een gevolg van zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve mismatch, oftwel er is te veel gebouwd en er is te weinig rekening gehouden met de daadwerkelijke eisen en wensen van gebruikers. Daar komt dan ook nog eens de invoering van energielabel-C per 1 januari 2023 overheen. Er is wat betreft dat laatste aspect nog heel wat (potentieel) kansarm kantoorvastgoed.

Deze projecten worden vaak niet door de markt opgepakt, dit veelal als gevolg van het ontbreken van financieringsmogelijkheden in met name de risicovolle ontwikkelingsfase van projecten. Commerciële partijen kiezen vooral de kansrijkere projecten, waar de risico's lager zijn. De aandacht van een fonds als NV OMU gaat juist uit naar de complexere projecten, die zonder financiële hulp  niet van de grond komen. Er is daarbij vaak sprake van een pioniersrol en een rol als aanjager van het op gang brengen van een project. Als het ontwikkelingsproces eenmaal loopt en risico's (bestemming, vergunning, verhuur of verkoop) zijn geëlimineerd, stappen de commerciële partijen wel weer in. 

Maatschappelijk rendement

Het is vaak een samenloop van factoren die ervoor zorgt dat sommige projecten niet van de grond komen. Initiatiefnemers krijgen de ontwikkelingsfase van een project financieel vaak niet rond omdat bijvoorbeeld de gewenste bestemming nog niet is gerealiseerd. Daarnaast financieren commerciële partijen vaak alleen maar het senior deel van de lening (zo'n 60%). Een revolverend fonds financiert ook het resterende deel voor zover dat nodig is. Het gaat daarbij niet alleen om financieel rendement, maar ook om maatschappelijk rendement. De aanpak van een locatie moet een duidelijke meerwaarde hebbenvoor de plek en de omgeving. Dat vraagt om kennis, maar ook om betrokkenheid. De bemoeienis van een revolverend fonds houdt niet op bij het verstrekken van een lening. Er is constante monitoring van de effectiviteit van de ter beschikking gestelde financiële middelen. Een fonds beschikt veelal over een grote kennis van de lokale vastgoedmarkt, maar weet ook wat er gemeentelijk speelt en biedt daarmee een duidelijke meerwaarde.

Lees verder
card image

Nieuws

“Het bedrijventerrein als energiebedrijf, daar worden ondernemers warm van”

Nieuws

29-01-2020

“Het bedrijventerrein als energiebedrijf, daar worden ondernemers warm van”

Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord is in het leven geroepen door achttien gemeenten en de provincie om de economie in de regio te stimuleren. “De provincie heeft ons gevraagd om de energietransitie op bedrijventerreinen aan te jagen”, aldus Nico Meester. “In Noord-Holland Noord zijn honderd bedrijventerreinen. Daar staan gebouwen met grote gevels en daken. Voor zon is er heel veel ruimte. Ik ga met de ondernemersverenigingen om de tafel zitten om te kijken: kunnen we collectieve projecten realiseren om zonnepanelen op daken te krijgen?”

Zon als eerste stap, wind volgt later

Windmolens op de bedrijventerreinen zijn op zich ook een optie. “Als de normen veranderen, zullen er mogelijkheden ontstaan voor windmolens op bedrijventerreinen’, aldus Meester. “Er gelden nu landelijke en provinciale regels voor afstanden tussen windmolens en woonbebouwing. Maar misschien is er wel draagvlak om te onderzoeken of windmolens dichter bij woningen ook haalbaar zijn, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen. Dat kan jaren duren. En ik wil slagen maken. We richten ons dus eerst op het laaghangend fruit: de zonnepanelen.”

Bedrijven kunnen de panelen uiteraard ook zelf laten plaatsen. Maar in de praktijk komt het er niet van. Pas drie tot vier procent van de daken op de bedrijventerreinen is belegd met panelen. “Daarom zeggen we: doe het collectief, dat is makkelijker. Bovendien leggen we met zo’n collectief de basis om de volgende stap te maken: samen naar een lokaal energieplatform. De ondernemers kunnen op hun terrein decentraal energie opwekken en onderling energie uitwisselen. Ze schakelen daarmee allerlei opslagen en tussenpartijen uit. Energievoorziening in eigen hand, dat spreekt ondernemers aan.”

Energietransitie als verdienmodel

Dat is het aardige, vindt Meester. “Ik begin over zonnepanelen en eindig met een doorkijkje naar de toekomst. Bij voldoende gezamenlijke energieopwek kunnen de ondernemers gezamenlijk de pieken scheren. Dat wil zeggen: minder of lagere pieken. Dan gaan de aansluitkosten ook naar beneden. Verder houden ze het geld dat ze aan energie besteden in de lokale gemeenschap. Ze worden steeds onafhankelijker. Ondernemers vinden dat heel aantrekkelijk.”

Energietransitie als verdienmodel dus. En als economische impuls. “Op dit moment zie je dat bedrijven omschakelen. Installatiebedrijven richten zich op de nieuwe technieken en ICT-bedrijven op platforms voor energiemanagement. De provincie kan hierbij helpen door het ontwikkelen van een paar heldere juridische formats en het ondersteunen van ICT-programma’s waarmee ondernemers de energieopwek en -uitwisseling op hun bedrijfsterrein kunnen regelen. Dat kan bedrijven over de drempel helpen. Ook een revolving fund is wenselijk, zodat energieplatforms financiering kunnen krijgen om te investeren in zonnepanelen, energieopslag en andere energiemaatregelen.”

Hoog op de agenda

Al met al begint het verhaal van de energietransitie steeds meer te leven, zeker ook bij ondernemers, constateert Meester. “Eerst was de discussie: is energietransitie wel noodzakelijk? Die discussie hebben we wel gehad. De vraag is nu: hoe gaan we de transitie daadwerkelijk uitvoeren? Ik vind het fascinerend. Ik ben nu anderhalf jaar met dit project bezig en heb heel veel ontwikkeling gezien, ook in mentaliteit. Dat komt niet alleen door de RES, maar in de RES komt het wel allemaal samen. Zo’n RES geeft de urgentie aan en zorgt dat het onderwerp overal hoog op de agenda staat.”

Bron: Noord-Hollandse Energie Regio

Lees verder