Bedrijventerreinen kunnen een grotere rol spelen bij de verduurzamingsopgave. Dat blijkt uit analyse van meer dan 3.600 bedrijventerreinen in Nederland door Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies. Slechts 14 procent van de bedrijventerreinen voldoet op dit moment aan de verduurzamingseisen.

De Paris Proof Ranking wordt tijdens het BT Event 'De bedrijvige stad' op 29 oktober 2020 uitgebreid toegelicht.

In het Parijse Klimaatakkoord ligt besloten dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving voor 2050 met twee derde omlaag moet ten opzichte van het huidige gemiddelde. Voor 3615 bedrijventerreinen is aan de hand van hun gebruiksfunctie en vloeroppervlak per bedrijfsgebouw of adres een Paris Proof-norm berekend met een index, om te kijken hoe goed zij op weg zijn bij het halen van deze duurzame ambitie. Het onderzoek is op initiatief van Elba-Rec uitgevoerd door Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies, in samenwerking met de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland.

Uit de analyse blijkt dat Nederlandse bedrijventerreinen een verduurzamingsslag hebben gemaakt. In iets meer dan de helft (52 procent) van de gebieden liep het energieverbruik de afgelopen vijf jaar terug. Dit komt door energiebesparing, het vervangen van aardgas door elektriciteit, opwekking van hernieuwbare energie uit windmolens en zonnepanelen of door het verdwijnen van energie-intensieve bedrijfsactiviteiten.

Daar staat tegenover dat het energieverbruik op 39 procent van de terreinen juist opliep, en op 30 procent van de terreinen ligt het verbruik een factor drie hoger dan wat de klimaatdoelstellingen voorschrijven. Hier ligt dus nog een flinke opgave. Slechts 485 bedrijventerreinen (14 procent) voldeden in 2019 al aan de Paris Proof-norm voor 2050.

Economische activiteit is doorslaggevend

Opvallend is dat de geografische spreiding van bedrijventerreinen die het goed doen of juist achterlopen, volledig willekeurig is. ‘Economische activiteit is in grote mate bepalend voor hoe energiezuinig een bedrijventerrein is,’ zegt onderzoeker Gerlof Rienstra. Zo zijn grote distributiecentra relatief energiezuinig. Het vastgoed kan gemakkelijk worden verwarmd, en de grote daken lenen zich goed voor zonnepanelen. Functies als datacentra en zware industrie zijn door hun productieproces juist relatief grote energiegebruikers.

Het is echter waken voor te veel determinisme. Ook bedrijventerreinen die door hun functies veel energie verbruiken, kunnen nog een flinke duurzaamheidsslag maken. In de Parijs Proof normen is onderscheid naar sector of gebruiksfunctie gemaakt.

Monofunctionele bedrijventerreinen komen in Nederland bovendien nauwelijks voor. Veelal vind je er een mix van functies, met verschillende sectoren, kantoren en winkels in één gebied. Rienstra: ‘Als één functie veel energie verbruikt, en een andere juist energie levert, is er ruimte voor slimme samenwerkingen, bijvoorbeeld met een collectieve energievoorziening in een bedrijvennetwerk of een gezamenlijke warmte-koudeopslag. Het is de kunst om de verduurzamingsopgave gezamenlijk op te pakken.’ Bij die aanpak ligt allereerst de verantwoordelijkheid bij de operationele bedrijven zelf, zegt Rienstra, want zij verbruiken de energie. Wel kan ondersteuning vanuit de gemeente helpen, bijvoorbeeld met een duurzaam investeringsfonds. Ook kunnen bedrijven zich verenigen in een bedrijfsinvesteringszone (BIZ), om de samenwerking te formaliseren.

05-10-2020
Nieuws
Eerste stap gezet richting Maritime & Seafood Campus Urk
Eerste stap gezet richting Maritime & Seafood Campus Urk

Donderdag 12 februari 2026 zetten Provincie Flevoland en gemeente Urk samen met Firda, Horizon en 10 koploperbedrijven vanuit Urk Seafood en Urk Maritime, een belangrijke eerste stap richting de ontwikkeling van een Maritime & Seafood Campus Urk (MSCU). Met het ondertekenen van een intentieverklaring spreken de partners hun gezamenlijke ambitie en inzet uit om gezamenlijk de planfase vorm te geven. Gezamenlijk bouwen aan MSCU  Op basis van een haalbaarheidsonderzoek door Berenschot en de gesprekken met zowel seafood als maritieme bedrijven, zijn de kansen en mogelijkheden voor een campus verkend. Daaruit kwam naar voren dat een kennis-, innovatie- en opleidingscentrum op het gebied van maritiem en seafood de kansen lokaal en regionaal verder versterkt. Dit wordt door alle partijen onderschreven en daarom zetten ze gezamenlijk de schouders eronder om aan de slag te gaan. De ondertekening van deze intentieverklaring markeert meer dan een formele stap; het is het startpunt van een gezamenlijke beweging. De Maritime & Seafood Campus wordt een motor voor vernieuwing, duurzaamheid en groei. De gemeente Urk heeft hiervoor een kavel gereserveerd op het nieuwe bedrijventerrein Port of Urk.”Als regio pakken we de kansen die voor ons liggen en investeren we doelgericht in de toekomst van de maritieme en seafood sector. Samen zetten we koers naar een krachtige, toekomstbestendige campus”, aldus gedeputeerde Klopman. Van intentie naar uitvoering  De intentieverklaring markeert het begin van de planfase. In deze fase werken de partners samen aan: Concretisering van de campus: uitwerken van plan, programmering, scope, functies en businesscase Samenwerkingsprogramma’s: op duurzaamheid & innovatie en human capital & talentontwikkeling De ondertekening is een belangrijke eerste stap. De echte invulling – wie gaat wat doen, welke middelen zijn er nodig en hoe komen deze beschikbaar – volgt in de komende periode. Met deze stap geven de partners een duidelijk signaal: we gaan ervoor. Samen werken we aan een toekomstbestendige campus die als vliegwiel dient voor samenwerking, innovatie, talent, en groei in de maritieme en seafoodsector in Flevoland. “Een maritieme campus is de kweekvijver voor technische innovatie en maritiem talent in onze regio." aldus Meindert-Jan de Boer – Directeur De Boer Marine. Foto: ©Fotostudio-Wierd

12-02-2026
Nieuws
Keilekwartier verandert van haven in levendig woon-werkgebied met ruimte voor creatieve makers
Keilekwartier verandert van haven in levendig woon-werkgebied met ruimte voor creatieve makers

Het Keilekwartier in Rotterdam wordt een levendige wijk in Merwe-Vierhavens (M4H) met werkplaatsen voor creatieve makers, waar je ook kunt wonen. De ambitie is om er 1.200 tot 1.700 woningen te bouwen. De creatieve makers en ondernemers, die al in het Keilekwartier zitten, moeten genoeg ruimte houden om te blijven experimenteren. Er wordt ingezet op het delen van verschillende voorzieningen zoals één warmtesysteem voor iedereen, het hergebruiken van materialen en het delen van ruimtes binnen en buiten. Dit staat in het gebiedsambitiedocument voor het ‘Keilekwartier’ dat dinsdag 20 januari 2026 door het college van Rotterdam is vastgesteld.Wethouder Chantal Zeegers (Klimaat, Bouwen en Wonen): “Dankzij de unieke samenwerkingen met de zittende partijen in gebied, komt hier in het hele Merwe-Vierhavens een nieuw stuk stad bij met minimaal 3.000 woningen voor verschillende doelgroepen. Hier is echt sprake van samen stad maken.”Samenwerking met KeilecoöperatieHet gebied moet vooral zijn bijzondere karakter behouden. Daarom denken ondernemers uit het gebied met de gemeente Rotterdam mee over hoe het gebied verder wordt ontwikkeld. Dat doen ze onder de naam Keilecoöperatie. De eerste stap is het versterken van de samenwerking tussen de zittende ondernemers en de wensen voor betaalbare werkruimtes. De komende tien jaar worden er nog geen woningen gebouwd. De omstandigheden, zoals verkeer, geluid en geur, moeten eerst verbeterd worden. Als dat eerder lukt, dan start de bouw van de woningen ook eerder.Het MarconikwartierIn oktober 2025 werd het ambitiedocument van het Marconikwartier al vastgesteld. In het Marconikwartier komt een mix van woningen, werkplekken en andere voorzieningen, zoals scholen of horeca. Er komen circa 2300 woningen in het Marconikwartier waarvan er inmiddels 800 zijn gerealiseerd in de Lee Towers. De woningen zijn vooral bedoeld voor starters en kleine huishoudens. De gebouwen worden modern en duurzaam. Er komen ook kantoren voor bijvoorbeeld start-ups en techbedrijven. Het Marconikwartier wordt de meest levendige en stedelijke wijk van Merwe-Vierhavens (M4H). Je kunt hier straks wonen en werken met uitzicht op de haven. Door de ligging bij het ov-knooppunt Marconiplein, het autoluwe karakter en de goede routes voor fietsers en wandelaars is het gebied straks heel goed bereikbaar.Samenwerking met grondeigenarenOok bij de ontwikkeling van het Marconikwartier is samenwerking heel belangrijk. Veel grondeigenaren in het gebied werken al actief mee aan de plannen. Het ambitiedocument is samen met hen gemaakt. Zij werken nu samen met de gemeente aan het Masterplan. In dit plan worden de ambities verder uitgewerkt en is waarschijnlijk in 2027 klaar.Vervolg en planning M4HHet college heeft het gebiedsambitiedocument Keilekwartier voorgelegd aan de gemeenteraad en deze wordt samen met het eerder vastgestelde Marconikwartier in de commissie BWB besproken. Daarna wordt er verder gewerkt aan een Masterplan voor het Marconikwartier. Voor het Keilekwartier moet nog worden bepaald wat de volgende stap is. Terwijl de eerste stappen in het Marconikwartier en Keilekwartier gezet zijn, start de bouw van de eerste woningen naar verwachting eind 2026/begin 2027 in het deelgebied Merwehaven. Het vierde deelgebied, Galileipark, verandert in een gebied waar gewerkt, maar niet gewoond gaat worden.Over M4HHet Marconikwartier en Keilekwartier zijn onderdeel van M4H, een gebied zo groot als de binnenstad van Rotterdam. Havenbedrijf Rotterdam en Gemeente Rotterdam ontwikkelen samen het gebied tot een innovatief woon-werkmilieu, optimaal ingericht voor de innovatieve maakindustrie en met een mix van werken, wonen, cultuur, horeca, sport en onderwijs. Hier komen de komende decennia ongeveer 10.000 woningen bij.Meer wetenGebiedsambitiedocument Keilekwartier Gebiedsambitiedocument Marconikwartier Bijlage bij gebiedsambitiedocument Marconikwartier 

21-01-2026
Aanmelden nieuwsbrief