Wonen, werken, recreëren en verblijven raken meer en meer vervlochten met elkaar. Het versterkt de roep om multifunctionele gebouwen en om wijken waar gewoond én gewerkt wordt. ‘Maar dan moeten overheden en markt elkaar wel beter gaan verstaan’, zegt Nicole Maarsen, directeur vastgoedbeleggingen bij Syntrus Achmea Real Estate & Finance.

Op het BT Event op 29 oktober 2020 gaat Nicole Maarsen dieper in op haar visie op ‘de bedrijvige stad’.

Misverstanden uit de weg ruimen. Daar heeft Maarsen een dagtaak aan, meldt ze gekscherend. Want ja, daar zijn er in het samenspel tussen gemeenten en institutionele beleggers genoeg van. ‘Een hardnekkig misverstand is dat we weinig oog hebben voor de lange termijn, dat we ons niet verantwoordelijk voelen voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals de roep om meer groen en de uitvoering van het Klimaatakkoord.’

Dat laatste wil Maarsen gelijk maar uit de weg ruimen. Zo heeft Syntrus Achmea recent het ESG-beleid (environmental, social & governance) flink aangescherpt: in 2050 is de volledige vastgoedportefeuille klimaatneutraal. Maarsen wijst er verder op dat Syntrus Achmea namens zestig institutionele beleggers, merendeels pensioenfondsen, belegt in vastgoed en hypotheken. ‘Juist omdat het om pensioengeld gaat, geeft dat ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. We moeten zorgvuldig en soms risicomijdend zijn. Met een rendement van 3 procent kunnen wij ook tevreden zijn, zeker als we dat weten te combineren met maatschappelijk rendement.’

Het signaal dat Maarsen ermee wil afgeven: institutionele beleggers zijn niet gefixeerd op hoge winsten, maar geïnteresseerd in een stabiel rendement op de lange termijn. ‘In de vastgoedwereld krijgt iedereen stigma’s opgeplakt, het gaat er soms best opportunistisch aan toe. Om die reden is het nuttig om ook onze afwegingen en onze visie op de markt te delen.’

Mede om die reden deelt Maarsen op het BT Event op 29 oktober graag haar ervaringen over mixed-use vastgoed, in haar ogen een nieuwe beleggingscategorie. ´Voor ons is dit relatief nieuw, maar we zien dat het meer en meer een thema geworden is’, zegt Maarsen. Ze wijst onder meer op de druk die de afgelopen jaren op de stedelijke ruimte is ontstaan. ‘De woningnood – zeg maar gerust een crisis – is al ingewikkeld genoeg, zeker in combinatie met de veranderde vraag vanwege demografische ontwikkelingen als de vergrijzing en steeds meer eenpersoonshuishoudens. Dat alleen al vraagt om verandering van het woningbestand, terwijl ondertussen ook de energietransitie, mobiliteit en de overgang naar een circulaire economie om ruimte vragen. Dat veroorzaakt druk, zeker op de aantrekkelijke locaties in steden. Vanuit die achtergrond is de behoefte ontstaan aan mixed-use vastgoed, waar we meerdere functies in een gebouw combineren.’

Bredere visie

Het vraagt van Syntrus Achmea om een bredere visie op het functioneren van de stad. ‘We zijn als belegger heel erg bezig met die groene, leefbare en inclusieve stad. Vastgoed wordt gebruikt door particulieren of bedrijven. Die gebruikers moeten daar gelukkig zijn, er met plezier wonen of werken. Dat is voor ons het uitgangspunt, juist met het oog op stabiel rendement’, schetst Maarsen.

Functiemenging en -stapeling is gezien de maatschappelijke ontwikkelingen volgens haar dan ook een logische, maar spannende stap. ´Het is de kunst om de behoeften naar specifieke functies op de locaties goed te onderzoeken en te onderbouwen, met het oog op die maatschappelijke meerwaarde.’ Horeca of hotels combineren met werken, dat ligt misschien voor de hand. ‘Wat ik zelf een mooie gedachte vind, is de combinatie tussen appartementen voor senioren en onderwijs of kinderopvang onder één dak. Eenzaamheid onder ouderen is een onderschat maatschappelijk probleem. Uitzicht hebben op een plein met spelende kinderen, daar kijken alleenstaande ouderen graag naar. Kijken is voor hen ook al participeren.’

Voor de totstandkoming van mixed-use vastgoed acht ze het van het grootste belang dat overheden en markt elkaar beter gaan verstaan. Het mengen van stedelijke functies vraagt van beide partijen om nader te elkaar te komen, weet Maarsen. ‘Ik vind dat gemeenten nog vanuit het principe van de maakbare stad denken. Daarmee bedoel ik dat de blik vaak nog te eendimensionaal is. Men is van wonen, of maatschappelijke functies, of zorg … De stad kan zich alleen goed ontwikkelen als ook gemeenten de stedelijke ontwikkeling integraal benaderen. Het zou goed zijn om samen met markpartijen de prioriteiten te kiezen.’

Stringenter

Maarsen vindt bovendien dat binnen dat principe van de maakbare stad de nadruk ligt op de ruimtelijke ordening. ´Bestemmingsplannen worden alleen maar stringenter. Wij kijken er niet meer van op als het 5 tot 7 jaar duurt voordat herontwikkeling van kantoor of retail tot wonen of zorg mogelijk is. Dat zijn geen prettige vooruitzichten.’ De portefeuille van Syntrus Achmea bevat ook nog verouderde kantoorgebouwen uit de jaren zestig en zeventig, die momenteel in binnensteden leegstaan. ´Voor transformatie hebben we welwillende ambtenaren en politici nodig.’

In het mixed-use segment ziet Maarsen de nodige kansen voor wat zij de ‘werkwijk’ noemt. Dit zijn werkruimtes voor lichte bedrijvigheid en creatieve beroepen in een woonwijk. ‘We hebben thuiswerken als gevolg van COVID-19 meer en meer ontdekt, maar willen dat niet de hele week doen. Voor ontmoeting, voor creatieve sessies en voor vergaderen willen we elkaar opzoeken. Wonen, werken en recreëren komen steeds dichter bij elkaar te staan. Want ja, werken willen we combineren met ontspannen. Op den duur vind ik het zeker niet ondenkbaar dat door die ontwikkeling meerdere goed bereikbare stadscentra in één stad ontstaan.’

Gevraagd naar de uitdagingen om functiemenging serieus van de grond te krijgen, noemt Maarsen de businesscase en de risico’s. ‘Wonen en werken op wijkniveau gemengd met levendige stedelijkheid klinkt mooi, het kan een directe bijdrage leveren aan de doelstellingen van meer woningen en meer ruimte voor bedrijvigheid. Maar dat lukt alleen als er lef wordt getoond’, benadrukt ze.

Zij legt uit dat bij herontwikkeling op bedrijventerreinen het verdienvermogen van bijvoorbeeld woningen is in te zetten om verouderde panden in eigendom te krijgen voor transformatie. Op die manier kunnen beide opgaven in elkaar worden geschoven. ‘Maar dat vraagt om duidelijke keuzes, om flexibiliteit en om vertrouwen in elkaar.’ Ook de businesscase is uiteraard een belangrijk onderwerp. ‘Wij zien mixed-use als een nieuwe beleggingscategorie. Met de juiste structuur is het heel goed mogelijk om een goede businesscase op te tuigen. Functies mengen biedt kansen op diversificatievoordelen. Daarnaast zijn dit soort ontwikkelingen kansrijk met het oog op stedelijke kwaliteit op de lange termijn. Daar zijn wij institutionele beleggers ook mee gediend.’ Dat laatste is wat Maarsen voor zich ziet. ‘Alleen met integrale oplossingen kunnen we de huidige problemen het hoofd bieden.’

Over de geïnterviewde

Nicole Maarsen is sinds mei 2017 als directeur beleggingen werkzaam bij Syntrus Achmea Real Estate & Finance, financier, belegger en ontwikkelaar in vastgoed en hypotheken. In totaal beheert Syntrus Achmea in opdracht van ruim zestig pensioenfondsen en andere institutionele beleggers zoals verzekeraars en charitatieve instellingen, vastgoed ter waarde van zo’n 25 miljard euro.

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

17-05-2021
Bijeenkomst: Groene Gezonde Klimaatbestendige Bedrijventerreinen

Event

17-05-2021

Bijeenkomst: Groene Gezonde Klimaatbestendige Bedrijventerreinen

Gezocht: Gemeenten en bedrijventerreinen met ambitie voor klimaatadaptatie en vergroening

Op maandag 17 mei van 10.00 tot 11.15 uur wordt een digitale bijeenkomst georganiseerd over het programma "Werklandschappen van de toekomst: groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen". 

Een coalitie bestaande uit ministeries, provincies, onderwijsinstellingen en ondernemers is bezig met de aanvraag “Werklandschappen van de toekomst: groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen”, dat ingediend wordt bij het Nationaal Groeifonds. Het doel van het programma is om bedrijventerreinen grootschalig te vergroenen. 

De ruim 3.000 bedrijventerreinen in Nederland zijn essentieel voor de werkgelegenheid. Velen zijn echter niet toekomstbestendig: grijze, versteende gebieden met weinig groen en water. Bedrijventerreinen kunnen een stuk duurzamer, gezonder en aantrekkelijker. Het programma zal bijdragen aan biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezonde leefomgeving en vestigingsklimaat en er wordt een boost gegeven aan innovatie van de groene sector. 

Tijdens de bijeenkomst wordt toegelicht wat het programma inhoudt en hoe gemeenten en bedrijven kunnen aansluiten. We zoeken minimaal 10 combinaties van bedrijventerreinen en gemeenten die mee willen doen. Door deel te nemen maak je gebruik van de kennis, het netwerk en een financiële bijdrage van een nationaal programma, waarmee met een innovatieve en integrale vergroeningsaanpak het bedrijventerrein wordt omgevormd tot werklandschap van de toekomst.

Via deze link kunt u zich aanmelden en meer informatie lezen

Deze bijeenkomst wordt georganiseerd door IVN Natuureducatie, Stichting Steenbreek, Stadswerk en de Natuur en Milieufederaties.

Lees verder
card image

Nieuws

Woon-werkakkoord Werninkterrein Leiden

Nieuws

27-01-2021

Woon-werkakkoord Werninkterrein Leiden

Op woensdag 27 januari hebben de provincie Zuid-Holland en gemeente Leiden een Woon-Werkakkoord gesloten voor het Werninkterrein. Met dit akkoord hebben beide partijen afspraken gemaakt over onder andere het woningbouwprogramma en de manier van compensatie van het huidige bedrijventerrein.

De gemeente Leiden wil het Werninkterrein transformeren naar een woonwijk met ruimte voor werkgelegenheid. Met het Woon-werkakkoord wil de provincie Zuid-Holland bevorderen dat de woningbouw op het Werninkterrein in 2023 kan starten. In het akkoord zijn onder andere afspraken gemaakt over het woningbouwprogramma, de ontwikkeling van bedrijvigheid in de nieuwe woonwijk en de wijze van compenseren van de hectaren bedrijventerrein.

Gedeputeerde Anne Koning (Wonen en Ruimtelijke Ordening): “Blij dat we met dit akkoord goede afspraken hebben gemaakt over het Werninkterrein. Met een juiste menging van wonen en werken creëren we levendige gebieden waar mensen nu en in de toekomst prettig kunnen wonen en werken. Mooi ook dat de gemeenten Leiden en Katwijk gezamenlijk bekijken hoe de overige hectaren bedrijventerrein gecompenseerd kunnen worden.”

Ruimte voor wonen en werken

Het terrein van de voormalige betonfabriek Wernink is sinds 10 jaar niet meer in gebruik als watergebonden bedrijventerrein. Het terrein wordt getransformeerd naar een woon-werklocatie met 600 - 750 woningen. Wethouder Fleur Spijker (Duurzame Verstedelijking): “Dit is echt mooi. Het betekent dat we in een goed tempo door kunnen met het ontwikkelen van Wernink. We willen hier zo’n 600-750 woningen maken, waarvan 50% in het betaalbare segment. Daarnaast willen we in deze nieuwe buurt natuurlijk voorzieningen, werken en bedrijvigheid toevoegen. Eerder kregen we een subsidie van het Rijk om de bouw te versnellen. Het akkoord dat we nu hebben gesloten met de provincie, komt die versnelling ten goede.”

De vraag naar woningen is groot en tegelijkertijd is het behoud van voldoende bedrijven en banen belangrijk voor het functioneren van het stedelijk gebied voor de inwoners van Leiden en de Leidse regio. Bedrijvigheid en voorzieningen krijgen daarom ook een plek in de nieuwe woonwijk. Wethouder Yvonne van Delft (Economie): “In onze stad is ruimte schaars. Er is behoefte aan plekken om te wonen én om te werken. We werken er hard aan om voldoende ruimte te vinden voor bedrijven zowel in de stad als in de regio, zodat ondernemers kunnen blijven ondernemen en er voldoende banen in Leiden blijven. Met de ondertekening van dit akkoord wordt dat een beetje makkelijker. Ik ben blij dat we weer een stapje verder zijn in deze ingewikkelde puzzel.”

Gedeputeerde Willy de Zoete (Economie): “Zuid-Holland werkt hard aan het behoud van levendige steden met voldoende bedrijfsmogelijkheden voor ondernemers en huisvesting voor inwoners. Zoeken naar de beste plekken voor wonen en werken en het (her)gebruik van bedrijventerreinen is daarvan een belangrijk onderdeel. De toekomstige inrichting van het Werninkterrein is daarvan een voorbeeld.”

Compensatie

Omdat het Werninkterrein een andere bestemming krijgt, moeten de verloren gegane hectaren bedrijventerrein planologisch gecompenseerd te worden. Deze afspraken hebben de gemeenten in de Leidse regio vastgelegd in hun bedrijventerreinenstrategie uit oktober 2020. Daarin was ook de transformatie van Wernink naar een woon-werklocatie vastgelegd. Verder wordt voldoende ruimte voor bedrijvigheid centraal gesteld in het Convenant Ruimte voor Bedrijven dat in 2018 is opgesteld door de Leidse regio.

Wat betreft compensatie dienen 3,5 hectaren bedrijventerrein in de milieucategorie 3.1 planologisch gecompenseerd te worden. De gemeente Leiden wil hiervoor een bestuursovereenkomst met de gemeente Katwijk afsluiten. De watergebonden component moet gecompenseerd worden als uit de eerstvolgende behoefteraming bedrijventerreinen van de provincie Zuid-Holland blijkt dat er behoefte is aan dit type bedrijventerrein in de regio Holland Rijnland. Bij de beoordeling van het bestemmingsplan voor Wernink worden de afspraken in dit Woon-werkakkoord opgenomen.

De transformatie en herbestemming van Wernink worden uiteindelijk via een bestemmingsplanprocedure goedgekeurd door de gemeenteraad, waarbij de provincie Zuid-Holland de voorgestelde bestemmingswijziging zal toetsen aan de Omgevingsverordening.

Lees verder
card image

Nieuws

Privatisering Automotive Campus stap dichterbij

Nieuws

20-01-2021

Privatisering Automotive Campus stap dichterbij

De provincie Noord-Brabant en gemeente Helmond zetten een belangrijke stap richting de privatisering van de Automotive Campus. Samen met de 3e eigenaar van de campus, Bouwbedrijf Van de Ven B.V. en nieuwe partner Ramphastos Real Estate Investments.

Deze laatste 2 vormen de Ontwikkelcombinatie die mogelijk de nieuwe eigenaar wordt van de hele campus. De 4 partijen tekenen een intentieovereenkomst als 1e stap richting een overdracht. Daarvoor moeten nog een aantal zaken verder uitgewerkt worden onder meer over de samenwerking, toekomstvisie, de afspraken rond de verkoop van de gronden en financieringen.

Sterke Brainport-regio

De Automotive Campus is van groot belang voor de gemeente Helmond, de regio en de provincie Noord-Brabant. Een florerende campus versterkt de positie van de Brainport-regio en zet de regio krachtig op de kaart bij ruimtelijke, economische en mobiliteitsontwikkelingen. De campus heeft in de afgelopen jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt. En nu is het tijd voor de volgende stap.

Solide toekomst

De overheid heeft de afgelopen jaren samen met Bouwbedrijf van de Ven al volop geïnvesteerd in de opbouw van de Automotive Campus. De provincie en gemeente Helmond zijn van mening dat door verkoop aan een private partij de campus zich verder en vooral sneller en beter kan ontwikkelen. Verkoop aan Bouwbedrijf Van de Ven en Ramphastos Real Estate Investments, de partij achter onder andere de High Tech Campus in Eindhoven, biedt voor de campus een solide toekomst.

Topvestigingsklimaat en innovatiekracht

“De Automotive Campus in Helmond is een van de belangrijke werklocaties in Brabant. Het draagt bij aan een topvestigingsklimaat en aan de innovatiekracht van Brabantse bedrijven in de sector high tech automotive en smart mobility. Het is een omgeving waar de samenwerking binnen de triple helix (ondernemers, onderwijs en overheden) echt zichtbaar wordt gemaakt en waar veelbelovende start ups kunnen floreren zoals bijv. Lightyear. De stap naar een private eigenaar is belangrijk voor de volgende stap van de campus”, onderstreept gedeputeerde Erik Ronnes van Wonen en Ruimte het belang van de campus.

Wethouder van de Brug van Economie en Innovatie, Arbeidsmarkt en Financiën: “De doorontwikkeling van de Automotive Campus is belangrijk voor Helmond. Niet alleen voor de werkgelegenheid, maar ook voor de automotive industrie. Op de Automotive Campus bewijzen we immers iedere dag dat we in Helmond de makers van de toekomst zijn. Of het nu gaat om Altran, Dens of het al genoemde Lightyear. We laten met de voorgenomen verkoop niet alles los, maar blijven samen sturing geven aan de campus.”

Verkoop

Bij de verkoop willen de overheden de maatschappelijke waarden voor de toekomst zekerstellen. Daarom wordt er samen met de betrokken partijen een toekomstvisie opgesteld. Hierin wordt afgesproken welke stappen in de toekomst gezet worden om de belangrijke samenwerking tussen de overheid, het onderwijs en de arbeidsmarkt (triple helix) te behouden. De komende tijd wordt een aantal zaken verder uitgewerkt zoals een bodemonderzoek en juridische en fiscale afspraken. Naar verwachting wordt voor de zomer van 2021 de daadwerkelijke verkoop gesloten.

Lees verder