De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) luidt de noodklok over de teloorgang van de binnenstedelijke bedrijventerreinen. De afgelopen vijf jaar is 45 vierkante kilometer bedrijfsterrein herontwikkeld, voornamelijk voor woningbouw, en er dreigt nog veel meer te verdwijnen. Negen vragen aan SKBN-voorzitter Theo Föllings.

Is er een strijd gaande om de ruimte in de stad?

Föllings: ‘Ja, die strijd tussen de verschillende functies in de steden is al jaren gaande en wordt nu verder verhevigd door de toenemende politieke druk om woningbouwlocaties te realiseren. Volgens recent onderzoek van adviesbureau Gerlof Rienstra, in opdracht van SKBN, is de afgelopen vijf jaar 4.500 hectare binnenstedelijk bedrijventerreinen verdwenen. Het overgrote deel is gebruikt voor woningbouw. Want nieuwbouwlocaties in de groene wei, zoals vroeger met de Vinex-locaties, zijn niet beschikbaar omdat er onvoldoende politiek draagvlak is voor grote uitleglocaties en ook de centrale aansturing ontbreekt van het vroegere ministerie van VROM om dergelijke locaties te realiseren.’

‘En het dreigt nog erger te worden! Van de 27 locaties die minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken in haar brief van 10 september aan de Kamer noemt als impuls om 51.000 woningen te realiseren betreft het twaalf bestaande bedrijventerreinen. Voor deze eerste tranche van de woningimpuls is 290 miljoen uitgetrokken. Daar blijft het niet bij, want er is totaal 1 miljard euro beschikbaar voor de woningbouwimpuls. Er zullen dus nog honderden, zo niet duizenden hectare binnenstedelijk bedrijventerrein geruisloos verdwijnen de komende jaren als we niet oppassen.’

Mensen zullen toch ergens moeten wonen?

‘Natuurlijk, begrijpen we dat. We zien ook de enorme woningnood en begrijpen dat woningbouw ook een goede impuls aan nieuwe economische ontwikkeling kan geven. Maar zoals het nu gaat, wordt voor de korte termijn een oplossing gevonden en een veel groter probleem voor de lange termijn gecreëerd. Je zou bijvoorbeeld ook kunnen kiezen voor meer multifunctionaliteit van zo’n gebied: een mix van bijvoorbeeld werken, wonen en leisure en behoud van een aantal bedrijventerreinen. Kijk, dat een betoncentrale op een binnenstedelijk terrein beter uitgeplaatst kan worden naar een andere locatie is helder. Maar er is ook een heleboel bedrijvigheid zoals bijvoorbeeld mkb-metaalbedrijven, assemblage, groothandels en kleinere logistieke ondernemingen die goed samen kunnen gaan met een woonfunctie.’

Wat is eigenlijk het probleem als dergelijke bedrijven de stad uitgaan?

‘Met het bedrijfsleven verdwijnt ook de dynamiek. Je sluit een heel belangrijke functie uit die met name doorwerkt op de lange termijn. Ondernemers en ondernemingen zorgen namelijk voor werkgelegenheid dicht bij huis, innovatie , ontmoeting, inclusie en creativiteit. Vergeten wordt dat er tegenwoordig veel jonge talentvolle mensen, internationaal, hipsters, werken achter computerschermen op de bedrijventerreinen aan de randen van de oude stadscentra. Voor hen is dat juist een heel aantrekkelijke werkomgeving, óók om elkaar te ontmoeten. Hun bijdrage aan de stedelijke dynamiek is van grote betekenis. Dat alles gaat allemaal verloren als je de binnenstedelijke bedrijventerreinen eenzijdig opoffert aan woningbouw.’

‘Het is ook heel vervelend voor laaggeschoolden voor wie elke euro telt en die extra vervoerskosten moeten maken om op een locatie buiten de stad te komen. Dan heb ik het nog niet over de extra reistijd. Veel regionale bedrijventerreinen zijn immers niet goed bereikbaar met het OV.’

Is die 45 vierkante kilometer gecompenseerd door nieuwe bedrijventerreinen aan de rand of buiten de stad?

‘De totale hoeveelheid bedrijventerrein in Nederland is de afgelopen vijf jaar ongeveer gelijk gebleven. De oplossing is buiten de stad gevonden en soms hier en daar nog in de regio maar meestal buiten de regio. Het is de vraag of dat een goede oplossing is geweest in kwantiteit én in kwaliteit van het aanbod.’

‘Echter, als de herontwikkeling van binnenstedelijke bedrijventerreinen tot woningbouwlocaties in dit tempo doorzet dan komen we ook op de korte termijn echt in de problemen. Niet alleen door het verlies aan dynamiek in de stad, maar ook vanwege de vraag waar die bedrijven naar toe moeten.  Door de verdozingsdiscussie rond grote logistieke centra en het toenemende ruimtegebrek in dit kleine landje staat de planning van nieuwe regionale terreinen op een heel laag pitje.’

‘Een aantal bestaande bedrijventerreinen kan wel uitgebreid worden, maar dan houdt het eigenlijk wel op. Terwijl er wel grote behoefte is bij de logistiek bedrijven, industrie en groothandel aan ruimte. De leegstand is nagenoeg nihil op de bedrijventerreinen, de enige leegstand van betekenis zit in de kantoorachtige gebouwen.’

Wreekt zich ook hier het gebrek aan centrale sturing, dat sinds de opheffing van het ministerie van VROM is ontstaan?

‘Je moet inderdaad soms bovenregionale oplossingen kunnen kiezen, die verder gaan dan de provinciegrenzen. Als  Gelderland bijvoorbeeld een aantal locaties aanwijst voor de zogenoemde XXL-dozen, maar Zuid-Holland en andere provincies niet, dan is er nog steeds een probleem. Naar mijn idee is de wildgroei van dozen en de maatschappelijke discussie daarover ook mede ontstaan door gebrek aan centrale regie. Hoe schaarser de ruimte hoe meer behoefte er is aan sturing en een zorgvuldige weging van de belangen van de verschillende functies. In de steden zal dat vooral neerkomen om meer oog te hebben voor functiemenging en niet te kiezen voor gemakkelijke korte termijn oplossingen voor uitsluitend de woonfunctie.’

Ondertussen willen steeds meer logistieke operaties vanuit de regio ook weer deels naar de rand van de stad in verband met de sterke groei van e-commerce en last mile delivery. In de logistieke vastgoedwereld is er zelfs een hele hype over gaande. Gaan dergelijke logistieke bedrijven de industriële en semi-industriële ondernemingen niet verdringen aan de rand van steden?

‘Eerst even dit. Last mile is misschien nu nog een hype, maar het gaat er zeker echt van komen omdat e-commerce een onomkeerbare trend is die exponentieel toeneemt nu ook de babyboomers door corona het gemak van webwinkelen hebben ontdekt. Wat we nog steeds missen, zijn de centrale hubs aan de rand van de stad van waaruit de goederen gebundeld en emissieloos de stad ingaan. In Amsterdam zijn er twee centrale hubs in ontwikkeling, maar die zullen zich nog eerst moeten bewijzen. Verder is er een aantal stand alone last mile operaties van bijvoorbeeld diverse supermarktbedrijven zoals Jumbo en AH. Tot nu toe is Picnic er als enige in geslaagd om hier elektrisch vervoer aan te koppelen de stad in. Dat staat nog allemaal redelijk in de kinderschoenen, maar het gaat er aan komen’

‘Met deze ontwikkeling signaleren we inderdaad een toenemende druk vanuit de logistiek om zich aan de randen van steden te vestigen en dat gaat deels ten koste van de maakindustrie en assemblage. Maar waar begint het een en houdt het ander op? Je zult aan de rand van de stad steeds meer een mengvorm gaan zien van logistiek en productie, daar is trouwens al heel lang een mooie term voor: Value Added Logistics (VAL). Logistiek en productie zullen dus deels samenvloeien. Maar de strijd om de ruimte zal zich inderdaad ook wel degelijk gaan aftekenen binnen de bestaande bedrijventerreinen aan de stadsrand.’

En wie zal winnen?

‘Degene die de hoogste huur kan opbrengen of het meeste kan betalen voor een bedrijfspand. Want dat de huren en de prijzen voor dergelijke gebouwen de komende jaren steeds hard zullen gaan stijgen op de schaarse locaties aan de randen van steden is wel duidelijk. Tenzij we in een zware slepende economische recessie belanden vanwege corona, maar dan wordt alles anders. Extra reden in ieder geval om de enorme werkgelegenheid die bedrijventerreinen bieden te koesteren en niet te fnuiken met ondoordachte besluiten voor de korte termijn. Denk dus na! is mijn oproep aan bestuurlijk en ontwikkelend Nederland.’

Voeren jullie ook een politieke lobby of een lobby bij brancheorganisaties? Bij Bouwend Nederland zullen je geen willig oor vinden waarschijnlijk, want er valt voor bouwondernemers veel meer met woningbouw te verdienen. Maar hoe zit het met de werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB Nederland, de brancheverenigingen en de diverse ministeries?

‘De SKBN is een kennisalliantie. Wat we doen is de kennis die we hebben op tafel leggen bij de publieke maar ook private partijen. We hebben deze feiten al onder de aandacht gebracht bij de het ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat en ook bij brancheorganisaties. Daar gaan we ook mee door. De oplossingen moeten natuurlijk vanuit diezelfde politieke en private partijen komen. Een mooi voorbeeld van een dergelijke oplossing is Amsterdam waar met de beleidsnota Bedrijvenstrategie Amsterdam Duurzaam Productief, het probleem wordt onderkend en nadrukkelijk gezocht wordt naar functiemenging op (voormalige) bedrijventerreinen en als dat niet mogelijk is, hoe industriële bedrijven toch behouden kunnen blijven voor de stad.’

‘Bij VNO-NCW is nu ook het onderwerp bedrijventerreinen nadrukkelijk in beeld gekomen. Zo sprak voormalig voorzitter Hans de Boer zich in het webinar ‘De rol van toekomstbestendige bedrijventerreinen in het economisch herstel’, op 11 juni van dit jaar, volmondig uit over het enorme belang van bedrijventerreinen voor de Nederlandse werkgelegenheid.’

Waar speelt het ruimtevraagstuk het meest?

‘Het begon in de vier grote steden en daar is de situatie het meest zorgelijk. Maar het speelt in alle G-40 steden, zelfs ook in kleinere stadjes zoals bijvoorbeeld Hattem aan de noordrand van de Veluwe met 13.000 inwoners dat geen kant op kan omdat het helemaal omringd wordt door Natura 2000 natuurgebied. En daar hebben ze een hele mooie oplossing gevonden voor het creëren van woningen op een bedrijventerrein en tegelijkertijd het behouden van de werkgelegenheid voor de gemeente.’

Logistiek vecht om krappe ruimte in de stad

Dit is het tweede artikel in een reeks over logistiek en industrieel vastgoed in een stad waar de ruimte steeds schaarser wordt. De reeks is onderdeel van het thema Verstedelijking. Dat thema staat centraal in de Vastgoedmarkt van november.

Dit artikel is op 6 november verschenen in Vastgoedmarkt.

Theo Föllings

Voorzitter van SKBN en manager business development bij Oost NL


Theo Föllings
card image

Event

10-11-2021
BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Event

10-11-2021

BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Op woensdag 10 november organiseert SKBN samen met BT Magazine en ELBA\REC de 16e editie van het BT Event. Dit jaar zijn we op de locatie van de Brainport Industries Campus in Eindhoven. Onze gastheren zijn: Eindhoven Airport, Businesspark Flight Forum, Vliegbasis Eindhovengemeente Eindhoven en provincie Noord-Brabant.

De kracht van werklocaties

Stedelijke werklocaties zijn samen met de binnenstad de drijvende kracht van de stedelijke economie. Ze zorgen voor banen en de producten en diensten waar de moderne samenleving op draait. Steeds meer fungeren ze ook als draaischijven in de stadslogistiek, hub voor kennis en innovatie, broedplaats voor creatieve pioniers. Maar die stedelijke werklocaties staan onder druk vanwege de toenemende ruimtebehoefte van andere stedelijke functies, wonen voorop, en het beleid om overlast door verkeer, lawaai en geur te voorkomen. Tegelijkertijd spelen grote transities in bijvoorbeeld de energievoorziening en als gevolg van klimaatverandering.

Met het veranderende karakter van de economie en de logistiek, alsmede door nieuwe trends in hoe we werken, versneld door de coronacrisis, staan stedelijke werkgebieden zelf ook voor transformatieopgaven. De grote uitdaging is om bij de herprofilering in te spelen op genoemde trends en ambities, en zo een volwaardige nieuwe rol in het stedelijk weefsel te kunnen spelen.

Met ons congres "De kracht van werklocaties" willen we dat thema agenderen.

Doel

De deelnemers tonen wat er komt kijken bij het daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van stedelijke ambities door werklocaties. Hoe kun je her profileren en her ontwikkelen naar een gemengd kennis en innovatiedistrict, dat ook voldoet en bijdraagt aan de ambities voor verduurzaming, vergroening etc.

Aanmelden voor dit fysieke congres inclusief netwerkborrel is nu mogelijk!

Voor programma en tickets: www.btevent.nl.

Lees verder
card image

Nieuws

Bouw Innovatielab Connectr van start

Nieuws

14-07-2021

Bouw Innovatielab Connectr van start

De bouw van het Connectr Innovatielab op Industriepark Kleefse Waard (IPKW) is begonnen. Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland hebben groen licht gegeven voor een bijdrage van 5 miljoen euro. Eerder dit jaar droegen provincie Gelderland en de Gemeente Arnhem al bij aan de eerste activiteiten van het initiatief, dat is bedoeld om de energietransitie te versnellen.

Het Innovatielab van Connectr – Energy innovation wordt een aantrekkelijke plek, waar alle spelers in het energiecluster fysiek bijeenkomen om samen te werken en elkaars groei te versnellen. Ook de Kernorganisatie, bestaande uit HAN, IPKW, Kiemt, Oost NL en Stichting Connectr, en een deel van de Shared Facilities worden op deze plek geconcentreerd.

De financiële steun komt via het REACT-EU-programma, dat de concurrentiepositie van Oost-Nederland als toonaangevende en innovatieve Europese regio wil versterken. De bijdrage wordt vooral aangewend om onderwijs en startups te huisvesten. IPKW en parkeigenaar Schipper Bosch investeren daarnaast ruim tien miljoen euro in de realisatie van het lab.

De ultieme mix

Connectr ziet een meerwaarde in het huisvesten en faciliteren van een mix van startups, scale-ups, mkb, grootbedrijf, maatschappelijke organisaties, overheden en onderwijs. Op die manier wordt samenwerken bevorderd, kun je van elkaar leren en elkaar inspireren – precies de kracht die nodig is voor innovatie.

“Het bij elkaar brengen van onderwijs en bedrijfsleven is een succesfactor”, aldus Rob Verhofstad. Verhofstad is voorzitter van HAN University of Applied Sciences en is sinds kort tevens bestuurslid van Connectr. Binnen het te bouwen Innovatielab is volop plek voor de hybride leerwerkomgevingen van de HAN. “We zijn enorm blij dat er nu een belangrijk deel van het Connectr-plan wordt uitgevoerd. Met deze investering zorgen we dat er echt een ontmoetingsplaats en kraamkamer voor het energiecluster ontstaat.”

Voortvarend van start

Op IPKW is direct begonnen met de realisatie van een van de onderdelen van het Innovatielab: het Elaad Testlab, een Europese testfaciliteit voor elektrische laadinfrastructuur. Met die voortvarendheid laat Connectr de ambitie en gedrevenheid achter het project zien.

IPKW-directeur en Connectr-bestuurslid Kevin Rijke: “Het Innovatielab wordt een plek waar straks de nieuwste innovaties vandaan komen. Partijen gaan hier samenwerken en doorgroeien. Dat draagt ook weer bij aan onze ambitie om het meest duurzame bedrijventerrein van Nederland te zijn. Bovendien zitten we op deze manier nog dichter bij de bron van innovaties, waarmee we de energietransitie ook op het park en in andere projecten kunnen versnellen.”

Liane van der Veen, teammanager Energy bij Oost NL: "Als Oost NL feliciteren we IPKW met deze toekenning. Door deze faciliteit kunnen wij meer buitenlandse bedrijven interesseren in het vestigen in Oost-Nederland. Ook creëren we hiermee een brandpunt voor het testen en demonstreren van energie-innovaties waar veel bedrijven behoefte aan hebben. Resultaat: versnelling van de energietransitie, reductie van CO2-uitstoot en meer banen."

“Voor zover ik weet is Connectr het eerste platform rond new energy dat zo breed gedragen wordt”, vult Schipper Bosch-directeur Bart Schoonderbeek aan. “Het is echt het resultaat van waar we samen met de gemeente en andere partners lang en hard aan hebben gewerkt – een professionalisering, verbinding en versnelling van de duurzame initiatieven die al in deze regio plaatsvinden. Dit belangrijke moment luidt een nieuwe fase in, en we zijn enorm trots dat we daar met IPKW een rol in spelen.”

Lees verder
card image

Nieuws

Restwarmte Noord-Hollandse industrie kan hele provincie verwarmen

Nieuws

24-09-2021

Restwarmte Noord-Hollandse industrie kan hele provincie verwarmen

Met de restwarmte die de Noord-Hollandse industrie loost kunnen in potentie bijna 2 miljoen woningen worden verwarmd.

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft in opdracht van de provincie Noord-Holland onderzoek gedaan naar de hoeveelheid beschikbare restwarmte in de Noord-Hollandse industrie. Inzicht in de hoeveelheid restwarmte is een eerste stap om te zien of warmte die nu nog wordt geloosd, gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld het verwarmen van woningen.

Het onderzoek geeft een eerste indicatie van hoeveel warmte er in Noord-Holland nu nog via industriële schoorstenen de lucht in gaat en hoeveel warmte er via het koelwater op het oppervlaktewater wordt geloosd. Met deze gegevens kunnen gemeenten en warmtebedrijven hun plannen voor nuttig hergebruik van restwarmte verder vormgeven. 

Energietransitie

In het kader van de energietransitie moet de warmtevoorziening in de bebouwde omgeving worden verduurzaamd. Vanaf 2030 moet de helft van de woningen van het gas af zijn en dus op een andere manier verwarmd worden.

Edward Stigter, gedeputeerde Klimaat en Energie van de provincie Noord-Holland: “Restwarmte van de industrie kan daar absoluut aan bijdragen. Tegelijkertijd willen we de industrie zelf verduurzamen. Dit betekent dat er in de toekomst minder restwarmte overblijft. Maar er zal altijd energie nodig blijven bij industriële processen, en dus warmte overblijven die we elders kunnen inzetten. Dat is en blijft een win-win situatie voor inwoners én de industrie.” 

Klimaatambities

Bij het opwekken van schone energie zal ook restwarmte ontstaan. Zoals bijvoorbeeld in toekomstige fabrieken voor waterstof en bij de productie van synthetische brandstoffen. Ook datacenters zijn mogelijk bronnen van warmte voor een warmtenet. De industrie in het Noordzeekanaalgebied (NZKG) neemt deze ontwikkelingen mee in hun klimaatambities, beschreven in het Cluster Energie Strategie NZKG. 

Een compleet beeld

65 bedrijven in onder meer de energiesector, de chemische- en voedselindustrie, en afvalverwerkende bedrijven zijn meegenomen in het onderzoek. Deze bedrijven zijn verantwoordelijk voor meer dan 95 procent van de potentiële restwarmte. Hiermee zijn dus nagenoeg alle relevante industriële bedrijven in Noord-Holland in beeld. Of de warmte daadwerkelijk gebruikt kan worden voor verwarming van woningen is afhankelijk van onder meer de temperatuur en de afstand tot een warmtenet. 

Ophaalrecht

Op dit moment mag de industrie nog een bedrag vragen voor de warmte die een energiebedrijf komt ophalen. Maar hier komt in 2022 verandering in. Dan treedt de Wet Collectieve Warmtevoorziening in werking en moeten producenten restwarmte gratis beschikbaar stellen aan energiebedrijven. Daarmee stimuleert het wetsvoorstel het nuttig gebruik van restwarmte in de gebouwde omgeving.

Lees verder