Met de bouw van de windparken Hollandse Kust Noord, Zuid, West en IJmuiden Ver voor de kust van Noord-Holland komt een enorme stroom aan offshore activiteit naar de provincie.

Dit blijkt uit onderzoek (pdf, 5MB) door de havens van IJmuiden, Den Helder en Amsterdam dat is beoordeeld door TNO. 

“De drie Noord-Hollandse havens kiezen om dit nieuwe economische cluster ‘Wind op zee’ aan zich te binden. Voor de energietransitie is wind op zee nodig, dit heeft een potentieel van € 3 miljard aan bestedingen”, aldus Peter van de Meerakker, directeur Zeehaven IJmuiden. “De eerste investeringen in Noord-Holland zijn al zichtbaar. Voornamelijk vanwege de locatie kiezen veel bedrijven voor een onderhoud en installatiebasis in de Noord-Hollandse havens. De Noord-Hollandse havens bieden de kortste vaarafstand tot de windparken zowel voor als na 2030.” 

Samenwerking

De bouw van de offshore windparken gaat gepaard met drukte in de havens. De zeehavens van Amsterdam, IJmuiden en Den Helder werken nauw samen om de verwachte drukte op te vangen. Met de gecombineerde faciliteiten biedt Noord-Holland het hele pakket voor offshore activiteiten.  

Zita Pels, gedeputeerde financiën van de Provincie Noord-Holland: “Om een grote stap te maken van een fossiele naar een duurzame samenleving hebben we offshore wind hard nodig. Dit rapport laat zien dat dit samen gaat met enorme economische kansen en werkgelegenheid. Mede hierom, investeren wij als provincie dan ook in de nieuw aan te leggen Energiehaven en een sterke profilering van offshore wind.” 

Energiehaven

Om bedrijven uit het cluster ‘Wind op zee’ te accommoderen houden de havens ruimte gereserveerd. Zo heeft Amsterdam 35 hectare beschikbaar voor de productie van offshore wind onderdelen. Ook werken de havens van IJmuiden en Amsterdam samen aan de transformatie van een voormalig baggerdepot van het Rijk nabij IJmuiden. Een consortium bestaande uit Haven Amsterdam, Zeehaven IJmuiden, gemeente Velsen en Provincie Noord-Holland maken van deze 15 hectare een “Energiehaven” voor de installatie van de windparken op zee.  

Ook Port of Den Helder is klaar om de komende 30 jaar de operatie en het onderhoud van de winparken te faciliteren: “Jarenlange ervaring in olie- en gassector komt overeen met de vraag uit de offshore wind sector en er komen er locaties beschikbaar voor onderhoudsbases van de windparken” aldus Jacoba Bolderheij, CEO Port of Den Helder. De aandacht voor offshore wind sluit aan bij strategische doelstellingen van alle drie de havenbedrijven om regionaal een actieve rol te spelen in de nationaal ingezette energietransitie. 

Provincie Noord-Holland

Provincie Noord-Holland is sinds medio 2020 kennispartner van SKBN. Provincie Noord-Holland heeft het belang om de regionale economie te versterken, waarbij bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel vormen.

post@noord-holland.nl
023 - 514 31 43

Provincie Noord-Holland
card image

Event

10-11-2021
BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Event

10-11-2021

BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Op woensdag 10 november organiseert SKBN samen met BT Magazine en ELBA\REC de 16e editie van het BT Event. Dit jaar zijn we op de locatie van de Brainport Industries Campus in Eindhoven. Onze gastheren zijn: Eindhoven Airport, Flight Forum, gemeente Eindhoven en provincie Noord-Brabant.

De kracht van werklocaties

Stedelijke werklocaties zijn samen met de binnenstad de drijvende kracht van de stedelijke economie. Ze zorgen voor banen en de producten en diensten waar de moderne samenleving op draait. Steeds meer fungeren ze ook als draaischijven in de stadslogistiek, hub voor kennis en innovatie, broedplaats voor creatieve pioniers. Maar die stedelijke werklocaties staan onder druk vanwege de toenemende ruimtebehoefte van andere stedelijke functies, wonen voorop, en het beleid om overlast door verkeer, lawaai en geur te voorkomen. Tegelijkertijd spelen grote transities in bijvoorbeeld de energievoorziening en als gevolg van klimaatverandering.

Met het veranderende karakter van de economie en de logistiek, alsmede door nieuwe trends in hoe we werken, versneld door de coronacrisis, staan stedelijke werkgebieden zelf ook voor transformatieopgaven. De grote uitdaging is om bij de herprofilering in te spelen op genoemde trends en ambities, en zo een volwaardige nieuwe rol in het stedelijk weefsel te kunnen spelen.

Met ons congres "De kracht van werklocaties" willen we dat thema agenderen.

Doel

De deelnemers tonen wat er komt kijken bij het daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van stedelijke ambities door werklocaties. Hoe kun je her profileren en her ontwikkelen naar een gemengd kennis en innovatiedistrict, dat ook voldoet en bijdraagt aan de ambities voor verduurzaming, vergroening etc. Aanmelden voor dit fysieke congres inclusief netwerkborrel is binnenkort mogelijk!

Voor meer informatie kijk op www.btevent.nl.

Lees verder
card image

Achtergrond

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Achtergrond

08-06-2021

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Op alle overheidsniveaus zijn stevige circulaire ambities geformuleerd om in 2050 een economie zonder afval te hebben. Vooral op lokaal niveau wordt steeds meer verwacht van het beter en anders benutten van grondstoffenstromen op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Het blijft vooralsnog bij mooie woorden. Gemeenten hebben amper slagkracht, blijkt uit verkennend onderzoek.

Door Julian van der Zanden en Cees-Jan Pen. Dit artikel verscheen eerder in vakblad ROm, het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren. 

Een circulair bedrijventerrein is kortgezegd een bedrijventerrein waar wordt ingezet op materiaalreductie, duurzaamheid en het circuleren van materialen. Het gaat nadrukkelijk om meer dan werken met zonnecollectoren op daken en de plaatsing van windmolens.

Wat betreft circulariteit is er op bedrijventerreinen veel winst te behalen. Bedrijven zijn ruimtelijk geclusterd en ze produceren, consumeren en transporteren daar veel grondstoffen. Bij de ontwikkeling en aanleg van nieuwe terreinen gelden dan ook hoge circulaire ambities. Tegelijkertijd constateren we onder meer bij de selectie voor de jaarlijkse Circular Design Award dat concrete resultaten nog maar weinig te vinden zijn. En toch worden steeds meer nieuwe terreinen in de markt gezet als circulair terrein.

Actuele voorbeelden zijn de ontwikkeling van Wijkevoort in Tilburg en Heesch-West in Bernheze, waar hoge circulaire ambities worden gesteld en waar sprake is van veel omgevingsprotest vanuit omwonenden. In beide gemeenten draait dit naast de ingreep in het open landschap om respectievelijk het plaatsen van windmolens en de angst voor de voortgaande verdozing van Tilburg-Noord.

De vraag is dus wat deze papieren ambities in de werkelijkheid voor de (vastgoed)ontwikkeling op bedrijventerreinen betekenen. Het verkennend onderzoek ging daarom dieper in op de hoofdvraag: ‘Hoe kan de (vastgoed)ontwikkeling van een nieuw circulair bedrijventerrein worden gerealiseerd?’.

Van woorden naar daden

De aankomende jaren zal er geen nieuw circulair bedrijventerrein worden gebouwd dat honderd procent circulair is. Streven is dat een gemeente een bedrijventerrein realiseert dat zo circulair mogelijk is.

Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter

Op basis van deskresearch blijkt dat gemeenten meestal gebruikmaken van drie instrumenten om de circulaire ambities voor nieuwe bedrijventerreinen te realiseren, namelijk een checklist, of prestatie- en procesinstrumenten. Het PBL  concludeert in de integrale circulaire economie dat voor versnelling van de transitie naar een circulaire economie, intensivering van beleid nodig is en meer dwingende maatregelen nodig zijn om te komen tot een volgende fase van de transitie. Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter.

Benchmarkonderzoek van Stec uit 2020 onder negentig gemeenten geeft een weinig hoopvol beeld. Negentig procent van de gemeenten weet niet welke bedrijven circulair actief zijn en tachtig procent van de gemeenten heeft helemaal geen visie of beleid voor de circulaire transitie op bedrijventerreinen.

De praktijk is vaak weerbarstiger. Gemeenten mogen niet zomaar extra circulaire eisen stellen boven op het Bouwbesluit. In de praktijk is nog weinig bekend of een gemeente door allerlei circulaire eisen niet zorgt voor té hoge eisen.

Sommige gemeenten kiezen om die reden voor een pragmatische aanpak. Ze stellen geen eisen, maar spreken over circulaire ‘wensen’. In regio’s als rond Schiphol met een grote vraag naar bedrijventerreinen, is de ervaring dat deze wensen toch wel worden ingewilligd door de markt.

Het onderzoek laat zien dat gemeenten na de gronduitgifte van nieuwe bedrijfskavels nog een aantal instrumenten hebben om circulariteit op een bedrijventerrein te bewerkstelligen. Ten eerste kan de gemeente het gehele terrein verkopen aan één grote verhuurder zoals het geval is bij de Schiphol Airport Development Corporation (SADC), die toeziet op circulaire huurders. Ten tweede door de grond in erfpacht uit te geven waarbij extra regels worden opgenomen in de erfpachtregels. Ten derde door een circulair kwaliteitsplan in de bestemmingsplanregels op te nemen. Deze laatste optie is alleen mogelijk wanneer het bedrijventerrein wordt ontwikkeld onder de Crisis- en herstelwet.

Gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen hangt af van het gevoerde grondbeleid

Bij erfpacht kan de ondernemer de financiële ruimte die hij uitspaart door de grond niet te hoever verwerven, inzetten voor een hogere mate van circulariteit. Uit het onderzoek blijkt dat de gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen afhangt van het gevoerde grondbeleid. Zo heeft een gemeente bij actief grondbeleid de meeste instrumenten om de circulaire ambities waar te maken en bij faciliterend grondbeleid de minste. Bij actief grondgebruik is een gemeente actief betrokken bij het proces en bij een faciliterend grondbeleid faciliteert de gemeente slechts.

Vrijblijvendheid en geen deling leermomenten

De ervaringen in de praktijk zijn tot dusver zwaar teleurstellend. Opvallend is dat er nog maar weinig overzicht is van de aanpak op circulaire bedrijventerreinen. Er wordt ook weinig geleerd van elkaars succes- en faalfactoren, laat staan dat er zicht is op het waarmaken van circulaire ambities. De bevindingen van de deskresearch sluiten aan op de kritische uitkomsten van de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van 21 januari van dit jaar.

Verschillende grondstoffentrends gaan niet de goede kant op, zo laat PBL zien. Alhoewel de efficiëntie in het gebruik van grondstoffen is toegenomen, blijkt het totale grondstoffengebruik sinds 2010 nauwelijks veranderd. Voor de Nederlandse consumptie is in de productieketens wereldwijd steeds meer land nodig. Kortom, het beleid is te vrijblijvend en oogt te veel als een ‘laat duizend bloemen bloeien’- aanpak. Het PBL adviseert dat er meer ‘dwang en drang’ nodig is in het circulaire-economiebeleid.

Uit de deskresearch naar best practices destilleren we de volgende stappen die ambitieuze gemeenten kunnen zetten om meer circulariteit op nieuwe bedrijventerreinen te realiseren.

  • Stap 1) Vraaganalyse Tijdens stap 1 wordt de ladder van duurzame verstedelijking doorlopen en dus gekeken hoe hoog de marktvraag werkelijk is. 
  • Stap 2) Kansenanalyse De tweede stap kijkt naar de kwaliteit en kansen van het gebied. Deze kunnen geïnventariseerd worden door gebruik te maken van de MRE-benadering of het uitvoeren van een SWOT-analyse. 
  • Stap 3) Concretiseren gemeentelijke circulaire ambitie Dankzij deze eerste twee analyses – marktvraaganalyse en kansenanalyse – kan een gemeente bij stap 3 een scherpe circulaire ambitie opstellen. In de praktijk kiest een gemeente er veelal voor om een ambitie op te stellen die niet aansluit op wat bedrijven beweegt. Dit leidt veelal tot irreële ambities. Advies is: ‘Gemeenten, luister naar de marktvraag, combineer die met de kansen van het gebied en stel zo een haalbare ambitie op.’
  • Stap 4) Haalbaarheidsanalyse Bij stap 4 wordt gekeken naar de haalbaarheid van de gestelde circulaire ambitie mede in relatie tot de eisen vanuit het Bouwbesluit en het inzetten van de drie eerdergenoemde categorieën: 1. checklists, 2. prestatie-instrumenten en 3. procesinstrumenten.
  • Stap 5) Keuze grondbeleid en bijbehorende instrumentatie Als laatste maakt de gemeente een keuze tussen het type grondbeleid dat zij wil gebruiken. Hierbij moet zij in ogenschouw nemen dat de bijbehorende instrumentaria aansluit bij hetgeen de gemeente wil: de ambitie.

We zien in de praktijk van de best practices dat een gemeente met een dergelijk stappenplan een steviger basis legt voor circulariteit bij bedrijven. Samenwerking is daarbij de sleutel. De lokale overheid moet hoe dan ook de dialoog aangaan met ondernemers die bij de vraaganalyse naar boven komen. Zij moeten het immers doen en zij moeten in het circulariteitsverhaal geloven.

Uitgifteplan en -team voor Heesch-West

Een gezamenlijke ambitie van de gemeenten Oss, ’s-Hertogenbosch en Bernheze heeft ertoe geleid, dat zij het duurzaamste bedrijventerrein gaan ontwikkelen. In de eerste fase is er vijftig hectare grond beschikbaar. Bij meer animo zal er dertig hectare bijkomen.

De gemeenten gebruiken een aantal instrumenten om de ambities te realiseren. Zo is een circulair kwaliteitsplan opgesteld met aandacht voor onder meer duurzaamheid, stedenbouwkunde en klimaatadaptie. In het bestemmingsplan zijn specifieke voorschriften opgenomen voor circulariteit en duurzame energie. Een uitgifteplan en uitgifteteam moeten ervoor zorgen dat de ambities van de gemeenten werkelijkheid worden. Het uitgifteteam houdt in samenwerking met de bedrijven in de gaten of de circulaire eisen, opgesteld in het uitgifteplan, ook daadwerkelijk worden behaald.

Naast deze vier instrumenten, zijn er twee andere instrumenten aan toegevoegd. Zo is een parkmanagement bedacht. Bedrijven moeten lid zijn om naar het bedrijventerrein te kunnen gaan en daar hun ideeën over circulariteit te delen. Daarnaast blijkt dat het bedrijventerrein afgelegen is, waardoor er op het bedrijventerrein onvoldoende gasafsluitingen zijn. De gemeenten gaan geen gas aanleggen, maar bedrijven moeten denken over een all-electric oplossing. Ook hebben de gemeenten besloten om één vuilwateraansluiting aan te leggen, omdat ze het onnodig watergebruik tegen willen gaan en bedrijven het inzicht willen geven om zelf met oplossingen voor het vuilwaterprobleem te komen.

Circulair met actief grondbeleid op Wijkevoort

Gemeente Tilburg heeft de ambitie om van Wijkevoort een duurzaam, energieneutraal terrein te maken. Het gebied bevat 88 hectaren aan grond. In de eerste fase is 44 hectare grond beschikbaar.

In een ‘ontwikkelleidraad’ zijn de duurzame eisen beschreven, die vervolgens aan het bestemmingsplan zijn gekoppeld. In het bestemmingsplan komen strenge vestigingseisen voor het economisch concept als de ruimtelijke invulling van gebouwen en perceel. Zo heeft de gemeente een actief grondbeleid omdat zij voorheen 75 procent van de grond in handen had. Dat percentage is inmiddels naar circa 80 procent gegroeid. Het tekenen of uitgeven van kavels doet de gemeente niet, maar ze gaat wel met de bedrijven in gesprek om het ‘afhaakrisico’ te verminderen. Dit zorgt ervoor dat er maar een gedeelte van de kaders is opgesteld. De gemeente biedt bedrijven de gelegenheid om zelf aan die kaders te voldoen, in plaats van druk op te leggen.

Bedrijven moeten zich bij de gemeente aanmelden om daar de wensen en ambitie kenbaar te maken. Nadat de thema’s met de gemeente besproken zijn, zal een adviescommissie naar de aanvragen kijken, die zij vervolgens bij het college afgeeft. Zij geeft het besluit of een bedrijf op het bedrijventerrein mag komen. Bij een positief besluit treedt de gemeente met de partij in onderhandeling. In dat gesprek komen onderwerpen als hoeveelheid grond, prijs en locatie aan bod. Als het bedrijf de besproken duurzaamheidseisen omzet in een ruimtelijk concept, en daar een akkoord op is, is het bedrijf een toegelaten partij op Wijkevoort.

Julian van der Zanden heeft dit artikel geschreven op basis van zijn afstudeeronderzoek naar best practices bij het lectoraat De Ondernemende Regio (julian.vanderzanden@outlook.com). Cees-Jan Pen is lector aldaar. 

Lees verder
card image

Nieuws

Dronten haalt energie uit parkeren

Nieuws

14-04-2021

Dronten haalt energie uit parkeren

Wethouder Van Amerongen van gemeente Dronten, gedeputeerde De Reus van provincie Flevoland en Erwin van Gemert van Eneco gaven vandaag groen licht voor het EFRO-project PowerParking (EFRO: Europees Fonds Regionale Ontwikkeling). Parkeren onder de 1.100 zonnepanelen op het parkeerterrein achter het gemeentehuis van Dronten zorgt voor slimme integratie van hernieuwbare energieopwekking, elektrisch laden en energieopslag. 

“Duurzaamheid is een belangrijk speerpunt van onze gemeente. Ik ben er dan ook extra trots op dat we dit prachtige duurzame en innovatieve project hier in Dronten hebben neergezet, als eerste in een reeks van solarparken in combinatie met een energieneutraal gemeentehuis”, aldus wethouder Van Amerongen portefeuillehouder voor duurzaamheid.

Gedeputeerde De Reus: “PowerParking draagt bij aan de integratie van duurzame energie en duurzame mobiliteit. Voor dit innovatietraject hebben ondernemers, kennisorganisaties en publieke partijen samen letterlijk en figuurlijk ruimte gemaakt. Van deze pilot kunnen alle betrokken partijen veel leren over het opzetten van dergelijke parkeerterreinen, in Flevoland en daarbuiten. Door een extra EFRO-subsidie krijgen we nu de kans om ook bij MAC3PARK in Lelystad en Almere te testen.” 

Slim en duurzaam

Naast de zonnepanelen op het dak van het gemeentehuis en de solar-carports op de parkeerplaatsen zijn dankzij PowerParking ook een batterij (voor opslag/buffering) en openbare laadpalen gerealiseerd. Met als doel om hernieuwbare energieopwekking, elektrisch laden en energieopslag slim te integreren zodat het duurzaam gerenoveerde gemeentehuis energieneutraal wordt en elektrische auto’s kunnen laden op zonne-energie. Hiermee slaan we vier duurzame vliegen in één klap: 

  1. bijdrage aan aandeel hernieuwbare energieopwekking,
  2. tegengaan van overbelasting van het energienetwerk,
  3. duurzaam driedubbel grondgebruik met parkeren, opwekken en laden, 
  4. en een stimulans van elektrische mobiliteit. 

De laadinfrastructuur is zowel voor openbaar laden als voor de elektrische voertuigen van de gemeente zelf. Naast de parkeerplaats is ook een deel van het loop- en fietspad bij het gemeentehuis overkapt.

Innovatief in energietransitie

In het EFRO-project PowerParking werken verschillende partners met elkaar samen: provincie Flevoland, gemeente Dronten, TU Delft, Eneco, Lelystad Airport, Lelystad Airport Businesspark, Alfen en Pontis Engineering. Zij zijn het erover eens dat dit slimme en flexibele energiesysteem op een innovatieve manier bijdraagt aan de energietransitie. Het EFRO-project wordt gefinancierd vanuit het Kansen voor West II-programma, met cofinanciering van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, provincie Flevoland en alle partners.

Samen leren van duurzaam parkeren

TU Delft monitort de resultaten van de pilot bij het gemeentehuis Dronten. Parallel voert zij een test uit met bidirectioneel laden op The Green Village op TU Delft Campus. In dit fieldlab voor duurzame innovaties in de gebouwde omgeving worden bij deze test de accu’s van elektrische auto’s gebruikt voor energieopslag. Eneco heeft samen met andere innovatieve ondernemers hard gewerkt om het systeem van carports met zonne-energie betaalbaarder te maken en om laadfaciliteiten en energieopslag te integreren in het concept Eneco ZonnigLaden. Dit is een duurzame carport voor het opwekken van en slim laden met zonnestroom. Het is een oplossing waarmee bedrijven en organisaties op een relatief simpele manier grote stappen kunnen zetten in hun duurzaamheidsambities. Als onderdeel van het systeem levert Alfen de laadinfrastructuur. De slimme Alfen-laadstations zijn ontworpen om vier auto’s tegelijk te laden, laadsnelheden te maximaliseren en het energiegebruik te optimaliseren. Zo wordt efficiënt omgegaan met de beschikbare ruimte en energie.

Twee extra locaties

Een aanvullende subsidie maakt het PowerParking-concept op twee extra parkeerterreinen mogelijk bij MAC3PARK in Lelystad en Almere. Hierdoor worden nog ruim 180 parkeerplaatsen overkapt met zonnepanelen en worden 24 extra laadpunten geïnstalleerd. Dit levert extra waardevolle leerpunten op voor de uitrol, omdat het locaties zijn met andere bezoekers- en laadprofielen. Het doel is om hierna het PowerParking-concept zonder EFRO-subsidie uit te breiden naar andere parkeerterreinen. 

Marian Mulder, directeur MAC3PARK sinds begin 2020, is zeer verheugd: “De eigenaar, Meine Breemhaar, kon gelukkig ook direct instemmen met mijn verzoek om mee te werken aan deze unieke kans. Mijn visie is dat MAC3PARK voor haar huurders een duurzame omgeving gaat creëren, zodat zij zich kunnen bezighouden met ondernemen. Deze twee PowerParking-locaties zijn een enorme stap in de goede richting én passen helemaal in onze plannen om een circulaire hub in Lelystad te openen.”

Foto's: Fotostudio Wierd

Lees verder