De provincie Noord-Brabant en gemeente Helmond zetten een belangrijke stap richting de privatisering van de Automotive Campus. Samen met de 3e eigenaar van de campus, Bouwbedrijf Van de Ven B.V. en nieuwe partner Ramphastos Real Estate Investments.

Deze laatste 2 vormen de Ontwikkelcombinatie die mogelijk de nieuwe eigenaar wordt van de hele campus. De 4 partijen tekenen een intentieovereenkomst als 1e stap richting een overdracht. Daarvoor moeten nog een aantal zaken verder uitgewerkt worden onder meer over de samenwerking, toekomstvisie, de afspraken rond de verkoop van de gronden en financieringen.

Sterke Brainport-regio

De Automotive Campus is van groot belang voor de gemeente Helmond, de regio en de provincie Noord-Brabant. Een florerende campus versterkt de positie van de Brainport-regio en zet de regio krachtig op de kaart bij ruimtelijke, economische en mobiliteitsontwikkelingen. De campus heeft in de afgelopen jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt. En nu is het tijd voor de volgende stap.

Solide toekomst

De overheid heeft de afgelopen jaren samen met Bouwbedrijf van de Ven al volop geïnvesteerd in de opbouw van de Automotive Campus. De provincie en gemeente Helmond zijn van mening dat door verkoop aan een private partij de campus zich verder en vooral sneller en beter kan ontwikkelen. Verkoop aan Bouwbedrijf Van de Ven en Ramphastos Real Estate Investments, de partij achter onder andere de High Tech Campus in Eindhoven, biedt voor de campus een solide toekomst.

Topvestigingsklimaat en innovatiekracht

“De Automotive Campus in Helmond is een van de belangrijke werklocaties in Brabant. Het draagt bij aan een topvestigingsklimaat en aan de innovatiekracht van Brabantse bedrijven in de sector high tech automotive en smart mobility. Het is een omgeving waar de samenwerking binnen de triple helix (ondernemers, onderwijs en overheden) echt zichtbaar wordt gemaakt en waar veelbelovende start ups kunnen floreren zoals bijv. Lightyear. De stap naar een private eigenaar is belangrijk voor de volgende stap van de campus”, onderstreept gedeputeerde Erik Ronnes van Wonen en Ruimte het belang van de campus.

Wethouder van de Brug van Economie en Innovatie, Arbeidsmarkt en Financiën: “De doorontwikkeling van de Automotive Campus is belangrijk voor Helmond. Niet alleen voor de werkgelegenheid, maar ook voor de automotive industrie. Op de Automotive Campus bewijzen we immers iedere dag dat we in Helmond de makers van de toekomst zijn. Of het nu gaat om Altran, Dens of het al genoemde Lightyear. We laten met de voorgenomen verkoop niet alles los, maar blijven samen sturing geven aan de campus.”

Verkoop

Bij de verkoop willen de overheden de maatschappelijke waarden voor de toekomst zekerstellen. Daarom wordt er samen met de betrokken partijen een toekomstvisie opgesteld. Hierin wordt afgesproken welke stappen in de toekomst gezet worden om de belangrijke samenwerking tussen de overheid, het onderwijs en de arbeidsmarkt (triple helix) te behouden. De komende tijd wordt een aantal zaken verder uitgewerkt zoals een bodemonderzoek en juridische en fiscale afspraken. Naar verwachting wordt voor de zomer van 2021 de daadwerkelijke verkoop gesloten.

Provincie Noord-Brabant

Provincie Noord-Brabant is sinds 2017 kennispartner van SKBN. Provincie Noord-Brabant heeft het belang om de regionale economie te versterken, waarbij bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel vormen.


073 - 681 28 12

Provincie Noord-Brabant
card image

Event

22-06-2021
Studiereis 2021 - Bijdragen aan maatschappelijke waardecreatie door bedrijventerreinen

Event

22-06-2021

Studiereis 2021 - Bijdragen aan maatschappelijke waardecreatie door bedrijventerreinen

Dit jaar organiseren we de studiereis in de vorm van een digitale excursie. De digitale studiereis met het thema ‘Bijdragen aan maatschappelijke waard-creatie door bedrijventerreinen’ is op 22 juni van 10.00 – 11.30 uur.

 

U kunt zich via deze link aanmelden

 

Datum en tijd: 22 juni 10.00 – 11.30 uur digitale excursie
Locatie: online, u ontvangt een dag van tevoren een link naar de live-stream in uw mailbox

Jaarlijks organiseert de SKBN een rondje langs de velden bij verschillende bedrijventerreinen om zo een kijkje in de keuken te krijgen van wat er speelt in de praktijk bij Nederlandse bedrijventerreinen. Door de beperkingen rondom corona is het niet verstandig om op dit moment bedrijventerreinen te bezoeken. Wel willen gemeenten, overheden, bedrijven, professionals en parkmanagers inspiratie opdoen en leren van elkaar. We hebben een nieuw concept uitgewerkt waardoor we jullie online mee kunnen nemen op excursie langs drie verschillende bedrijventerreinen.

Waar naar toe?

We bezoeken drie heel verschillende bedrijventerreinen: Plug-in City op Strijp S in Eindhoven, businesspark Waarderpolder in Haarlem en Laarberg in Groenlo. Ieder terrein heeft te maken met eigen kansen en uitdagingen, maar ze zijn allemaal bezig met de vraag: Hoe maak je een bedrijventerrein toekomstbestendig en hoe draag je als bedrijventerrein bij aan de maatschappij?

Onze gasten

Naast de excursie voeren we verdiepende gesprekken over relevante SKBN thema’s, zoals energietransitie, circulariteit en groen-blauw. Aan tafel zitten onder andere Theo Föllings (Oost NL), Joost Okkema (directeur van Laarberg), Stan Verstraete (projectleider Verduurzaming van businesspark de Waarderpolder), Reinoud Fleurke (SADC), Paul van Dijk (Akro Consult) en Freya Macke (Arcadis).
 
U kunt die gesprekken via een live-stream volgen én tegelijkertijd een bijdrage leveren via een chatfunctie. Zo blijft de excursie interactief vanuit uw luie stoel.

Reist u met ons mee?

 

Klik hier om u aan te melden

 

Heeft u vragen of opmerkingen? Mail dan naar i.leeninga@skbn.nu of zoe@skbn.nu

Lees verder
card image

Achtergrond

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Achtergrond

08-06-2021

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Op alle overheidsniveaus zijn stevige circulaire ambities geformuleerd om in 2050 een economie zonder afval te hebben. Vooral op lokaal niveau wordt steeds meer verwacht van het beter en anders benutten van grondstoffenstromen op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Het blijft vooralsnog bij mooie woorden. Gemeenten hebben amper slagkracht, blijkt uit verkennend onderzoek.

Door Julian van der Zanden en Cees-Jan Pen. Dit artikel verscheen eerder in vakblad ROm, het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren. 

Een circulair bedrijventerrein is kortgezegd een bedrijventerrein waar wordt ingezet op materiaalreductie, duurzaamheid en het circuleren van materialen. Het gaat nadrukkelijk om meer dan werken met zonnecollectoren op daken en de plaatsing van windmolens.

Wat betreft circulariteit is er op bedrijventerreinen veel winst te behalen. Bedrijven zijn ruimtelijk geclusterd en ze produceren, consumeren en transporteren daar veel grondstoffen. Bij de ontwikkeling en aanleg van nieuwe terreinen gelden dan ook hoge circulaire ambities. Tegelijkertijd constateren we onder meer bij de selectie voor de jaarlijkse Circular Design Award dat concrete resultaten nog maar weinig te vinden zijn. En toch worden steeds meer nieuwe terreinen in de markt gezet als circulair terrein.

Actuele voorbeelden zijn de ontwikkeling van Wijkevoort in Tilburg en Heesch-West in Bernheze, waar hoge circulaire ambities worden gesteld en waar sprake is van veel omgevingsprotest vanuit omwonenden. In beide gemeenten draait dit naast de ingreep in het open landschap om respectievelijk het plaatsen van windmolens en de angst voor de voortgaande verdozing van Tilburg-Noord.

De vraag is dus wat deze papieren ambities in de werkelijkheid voor de (vastgoed)ontwikkeling op bedrijventerreinen betekenen. Het verkennend onderzoek ging daarom dieper in op de hoofdvraag: ‘Hoe kan de (vastgoed)ontwikkeling van een nieuw circulair bedrijventerrein worden gerealiseerd?’.

Van woorden naar daden

De aankomende jaren zal er geen nieuw circulair bedrijventerrein worden gebouwd dat honderd procent circulair is. Streven is dat een gemeente een bedrijventerrein realiseert dat zo circulair mogelijk is.

Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter

Op basis van deskresearch blijkt dat gemeenten meestal gebruikmaken van drie instrumenten om de circulaire ambities voor nieuwe bedrijventerreinen te realiseren, namelijk een checklist, of prestatie- en procesinstrumenten. Het PBL  concludeert in de integrale circulaire economie dat voor versnelling van de transitie naar een circulaire economie, intensivering van beleid nodig is en meer dwingende maatregelen nodig zijn om te komen tot een volgende fase van de transitie. Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter.

Benchmarkonderzoek van Stec uit 2020 onder negentig gemeenten geeft een weinig hoopvol beeld. Negentig procent van de gemeenten weet niet welke bedrijven circulair actief zijn en tachtig procent van de gemeenten heeft helemaal geen visie of beleid voor de circulaire transitie op bedrijventerreinen.

De praktijk is vaak weerbarstiger. Gemeenten mogen niet zomaar extra circulaire eisen stellen boven op het Bouwbesluit. In de praktijk is nog weinig bekend of een gemeente door allerlei circulaire eisen niet zorgt voor té hoge eisen.

Sommige gemeenten kiezen om die reden voor een pragmatische aanpak. Ze stellen geen eisen, maar spreken over circulaire ‘wensen’. In regio’s als rond Schiphol met een grote vraag naar bedrijventerreinen, is de ervaring dat deze wensen toch wel worden ingewilligd door de markt.

Het onderzoek laat zien dat gemeenten na de gronduitgifte van nieuwe bedrijfskavels nog een aantal instrumenten hebben om circulariteit op een bedrijventerrein te bewerkstelligen. Ten eerste kan de gemeente het gehele terrein verkopen aan één grote verhuurder zoals het geval is bij de Schiphol Airport Development Corporation (SADC), die toeziet op circulaire huurders. Ten tweede door de grond in erfpacht uit te geven waarbij extra regels worden opgenomen in de erfpachtregels. Ten derde door een circulair kwaliteitsplan in de bestemmingsplanregels op te nemen. Deze laatste optie is alleen mogelijk wanneer het bedrijventerrein wordt ontwikkeld onder de Crisis- en herstelwet.

Gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen hangt af van het gevoerde grondbeleid

Bij erfpacht kan de ondernemer de financiële ruimte die hij uitspaart door de grond niet te hoever verwerven, inzetten voor een hogere mate van circulariteit. Uit het onderzoek blijkt dat de gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen afhangt van het gevoerde grondbeleid. Zo heeft een gemeente bij actief grondbeleid de meeste instrumenten om de circulaire ambities waar te maken en bij faciliterend grondbeleid de minste. Bij actief grondgebruik is een gemeente actief betrokken bij het proces en bij een faciliterend grondbeleid faciliteert de gemeente slechts.

Vrijblijvendheid en geen deling leermomenten

De ervaringen in de praktijk zijn tot dusver zwaar teleurstellend. Opvallend is dat er nog maar weinig overzicht is van de aanpak op circulaire bedrijventerreinen. Er wordt ook weinig geleerd van elkaars succes- en faalfactoren, laat staan dat er zicht is op het waarmaken van circulaire ambities. De bevindingen van de deskresearch sluiten aan op de kritische uitkomsten van de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van 21 januari van dit jaar.

Verschillende grondstoffentrends gaan niet de goede kant op, zo laat PBL zien. Alhoewel de efficiëntie in het gebruik van grondstoffen is toegenomen, blijkt het totale grondstoffengebruik sinds 2010 nauwelijks veranderd. Voor de Nederlandse consumptie is in de productieketens wereldwijd steeds meer land nodig. Kortom, het beleid is te vrijblijvend en oogt te veel als een ‘laat duizend bloemen bloeien’- aanpak. Het PBL adviseert dat er meer ‘dwang en drang’ nodig is in het circulaire-economiebeleid.

Uit de deskresearch naar best practices destilleren we de volgende stappen die ambitieuze gemeenten kunnen zetten om meer circulariteit op nieuwe bedrijventerreinen te realiseren.

  • Stap 1) Vraaganalyse Tijdens stap 1 wordt de ladder van duurzame verstedelijking doorlopen en dus gekeken hoe hoog de marktvraag werkelijk is. 
  • Stap 2) Kansenanalyse De tweede stap kijkt naar de kwaliteit en kansen van het gebied. Deze kunnen geïnventariseerd worden door gebruik te maken van de MRE-benadering of het uitvoeren van een SWOT-analyse. 
  • Stap 3) Concretiseren gemeentelijke circulaire ambitie Dankzij deze eerste twee analyses – marktvraaganalyse en kansenanalyse – kan een gemeente bij stap 3 een scherpe circulaire ambitie opstellen. In de praktijk kiest een gemeente er veelal voor om een ambitie op te stellen die niet aansluit op wat bedrijven beweegt. Dit leidt veelal tot irreële ambities. Advies is: ‘Gemeenten, luister naar de marktvraag, combineer die met de kansen van het gebied en stel zo een haalbare ambitie op.’
  • Stap 4) Haalbaarheidsanalyse Bij stap 4 wordt gekeken naar de haalbaarheid van de gestelde circulaire ambitie mede in relatie tot de eisen vanuit het Bouwbesluit en het inzetten van de drie eerdergenoemde categorieën: 1. checklists, 2. prestatie-instrumenten en 3. procesinstrumenten.
  • Stap 5) Keuze grondbeleid en bijbehorende instrumentatie Als laatste maakt de gemeente een keuze tussen het type grondbeleid dat zij wil gebruiken. Hierbij moet zij in ogenschouw nemen dat de bijbehorende instrumentaria aansluit bij hetgeen de gemeente wil: de ambitie.

We zien in de praktijk van de best practices dat een gemeente met een dergelijk stappenplan een steviger basis legt voor circulariteit bij bedrijven. Samenwerking is daarbij de sleutel. De lokale overheid moet hoe dan ook de dialoog aangaan met ondernemers die bij de vraaganalyse naar boven komen. Zij moeten het immers doen en zij moeten in het circulariteitsverhaal geloven.

Uitgifteplan en -team voor Heesch-West

Een gezamenlijke ambitie van de gemeenten Oss, ’s-Hertogenbosch en Bernheze heeft ertoe geleid, dat zij het duurzaamste bedrijventerrein gaan ontwikkelen. In de eerste fase is er vijftig hectare grond beschikbaar. Bij meer animo zal er dertig hectare bijkomen.

De gemeenten gebruiken een aantal instrumenten om de ambities te realiseren. Zo is een circulair kwaliteitsplan opgesteld met aandacht voor onder meer duurzaamheid, stedenbouwkunde en klimaatadaptie. In het bestemmingsplan zijn specifieke voorschriften opgenomen voor circulariteit en duurzame energie. Een uitgifteplan en uitgifteteam moeten ervoor zorgen dat de ambities van de gemeenten werkelijkheid worden. Het uitgifteteam houdt in samenwerking met de bedrijven in de gaten of de circulaire eisen, opgesteld in het uitgifteplan, ook daadwerkelijk worden behaald.

Naast deze vier instrumenten, zijn er twee andere instrumenten aan toegevoegd. Zo is een parkmanagement bedacht. Bedrijven moeten lid zijn om naar het bedrijventerrein te kunnen gaan en daar hun ideeën over circulariteit te delen. Daarnaast blijkt dat het bedrijventerrein afgelegen is, waardoor er op het bedrijventerrein onvoldoende gasafsluitingen zijn. De gemeenten gaan geen gas aanleggen, maar bedrijven moeten denken over een all-electric oplossing. Ook hebben de gemeenten besloten om één vuilwateraansluiting aan te leggen, omdat ze het onnodig watergebruik tegen willen gaan en bedrijven het inzicht willen geven om zelf met oplossingen voor het vuilwaterprobleem te komen.

Circulair met actief grondbeleid op Wijkevoort

Gemeente Tilburg heeft de ambitie om van Wijkevoort een duurzaam, energieneutraal terrein te maken. Het gebied bevat 88 hectaren aan grond. In de eerste fase is 44 hectare grond beschikbaar.

In een ‘ontwikkelleidraad’ zijn de duurzame eisen beschreven, die vervolgens aan het bestemmingsplan zijn gekoppeld. In het bestemmingsplan komen strenge vestigingseisen voor het economisch concept als de ruimtelijke invulling van gebouwen en perceel. Zo heeft de gemeente een actief grondbeleid omdat zij voorheen 75 procent van de grond in handen had. Dat percentage is inmiddels naar circa 80 procent gegroeid. Het tekenen of uitgeven van kavels doet de gemeente niet, maar ze gaat wel met de bedrijven in gesprek om het ‘afhaakrisico’ te verminderen. Dit zorgt ervoor dat er maar een gedeelte van de kaders is opgesteld. De gemeente biedt bedrijven de gelegenheid om zelf aan die kaders te voldoen, in plaats van druk op te leggen.

Bedrijven moeten zich bij de gemeente aanmelden om daar de wensen en ambitie kenbaar te maken. Nadat de thema’s met de gemeente besproken zijn, zal een adviescommissie naar de aanvragen kijken, die zij vervolgens bij het college afgeeft. Zij geeft het besluit of een bedrijf op het bedrijventerrein mag komen. Bij een positief besluit treedt de gemeente met de partij in onderhandeling. In dat gesprek komen onderwerpen als hoeveelheid grond, prijs en locatie aan bod. Als het bedrijf de besproken duurzaamheidseisen omzet in een ruimtelijk concept, en daar een akkoord op is, is het bedrijf een toegelaten partij op Wijkevoort.

Julian van der Zanden heeft dit artikel geschreven op basis van zijn afstudeeronderzoek naar best practices bij het lectoraat De Ondernemende Regio (julian.vanderzanden@outlook.com). Cees-Jan Pen is lector aldaar. 

Lees verder
card image

Nieuws

Coöperatie 7-LL koopt eerste kavel op Bedrijvenpark Zevenellen

Nieuws

03-02-2021

Coöperatie 7-LL koopt eerste kavel op Bedrijvenpark Zevenellen

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) heeft aan zes varkenshouders uit de gemeenten Leudal en Nederweert een kavel verkocht met een oppervlakte van circa 13.500 m2. De zes agrariërs hebben samen de Coöperatie 7-LL U.A. opgericht. De Coöperatie bouwt een mestverwerkende installatie op Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen in Haelen, gemeente Leudal. Zij zijn de eerste vestigers op het in ontwikkeling zijnde bedrijvenpark.

In december 2020 is de akte notarieel verleden. Zodra alle vergunningen onherroepelijk zijn, starten de bouwwerkzaamheden. De opslag van de varkensmest vindt plaats in silo’s. De installatie op Zevenellen behelst een hal van circa twintig bij vijftig meter waarbinnen de mest, in een geheel gesloten systeem, wordt gescheiden in een dikke en een dunne fractie. Daarna volgt verwerking tot onder andere mestkorrels als bodemverbeteraar. Met het plan is een investering van 3,5 miljoen euro gemoeid en verschaft directe werkgelegenheid aan circa 10 personen.

Over Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen

Directeur van OML, Hans Coppus, zegt hierover het volgende: “Bedrijvenpark Zevenellen biedt volop kansen voor nieuwe initiatieven. Daarbij zetten we vooral in op duurzaamheid en circulariteit. Waar bedrijf X bij het productieproces restwarmte overhoudt, kan bedrijf Y dit weer gebruiken om bijvoorbeeld het eindproduct te volvaardigen. Met inachtname van deze voorwaarden, creëren wij een duurzaam en multifunctioneel bedrijvenpark met goede economische ontwikkelingen voor de regio Midden-Limburg.” 

Hans Corsten, woordvoerder van de Coöperatie 7-LL, vult aan: “De leden van de Coöperatie zijn van het besef doordrongen dat een overstap naar een meer duurzaam kringloopsysteem uitsluitend gezamenlijk kan. De markt vraagt naar biobased (hernieuwbaarheid), cruciaal voor de succesvolle ontwikkeling van duurzame producten. De op Zevenellen beoogde ketenbenadering maakt het mogelijk om met de groep Midden-Limburgse ondernemers en andere ondernemers op Zevenellen aan een gezamenlijke uitdaging te werken. Eenieder werkt aan zijn eigen businesscase en gezamenlijk werken we aan de ontwikkeling van een duurzaam kringloopsysteem. ” 

Over OML

OML draagt bij aan de economische ontwikkeling van de regio Midden-Limburg en doet dit in samenwerking met gelieerde partijen, bedrijfsleven en overheden. OML heeft de volgende kerntaken: ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen, locatie- en gebiedsontwikkeling alsmede advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken. OML heeft percelen te koop op de bedrijventerreinen: Businesspark Midden-Limburg in Echt, Windmolenbos en Zevenellen in Haelen, De Schroof, De Hanze, Boven de Wolfskuil, De Grinderij en Oosttangent in Roermond.

Lees verder