Er is een stroomcrisis in Nederland. Er is voldoende elektriciteit beschikbaar, maar door een beperkte transportcapaciteit zijn er lokale tekorten. Naast het maatschappelijke probleem dat deze tekorten met zich meebrengen, krijgt ook de energietransitie een grote klap. Deze loopt vertraging op in aanloop naar de klimaatdoelstellingen in 2050.

Liander, het nutsbedrijf dat het midden- en laagspanningselektriciteitsnet in Nederland voor een groot deel beheert, brengt in kaart in welke regio’s er sprake is van een beperkte transportcapaciteit. Significante delen van Noord-Holland, Friesland, Flevoland en Gelderland staan op code rood. Vooral in Noord-Holland, Flevoland en Friesland zijn er problemen met de transportcapaciteit. Het gaat niet alleen om buitengebieden, maar ook juist om stedelijke gebieden zoals Hoofddorp-Schiphol en Nijmegen, waar nieuwe ontwikkelingen tot stilstand komen.

Code rood betekent dat er onvoldoende transportcapaciteit is voor zakelijke grootverbruikaansluitingen (meer dan 3x80 ampère). Dat betekent dat in deze gebieden door een beperkte transportcapaciteit elektriciteit niet of nauwelijks van naar A naar B komt. De reden: te weinig onderstations en te weinig kabels om de stroom naar locatie te brengen. Zakelijke grootverbruikaansluitingen zijn nodig voor bedrijventerreinen, laadstations voor elektrische auto’s, voor het spoornetwerk, en voor bijvoorbeeld liften in een verzorgingstehuis.

Jarenlang wachten op capaciteit

‘Wij maken ons zorgen over het toenemend gebrek aan transportcapaciteit in Nederland. Doordat de basis niet op orde is, zit er zowel een rem op de ontwikkeling van woningen, als op de vestiging, groei en uitbreiding van bedrijven’, zegt Reinoud Fleurke, bestuurslid van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN). ‘Code rood betekent simpelweg dat je als ondernemer jarenlang moet wachten, totdat er weer stroomcapaciteit beschikbaar is. In de tussentijd moet je het zelf maar uitzoeken. Deze problemen met basisvoorzieningen komen nog eens bovenop de coronacrisis, waar veel bedrijven al onder te lijden hebben. Daarnaast stokt de energietransitie hierdoor ook. Juist bedrijventerreinen spelen een belangrijke rol in deze transitie door de mogelijkheden voor besparen, en het lokaal opwekken van energie met zonnepanelen. Wanneer een gebied echter op code rood is gezet, gaat ook door die verduurzaming jarenlang een streep.’

Bronnen melden dat (nieuwe) bedrijven wel aansluiting krijgen van Liander, maar niet kunnen gebruikmaken van de benodigde stroom. De transportcapaciteit ligt op nul kilowatt. Voor de economische ontwikkeling in deze rode gebieden is dat funest.

Datacenters niet de enige veroorzaker

Er wordt vaak gewezen naar datacenters als belangrijkste oorzaak achter overbelasting van het net, maar een blik op de code-roodkaart van Nederland leert dat dit onterecht is. Overbelasting van het net speelt door heel Nederland, ook in gebieden waar geen datacenters zijn. Vooral voor de energietransitie is het een grote klap. Deze loopt vertraging op in aanloop naar de klimaatdoelstellingen in 2050. De grote druk op het net komt onder meer door de glastuinbouw, energietransitie, laadinfrastructuur voor auto’s, datacenters, het upgraden van het spoornetwerk en het gasloos maken van wijken. Aardgasvrije wijken verbruiken veel meer stroom dan aanvankelijk voorspeld.

Het is niet vanzelfsprekend dat het probleem tijdig wordt opgelost. Omdat Liander onder toezicht staat van de Autoriteit Consument & Markt kan het niet zomaar investeren in nieuwe onderstations en kabels. Ook het aanvragen van vergunningen neemt tijd in beslag. Naar verluidt duurt het tussen de zeven en negen jaar om een investering te realiseren.

Praktijkvoorbeeld: Haarlemmermeer

Een voorbeeld van een nijpende stroomsitutatie vinden we in het gebied Haarlemmermeer. Economisch gezien was dit de afgelopen jaren een van de sterkste regio’s van Nederland, door de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Sinds 2015 wordt gezocht naar een locatie voor een nieuw transformatorstation in Hoofddorp, de hoofdplaats van de gemeente Haarlemmermeer. Liander gaf onlangs aan dat een locatie is gevonden, maar het duurt dan nog tot zeker 2025 voordat het station gebruiksklaar is. De facto duurt het dus tien jaar voordat een station er staat. Inmiddels is er ook al behoefte aan een tweede station om de economische groei aan te kunnen.

De netwerkbedrijven proberen momenteel met noodoplossingen de levering van elektriciteit gaande te houden. Bijvoorbeeld met de uitbreiding van omliggende elektriciteitsstations, zoals in De Liede. Genoeg is het echter niet. Sinds oktober 2020 kan Liander nieuwe bedrijven in Hoofddorp, Schiphol-Rijk en Rijsenhout niet meer aansluiten.

'Geen stroomcrisis'

Liander erkent dat er problemen zijn met de transportcapaciteit, maar wil niet spreken van een stroomcrisis. ‘We staan voor een uitdaging van grote omvang, die vraagt om intensieve samenwerking met gemeenten, provincies en andere partners binnen en buiten de energiesector’, aldus woordvoerder Marloes de Vink.

‘Wij lossen de komende jaren veel knelpunten op door het net fors uit te breiden. Maar we voorzien ook dat er nieuwe knelpunten blijven komen. We werken met maatschappelijk geld, dus we moeten goed nadenken over wat we waar investeren. Daarnaast duren vergunningstrajecten voor nieuwe onderstations jaren en is de fysieke ruimte schaars. Meer technisch personeel zou het proces ook versnellen, daar is nu een groot tekort aan.’

‘Het is een puzzel hoe we dit gaan oplossen’, gaat ze verder. ‘Maar we zitten aan tafel met veel partijen. Wat voor investeringen zijn er nodig? Wat is de wens van de gemeente? Dat zijn gesprekken die nu worden gevoerd. Door het energiesysteem zo optimaal mogelijk te gebruiken, houden we de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk.’

Balans tussen zonne- en windenergie

Een betere balans in het opwekken van zonne- en windenergie is belangrijk bij het plannen van de te ontwikkelen elektriciteitsinfrastructuur. Nu ligt de focus volgens De Vink nog te veel op zonne-energie. ‘We zien een verhouding van tachtig procent zon en twintig procent wind in 2030. Dat heeft stevige impact op de toekomstplannen. Dat komt omdat een windmolen vaker en relatief meer energie produceert: het waait vaker dan dat de zon schijnt.’

‘Een mix tussen zon en wind is ideaal, want zon en wind pieken zelden gelijktijdig. Bij heel veel zon is er weinig wind en andersom. Om het energiesysteem zo optimaal mogelijk te gebruiken, is een optimale zon-wind mix van 50-50 van groot belang. Niet alleen houden we de maatschappelijke kosten dan zo laag mogelijk, het kost ook nog eens minder ruimteopslag en het is sneller realiseerbaar.’

De consument merkt volgens Liander momenteel niet zoveel van de beperkte transportcapaciteit: ‘Sommige consumenten ervaren spanningsproblemen met zonnepanelen. Grote bedrijventerreinen waar veel ontwikkelingen zijn stagneren nu misschien wel. In Nijmegen-Noord bijvoorbeeld moeten sommige bedrijven tot 2023 wachten, tot er een nieuw station gerealiseerd is.’

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Nieuws

'Pak verdozing aan met multifunctionele, onzichtbare gebouwen’

Nieuws

19-04-2022

'Pak verdozing aan met multifunctionele, onzichtbare gebouwen’

De logistieke sector is aan zet om een antwoord te formuleren op de kritiek dat grote distributiecentra te veel ruimte vragen. En dat antwoord is er al, zeggen Stec Groep en DENC na onderzoek: maak de gebouwen ‘onzichtbaar’, pas die landschappelijk beter in en zorg voor functiestapeling. Daarbij is volgens de onderzoekers ook een grote rol weggelegd voor overheden. Die moeten veel meer sturen. 

‘Ruimtenood, schaarste en de klimaatopgave dwingen tot een duurzaam gebouwontwerp en inpassing in het landschap. Functiestapeling en -menging worden op dit moment zowel op gebouw- als gebiedsniveau nog maar beperkt toegepast bij distributiecentra en logistieke bedrijventerreinen’, zegt Joost van Gilse, directeur bij architecten- en ingenieursbureau DENC. Hij verwacht door betere overheidssturing mooiere en betere panden. Dat kan ook een antwoord zijn op toenemende ‘Nimby’-sentimenten: omwonenden die in opstand komen tegen de bouw van nieuwe logistieke centra.  

Directeur Wim Eringfeld van Stec Groep zegt dat een betere overheidssturing kan zorgen voor het oplossen van meerdere vraagstukken. ‘In Nederland moeten we miljoen woningen bouwen, staan we voor een energietransitie en werken we toe naar een circulaire economie. Tegelijkertijd willen we ook recreëren en genieten van ons landschap.’ Dat roept vragen op. ‘Waar willen we wel ruimte geven aan nieuwe ontwikkelingen en waar zeker niet? Hoe zorgen we voor maximale meerwaarde voor onze regionale economie? En hoe kunnen we ambities stapelen?’ 

De helft meer logistiek vastgoed nodig tot 2040

Stec Groep berekende dat tot 2040 er ongeveer 12 tot 22 miljoen vierkante meters logistiek vastgoed bijkomt. Op dit moment staat er zo’n 43 miljoen aan vierkante meters. De logistieke sector in Nederland groeit snel: tien procent van het huidige totaaloppervlak werd vorig jaar gerealiseerd. Veel meters worden toegevoegd aan locaties buiten de primaire hotspots in Noord-Brabant en Limburg. Door ruimtegebrek wijken logistieke bedrijven uit naar onder meer Flevoland, Gelderland, Overijssel en Zuid-Holland. Die provincies moeten rekening houden met een veel grotere ruimtevraag. 

Overheden moeten daarom snel werk maken van functiestapeling en –menging van gebouwen, gebieden en kavels, vindt Van Gilse. ‘Een voorbeeld van functiestapeling is parkeren op het dak. Dit levert een ruimtebesparing tot 10 procent op. Functiemenging, bijvoorbeeld het toevoegen van extra functies op het dak zoals sportvelden, (stads)landbouw en/of MKB, levert nog veel meer ruimtewinst op. Het mooiste is dat we beoordelen dat de businesscases hiervoor in de huidige markt al haalbaar zijn, zonder noemenswaardig functionaliteitsverlies van de logistiek op de begane grond.’ 

‘Denk conceptueler over bedrijventerreinen’

Op gebiedsniveau roepen beide bureaus op om conceptueler te denken, menging mogelijk te maken en te ‘ontkokeren’. ‘Twee derde van alle bedrijven in Nederland is mengbaar met wonen’, stelt Eringfeld vast door eigen onderzoek. Van Gilse vult aan: ‘Logistieke panden zijn qua omvang breed en diep genoeg om een afscheiding tussen wonen en werken te realiseren en daarmee om functiemenging mogelijk te maken.’ Dat kan lucratief zijn, zegt Van Gilse.  

En er is veel mogelijk door conceptueel te denken. Zo kunnen stromen voor aan- en afvoer van goederen best gedeeld worden door meerdere bedrijven. Dat spaart ruimte. ‘Een geheel of gedeeltelijk tweede maaiveld biedt bovendien ruimte voor groei van andere functies. Bijvoorbeeld in gebieden met veel ruimtedruk en een ‘strijd’ om die schaarse ruimte. Door mkb, recreatie of (stads)landbouw op het dak wordt het ruimtegebruik op forse wijze geïntensiveerd.’  

Door aan de rand van het bedrijventerrein een talud over het dak te maken, kan het groene landschap doorlopen in het bedrijventerrein. Op kavelniveau geeft Van Gilse het voorbeeld van het dakpark in Rotterdam. ‘Waarom maken we van een (logistiek) bedrijventerrein niet kwalitatief hoogwaardig landschap?’  

Breed draagvlak bij vastgoedontwikkelaars, beleggers en overheden

Het rapport van ruimtelijk economisch adviesbureau Stec Groep en architecten- en ingenieursbureau DENC werd vorige week gepresenteerd op het congres ‘Verdozing, maatschappelijke druk op logistiek: wie pakt de handschoen op?’. Volgens de opstellers was er een breed draagvlak voor de inspiratie- en oplossingsrichtingen bij de sector logistiek, de vastgoedontwikkelaars en –beleggers en de overheid.  

Volgens Stec Groep en DENC roept het College Rijksadviseurs op tot een stop op nieuwe bedrijventerreinen om de marktdruk op te voeren. Daardoor zou de ruimte op bestaande bedrijventerreinen beter worden benut. Eringfeld ziet daar wel wat in. 'De overheid zal schaarste moeten creëren. Zonder marktdruk is verdichting moeilijk te realiseren.’ 

 

Foto: DENC | Het distributiecentrum van Wehkamp: meerlaags en transparant

Lees verder