Een jaar na het uitbreken van de coronacrisis zijn de effecten van het thuiswerken voor de kantorenmarkt zichtbaar. De belangrijkste trends op een rij.

De coronacrisis zet spanning op de Nederlandse gebruikersmarkt voor kantoren. Verhuizen is zo’n beetje het laatste waar bedrijven zich in 2020 mee bezig hielden. Nadenken over hun toekomstige ruimtebehoefte deden ze des te meer. Een half jaar geleden gaven deskundigen in Vastgoedmarkt hun visie op de toekomst van het thuiswerken. Nu, een jaar na het uitbreken van de coronacrisis, rijst de vraag: wat zijn de waarneembare effecten?

Eerste klap is raak

Voor de Nederlandse kantorenmarkt was de eerste tik niet mis. Dynamis meldt over 2020 een opnamedaling van 41 procent op jaarbasis in de regio’s waar de aangesloten regionale makelaars actief zijn. Gebruikers huurden of kochten vorig jaar nog maar 879.700 m2 kantoorruimte. Voor de volledigheid moet daar wel bij worden vermeld dat relatief veel kantoorruimte in het voorgaande jaar een andere gebruiker had gekregen: 2019 was wat dat betreft een topjaar. In 2020 kregen vooral de kantoorgebruikersmarkten van grote steden rake klappen.

Een andere graadmeter is kantorenwalhalla Amsterdam. Internationaal vastgoedadviseur Savills drukt zich voorzichtig uit wanneer het over onze hoofdstad gaat. Maar toch: in vergelijking met andere grote Europese steden brengt Amsterdam het er niet zo goed vanaf. ‘De effectieve netto huren van Europese kantoren zijn in de afgelopen zes maanden slechts met gemiddeld 2 procent gedaald. Amsterdam heeft te maken met een grotere daling dan gemiddeld, namelijk 5 procent’, aldus Savills.

Bedrijven leveren ruimte in

Een groeiend aantal grote bedrijven verwacht minder vierkante meters kantoorruimte af te nemen. Jacco Vogelaar heeft dat van dichtbij ervaren. Vogelaar is directeur van Dynamis-partner BMV Makelaars. Namens Rijsterborgh Vastgoed, eigenaar van kantoorgebouw Rijnpoort, zat hij onlangs tegenover Vitens aan de onderhandelingstafel. Het waterbedrijf had in 2013 nog bijgetekend voor 7.000 m2 in een kantoorgebouw op IJsseloord in dezelfde stad. Zeven jaar later zocht Vitens nieuwe huisvesting.

‘We merkten dat het voor Vitens een lastig moment was om over de toekomstige huisvesting te beslissen. Het bedrijf maakte een pas op de plaats. Maar erg veel tijd had het daar niet voor. In de eerste helft van 2021 loopt de huur af.’ Over de precieze afwegingen van Vitens kan Vogelaar niet in detail treden als makelaar van de verhuurder, die aan de andere kant van de onderhandelingstafel zat. Maar het lijkt erop dat de thuiswerktrend niet aan het waterleidingbedrijf voorbij is gegaan. ‘Vitens verlaagde zijn zoekvraag met 20 procent’, aldus Vogelaar. Resultaat: een huurovereenkomst voor 4.300 m2 kantoorruimte in Rijnpoort.

ABN Amro zelfs 40 procent minder kantoor

Zoals Vitens zijn er meer bedrijven die met minder kantoorruimte toe denken te kunnen. Actualiteitenprogramma Nieuwsuur maakte eind januari een inventarisatie met opvallende uitkomsten. Vooral in de financiële sector kan het hard gaan. Naar verwachting daalt het kantoorruimtegebruik 40 procent bij ABN Amro, 30 tot 40 procent bij Aegon Nederland, 30 procent bij Triodos Bank en 10 procent bij ASR.

Wie zegt dat medewerkers van dienstverleners altijd bij elkaar moeten zitten om samen te werken? Volgens Nieuwsuur kan softwarebedrijf Capgemini met 25 tot 50 procent minder kantoorruimte toe, de ingenieurs en adviseurs van Arcadis met 30 procent, energiebedrijf Essent met 15 procent en PostNL met 10 tot 20 procent. De lijst vermeldt zegge en schrijve één partij die uitbreidt. Betalingsverwerker Adyen krijgt er 1.100 werkplekken bij.

Verwachting dat gebruikers terugkeren

Ondanks de plannen van corporates om kantoorruimte af te stoten verwacht Dynamis dat de gebruikersmarkt zal terugveren. ‘Zodra werknemers weer terug kunnen keren naar kantoor zal naar verwachting een sterke inhaalslag plaatsvinden op de kantorenmarkt’, schrijft het samenwerkingsverband in de publicatie Sprekende Cijfers Kantorenmarkten 2021.

Is dat een geval van wensdenken? Dat hoeft niet zo te zijn. Dynamis baseert zijn inschatting in ieder geval gedeeltelijk op waarnemingen. ‘Door de onzekerheid rondom corona hebben veel bedrijven hun aflopende huurcontracten in 2020 flexibel verlengd. Deze partijen komen tegelijkertijd op de markt met de bedrijven waarvan het huurcontract in 2021 afloopt’, schrijft het samenwerkingsverband.

Korter huren

In heel Europa gebeurt hetzelfde. Volgens Savills nemen verhuurders steeds vaker genoegen met kortere huurovereenkomsten. ‘Er worden overeenkomsten aangegaan die korter zijn dan 5 jaar.’ Overigens ook met hogere incentives: die kunnen oplopen tot wel 50 procent. ‘Maar de incentives waren in Amsterdam voor de pandemie dusdanig laag, dat ze zelfs na een dergelijke stijging nog steeds op een erg laag niveau liggen.’

Voor de gebruikers is het nu ‘achterover leunen in de hoop dat duidelijk wordt wat de langetermijnconsequenties van de coronacrisis zullen zijn’, zegt Vogelaar vanuit Arnhem. ‘Als grote partijen niet nu de keuze hoeven te maken, stellen ze die uit. Vooral onder grote partijen zijn er niet zoveel die in deze periode moeten beslissen. Grote organisaties huren nog steeds met looptijden van vijf tot tien jaar.’

Flexibel huren

Intussen loopt de Arnhemse markt voor flexibele kantoren in een hoge versnelling, meldt Vogelaar. Verhuurders als The Office Operators (TOO), Newday en Regus doen daar goede zaken. ‘In de business centers zien we een interessante beweging’, zegt Vogelaar. ‘Aan het begin van de coronacrisis werden flexcontracten uit onzekerheid opgezegd. Maar die mensen kwamen terug en er kwam nieuwe vraag. Deze keer van mensen die in Amsterdam werken, reizen in het openbaar vervoer lastig vinden en toch een kantoorplek willen. Vooral de vestiging van TOO in de voormalige V&D loopt rap vol. Dat is ook een van de mooiste ontwikkelingen van de laatste tijd in Arnhem. Het complex is compleet vernieuwd.’

In Twente ziet Roy Duijn ook een nieuwe klantengroep voor flexibele kantoorruimten. Duijn is vennoot van Snelder Zijlstra Bedrijfsmakelaars in Enschede. ‘Mensen die normaal bij een klant werken, zoals medewerkers van accountantsorganisaties, kunnen daar nu niet terecht. Want veel grote organisaties ontmoedigen het kantoorwerk. Zulke werknemers zie je nu ook meer in business centers.’

Flexibiliteit kan overigens ook worden bereikt zonder de tussenkomst van een business center. ‘We zien allerlei contractvormen’, zegt Duijn. ‘Onbepaalde tijd met een opzegtermijn van twaalf maanden. Een kern met een flexibele schil. Of ruim huren en een daarvan deel onderverhuren. In afwachting van groei van het personeelsbestand.’

Kantoorvilla voor eigen gebruik kopen

Terwijl grote bedrijven hun kruit droog houden, gonst het van de bedrijvigheid op de markt voor kleine kantooroppervlakten. Volgens Dynamis bleef het aantal transacties voor kantoorruimten kleiner dan 500 m2 in 2020 ongeveer stabiel. Hoezeer het aanzien van de kantorenmarkt daardoor kan veranderen, laat Dordrecht zien. Daar verdwenen de grote gebruikers van het toneel met als gevolg een opnamedaling van 64 procent. Maar onder kleine kantoorgebruikers nam de vraag juist toe. Het aantal transacties tot 250 m2 steeg met vier naar 25.

‘Kleinere kantoorgebruikers lijken zich in mindere mate belemmerd te voelen door de coronacrisis’, meldt Ooms Bedrijfshuisvesting vanuit Dordrecht. ‘Een kleiner personeelsbestand maakt het voor deze bedrijven eenvoudiger om de toekomstige wensen en behoeftes rondom thuiswerken in te schatten. De benodigde hoeveelheid kantoorruimte op lange termijn is daardoor veel inzichtelijker binnen het MKB. Bedrijven in dit segment zijn daardoor meer geneigd om nieuwe huisvesting te betrekken dan grotere kantoorgebruikers.’

Vanuit Twente meldt Duijn dat het midden- en kleinbedrijf niet alleen in de markt is om te huren. ‘Vanuit het MKB is er een sterke behoefte om een eigen kantoor met een oppervlakte tot 1.000 m2 te kopen. Zoals villa’s op zichtlocaties langs grote wegen of garages die om te bouwen zijn tot kantoor. De rente is te geef, de financieringslasten zijn laag. Waarom zou je zo’n pand nog moeten huren?’

Niet terug naar kantoor, maar naar clubhuis

De vraag blijft wat grote partijen gaan doen waarvan de huur in 2021 afloopt. ‘Roy, houd ons op de hoogte, want we zijn nog steeds op zoek. Dat krijg ik vaak te horen’, zegt Duijn. ‘Ik zou de Twentse kantorenmarkt daarom een uitstelmarkt noemen, niet een afstelmarkt. De grootste vraag komt hier op de lange termijn vanuit de ICT. Dat thuiswerken zien ze in die sector niet als bestendig. Stel dat je een applicatie ontwikkelt. Dan zit je in een projectgroep. moet je testdraaien en afstemmen. Dan is er behoefte om elkaar te ontmoeten.’

Die bedrijven zoeken alleen niet naar een traditioneel kantoor. ‘Ze zoeken een soort thuis, een clubhuis, een café. Ze vragen daar om, wij faciliteren dat’, aldus Duijn. Veelzeggend vindt hij dat nu ook een organisatie als de Belastingdienst met zijn huisvesting experimenteert. In het midden van het land richt de fiscus een plek in waar zijn medewerkers elkaar kunnen ontmoeten. En met elkaar een hapje kunnen eten: er komt een landelijk bekende cateraar aan te pas. ‘Het moet een echte belevingsplek worden’, aldus Duijn.

En die trend biedt weer kansen voor de Twentse kantorenmarkt. Aan bijzondere gebouwen is in de oostelijke regio geen gebrek. ‘Door ons sterk industriële verleden hebben we verhoudingsgewijs veel erfgoed’, zegt Duijn. ‘Er zijn hier heel gave plekken die een nieuw leven krijgen.’

Weinig schade beleggingsmarkt

Op de beleggingsmarkt valt de schade door het thuiswerken op dit moment mee. Nederlandse kantoren werden in 2020 zelfs 2,5 procent meer waard, meldt ABN Amro in zijn sectorprognose vastgoed van begin maart. De bank wist toen al wel te melden dat kantoren in 2021 met 4,5 procent in waarde zullen dalen. Maar dat is nauwelijks slechter dan het totaal voor Nederlands vastgoed: 4 procent daling in 2021 na 2,5 procent stijging in 2020.

Ook DWS, de assetmanager van Deutsche Bank, meldde in februari weinig schade in zijn outlook voor de Nederlandse vastgoedmarkt. Anders dan ABN Amro signaleerde DWS al in 2020 een ‘bescheiden prijscorrectie’. Maar die krijgt een vervolg in de vorm van gematigd herstel.

Beleggers zijn kieskeurig. ‘Voor de uitbraak van covid hebben we nog een aantal sale-and-lease-back-transacties tot stand gebracht’, zegt Vogelaar. ‘De verkoop van de kantoren Van Wijnen in Arnhem en Deventer werd gesloten in het laatste weekeinde voor de eerste lockdown. Nu zijn beleggers voorzichtiger. Er is ontzettend veel geld voor vastgoed, maar 90 procent gaat naar woningen, logistiek en zorg. Alleen kantoren op de allerbeste plekken hebben nu de interesse van beleggers. Op stationslocaties bijvoorbeeld.’

Duijn: ‘Er is nog wel vraag naar afwijkende kantoren. Oude, mooi gerestaureerde fabrieken, dicht bij de stadscentra. Waar het leuk is tussen de middag naar buiten te gaan, omdat je dan niet steeds hetzelfde rondje over het bedrijventerrein hoeft te lopen. De uitdaging komt te liggen op de kantorenparken die het moeten hebben van het grote aantal parkeerplaatsen en de goede bereikbaarheid via de grote weg. Daarin verschilt de Twentse kantorenmarkt niet van die van heel Nederland.’

Bron: Vastgoedmarkt

card image

Event

29-04-2021
Webinar HIRB+ en OTW-subsidie

Event

29-04-2021

Webinar HIRB+ en OTW-subsidie

2,5 miljoen euro beschikbaar voor fysieke verduurzaming van bedrijventerreinen

Donderdag 29 april organiseert PHB in samenwerking met de Provincie Noord-Holland en Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN) een webinar dat volledig in het teken staat van de HIRB+ en OTW-subsidie.

De provincie Noord-Holland stimuleert al ruim 17 jaar in de kwaliteitsverbetering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Noord-Holland. In die periode is met steun van de provincie de kwaliteit van honderden hectaren bedrijventerrein verbeterd.

Ook in 2021 stelt de provincie HIRB+ en OTW subsidie beschikbaar. Daarnaast stelt de provincie in het kader van de motie Economisch Herstel en Duurzaamheidsfonds € 2,5 miljoen euro beschikbaar voor het fysieke verduurzamen van bedrijventerreinen onder de noemer HIRB+ duurzaamheid. Margot Recter, Beleidsadviseur Economie & Sport – sector Regionale Economie en Erfgoed van de Provincie Noord-Holland licht de subsidieregelingen toe.

Rembrandt de Vries, ondernemer op Business Park Amsterdam Osdorp en lid van de parkmanagementvereniging, en Bashar al Badri, verenigingsmanager Westfriese Bedrijven Groep (WBG) vertellen hoe zij de verkregen subsidie hebben aangewend.

De ondernemers van Business Park Amsterdam Osdorp (BPAO) zijn sinds 2019 via de parkmanagementvereniging gestart met een verduurzamingstraject. Gemeente Amsterdam heeft alle ondernemers gratis energiescans aangeboden. Uit de rapportages hiervan is het plan van aanpak BPAO Energiepositief 2025 opgesteld waarmee OTW-subsidie is aangevraagd en verkregen. Gelijktijdig hebben de ondernemers met elkaar een energieteam opgericht. Op dit moment ligt er een propositie op basis van de resultaten van de energiescans van een aantal bedrijven. In deze propositie is uitgewerkt wat de terugverdientijd is voor bedrijven van een bedrijfsverzamelgebouw die zonnepanelen gaan plaatsen. Rembrandt de Vries licht de genomen en de nog te nemen stappen toe.

De WBG is een koepelorganisatie van bedrijvenverenigingen in de regio West-Friesland met ruim 1.000 leden. Verduurzaming van bedrijventerreinen is een van de belangrijkste thema’s van de WBG. De afgelopen jaren is het project WBGroen, met ondersteuning van een OTW subsidie uitgevoerd. Dit project bestond uit een communicatiecampagne, het bieden van kennis en ondersteuning aan bedrijven en het organiseren van kennisuitwisseling. Dankzij de opgedane ervaring en het ontstane momentum is inmiddels een stichting opgericht met een ambitieus doel om in 2040 bedrijventerreinen in de regio energieneutraal te maken. Te beginnen met een duurzaam ondernemers loket van waaruit de bedrijven gratis worden ondersteund bij het nemen van energiemaatregelen. Het betreft een onafhankelijk loket en dóór en vóór ondernemers.

Frank Voorbergen, projectmanager van PHB en specialist in HIRB en OTW, is moderator.

Aanmelden

Je kunt je voor die webinar aanmelden door een e-mail te sturen naar m.kleinlangenhorst@sadc.nl. Je ontvangt daags van tevoren een link waarmee je het webinar kunt bekijken.

Vergeet je niet het webinar in je agenda te zetten?

Datum en tijd

Donderdag 29 april 2021
15.00 – 16.00 uur

Lees verder
card image

Nieuws

Klankbordgroep Zevenellen in Leudal van start

Nieuws

13-01-2021

Klankbordgroep Zevenellen in Leudal van start

Vele positieve reacties op oproep deelname

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg BV (OML) is verheugd over de positieve reacties omtrent de vorming van de klankbordgroep Zevenellen voor Bedrijvenpark Zevenellen. "De klankbordgroep bestaat uit een divers gezelschap. Van dorpsraden tot vertegenwoordiging vanuit recreatie & toerisme, van omwonenden tot flora en fauna”, aldus Hans Coppus, directeur OML. 

Tijdens de eerste vergadering eind vorig jaar, die vooral in het teken stond van onderlinge kennismaking, sloten vanuit diverse geledingen vertegenwoordigers aan. De volgende personen en vertegenwoordigers hebben inmiddels aangegeven deel te nemen in de klankbordgroep Zevenellen: Dorpsoverleg Horn, Studiegroep Leudal, enkele omwonenden, Faunabeheereenheid en Natuur- en Milieufederatie Limburg. Daarnaast neemt ambtelijke vertegenwoordiging vanuit de gemeente Leudal deel. Vanuit World Biobased Center Zevenellen (WBCZ) is Jan Janssen aanwezig. WBCZ is eigenaar van het zuidelijke gedeelte van het Zevenellen Bedrijvenpark. “De deur staat open voor andere belanghebbenden om aan te sluiten”, aldus Hans Coppus, directeur OML. Momenteel voert OML nog meer gesprekken met mogelijke leden. (Potentiële) nieuwvestigers of uitvoerende partijen zoals Coöperatie 7-LL en Strukton lichten op ad hoc basis en/of op wens vanuit de klankbordgroep hun plannen en/of werkzaamheden toe en gaan het gesprek aan.

Best mogelijke oplossingen

“Met de klankbordgroep kunnen we als buren en belanghebbenden samen nog beter kijken naar de best mogelijke oplossingen voor vraagstukken die zich aandienen op bijvoorbeeld infra, flora en fauna of positionering bedrijven”, aldus Hans Coppus. “Vanzelfsprekend is er ook aandacht voor zorgen die er leven, zoals rondom geur. Dat en het geurbeleid staan o.a. op de agenda voor de volgende bijeenkomst in februari. Evenals, als de coronamaatregelen dat toelaten, een terreinbezoek. Voor deze bijeenkomst is ook Coöperatie 7-LL, één van de eerste nieuwvestigers, uitgenodigd.” De gepresenteerde virtual reality van Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen (OML) gaf de aanwezige klankbordgroepleden een globale indruk hoe dit deel van het bedrijvenpark er uit kan komen te zien: hoe liggen kavels of bedrijfspanden ten opzichte van elkaar of hoe zit het met de zogenaamde 'groene long’ (groene omgeving en recreatie)?  De deelname aan de klankbordgroep laat voor de klankbordgroepleden de handen vrij om ook in de formele procedures (vergunningaanvragen van bedrijven) zijn of haar bezwaren of ondersteunende geluiden te laten horen. “Door gezamenlijk in gesprek te gaan en blijven, willen we, daar waar mogelijk, een win-win-situaties creëren. Voor de economie, werkgelegenheid en leefbaarheid.”  Voorlopig neemt John Giesen, Gebiedsontwikkelaar bij OML, het voorzitterschap van de klankbordgroep Zevenellen op zich. 

Over Zevenellen

Zevenellen, gevestigd in de gemeente Leudal, is een duurzaam, multifunctioneel bedrijvenpark. Voor ondernemers de plek om duurzame ambities te verwezenlijken. Het terrein kent meerdere grondeigenaren, waaronder Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg BV (OML) en World Biobased Centre Zevenellen. Zij ontwikkelen hun deel van het bedrijventerrein voor eigen rekening en- risico. OML heeft 5 aandeelhouders, waaronder de gemeente Leudal. De gemeente verleent vergunningen aan bedrijven die zich willen vestigen op Zevenellen. Afhankelijk van de aard van de activiteit kan dit ook de Provincie Limburg zijn. Zevenellen is prima bereikbaar over de weg en over water (haven). De ontwikkeling van het bedrijvenpark is goed voor de economie, werkgelegenheid en tevens voor de leefbaarheid van de inwoners van Leudal.

https://oml.nl/portfolio/duurzaam-multifunctioneel-bedrijvenpark-zevenellen 

Lees verder
card image

Nieuws

Beperkte transportcapaciteit remt energietransitie en economie

Nieuws

01-02-2021

Beperkte transportcapaciteit remt energietransitie en economie

Er is een stroomcrisis in Nederland. Er is voldoende elektriciteit beschikbaar, maar door een beperkte transportcapaciteit zijn er lokale tekorten. Naast het maatschappelijke probleem dat deze tekorten met zich meebrengen, krijgt ook de energietransitie een grote klap. Deze loopt vertraging op in aanloop naar de klimaatdoelstellingen in 2050.

Liander, het nutsbedrijf dat het midden- en laagspanningselektriciteitsnet in Nederland voor een groot deel beheert, brengt in kaart in welke regio’s er sprake is van een beperkte transportcapaciteit. Significante delen van Noord-Holland, Friesland, Flevoland en Gelderland staan op code rood. Vooral in Noord-Holland, Flevoland en Friesland zijn er problemen met de transportcapaciteit. Het gaat niet alleen om buitengebieden, maar ook juist om stedelijke gebieden zoals Hoofddorp-Schiphol en Nijmegen, waar nieuwe ontwikkelingen tot stilstand komen.

Code rood betekent dat er onvoldoende transportcapaciteit is voor zakelijke grootverbruikaansluitingen (meer dan 3x80 ampère). Dat betekent dat in deze gebieden door een beperkte transportcapaciteit elektriciteit niet of nauwelijks van naar A naar B komt. De reden: te weinig onderstations en te weinig kabels om de stroom naar locatie te brengen. Zakelijke grootverbruikaansluitingen zijn nodig voor bedrijventerreinen, laadstations voor elektrische auto’s, voor het spoornetwerk, en voor bijvoorbeeld liften in een verzorgingstehuis.

Jarenlang wachten op capaciteit

‘Wij maken ons zorgen over het toenemend gebrek aan transportcapaciteit in Nederland. Doordat de basis niet op orde is, zit er zowel een rem op de ontwikkeling van woningen, als op de vestiging, groei en uitbreiding van bedrijven’, zegt Reinoud Fleurke, bestuurslid van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN). ‘Code rood betekent simpelweg dat je als ondernemer jarenlang moet wachten, totdat er weer stroomcapaciteit beschikbaar is. In de tussentijd moet je het zelf maar uitzoeken. Deze problemen met basisvoorzieningen komen nog eens bovenop de coronacrisis, waar veel bedrijven al onder te lijden hebben. Daarnaast stokt de energietransitie hierdoor ook. Juist bedrijventerreinen spelen een belangrijke rol in deze transitie door de mogelijkheden voor besparen, en het lokaal opwekken van energie met zonnepanelen. Wanneer een gebied echter op code rood is gezet, gaat ook door die verduurzaming jarenlang een streep.’

Bronnen melden dat (nieuwe) bedrijven wel aansluiting krijgen van Liander, maar niet kunnen gebruikmaken van de benodigde stroom. De transportcapaciteit ligt op nul kilowatt. Voor de economische ontwikkeling in deze rode gebieden is dat funest.

Datacenters niet de enige veroorzaker

Er wordt vaak gewezen naar datacenters als belangrijkste oorzaak achter overbelasting van het net, maar een blik op de code-roodkaart van Nederland leert dat dit onterecht is. Overbelasting van het net speelt door heel Nederland, ook in gebieden waar geen datacenters zijn. Vooral voor de energietransitie is het een grote klap. Deze loopt vertraging op in aanloop naar de klimaatdoelstellingen in 2050. De grote druk op het net komt onder meer door de glastuinbouw, energietransitie, laadinfrastructuur voor auto’s, datacenters, het upgraden van het spoornetwerk en het gasloos maken van wijken. Aardgasvrije wijken verbruiken veel meer stroom dan aanvankelijk voorspeld.

Het is niet vanzelfsprekend dat het probleem tijdig wordt opgelost. Omdat Liander onder toezicht staat van de Autoriteit Consument & Markt kan het niet zomaar investeren in nieuwe onderstations en kabels. Ook het aanvragen van vergunningen neemt tijd in beslag. Naar verluidt duurt het tussen de zeven en negen jaar om een investering te realiseren.

Praktijkvoorbeeld: Haarlemmermeer

Een voorbeeld van een nijpende stroomsitutatie vinden we in het gebied Haarlemmermeer. Economisch gezien was dit de afgelopen jaren een van de sterkste regio’s van Nederland, door de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Sinds 2015 wordt gezocht naar een locatie voor een nieuw transformatorstation in Hoofddorp, de hoofdplaats van de gemeente Haarlemmermeer. Liander gaf onlangs aan dat een locatie is gevonden, maar het duurt dan nog tot zeker 2025 voordat het station gebruiksklaar is. De facto duurt het dus tien jaar voordat een station er staat. Inmiddels is er ook al behoefte aan een tweede station om de economische groei aan te kunnen.

De netwerkbedrijven proberen momenteel met noodoplossingen de levering van elektriciteit gaande te houden. Bijvoorbeeld met de uitbreiding van omliggende elektriciteitsstations, zoals in De Liede. Genoeg is het echter niet. Sinds oktober 2020 kan Liander nieuwe bedrijven in Hoofddorp, Schiphol-Rijk en Rijsenhout niet meer aansluiten.

'Geen stroomcrisis'

Liander erkent dat er problemen zijn met de transportcapaciteit, maar wil niet spreken van een stroomcrisis. ‘We staan voor een uitdaging van grote omvang, die vraagt om intensieve samenwerking met gemeenten, provincies en andere partners binnen en buiten de energiesector’, aldus woordvoerder Marloes de Vink.

‘Wij lossen de komende jaren veel knelpunten op door het net fors uit te breiden. Maar we voorzien ook dat er nieuwe knelpunten blijven komen. We werken met maatschappelijk geld, dus we moeten goed nadenken over wat we waar investeren. Daarnaast duren vergunningstrajecten voor nieuwe onderstations jaren en is de fysieke ruimte schaars. Meer technisch personeel zou het proces ook versnellen, daar is nu een groot tekort aan.’

‘Het is een puzzel hoe we dit gaan oplossen’, gaat ze verder. ‘Maar we zitten aan tafel met veel partijen. Wat voor investeringen zijn er nodig? Wat is de wens van de gemeente? Dat zijn gesprekken die nu worden gevoerd. Door het energiesysteem zo optimaal mogelijk te gebruiken, houden we de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk.’

Balans tussen zonne- en windenergie

Een betere balans in het opwekken van zonne- en windenergie is belangrijk bij het plannen van de te ontwikkelen elektriciteitsinfrastructuur. Nu ligt de focus volgens De Vink nog te veel op zonne-energie. ‘We zien een verhouding van tachtig procent zon en twintig procent wind in 2030. Dat heeft stevige impact op de toekomstplannen. Dat komt omdat een windmolen vaker en relatief meer energie produceert: het waait vaker dan dat de zon schijnt.’

‘Een mix tussen zon en wind is ideaal, want zon en wind pieken zelden gelijktijdig. Bij heel veel zon is er weinig wind en andersom. Om het energiesysteem zo optimaal mogelijk te gebruiken, is een optimale zon-wind mix van 50-50 van groot belang. Niet alleen houden we de maatschappelijke kosten dan zo laag mogelijk, het kost ook nog eens minder ruimteopslag en het is sneller realiseerbaar.’

De consument merkt volgens Liander momenteel niet zoveel van de beperkte transportcapaciteit: ‘Sommige consumenten ervaren spanningsproblemen met zonnepanelen. Grote bedrijventerreinen waar veel ontwikkelingen zijn stagneren nu misschien wel. In Nijmegen-Noord bijvoorbeeld moeten sommige bedrijven tot 2023 wachten, tot er een nieuw station gerealiseerd is.’

Lees verder