Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Delft, Den-Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk hebben een woon-werkakkoord light gesloten. In dit akkoord zijn afspraken gemaakt die bijdragen aan extra woningen, extra banen én meer omgevingskwaliteit.

Akkoord op hoofdlijnen

De forse woningbouwopgave in de Haagse regio, de schaarse stedelijke ruimte en het belang van een vitale economie vragen om een goede ruimtelijke afstemming. Met het woon-werkakkoord light stellen partijen als doel om de bestaande ruimte beter te benutten. Door het maken van afspraken over locaties ontstaat er ruimte voor woningbouw en werkgelegenheid. De woningbouwplannen passen bij de regionale afspraken. Tegelijkertijd blijft er door de afspraken voldoende ruimte in deze regio beschikbaar voor passende bedrijvigheid op de korte en lange termijn. De vier gemeenten en de provincie streven ernaar om in het vierde kwartaal een definitief woon-werkakkoord te bereiken.

Woningbouwimpuls

Door het Rijk zijn middelen beschikbaar gesteld voor woningbouw. De provincie heeft aanvragen ondersteund voor woningbouw voor de Binckhorst in Den Haag en de Schieoevers in Delft. Voor de locatie Kesslerpark (Plaspoelpolder) hebben de provincie, de MRDH, Rijswijk, Den Haag en Shell afspraken geformuleerd voor een campusmilieu (wonen, leren, werken). Delft, Den Haag en Rijswijk hebben afspraken gemaakt in het kader van het verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad. Deze dragen bij aan de woningbehoefte tot 2040, onder andere door binnenstedelijke verdichting, langs en nabij de Oude lijn Leiden-Dordrecht.

Woningbouw, bedrijvigheid en mobiliteit

Woningbouw op de transformatielocaties die nu nog vrijwel uitsluitend in gebruik zijn voor bedrijfshuisvesting, vraagt om een goede oplossing waarbij voldoende bedrijfsruimte beschikbaar blijft. Dit zowel vanuit het oogpunt van werkgelegenheid en welvaart als vanuit het streven om mobiliteitsbewegingen te verminderen en een meer circulaire economie mogelijk te maken.

Transformatielocaties

In het akkoord zijn afspraken gemaakt over diverse transformatielocaties. Zo heeft Den Haag plannen met de Binckhorst. Rijswijk werkt aan plannen voor de Plaspoelpolder, Delft aan de Schieoevers en Leidschendam-Voorburg aan Vliethaven en Klein Plaspoelpolder. Allemaal gebieden waar van oudsher bedrijvigheid met een hogere milieucategorie gevestigd was. Daarnaast zijn al deze terreinen ontsloten door de waterweg De Vliet/ De Schie. Hoewel er tegenwoordig minder zware industrie op deze terreinen zit dan voorheen, zijn de betreffende terreinen nog steeds planologisch bestemd als vestigingsplek voor industrie en watergebonden bedrijvigheid. De ruimte voor bedrijven met een hogere milieucategorie is schaars. Dit moeten we beschermen. Met dit woon-werkakkoord spreken partijen af om via maatwerk een goede balans te vinden tussen ruimte voor zowel wonen als werken.

Parallel aan dit woon-werkakkoord wordt momenteel de provinciale behoefteraming geactualiseerd. De hogere milieucategorie bedrijvigheid is hierin een belangrijk onderdeel. De vier betrokken gemeenten nemen, naast een aantal andere partijen, deel aan de klankbordgroep van dit onderzoek. De resultaten hiervan zijn relevant voor de verdere uitwerking van het woon-werkakkoord. De MRDH is voornemens om deze geactualiseerde behoefteraming nader uit te werken tot een geactualiseerde regionale visie werklocaties. Zo werken we gezamenlijk aan de realisatie van extra woningen, extra banen en meer omgevingskwaliteit.

Photo by Vyacheslav Koval on Unsplash

Provincie Zuid-Holland

Provincie Zuid-Holland is sinds 2020 kennispartner van SKBN. Provincie Zuid-Holland heeft het belang om de regionale economie te versterken, waarbij bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel vormen.


070 - 4416611

Provincie Zuid-Holland
card image

Event

22-06-2021
Studiereis 2021 - Bijdragen aan maatschappelijke waardecreatie door bedrijventerreinen

Event

22-06-2021

Studiereis 2021 - Bijdragen aan maatschappelijke waardecreatie door bedrijventerreinen

Dit jaar organiseerden we de studiereis in de vorm van een digitale excursie. De digitale studiereis met het thema ‘Bijdragen aan maatschappelijke waard-creatie door bedrijventerreinen’ vond plaats op 22 juni van 10.00 – 11.30 uur.

 

Via deze link kunt excursie terugkijken

 

Jaarlijks organiseert SKBN een rondje langs de velden bij verschillende bedrijventerreinen om zo een kijkje in de keuken te krijgen van wat er speelt in de praktijk bij Nederlandse bedrijventerreinen. Door de beperkingen rondom corona was het niet verstandig om op dat moment bedrijventerreinen te bezoeken. Wel willen gemeenten, overheden, bedrijven, professionals en parkmanagers inspiratie opdoen en leren van elkaar. We hebben een nieuw concept uitgewerkt waardoor we jullie online konden meenemen op excursie langs drie verschillende bedrijventerreinen.

Waar naar toe?

Het SKBN-busje reist in totaal 418 kilometer met als startpunt de SKBN-locatie in Utrecht. We bezoeken drie heel verschillende bedrijventerreinen: Plug-in City op Strijp S in Eindhoven, businesspark Waarderpolder in Haarlem en Laarberg in Groenlo. Ieder terrein heeft te maken met eigen kansen en uitdagingen, maar ze zijn allemaal bezig met de vraag: Hoe maak je een bedrijventerrein toekomstbestendig en hoe draag je als bedrijventerrein bij aan de maatschappij?

Onze gasten

Naast de excursie voeren we verdiepende gesprekken over relevante SKBN thema’s, zoals energietransitie, circulariteit en groen-blauw. De verdiepende gesprekken vinden onder leiding van Marcel Bayer (hoofdredacteur ROM magazine) plaats met Theo Föllings (Oost NL tevens voorzitter SKBN), Joost Okkema (Laarberg), Joop Spijker (WUR), Gregor van Heemskerk (Twijnstra Gudde), Paul van Dijk (Akro Consult), Frank Hazeleger (NV OMU), Gido ten Dolle (Provincie Noord-Brabant), Stan Verstraete (Waarderpolder) en Jan Brugman (Industrieschap Plaspoelpolder)

Heeft u vragen of opmerkingen? Mail dan naar i.leeninga@skbn.nu of zoe@skbn.nu

Lees verder
card image

Nieuws

2,5 miljoen voor minder CO2-uitstoot Noord-Hollandse bedrijventerreinen

Nieuws

31-03-2021

2,5 miljoen voor minder CO2-uitstoot Noord-Hollandse bedrijventerreinen

De provincie Noord Holland stelt 2,5 miljoen euro subsidie beschikbaar voor duurzame energiemaatregelen op bedrijventerreinen.

Gemeenten en ondernemers kunnen de subsidie besteden aan onder andere zonnecollectoren en dakisolatie. De provincie wil er met deze regeling voor zorgen dat de CO2-uitstoot op bedrijventerreinen substantieel afneemt.

Gedeputeerde Ilse Zaal: “Ondernemers zijn zich steeds meer bewust van het belang van duurzaamheidsmaatregelen en de economische voordelen ervan. De coronacrisis heeft de aandacht hiervoor naar de achtergrond gedrukt. De provincie wil de verduurzaming op gang houden en bedrijven aansporen én ondersteunen zodat zij toch besparende maatregelen gaan treffen en op een duurzame manier energie gaan opwekken. Door dit te doen valt de nodige winst te behalen als het gaat om CO2-uitstoot op de bedrijventerreinen. De 2,5 miljoen euro komt uit het economisch herstel- en duurzaamheidsfonds dat de provincie afgelopen jaar in het leven heeft geroepen.” 

Gemeenten, parkmanagementorganisaties en samenwerkingsverbanden van tenminste 3 ondernemers kunnen een subsidieaanvraag indienen voor onder andere LED-verlichting, zonnecollectoren, warmte- en koudeopslag (WKO), dakisolatie en HR isolatieglas. 

Herstelfonds 

De provincie Noord-Holland stelt 100 miljoen euro beschikbaar om de economische en maatschappelijke effecten van de uitbraak van corona te verzachten. Het economisch herstel- en duurzaamheidsfonds wordt de komende jaren ingezet voor minder CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving, steun aan de culturele en maatschappelijke sector en voor meer en goed geschoold personeel voor de technische sector. 

Geschat wordt (Bureau BCI) dat ongeveer 60% van het totale energieverbruik in de economie plaatsvindt op bedrijventerreinen. Verduurzamen door energiebesparende aanpassingen en verduurzaming van de opwek en het gebruik van energie kan daarom een substantiële vermindering van de CO2-uitstoot opleveren. De provincie zet daarom een deel van het herstelfonds in voor duurzaamheidsmaatregelen op bedrijventerreinen. 

Subsidie aanvragen 

Meer informatie over de Uitvoeringsregeling subsidie HIRB+ duurzaamheid Noord-Holland 2021 staat vanaf begin april in het subsidieloket op de website van provincie Noord-Holland. Aanvragen van een subsidie kan tot eind december 2021. Verduurzaming is in het economisch beleid van de provincie al een aandachtspunt en subsidiëring daarvan is in huidige regelingen al mogelijk, mits in het kader van een algemene herstructurering van een bedrijventerrein. 

Lees verder
card image

Opinie

Vergeet niet dat het bedrijventerrein primair een plek voor bedrijven is

Opinie

30-06-2021

Vergeet niet dat het bedrijventerrein primair een plek voor bedrijven is

De aandacht voor bedrijventerreinen lijkt vooral ingegeven door de potentie van deze locaties als gebied voor woningbouw, analyseert Cees-Jan Pen, lector bij Fontys Hogescholen. Terwijl ook bedrijvigheid een plek verdient in de stad. ‘Laat de gebieden soms zijn waarvoor ze bedoeld zijn: monofunctionele bedrijventerreinen waar ruimte is voor ondernemen.'

Er is iets vreemds aan de hand met bedrijventerreinen. Circa een derde deel van de beroepsbevolking en bedrijven is er gevestigd. Ze leveren bovendien een grote bijdrage aan het bereiken van de klimaatdoelstellingen voor de gebouwde omgeving. Desondanks konden bedrijventerreinen zich lange tijd niet bepaald verheugen op politieke en beleidsaandacht. Je moet, net als ik, blijkbaar een afwijking hebben om je blijvend zo druk te maken over het belang en behoud ervan. Gelukkig zie ik het aantal mensen toenemen dat zich ook druk maakt om bedrijventerreinen.

Inmiddels hebben Rijksadviseurs en landschappelijke organisaties bedrijventerreinen hoog op de politieke agenda gezet. Dat komt ongetwijfeld door het oplaaiende debat over de toenemende verdozing van ons landschap. De logistieke XXL-hallen en grote nieuwe datacentra hebben enorme impact op ons landschap. De ophef wordt verder versterkt door de ogenschijnlijk geringe duurzame en ontwerpeisen die worden gesteld aan deze enorme complexen en veel te vrijblijvende regionale en provinciale kaders. Er is überhaupt een toenemende aversie tegen bedrijventerreinen, die ogenschijnlijk woningbouwplannen – en de aanpak van de woningnood – in de weg lijken te zitten. We moeten niet vergeten dat er een trend gaande is voor meer ruimte voor duurzame bedrijven, met vakmanschap, ambachtelijk werk en omarming van de circulaire economie. Ook hier zijn bedrijventerreinen ineens dé essentiële plaats geworden om deze ambities te verwezenlijken.

Opmerkelijk is dat we eigenlijk maar heel weinig weten en onafhankelijk langjarig onderzoek doen naar ruimte voor werken en bedrijventerreinen in het bijzonder en wat bedrijven beweegt. Uit een uitgebreide literatuurstudie (pdf) waaraan ik heb meegewerkt, blijkt hoe weinig er over de lange termijn bekend is. Dit staat in schril contrast met kennis en onderzoek over de benodigde vraag naar en ruimte voor wonen. Een illustratief voorbeeld is het uitgebreide debat over de omvang van de woningnood, de staat van de voorraad, het type benodigde huizen, de omvang en (huur)prijs van die huizen en regionale markten.

Deze onderzoeksmatige dominantie voor wonen vertaalt zich namelijk ook in de ruimtelijke ordeningspraktijk. De aandacht voor bedrijventerreinen lijkt vooral ingegeven door de potentie van deze locaties als gebied voor woningbouw. Vanuit een sectorale en kwantitatieve woningbouwvisie worden momenteel bedrijventerreinen ingekleurd zonder echt rekening te houden met ruimte voor industriële werkfuncties en kennis wat bedrijven beweegt. Het gaat zelfs zo ver dat bedrijven, die ergens al tientallen jaren gevestigd zijn, de schuld krijgen als vertragende factor bij woningbouwplannen die nodig zijn voor het oplossen van de woningnood. Integrale ruimtelijke ordening is ver te zoeken.

Van Bokkum stelde in NRC van 5 juni aan de hand van de illustratieve Amsterdamse case Damen Shipyards, terecht de vraag: is er in de stad nog plek voor industrie, of krijgen woningen prioriteit? Helaas lijkt het er eerder op dat we vanuit ambitieuze woningbouwtargets, de industrie weg willen hebben uit de steden. Voorbij wordt gegaan aan het feit dat niet overal functiemenging mogelijk is. Laat de gebieden en zeker industriële gebieden soms zijn waarvoor ze bedoeld zijn: monofunctionele bedrijventerreinen waar ruimte is voor ondernemen, zeker voor de maakindustrie. Ruimte voor bedrijventerreinen moet niet alleen hoog op de agenda voor het regeerakkoord en de komende gemeenteraadsverkiezingen, maar ook op de agenda van NWO, die de regie voert over onderzoeksfinanciering. Het wordt tijd dat ruimte voor werkende bedrijventerreinen de beleids- en onderzoeksmatige aandacht krijgt die het verdient.

Deze column verscheen eerder op Vastgoedmarkt

Lees verder