Heembouw/ Stellar Development heeft onlangs plannen gepresenteerd voor een nieuw pand aan de Hollandweg (de kavel tussen de N201, de Hornweg en de Hollandweg). Het gaat om een ‘duurzaam, natuurinclusief en klimaatadaptief’ distributiecentrum ontworpen door Heembouw Architecten. Zo krijgen de gevels een groene plint met klimplanten en geïntegreerde nestkasten, die geschikt zijn voor inheemse vogelsoorten, zoals de gierzwaluw.

“We vinden het belangrijk om met ons gebouw een positieve impact op mensen en hun leefomgeving te hebben”, zegt Robert Dolieslager, manager bij Heembouw Bedrijfsruimten B.V. “Met dit ontwerp sluiten wij aan op de ambities van Green Park Aalsmeer wat betreft ecologie, circulariteit, energie en klimaatbestendigheid.”

Veel groen

Het pand krijgt een natuurlijk groene uitstraling. Aan de achterzijde en de zijkanten van het pand komt een brede, bloemrijke groenstrook met volwassen bomen. En boven de expeditieruimte (aan de voorzijde van het pand) komt een daktuin van circa 3000 m2 met onder andere fruitbomen. Op de rest van het dak komen wat de ontwikkelaar betreft PV-panelen, die bijna 1000 huishoudens van stroom kunnen voorzien. Verder krijgt het pand rondom (behalve aan de voorzijde) een groene plint van circa 3 meter hoog, voorzien van klimplanten en nestkasten voor vogels en vleermuizen. Het pand krijgt een aardentint, die goed past bij het groen.

Oog voor omgeving

Heembouw heeft ook goed nagedacht over de relatie van het pand met zijn directe omgeving, zegt Dolieslager: “Daglicht komt aan de achterzijde van het gebouw binnen via kunststof panelen. Deze zijn lichtdoorlatend, maar niet transparant, zodat de privacy van omwonenden is geborgd.  Verder komen de parkeerterreinen aan de kant van de Middenweg en dus uit het zicht van de omwonenden. Het verkeer komt via een aparte afrit van de N201 aan bij  het gebouw en verlaat het terrein via de Hollandweg. Ook daar zullen omwonenden relatief weinig overlast van ondervinden.”

SADC

SADC is sinds 2011 participant van SKBN. SADC (Schiphol Area Development Company) ontwikkelt toekomstbestendige, goed bereikbare, (inter)nationaal concurrerende werkmilieus in de Metropoolregio Amsterdam, die ook aan bijdragen aan de leefkwaliteit.

info@sadc.nl
020 - 20 666 40

SADC
card image

Event

10-11-2021
BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Event

10-11-2021

BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Op woensdag 10 november organiseert SKBN samen met BT Magazine en ELBA\REC de 16e editie van het BT Event. Dit jaar zijn we op de locatie van de Brainport Industries Campus in Eindhoven. Onze gastheren zijn: Eindhoven Airport, Businesspark Flight Forum, Vliegbasis Eindhovengemeente Eindhoven en provincie Noord-Brabant.

De kracht van werklocaties

Stedelijke werklocaties zijn samen met de binnenstad de drijvende kracht van de stedelijke economie. Ze zorgen voor banen en de producten en diensten waar de moderne samenleving op draait. Steeds meer fungeren ze ook als draaischijven in de stadslogistiek, hub voor kennis en innovatie, broedplaats voor creatieve pioniers. Maar die stedelijke werklocaties staan onder druk vanwege de toenemende ruimtebehoefte van andere stedelijke functies, wonen voorop, en het beleid om overlast door verkeer, lawaai en geur te voorkomen. Tegelijkertijd spelen grote transities in bijvoorbeeld de energievoorziening en als gevolg van klimaatverandering.

Met het veranderende karakter van de economie en de logistiek, alsmede door nieuwe trends in hoe we werken, versneld door de coronacrisis, staan stedelijke werkgebieden zelf ook voor transformatieopgaven. De grote uitdaging is om bij de herprofilering in te spelen op genoemde trends en ambities, en zo een volwaardige nieuwe rol in het stedelijk weefsel te kunnen spelen.

Met ons congres "De kracht van werklocaties" willen we dat thema agenderen.

Doel

De deelnemers tonen wat er komt kijken bij het daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van stedelijke ambities door werklocaties. Hoe kun je her profileren en her ontwikkelen naar een gemengd kennis en innovatiedistrict, dat ook voldoet en bijdraagt aan de ambities voor verduurzaming, vergroening etc.

Aanmelden voor dit fysieke congres inclusief netwerkborrel is nu mogelijk!

Voor programma en tickets: www.btevent.nl.

Lees verder
card image

Nieuws

Provincie Noord-Brabant geeft impuls aan verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen

Nieuws

29-07-2021

Provincie Noord-Brabant geeft impuls aan verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen

Met het project ‘Grote Oogst’ wil provincie Noord-Brabant een impuls geven aan het verduurzamen van bedrijventerreinen. Duurzame bedrijventerreinen zijn namelijk een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een goed en gezond woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast kunnen bedrijventerreinen een grote bijdrage leveren aan onder andere de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie.

Bedrijventerreinen zijn vaak hitte-eilanden. Door integraal en gebiedsgericht (samen) te werken kunnen slimme oplossingen bedacht worden die impact hebben op meerdere thema's. Zo vangen groene daken niet alleen water op, ze koelen ook de omgeving en maken daarmee zonnepanelen efficiënter. En door lokaal (rest)materiaal te hergebruiken wordt energie bespaard en CO2- en stikstofuitstoot voorkomen, bijvoorbeeld doordat er minder vervoersbewegingen nodig zijn.

Noord-Brabant heeft meer dan 600 bedrijventerreinen. De provincie heeft 13 terreinen op het oog, verspreid over Brabant, om nu samen met gemeenten, bedrijven en andere partijen aan de slag te gaan. Samen zijn deze terreinen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen.

13 terreinen in Brabant

Om een impuls te geven aan deze verduurzaming heeft de provincie 13 ‘Grote Oogst’-terreinen op het oog, verspreid over heel Brabant.

De terreinen zijn:

Noordoost-Brabant:

  • De Dubbelen – Meierijstad
  • Moleneind – Oss
  • De Rietvelden – ’s Hertogenbosch

Zuidoost-Brabant:

  • De Hurk – Eindhoven
  • Hoogeind / BZOB – Helmond
  • Ekkersrijt – Son en Breugel

Midden-Brabant:

  • Kraaiven / Vossenberg – Tilburg
  • Haven – Waalwijk
  • Loven – Tilburg

West-Brabant:

  • Vosdonk – Etten Leur
  • Vijf Eiken – Oosterhout
  • Haven Moerdijk – Moerdijk
  • Theodorushaven – Bergen op Zoom

Deze terreinen zijn uit onderzoek naar voren gekomen vanwege de grote gecombineerde opgave die er ligt én de kansen die dit met zich meebrengt om impact te maken. Zo zijn de geselecteerde terreinen samen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen.

Start met verkennende gesprekken

De provincie is het Grote Oogst-project begonnen met verkennende gesprekken met de lokale overheden, parkmanagement en andere organisaties. Gedeputeerde Erik Ronnes, Ruimte, is blij met deze start: “In deze gesprekken, met zoveel mogelijk betrokken partijen, komen de belemmeringen en kansen in beeld op deze 13 terreinen. Als je dat in beeld brengt, kun je ook zien welke behoeften er zijn. En voor de provincie ligt er dan een duidelijke rol om de lokale partners te ondersteunen in hun eigen ambities in de transitie naar een duurzame economie en een duurzame omgeving.” Ook de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, de waterschappen en VNO-NCW zijn betrokken. In de volgende fase wordt gekeken hoe de samenwerking vorm kan krijgen.

De provincie verwacht dat de resultaten van Grote Oogst uiteindelijk ook positief bijdragen aan het verlagen van stikstofuitstoot en -depositie, een speerpunt uit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof.

Lees verder
card image

Nieuws

Beperkte transportcapaciteit remt energietransitie en economie

Nieuws

01-02-2021

Beperkte transportcapaciteit remt energietransitie en economie

Er is een stroomcrisis in Nederland. Er is voldoende elektriciteit beschikbaar, maar door een beperkte transportcapaciteit zijn er lokale tekorten. Naast het maatschappelijke probleem dat deze tekorten met zich meebrengen, krijgt ook de energietransitie een grote klap. Deze loopt vertraging op in aanloop naar de klimaatdoelstellingen in 2050.

Liander, het nutsbedrijf dat het midden- en laagspanningselektriciteitsnet in Nederland voor een groot deel beheert, brengt in kaart in welke regio’s er sprake is van een beperkte transportcapaciteit. Significante delen van Noord-Holland, Friesland, Flevoland en Gelderland staan op code rood. Vooral in Noord-Holland, Flevoland en Friesland zijn er problemen met de transportcapaciteit. Het gaat niet alleen om buitengebieden, maar ook juist om stedelijke gebieden zoals Hoofddorp-Schiphol en Nijmegen, waar nieuwe ontwikkelingen tot stilstand komen.

Code rood betekent dat er onvoldoende transportcapaciteit is voor zakelijke grootverbruikaansluitingen (meer dan 3x80 ampère). Dat betekent dat in deze gebieden door een beperkte transportcapaciteit elektriciteit niet of nauwelijks van naar A naar B komt. De reden: te weinig onderstations en te weinig kabels om de stroom naar locatie te brengen. Zakelijke grootverbruikaansluitingen zijn nodig voor bedrijventerreinen, laadstations voor elektrische auto’s, voor het spoornetwerk, en voor bijvoorbeeld liften in een verzorgingstehuis.

Jarenlang wachten op capaciteit

‘Wij maken ons zorgen over het toenemend gebrek aan transportcapaciteit in Nederland. Doordat de basis niet op orde is, zit er zowel een rem op de ontwikkeling van woningen, als op de vestiging, groei en uitbreiding van bedrijven’, zegt Reinoud Fleurke, bestuurslid van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN). ‘Code rood betekent simpelweg dat je als ondernemer jarenlang moet wachten, totdat er weer stroomcapaciteit beschikbaar is. In de tussentijd moet je het zelf maar uitzoeken. Deze problemen met basisvoorzieningen komen nog eens bovenop de coronacrisis, waar veel bedrijven al onder te lijden hebben. Daarnaast stokt de energietransitie hierdoor ook. Juist bedrijventerreinen spelen een belangrijke rol in deze transitie door de mogelijkheden voor besparen, en het lokaal opwekken van energie met zonnepanelen. Wanneer een gebied echter op code rood is gezet, gaat ook door die verduurzaming jarenlang een streep.’

Bronnen melden dat (nieuwe) bedrijven wel aansluiting krijgen van Liander, maar niet kunnen gebruikmaken van de benodigde stroom. De transportcapaciteit ligt op nul kilowatt. Voor de economische ontwikkeling in deze rode gebieden is dat funest.

Datacenters niet de enige veroorzaker

Er wordt vaak gewezen naar datacenters als belangrijkste oorzaak achter overbelasting van het net, maar een blik op de code-roodkaart van Nederland leert dat dit onterecht is. Overbelasting van het net speelt door heel Nederland, ook in gebieden waar geen datacenters zijn. Vooral voor de energietransitie is het een grote klap. Deze loopt vertraging op in aanloop naar de klimaatdoelstellingen in 2050. De grote druk op het net komt onder meer door de glastuinbouw, energietransitie, laadinfrastructuur voor auto’s, datacenters, het upgraden van het spoornetwerk en het gasloos maken van wijken. Aardgasvrije wijken verbruiken veel meer stroom dan aanvankelijk voorspeld.

Het is niet vanzelfsprekend dat het probleem tijdig wordt opgelost. Omdat Liander onder toezicht staat van de Autoriteit Consument & Markt kan het niet zomaar investeren in nieuwe onderstations en kabels. Ook het aanvragen van vergunningen neemt tijd in beslag. Naar verluidt duurt het tussen de zeven en negen jaar om een investering te realiseren.

Praktijkvoorbeeld: Haarlemmermeer

Een voorbeeld van een nijpende stroomsitutatie vinden we in het gebied Haarlemmermeer. Economisch gezien was dit de afgelopen jaren een van de sterkste regio’s van Nederland, door de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Sinds 2015 wordt gezocht naar een locatie voor een nieuw transformatorstation in Hoofddorp, de hoofdplaats van de gemeente Haarlemmermeer. Liander gaf onlangs aan dat een locatie is gevonden, maar het duurt dan nog tot zeker 2025 voordat het station gebruiksklaar is. De facto duurt het dus tien jaar voordat een station er staat. Inmiddels is er ook al behoefte aan een tweede station om de economische groei aan te kunnen.

De netwerkbedrijven proberen momenteel met noodoplossingen de levering van elektriciteit gaande te houden. Bijvoorbeeld met de uitbreiding van omliggende elektriciteitsstations, zoals in De Liede. Genoeg is het echter niet. Sinds oktober 2020 kan Liander nieuwe bedrijven in Hoofddorp, Schiphol-Rijk en Rijsenhout niet meer aansluiten.

'Geen stroomcrisis'

Liander erkent dat er problemen zijn met de transportcapaciteit, maar wil niet spreken van een stroomcrisis. ‘We staan voor een uitdaging van grote omvang, die vraagt om intensieve samenwerking met gemeenten, provincies en andere partners binnen en buiten de energiesector’, aldus woordvoerder Marloes de Vink.

‘Wij lossen de komende jaren veel knelpunten op door het net fors uit te breiden. Maar we voorzien ook dat er nieuwe knelpunten blijven komen. We werken met maatschappelijk geld, dus we moeten goed nadenken over wat we waar investeren. Daarnaast duren vergunningstrajecten voor nieuwe onderstations jaren en is de fysieke ruimte schaars. Meer technisch personeel zou het proces ook versnellen, daar is nu een groot tekort aan.’

‘Het is een puzzel hoe we dit gaan oplossen’, gaat ze verder. ‘Maar we zitten aan tafel met veel partijen. Wat voor investeringen zijn er nodig? Wat is de wens van de gemeente? Dat zijn gesprekken die nu worden gevoerd. Door het energiesysteem zo optimaal mogelijk te gebruiken, houden we de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk.’

Balans tussen zonne- en windenergie

Een betere balans in het opwekken van zonne- en windenergie is belangrijk bij het plannen van de te ontwikkelen elektriciteitsinfrastructuur. Nu ligt de focus volgens De Vink nog te veel op zonne-energie. ‘We zien een verhouding van tachtig procent zon en twintig procent wind in 2030. Dat heeft stevige impact op de toekomstplannen. Dat komt omdat een windmolen vaker en relatief meer energie produceert: het waait vaker dan dat de zon schijnt.’

‘Een mix tussen zon en wind is ideaal, want zon en wind pieken zelden gelijktijdig. Bij heel veel zon is er weinig wind en andersom. Om het energiesysteem zo optimaal mogelijk te gebruiken, is een optimale zon-wind mix van 50-50 van groot belang. Niet alleen houden we de maatschappelijke kosten dan zo laag mogelijk, het kost ook nog eens minder ruimteopslag en het is sneller realiseerbaar.’

De consument merkt volgens Liander momenteel niet zoveel van de beperkte transportcapaciteit: ‘Sommige consumenten ervaren spanningsproblemen met zonnepanelen. Grote bedrijventerreinen waar veel ontwikkelingen zijn stagneren nu misschien wel. In Nijmegen-Noord bijvoorbeeld moeten sommige bedrijven tot 2023 wachten, tot er een nieuw station gerealiseerd is.’

Lees verder