Het mengen van wonen en werken is hot. Onder invloed van de gevolgen van corona is dit thema relevanter dan ooit. Bianca Lemm van Bureau Stedelijke Planning deelt graag enkele geleerde lessen.

Door Bianca Lemm, adviseur bij Bureau Stedelijke Planning

De voordelen van het mengen van wonen en werken worden steeds meer erkend. Zo nemen vervoersbewegingen af wanneer men in de buurt van de woning kan werken en gebruik kan maken van voorzieningen. Onder invloed van de coronapandemie is dit nog belangrijker geworden door de mobiliteitsbeperkingen. Ook veranderen de vestigingscriteria van bedrijfsruimtegebruikers en kan door functiemenging op een toekomstbestendige en efficiënte manier in de grote ruimtevraag van zowel werken als wonen voorzien worden.

Vijf pijlers voor een goede programmering

Een veel terugkomende vraag binnen projecten is hoe een aantrekkelijk gemengd milieu gecreëerd kan worden, dat bijdraagt aan stedelijke doelstellingen zoals het terugdringen van het woningtekort en de versterking van de economie en werkgelegenheid. Een goede programmering steunt op vijf pijlers:

  • Optimale afstemming op de marktbehoeften, het beleid en de eindgebruikers. Gedegen marktonderzoek voor alle functies is een belangrijke basis.
  • Versterken van de synergie tussen de functies en met de openbare ruimte. Zo leidt synergie tussen functies tot hogere bestedingen, levendigheid en leefbaarheid.
  • Gebruik maken van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van de locatie.
  • Bevorderen van de financiële haalbaarheid.
  • Stroomlijnen van de mobiliteit. Bij verdichting binnen stedelijk gebied dient er rekening te worden gehouden met de verkeerstoename, bijvoorbeeld door middel van innovatieve mobiliteitsvormen.

Maar hoe, is dan de vraag. Hoe kom je tot een kansrijk programma waarbij de functies niet alleen goed samen gaan, maar er ook synergievoordelen worden behaald? Hier vier lessen:

Les 1: Match de doelgroepen voor wonen en werken

Een zorgvuldige selectie van kansrijke doelgroepen is essentieel voor het succes van de ontwikkeling. Wanneer het vastgoed niet aansluit bij de wensen en eisen van de eindgebruikers, heeft dit invloed op de afzet en kan (op termijn) leegstand ontstaan. De kansrijke doelgroepen hangen naast de marktbehoefte onder meer af van de locatie en van de dichtheid van het toekomstige gebied. Ook zijn de doelgroepen voor wonen en werken afhankelijk van elkaar: niet elk type bedrijvigheid is te mengen met alle woondoelgroepen.

Les 2: Bepaal de optimale verhouding tussen de functies

Wat is de optimale balans tussen wonen en andere functies, zoals kantoren, bedrijfsruimten, retail en horeca? Belangrijke aspecten die dit beïnvloeden zijn onder meer voldoende massa, een haalbare businesscase en voldoende draagvlak voor voorzieningen. Veelal is de verhouding tussen wonen en andere functies ongeveer 80 procent wonen en 20 procent niet-wonen, zoals in de voorbeelden van Strathcona-Village (Vancouver) en het Havenkwartier (Deventer).

Wanneer wordt gebouwd in lage dichtheden of als er een ruim aanbod publieksfuncties gerealiseerd kan worden, kan het aandeel niet-wonen functies hoger uitvallen. Het borgen van functies met de minste opbrengstpotentie (met name werkfuncties) in het programma is veelal een uitdaging en we merken dat opdrachtgevers vaak op zoek zijn naar handvatten hiervoor. Oplossingen hiervoor zijn verevening binnen de gebiedsontwikkeling, investeren in kwaliteit van de plinten en gedeelde voorzieningen en semi-openbare ruimten.

Les 3: Hanteer een doordachte plintinvulling

De plintinvulling moet aansluiten bij de wensen en eisen van de gebruikers, maar ook zorgen voor een aantrekkelijke omgeving met voldoende levendigheid. Een groot deel van de bedrijfsruimtegebruikers heeft bijvoorbeeld een voorkeur voor de plint, maar de gehele plint invullen met bedrijfsruimten is niet altijd wenselijk met het oog op de levendigheid. Dit hangt echter wel van het type bedrijvigheid af: waar opslag voor een dichte plint zorgt, kan ambachtelijke bedrijvigheid wel bijdragen aan de levendigheid. In de ruimtelijk-functionele uitwerking is een optimale plintinvulling daarom van groot belang. Daarentegen kan een deel van de bedrijfsruimtegebruikers ook goed op de bouwlagen landen, waaronder de creatieve industrie of hybride gebruikers met de productie op de begane grond en het kantoor erboven.

Les 4: Voorkom hinder op voorhand

Zorg vooraf voor het zoveel mogelijk voorkomen van hinder, zowel voor bewoners als voor bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan een goede isolatie van woningen en het scheiden van de logistieke afwikkeling van bedrijven en de entrees van woningen. Ook het situeren van bedrijven op de juiste plek en het creëren van ontmoetingsplekken kunnen helpen. Doordat bewoners in contact komen met de werknemers van de bedrijven in de buurt van hun woning, ontstaat er vaak meer wederzijds begrip en dit vermindert irritaties. Door bij de programmering al goed na te denken over een juiste inpassing en de juiste bouwtechnieken, kunnen hinder en mogelijke bezwaren op voorhand voorkomen worden.

Deze lessen laten het belang van het integraal benaderen van de opgave zien. Ook met de naderende omgevingswet stappen we steeds meer af van het sectorale denken, waar wonen, werken, en voorzieningen apart benaderd worden. Een integrale benadering van gebiedsontwikkeling is nodig om te komen tot aantrekkelijke gemengde gebieden. Hiervoor zijn partijen met lef en gemeenten met een open mindset nodig: verder kijken dan het eigen specialisme en de verbinding zoeken met andere disciplines. Het opstellen van een goede ruimtelijk-functionele visie met een doordachte doelgroepenmatch is hierin een belangrijke eerste stap.

Foto: Novacity, Brussel, bron: DDS+

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

17-05-2021
Bijeenkomst: Groene Gezonde Klimaatbestendige Bedrijventerreinen

Event

17-05-2021

Bijeenkomst: Groene Gezonde Klimaatbestendige Bedrijventerreinen

Gezocht: Gemeenten en bedrijventerreinen met ambitie voor klimaatadaptatie en vergroening

Op maandag 17 mei van 10.00 tot 11.15 uur wordt een digitale bijeenkomst georganiseerd over het programma "Werklandschappen van de toekomst: groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen". 

Een coalitie bestaande uit ministeries, provincies, onderwijsinstellingen en ondernemers is bezig met de aanvraag “Werklandschappen van de toekomst: groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen”, dat ingediend wordt bij het Nationaal Groeifonds. Het doel van het programma is om bedrijventerreinen grootschalig te vergroenen. 

De ruim 3.000 bedrijventerreinen in Nederland zijn essentieel voor de werkgelegenheid. Velen zijn echter niet toekomstbestendig: grijze, versteende gebieden met weinig groen en water. Bedrijventerreinen kunnen een stuk duurzamer, gezonder en aantrekkelijker. Het programma zal bijdragen aan biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezonde leefomgeving en vestigingsklimaat en er wordt een boost gegeven aan innovatie van de groene sector. 

Tijdens de bijeenkomst wordt toegelicht wat het programma inhoudt en hoe gemeenten en bedrijven kunnen aansluiten. We zoeken minimaal 10 combinaties van bedrijventerreinen en gemeenten die mee willen doen. Door deel te nemen maak je gebruik van de kennis, het netwerk en een financiële bijdrage van een nationaal programma, waarmee met een innovatieve en integrale vergroeningsaanpak het bedrijventerrein wordt omgevormd tot werklandschap van de toekomst.

Via deze link kunt u zich aanmelden en meer informatie lezen

Deze bijeenkomst wordt georganiseerd door IVN Natuureducatie, Stichting Steenbreek, Stadswerk en de Natuur en Milieufederaties.

Lees verder
card image

Nieuws

Woon-werkakkoord voor regionale gebiedsontwikkeling in Haagse regio

Nieuws

30-03-2021

Woon-werkakkoord voor regionale gebiedsontwikkeling in Haagse regio

Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Delft, Den-Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk hebben een woon-werkakkoord light gesloten. In dit akkoord zijn afspraken gemaakt die bijdragen aan extra woningen, extra banen én meer omgevingskwaliteit.

Akkoord op hoofdlijnen

De forse woningbouwopgave in de Haagse regio, de schaarse stedelijke ruimte en het belang van een vitale economie vragen om een goede ruimtelijke afstemming. Met het woon-werkakkoord light stellen partijen als doel om de bestaande ruimte beter te benutten. Door het maken van afspraken over locaties ontstaat er ruimte voor woningbouw en werkgelegenheid. De woningbouwplannen passen bij de regionale afspraken. Tegelijkertijd blijft er door de afspraken voldoende ruimte in deze regio beschikbaar voor passende bedrijvigheid op de korte en lange termijn. De vier gemeenten en de provincie streven ernaar om in het vierde kwartaal een definitief woon-werkakkoord te bereiken.

Woningbouwimpuls

Door het Rijk zijn middelen beschikbaar gesteld voor woningbouw. De provincie heeft aanvragen ondersteund voor woningbouw voor de Binckhorst in Den Haag en de Schieoevers in Delft. Voor de locatie Kesslerpark (Plaspoelpolder) hebben de provincie, de MRDH, Rijswijk, Den Haag en Shell afspraken geformuleerd voor een campusmilieu (wonen, leren, werken). Delft, Den Haag en Rijswijk hebben afspraken gemaakt in het kader van het verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad. Deze dragen bij aan de woningbehoefte tot 2040, onder andere door binnenstedelijke verdichting, langs en nabij de Oude lijn Leiden-Dordrecht.

Woningbouw, bedrijvigheid en mobiliteit

Woningbouw op de transformatielocaties die nu nog vrijwel uitsluitend in gebruik zijn voor bedrijfshuisvesting, vraagt om een goede oplossing waarbij voldoende bedrijfsruimte beschikbaar blijft. Dit zowel vanuit het oogpunt van werkgelegenheid en welvaart als vanuit het streven om mobiliteitsbewegingen te verminderen en een meer circulaire economie mogelijk te maken.

Transformatielocaties

In het akkoord zijn afspraken gemaakt over diverse transformatielocaties. Zo heeft Den Haag plannen met de Binckhorst. Rijswijk werkt aan plannen voor de Plaspoelpolder, Delft aan de Schieoevers en Leidschendam-Voorburg aan Vliethaven en Klein Plaspoelpolder. Allemaal gebieden waar van oudsher bedrijvigheid met een hogere milieucategorie gevestigd was. Daarnaast zijn al deze terreinen ontsloten door de waterweg De Vliet/ De Schie. Hoewel er tegenwoordig minder zware industrie op deze terreinen zit dan voorheen, zijn de betreffende terreinen nog steeds planologisch bestemd als vestigingsplek voor industrie en watergebonden bedrijvigheid. De ruimte voor bedrijven met een hogere milieucategorie is schaars. Dit moeten we beschermen. Met dit woon-werkakkoord spreken partijen af om via maatwerk een goede balans te vinden tussen ruimte voor zowel wonen als werken.

Parallel aan dit woon-werkakkoord wordt momenteel de provinciale behoefteraming geactualiseerd. De hogere milieucategorie bedrijvigheid is hierin een belangrijk onderdeel. De vier betrokken gemeenten nemen, naast een aantal andere partijen, deel aan de klankbordgroep van dit onderzoek. De resultaten hiervan zijn relevant voor de verdere uitwerking van het woon-werkakkoord. De MRDH is voornemens om deze geactualiseerde behoefteraming nader uit te werken tot een geactualiseerde regionale visie werklocaties. Zo werken we gezamenlijk aan de realisatie van extra woningen, extra banen en meer omgevingskwaliteit.

Photo by Vyacheslav Koval on Unsplash

Lees verder
card image

Nieuws

Speciaal controleteam maakt Gelderse bedrijventerreinen veiliger

Nieuws

09-02-2021

Speciaal controleteam maakt Gelderse bedrijventerreinen veiliger

Samen met verschillende partners gaat de provincie Gelderland ondermijning op bedrijventerreinen aanpakken. Een speciaal team van controleurs en analisten gaat informeren, controleren en doorpakken om criminaliteit tegen te gaan. Door project Theseus worden bedrijventerreinen veiliger.

Meer weten maakt veiliger

Het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) stelde vast dat er te weinig zicht is op criminaliteit op lokale industriegebieden. Dubieuze zakenmensen profiteren van die anonimiteit en afgelegen locaties. Daar hebben goedwillende ondernemers last van. Project Theseus wil voorkomen dat bedrijventerreinen worden gebruikt voor illegale bewoning, louche ontmoetingsplaatsen en als dumpplek van chemisch en drugsafval. Daarom gaan ze controleren en informatie verzamelen.

Controles uitvoeren en informatie verzamelen

Medewerkers van de Gelderse omgevingsdiensten gaan samen met gemeenten controles uitvoeren. Ze worden op de achtergrond ondersteund door de politie en het Openbaar Ministerie (OM). Op verzoek van een gemeente worden bij een controle de BOA’s, toezichthouders en juristen ondersteund door het Flex-team. Theseus-medewerkers maken ook gebiedsscans, waarmee ze in beeld brengen welke zakelijke activiteiten er zijn. Verder krijgen ondernemers informatie over de problemen die spelen. Als er misstanden worden vastgesteld, speelt het Flex-team dat door aan partners en gemeenten. Dan kunnen die vervolgens gepast reageren.     

Weerbaarheidsgedeputeerde Peter van ’t Hoog: “Het Theseus-project is een mooi concreet initiatief om Gelderland weerbaarder te maken. Het RIEC heeft signalen over bedrijventerreinen kenbaar gemaakt en wij gaan daar op deze manier mee aan de slag. Gaten in veiligheid moeten worden opgevuld.” 

Partners

Project Theseus wordt aangestuurd door een stuurgroep onder leiding van voorzitter Annette Bronsvoort (burgemeester Oost Gelre) en vice-voorzitter Jan Nathan Rozendaal (burgemeester Elburg). Zij vertegenwoordigen de Gelderse gemeenten. De andere partners in dit samenwerkingsverband zijn provincie Gelderland, de Gelderse omgevingsdiensten, de politie en het Openbaar Ministerie. Het Flex-team bekijkt de eerste bedrijventerreinen waarschijnlijk in het voorjaar van 2021.

Lees verder