Onlangs heeft OML de laatste beschikbare kavels op het bedrijventerrein Windmolenbos verkocht aan Munco Beheer BV. Het betreft 3 kavels met een totale oppervlakte van ruim 8.000 m².

Munco Beheer BV is een turn-key bouwer van bedrijfspanden en geen onbekende op het bedrijventerrein. Diverse panden werden in het verleden al door Munco gebouwd, waarbij ook een deel voor eigen ontwikkeling werd gerealiseerd. Met de recentelijke verkoop zijn alle beschikbare kavels op Windmolenbos door OML verkocht.

Ontwikkeling door Munco Beheer BV

Op de door Munco gekochte kavels zullen 3 diverse objecten worden ontwikkeld. 
Voor Top Kunstgras BV (momenteel gevestigd aan de Peter Schreursweg in Haelen) wordt een nieuwbouw gerealiseerd die ruimte biedt voor verdere groei. Top Kunstgras krijgt de beschikking over een modern, multifunctioneel pand met veel ruimte voor (binnen en buiten) showroom, een royaal magazijn en goede logistieke faciliteiten. 

Verder zijn 2 bedrijfsverzamelgebouwen voorzien, waarbij er flexibele bedrijfsunits beschikbaar komen voor zowel verkoop als verhuur. De grootte van de units varieert van 100 m2 tot 350 m2, desgewenst met een tussenvloer, inpandige kantoorruimte met sanitaire voorzieningen of een showroomfunctie op maat.

Ruud Poels, namens Munco de ontwikkelaar van de panden, is tevreden dat er na een lang voortraject nu concreet ruimte is voor deze ontwikkelingen. “We merken al lange tijd dat er met name vanuit lokale en regionale partijen veel behoefte is aan moderne, flexibel in te richten bedrijfsunits van een kwalitatief hoog niveau met een dito uitstraling. Veel (lokale) ondernemers zoeken niet alleen ruimte voor de uitbreiding van hun activiteiten, maar willen tegelijkertijd een waardevaste belegging en zien de aankoop van duurzaam vastgoed als een veilige en verantwoorde belegging voor hun oudedagsvoorziening. Met deze ontwikkeling kunnen we hier invulling aan geven”. De bouw van de panden zal in de tweede helft van 2021 starten.

Over OML

OML BV draagt bij aan de economische ontwikkeling van de regio Midden-Limburg en doet dit in samenwerking met gelieerde partijen, bedrijfsleven en overheden. OML B.V. heeft de volgende kerntaken: ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen, locatie- en gebiedsontwikkeling alsmede advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken. OML heeft percelen te koop op de bedrijventerreinen: Businesspark Midden-Limburg in Echt, Zevenellen in Leudal, De Schroof, De Hanze, Boven de Wolfskuil en Oosttangent in Roermond.

OML B.V.

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) is sinds 2011 participant van SKBN. OML is opgericht door een aantal gemeenten in de regio Midden-Limburg, en heeft het doel om in Midden-Limburg het vestigingsklimaat te verbeteren en de regionale economische structuur te versterken.

info@oml.nl
0475 - 42 62 42

OML B.V.
card image

Event

22-06-2021
Studiereis 2021 - Bijdragen aan maatschappelijke waardecreatie door bedrijventerreinen

Event

22-06-2021

Studiereis 2021 - Bijdragen aan maatschappelijke waardecreatie door bedrijventerreinen

Dit jaar organiseerden we de studiereis in de vorm van een digitale excursie. De digitale studiereis met het thema ‘Bijdragen aan maatschappelijke waard-creatie door bedrijventerreinen’ vond plaats op 22 juni van 10.00 – 11.30 uur.

 

Via deze link kunt excursie terugkijken

 

Jaarlijks organiseert SKBN een rondje langs de velden bij verschillende bedrijventerreinen om zo een kijkje in de keuken te krijgen van wat er speelt in de praktijk bij Nederlandse bedrijventerreinen. Door de beperkingen rondom corona was het niet verstandig om op dat moment bedrijventerreinen te bezoeken. Wel willen gemeenten, overheden, bedrijven, professionals en parkmanagers inspiratie opdoen en leren van elkaar. We hebben een nieuw concept uitgewerkt waardoor we jullie online konden meenemen op excursie langs drie verschillende bedrijventerreinen.

Waar naar toe?

Het SKBN-busje reist in totaal 418 kilometer met als startpunt de SKBN-locatie in Utrecht. We bezoeken drie heel verschillende bedrijventerreinen: Plug-in City op Strijp S in Eindhoven, businesspark Waarderpolder in Haarlem en Laarberg in Groenlo. Ieder terrein heeft te maken met eigen kansen en uitdagingen, maar ze zijn allemaal bezig met de vraag: Hoe maak je een bedrijventerrein toekomstbestendig en hoe draag je als bedrijventerrein bij aan de maatschappij?

Onze gasten

Naast de excursie voeren we verdiepende gesprekken over relevante SKBN thema’s, zoals energietransitie, circulariteit en groen-blauw. De verdiepende gesprekken vinden onder leiding van Marcel Bayer (hoofdredacteur ROM magazine) plaats met Theo Föllings (Oost NL tevens voorzitter SKBN), Joost Okkema (Laarberg), Joop Spijker (WUR), Gregor van Heemskerk (Twijnstra Gudde), Paul van Dijk (Akro Consult), Frank Hazeleger (NV OMU), Gido ten Dolle (Provincie Noord-Brabant), Stan Verstraete (Waarderpolder) en Jan Brugman (Industrieschap Plaspoelpolder)

Heeft u vragen of opmerkingen? Mail dan naar i.leeninga@skbn.nu of zoe@skbn.nu

Lees verder
card image

Achtergrond

Financiering en subsidies duurzame bedrijventerreinen

Achtergrond

26-05-2021

Financiering en subsidies duurzame bedrijventerreinen

Voor bedrijventerreinen die aan de slag willen met verduurzaming, bestaan verschillende financieringsmogelijkheden. Vaak begint het bij lokale financiële kansen. Van daaruit is het mogelijk dat er een structurele basis ontstaat voor het bekostigen van verduurzamingsmaatregelen.

Op deze pagina die is overgenomen van RVO vindt u een aantal concrete voorbeelden uit de praktijk.

Ondernemersfonds

Een ondernemersfonds is een voorziening in een gemeente waarin deelnemende ondernemers opslag betalen over de onroerendezaakbelasting (OZB). Deze opslag dient als een gezamenlijke portemonnee. Bedrijven kunnen daarmee in hun eigen omgeving - het zogenaamde trekkingsgebied - collectieve initiatieven, projecten en investeringen financieren. De gemeente houdt in de gaten dat het geld aan collectieve projecten wordt besteed. Een voordeel van een ondernemersfonds is dat het bedrijventerrein langdurige financiering kan krijgen, doordat ondernemers het geld zelf inleggen. Check bij uw gemeente of zij beschikt over een ondernemersfonds.

Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Een BIZ is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat of bedrijventerrein, waar ondernemers samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. De ondernemers in de BIZ stellen gezamenlijk een BIZ-plan op. De gemeente beoordeelt het plan en stelt een heffing in, die zij in de vorm van een subsidie aan de BIZ teruggeeft. Zo betalen alle ondernemers mee aan het plan. De activiteiten van een BIZ zijn aanvullend op de taken van de gemeente en gaan vaak over onderhoud, veiligheid en netheid. Vanuit een BIZ kan ook verduurzaming worden opgepakt. Net als bij een Ondernemersfonds, is er sprake van een verplichte bijdrage voor aangesloten bedrijven. De afspraken gelden voor 5 jaar, wat vraagt om extra aandacht voor de continuïteit van de samenwerking. Het geld dat de ondernemers samen beschikbaar stellen, mag alleen gebruikt worden voor activiteiten die opgenomen zijn in het BIZ-plan.

Ondernemersvereniging

Vaak verenigen bedrijven op een bedrijventerrein zich in een ondernemersvereniging. Vanuit deze vereniging kunnen zij initiatieven voor verduurzaming nemen. Een bedrijf kan ook zelf een idee of initiatief aan de vereniging voorleggen. De financiering van de verduurzaming is eventueel mogelijk via de gemeente of provincie. De vereniging kan zich ook aansluiten bij lopende initiatieven zoals Bepositief (BE+). Is uw vereniging actief met verduurzaming? Informeer dan bij uw gemeente of provincie naar ondersteuningsmogelijkheden.

Externe subsidie

Soms is een subsidie de trigger om aan de slag te gaan met verduurzaming. Bedrijven(terreinen) kunnen dan aanhaken bij de financiering die door de gemeente, provincie of andere organisatie geïnitieerd wordt.

Stichting Breda Energie is opgericht door de gemeente Breda en andere partijen samen om energie te besparen en op te wekken

Breed gemeentelijk of provinciaal initiatief

Sommige gemeenten of provincies hebben een (extra) ambitieuze duurzaamheidsdoelstelling. Zij bieden bedrijven(terreinen) dan aan om zich aan te sluiten bij die ambitie. Hoe meer bedrijven zich aansluiten bij een initiatief, hoe meer de effectiviteit ervan groeit. Informeer bij uw gemeente of provincie naar de mogelijkheden en initiatieven.

Groningen Werkt Slim: hierbij werken bedrijvenverenigingen, gemeente en provincie samen om in 2035 CO2-neutraal te zijn

Meer informatie

  • Stichting CLOK: richt zich op het versterken van de lokale en regionale economie en houdt zich onder meer bezig met het verbinden van gemeenten en partnerorganisaties op bedrijventerreinen. De stichting biedt bijvoorbeeld ondersteuning bij het opstarten van een ondernemersfonds of een BIZ. CLOK is ook ondertekenaar van het Convenant Duurzame Bedrijventerreinen, dat geïnitieerd is door Stichting Bepositief (BE+): BE+ ondersteunt bedrijventerreinen met kennisdeling en -ontwikkeling
  • Collectieve financiering (ESCo) en de bijbehorende snelstartgids Hoe begin ik een ESCo?
  • Stichting BespaarGarant: is een gezamenlijk initiatief van brancheorganisaties. Zij bieden een standaardmethode om gebouwen te verduurzamen met een technische prestatiegarantie en slimme financiering uit lagere energiekosten.
  • Handleiding Aanpak collectieve verduurzaming bedrijventerreinen: in deze handleiding van Energie Collectief Utrechtse Bedrijven staat praktische informatie over het opzetten van een collectief en de financiering ervan
  • Regionale energiefondsen: in Nederland bestaan sinds 2012 regionale energiefondsen die een belangrijke rol spelen bij de versnelling van de energietransitie

Subsidies

  • Energie-investeringsaftrek (EIA): fiscale regeling waarbij een bedrijf een deel van de investeringen in energiebesparende maatregelen mag aftrekken van de winst. Let op: er moet wel winst gemaakt worden. Dit mag ook over meerdere jaren gerekend zijn, binnen een marge van besparingen per geïnvesteerde euro. De investeringen moeten een bepaalde besparing opleveren, dus rendabel zijn, maar niet een zodanige besparing dat de investering zichzelf (zonder EIA) volledig terugverdient. De inzet van EIA wordt bepaald op basis van een energielijst met concrete toepassingen of een CO2-reductieplan.
  • Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing (ISDE): subsidie voor concrete toepassingen voor zowel particulieren als bedrijven, op basis van een apparatenlijst
  • Stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie (SDE++): subsidie voor het opwekken van duurzame energie, uitgekeerd per opgewekte kWh. SDE++ is met name interessant bij gebruik van zonnepanelen. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de hoeveelheid zonnepanelen.
  • Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil): met de MIA profiteert een bedrijf van een investeringsaftrek tot 36% van het investeringsbedrag. Met de Vamil kan de afschrijving van de maatregelen naar voren gehaald worden, wat belastingvoordeel oplevert.
  • Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI): subsidie bedoeld voor bewezen innovatieve maatregelen met hoge investeringskosten en daardoor een langere terugverdientijd. Let op: MKB’ers hebben voordeel bij de VEKI-beoordeling en worden met voorrang behandeld.
  • Demonstratie Energie en Klimaatinnovatie (DEI+): bedoeld voor innovatieve pilotprojecten voor het verminderen van energiegebruik of CO2-uitstoot en voor het investeren in hernieuwbare energiebronnen en/of de circulaire economie
  • Subsidies energie-innovatie Topsector Energie: subsidies voor ondernemers, wetenschappers en kennisinstellingen, bedoeld om de haalbaarheid te kunnen onderzoeken van toekomstige mogelijkheden om een verduurzamingsproject op te starten.
  • WBSO: fiscale regeling voor research en development: fiscale innovatieregeling voor bedrijven (incl. starters en zelfstandigen) die ontwikkelings- en/of onderzoeksprojecten uitvoeren en hun kosten voor Research & Development (R&D) willen verlagen

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Lees verder
card image

Achtergrond

De energietransitie verandert bijna alles in de Amsterdamse haven

Achtergrond

14-06-2021

De energietransitie verandert bijna alles in de Amsterdamse haven

Als enige haven ter wereld heeft Port of Amsterdam besloten om vanaf 2030 niet langer actief te zijn in steenkolen. Rigoureuze stap voor de tweede kolenhaven van Nederland en Europa. Strategische stap, vindt Eduard de Visser, hoofd Strategie en Innovatie. ‘Hiermee inspireren we bedrijven die zich richten op schone energie om zich hier te vestigen.’

Wat betekent de energietransitie voor Port of Amsterdam?

“Overgaan op alternatieve energiebronnen die niet schadelijk zijn, is veel meer dan alleen een energietransitie. Doordat onze focus naar andere energiedragers verschuift, verandert bijna alles in de haven. Bedrijven zullen zich aanpassen en meegaan in de transitie, maar er komen ook bedrijven bij die hier nog niet waren. Uit andere branches: recycling, circulaire chemie en synthetische brandstoffen bijvoorbeeld.”

Hoe is de haven veranderd door die transitie naar duurzame energie?

“De haven blijft een doorgeefluik voor goederen van en naar de EU en Nederland, zoals aluminium, papier, hout en roll-on, roll-off (voertuigen, red.). Daarnaast zijn we groot in de opslag en handel van energiedragers. Daarin zal het meest veranderen. Kolencentrales gaan dicht, er rijden steeds meer elektrische auto’s rond, nieuwe, schonere brandstoffen doen hun intrede, transport wordt steeds efficiënter, waardoor brandstof efficiënter gebruikt wordt. Dit zijn allemaal factoren die van invloed zijn op de vraag naar die brandstoffen waar de haven zo groot in is.”

Betekent dat dat een deel van de handel van de haven verdwijnt?

“De handel verandert, maar dat gebeurt al vanaf het begin van de haven, 750 jaar geleden. Handel verdwijnt, maar daar komt nieuwe handel voor terug en dat is een heel positieve ontwikkeling. We zijn in Port of Amsterdam al een tijd bezig met de energietransitie. Een paar jaar geleden maakten we de keuze om per 2030 niet langer actief te zijn in steenkolen. Als eerste en nog steeds enige haven ter wereld. Dat was een strategische stap, want hiermee inspireerden we bedrijven die zich richten op schone energie om zich hier te vestigen. Een toename van die bedrijven vergroot de kansen voor energietransitie in de metropoolregio. Het kan zelfs de CO?-reductie in heel Nederland versnellen. Daarvoor is namelijk gespecialiseerde expertise nodig en die hoeven we nu niet meer van ver te halen. Ook met de nieuwe generatie energiedragers willen we als haven een hoofdrol blijven spelen.”

Hoe vertaalt zich die focus van Port of Amsterdam op duurzaamheid?

“Ten eerste met een focus op groene elektriciteit: windmolens in zee en zonneparken. Voor de kust van IJmuiden komt een van de grootste offshore windparken van Nederland. De tweede focus is het opschalen van de productie van groene brandstof. Op het terrein van Tata Steel bouwen we samen met Nouryon een groene waterstoffabriek. De fabriek gebruikt groene stroom van het offshore windpark. De waterstof uit de fabriek gaat naar de haven van Amsterdam, door een pijp die we samen met de Gasunie aanleggen. Deze groene waterstof gaat onder andere naar een bedrijf dat synthetische kerosine produceert. Dat is kerosine die niet gemaakt is van aardolie, maar met groene waterstof. Dat bedrijf is een initiatief van Port of Amsterdam, in samenwerking met Schiphol. In 2024 is de eerste synthetische kerosine beschikbaar. Een duurzaam alternatief voor reguliere kerosine, dé brandstof in de burgerluchtvaart.”

Dan een andere gamechanger: covid-19. Wat heeft corona voor effect op het Havenbedrijf?

“Het maakte duidelijk dat de haven een belangrijke functie heeft in de bevoorrading van vitale goederen en diensten van Nederland, om maar met iets positiefs te beginnen. Het grootste effect heeft corona op de overslag van kolen, die daalde met tientallen procenten in 2020. De vraag vanuit de staalverwerkende industrie uit Duitsland lag ineens stil. Gelukkig is er ook herstel, door de focus op andere sectoren als duurzame energie en de containermarkt.”

Het thuiswerken heeft een enorme vlucht genomen. Een positieve ontwikkeling?

“Voordeel daarvan voor mij is dat ik vaak een mooie wandeling maak tijdens vergaderingen. Maar het heeft ook nadelen. Het is bijvoorbeeld lastiger geworden om nieuwe samenwerkingen aan te gaan omdat je elkaar niet kunt zien. Bij zoiets groots als de energietransitie is het noodzakelijk om allianties aan te gaan die sectoren – de luchtvaart, de haven – overstijgen. Dat blijft mensenwerk: het gaat het best met face-to-facecontact. Mensen maken het verschil, dat blijft zo.”

Lees het gehele artikel en andere artikelen in FACES

Lees verder