Stichting Steenbreek en provincie Zuid-Holland werken samen aan het vergroenen van bedrijventerreinen. Een eerste resultaat van die samenwerking is de uitgave van de publicatie "Groene gezonde bedrijventerreinen". In het boekwerkje over nut en noodzaak van het vergroenen van bedrijventerreinen staan inspirerende ideeën en praktische informatie; het is bedoeld voor gemeenten, beheerders van bedrijventerreinen en ondernemers.

Nederland heeft ruim 3.800 bedrijventerreinen met een gezamenlijke oppervlakte van bijna 100.000 hectare (bijna de helft van de provincie Groningen). Bijna een derde van de banen in Nederland is op bedrijventerreinen te vinden. Uit onderzoek dat Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies in 2020 uitvoerde in de provincie Zuid-Holland blijkt – en dat is representatief voor andere provincies – dat de grondoppervlakte van bedrijventerreinen voor slechts 1 procent uit groenblauwe structuren bestaat (bomen, vaste planten, gras, sloten, poelen).

Inzicht in mogelijkheden

Met de 44 pagina’s tellende uitgave, met een voorwoord van gedeputeerde Willy de Zoete, krijgen gemeenten, parkbeheerders en bedrijven inzicht in de mogelijkheden voor een groenblauwe inrichting van een bedrijventerrein die bijdraagt aan biodiversiteit en klimaatadaptatie (voorkomen wateroverlast en hittestress), maar ook aan de gezondheid van medewerkers en daardoor de arbeidsproductiviteit.

Stappenplan

Naast een algemeen overzicht van de huidige situatie en het vergroeningspotentieel op bedrijventerreinen in Nederland wordt onder meer een stappenplan gepresenteerd om te komen tot een groenblauwe inrichting. Daarnaast komen aan bod welke mogelijkheden er zijn om aan, op en tussen gebouwen te vergroenen.

Er worden twee bedrijventerreinen als praktijkvoorbeeld uitgelicht: het bedrijfsterrein van Farm Frites in Oudenhoorn en BIZ Grote Polder in Zoeterwoude.

Gezondheid

Het aspect gezondheid wordt in de uitgave uitgebreid belicht: zo komt omgevingspsycholoog Sjerp de Vries van de WUR aan het woord over de positieve effecten van groen op gezondheid en belicht architect Thomas Steensma de relatie tussen het concept Positieve Gezondheid en architectuur/stedenbouw.

Foto: Arnold van Kreveld

card image

Event

10-11-2021
BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Event

10-11-2021

BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Op woensdag 10 november organiseert SKBN samen met BT Magazine en ELBA\REC de 16e editie van het BT Event. Dit jaar zijn we op de locatie van de Brainport Industries Campus in Eindhoven. Onze gastheren zijn: Eindhoven Airport, Flight Forum, gemeente Eindhoven en provincie Noord-Brabant.

De kracht van werklocaties

Stedelijke werklocaties zijn samen met de binnenstad de drijvende kracht van de stedelijke economie. Ze zorgen voor banen en de producten en diensten waar de moderne samenleving op draait. Steeds meer fungeren ze ook als draaischijven in de stadslogistiek, hub voor kennis en innovatie, broedplaats voor creatieve pioniers. Maar die stedelijke werklocaties staan onder druk vanwege de toenemende ruimtebehoefte van andere stedelijke functies, wonen voorop, en het beleid om overlast door verkeer, lawaai en geur te voorkomen. Tegelijkertijd spelen grote transities in bijvoorbeeld de energievoorziening en als gevolg van klimaatverandering.

Met het veranderende karakter van de economie en de logistiek, alsmede door nieuwe trends in hoe we werken, versneld door de coronacrisis, staan stedelijke werkgebieden zelf ook voor transformatieopgaven. De grote uitdaging is om bij de herprofilering in te spelen op genoemde trends en ambities, en zo een volwaardige nieuwe rol in het stedelijk weefsel te kunnen spelen.

Met ons congres "De kracht van werklocaties" willen we dat thema agenderen.

Doel

De deelnemers tonen wat er komt kijken bij het daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van stedelijke ambities door werklocaties. Hoe kun je her profileren en her ontwikkelen naar een gemengd kennis en innovatiedistrict, dat ook voldoet en bijdraagt aan de ambities voor verduurzaming, vergroening etc. Aanmelden voor dit fysieke congres inclusief netwerkborrel is binnenkort mogelijk!

Voor meer informatie kijk op www.btevent.nl.

Lees verder
card image

Achtergrond

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Achtergrond

08-06-2021

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Op alle overheidsniveaus zijn stevige circulaire ambities geformuleerd om in 2050 een economie zonder afval te hebben. Vooral op lokaal niveau wordt steeds meer verwacht van het beter en anders benutten van grondstoffenstromen op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Het blijft vooralsnog bij mooie woorden. Gemeenten hebben amper slagkracht, blijkt uit verkennend onderzoek.

Door Julian van der Zanden en Cees-Jan Pen. Dit artikel verscheen eerder in vakblad ROm, het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren. 

Een circulair bedrijventerrein is kortgezegd een bedrijventerrein waar wordt ingezet op materiaalreductie, duurzaamheid en het circuleren van materialen. Het gaat nadrukkelijk om meer dan werken met zonnecollectoren op daken en de plaatsing van windmolens.

Wat betreft circulariteit is er op bedrijventerreinen veel winst te behalen. Bedrijven zijn ruimtelijk geclusterd en ze produceren, consumeren en transporteren daar veel grondstoffen. Bij de ontwikkeling en aanleg van nieuwe terreinen gelden dan ook hoge circulaire ambities. Tegelijkertijd constateren we onder meer bij de selectie voor de jaarlijkse Circular Design Award dat concrete resultaten nog maar weinig te vinden zijn. En toch worden steeds meer nieuwe terreinen in de markt gezet als circulair terrein.

Actuele voorbeelden zijn de ontwikkeling van Wijkevoort in Tilburg en Heesch-West in Bernheze, waar hoge circulaire ambities worden gesteld en waar sprake is van veel omgevingsprotest vanuit omwonenden. In beide gemeenten draait dit naast de ingreep in het open landschap om respectievelijk het plaatsen van windmolens en de angst voor de voortgaande verdozing van Tilburg-Noord.

De vraag is dus wat deze papieren ambities in de werkelijkheid voor de (vastgoed)ontwikkeling op bedrijventerreinen betekenen. Het verkennend onderzoek ging daarom dieper in op de hoofdvraag: ‘Hoe kan de (vastgoed)ontwikkeling van een nieuw circulair bedrijventerrein worden gerealiseerd?’.

Van woorden naar daden

De aankomende jaren zal er geen nieuw circulair bedrijventerrein worden gebouwd dat honderd procent circulair is. Streven is dat een gemeente een bedrijventerrein realiseert dat zo circulair mogelijk is.

Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter

Op basis van deskresearch blijkt dat gemeenten meestal gebruikmaken van drie instrumenten om de circulaire ambities voor nieuwe bedrijventerreinen te realiseren, namelijk een checklist, of prestatie- en procesinstrumenten. Het PBL  concludeert in de integrale circulaire economie dat voor versnelling van de transitie naar een circulaire economie, intensivering van beleid nodig is en meer dwingende maatregelen nodig zijn om te komen tot een volgende fase van de transitie. Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter.

Benchmarkonderzoek van Stec uit 2020 onder negentig gemeenten geeft een weinig hoopvol beeld. Negentig procent van de gemeenten weet niet welke bedrijven circulair actief zijn en tachtig procent van de gemeenten heeft helemaal geen visie of beleid voor de circulaire transitie op bedrijventerreinen.

De praktijk is vaak weerbarstiger. Gemeenten mogen niet zomaar extra circulaire eisen stellen boven op het Bouwbesluit. In de praktijk is nog weinig bekend of een gemeente door allerlei circulaire eisen niet zorgt voor té hoge eisen.

Sommige gemeenten kiezen om die reden voor een pragmatische aanpak. Ze stellen geen eisen, maar spreken over circulaire ‘wensen’. In regio’s als rond Schiphol met een grote vraag naar bedrijventerreinen, is de ervaring dat deze wensen toch wel worden ingewilligd door de markt.

Het onderzoek laat zien dat gemeenten na de gronduitgifte van nieuwe bedrijfskavels nog een aantal instrumenten hebben om circulariteit op een bedrijventerrein te bewerkstelligen. Ten eerste kan de gemeente het gehele terrein verkopen aan één grote verhuurder zoals het geval is bij de Schiphol Airport Development Corporation (SADC), die toeziet op circulaire huurders. Ten tweede door de grond in erfpacht uit te geven waarbij extra regels worden opgenomen in de erfpachtregels. Ten derde door een circulair kwaliteitsplan in de bestemmingsplanregels op te nemen. Deze laatste optie is alleen mogelijk wanneer het bedrijventerrein wordt ontwikkeld onder de Crisis- en herstelwet.

Gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen hangt af van het gevoerde grondbeleid

Bij erfpacht kan de ondernemer de financiële ruimte die hij uitspaart door de grond niet te hoever verwerven, inzetten voor een hogere mate van circulariteit. Uit het onderzoek blijkt dat de gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen afhangt van het gevoerde grondbeleid. Zo heeft een gemeente bij actief grondbeleid de meeste instrumenten om de circulaire ambities waar te maken en bij faciliterend grondbeleid de minste. Bij actief grondgebruik is een gemeente actief betrokken bij het proces en bij een faciliterend grondbeleid faciliteert de gemeente slechts.

Vrijblijvendheid en geen deling leermomenten

De ervaringen in de praktijk zijn tot dusver zwaar teleurstellend. Opvallend is dat er nog maar weinig overzicht is van de aanpak op circulaire bedrijventerreinen. Er wordt ook weinig geleerd van elkaars succes- en faalfactoren, laat staan dat er zicht is op het waarmaken van circulaire ambities. De bevindingen van de deskresearch sluiten aan op de kritische uitkomsten van de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van 21 januari van dit jaar.

Verschillende grondstoffentrends gaan niet de goede kant op, zo laat PBL zien. Alhoewel de efficiëntie in het gebruik van grondstoffen is toegenomen, blijkt het totale grondstoffengebruik sinds 2010 nauwelijks veranderd. Voor de Nederlandse consumptie is in de productieketens wereldwijd steeds meer land nodig. Kortom, het beleid is te vrijblijvend en oogt te veel als een ‘laat duizend bloemen bloeien’- aanpak. Het PBL adviseert dat er meer ‘dwang en drang’ nodig is in het circulaire-economiebeleid.

Uit de deskresearch naar best practices destilleren we de volgende stappen die ambitieuze gemeenten kunnen zetten om meer circulariteit op nieuwe bedrijventerreinen te realiseren.

  • Stap 1) Vraaganalyse Tijdens stap 1 wordt de ladder van duurzame verstedelijking doorlopen en dus gekeken hoe hoog de marktvraag werkelijk is. 
  • Stap 2) Kansenanalyse De tweede stap kijkt naar de kwaliteit en kansen van het gebied. Deze kunnen geïnventariseerd worden door gebruik te maken van de MRE-benadering of het uitvoeren van een SWOT-analyse. 
  • Stap 3) Concretiseren gemeentelijke circulaire ambitie Dankzij deze eerste twee analyses – marktvraaganalyse en kansenanalyse – kan een gemeente bij stap 3 een scherpe circulaire ambitie opstellen. In de praktijk kiest een gemeente er veelal voor om een ambitie op te stellen die niet aansluit op wat bedrijven beweegt. Dit leidt veelal tot irreële ambities. Advies is: ‘Gemeenten, luister naar de marktvraag, combineer die met de kansen van het gebied en stel zo een haalbare ambitie op.’
  • Stap 4) Haalbaarheidsanalyse Bij stap 4 wordt gekeken naar de haalbaarheid van de gestelde circulaire ambitie mede in relatie tot de eisen vanuit het Bouwbesluit en het inzetten van de drie eerdergenoemde categorieën: 1. checklists, 2. prestatie-instrumenten en 3. procesinstrumenten.
  • Stap 5) Keuze grondbeleid en bijbehorende instrumentatie Als laatste maakt de gemeente een keuze tussen het type grondbeleid dat zij wil gebruiken. Hierbij moet zij in ogenschouw nemen dat de bijbehorende instrumentaria aansluit bij hetgeen de gemeente wil: de ambitie.

We zien in de praktijk van de best practices dat een gemeente met een dergelijk stappenplan een steviger basis legt voor circulariteit bij bedrijven. Samenwerking is daarbij de sleutel. De lokale overheid moet hoe dan ook de dialoog aangaan met ondernemers die bij de vraaganalyse naar boven komen. Zij moeten het immers doen en zij moeten in het circulariteitsverhaal geloven.

Uitgifteplan en -team voor Heesch-West

Een gezamenlijke ambitie van de gemeenten Oss, ’s-Hertogenbosch en Bernheze heeft ertoe geleid, dat zij het duurzaamste bedrijventerrein gaan ontwikkelen. In de eerste fase is er vijftig hectare grond beschikbaar. Bij meer animo zal er dertig hectare bijkomen.

De gemeenten gebruiken een aantal instrumenten om de ambities te realiseren. Zo is een circulair kwaliteitsplan opgesteld met aandacht voor onder meer duurzaamheid, stedenbouwkunde en klimaatadaptie. In het bestemmingsplan zijn specifieke voorschriften opgenomen voor circulariteit en duurzame energie. Een uitgifteplan en uitgifteteam moeten ervoor zorgen dat de ambities van de gemeenten werkelijkheid worden. Het uitgifteteam houdt in samenwerking met de bedrijven in de gaten of de circulaire eisen, opgesteld in het uitgifteplan, ook daadwerkelijk worden behaald.

Naast deze vier instrumenten, zijn er twee andere instrumenten aan toegevoegd. Zo is een parkmanagement bedacht. Bedrijven moeten lid zijn om naar het bedrijventerrein te kunnen gaan en daar hun ideeën over circulariteit te delen. Daarnaast blijkt dat het bedrijventerrein afgelegen is, waardoor er op het bedrijventerrein onvoldoende gasafsluitingen zijn. De gemeenten gaan geen gas aanleggen, maar bedrijven moeten denken over een all-electric oplossing. Ook hebben de gemeenten besloten om één vuilwateraansluiting aan te leggen, omdat ze het onnodig watergebruik tegen willen gaan en bedrijven het inzicht willen geven om zelf met oplossingen voor het vuilwaterprobleem te komen.

Circulair met actief grondbeleid op Wijkevoort

Gemeente Tilburg heeft de ambitie om van Wijkevoort een duurzaam, energieneutraal terrein te maken. Het gebied bevat 88 hectaren aan grond. In de eerste fase is 44 hectare grond beschikbaar.

In een ‘ontwikkelleidraad’ zijn de duurzame eisen beschreven, die vervolgens aan het bestemmingsplan zijn gekoppeld. In het bestemmingsplan komen strenge vestigingseisen voor het economisch concept als de ruimtelijke invulling van gebouwen en perceel. Zo heeft de gemeente een actief grondbeleid omdat zij voorheen 75 procent van de grond in handen had. Dat percentage is inmiddels naar circa 80 procent gegroeid. Het tekenen of uitgeven van kavels doet de gemeente niet, maar ze gaat wel met de bedrijven in gesprek om het ‘afhaakrisico’ te verminderen. Dit zorgt ervoor dat er maar een gedeelte van de kaders is opgesteld. De gemeente biedt bedrijven de gelegenheid om zelf aan die kaders te voldoen, in plaats van druk op te leggen.

Bedrijven moeten zich bij de gemeente aanmelden om daar de wensen en ambitie kenbaar te maken. Nadat de thema’s met de gemeente besproken zijn, zal een adviescommissie naar de aanvragen kijken, die zij vervolgens bij het college afgeeft. Zij geeft het besluit of een bedrijf op het bedrijventerrein mag komen. Bij een positief besluit treedt de gemeente met de partij in onderhandeling. In dat gesprek komen onderwerpen als hoeveelheid grond, prijs en locatie aan bod. Als het bedrijf de besproken duurzaamheidseisen omzet in een ruimtelijk concept, en daar een akkoord op is, is het bedrijf een toegelaten partij op Wijkevoort.

Julian van der Zanden heeft dit artikel geschreven op basis van zijn afstudeeronderzoek naar best practices bij het lectoraat De Ondernemende Regio (julian.vanderzanden@outlook.com). Cees-Jan Pen is lector aldaar. 

Lees verder
card image

Nieuws

Schiphol Trade Park wil de groenste zijn

Nieuws

16-09-2021

Schiphol Trade Park wil de groenste zijn

Bij Schiphol vind je zo’n 350 hectare waarvan een groot deel is gevuld met distributiecentra; een voormalig weiland vol grote panden. Toch beschouwen we Schiphol Trade Park, een ontwikkeling van gebiedsontwikkelaar SADC, als een icoonvoorbeeld voor Groene Bedrijventerreinen. Waarom? We spraken erover met Rob de Wit, projectmanager gebiedsontwikkeling en coördinator van Schiphol Trade Park.

Een toekomstbestendig gebied

Rob: ‘Wat we doen bij Schiphol Trade Park is pionieren. Circulaire ontwikkeling op bedrijventerreinen is relatief nieuw. In plaats van zoveel mogelijk ruimte benutten voor bedrijfspanden en parkeerplekken, wordt steeds meer waarde gehecht aan ecologie, welzijn en leefomgeving, ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. We noemen de gebruikers van onze bedrijfsterreinen niet voor niets onze bewoners.’

Hier liggen kansen voor het ontwikkelen van business parks tot duurzame landschappen waar zowel de mens als de natuur goed kunnen gedijen. Daar zet SADC zich op Schiphol Trade Park en haar andere business parks voor in. Veel publieke ruimte was in de eerdere planvorming verhard, maar door slimme optimalisatie van de infrastructuur kan veel meer groen worden. Rob: 'Over twee jaar verwachten we het resultaat te zien in de openbare ruimte. De gebouwen worden voor een groot deel al groen tijdens het aankomend plantseizoen. En we hebben haast, want goede voorbeelden openen de weg voor alle andere bedrijventerreinen in Nederland. Dus hoe sneller het resultaat zich toont, hoe groter de impact!'

Duurzaamheid uitstralen

Dat er veel winst te behalen is staat als een paal boven water. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het gros van de bedrijventerreinen een inspiratieloze omgeving is. Terwijl hier zo'n 30% van de banen in Nederland te vinden is! Er zijn meer vooruitstrevende ontwikkelaars nodig. De enige manier om het beter te gaan doen is door natuur toe te voegen en te luisteren naar de behoefte van de eindgebruiker. Waar we tien jaar geleden bij de term 'duurzaam ontwikkelen' dachtenSchiphol Trade Park2 aan zonnepanelen, beseffen we nu dat het daar niet ophoudt. Duurzaam bouwen vanuit enkel technisch oogpunt is inmiddels een verouderd concept. Nu beseffen we dat we het ook zíchtbaar moeten maken. Een terrein moet duurzaamheid uitstralen zodat men het als zodanig ook kan ervaren. De behoeften zijn veranderd; de nieuwe generatie wil zich goed voelen en in een fijne omgeving werken. Werkgevers en ontwikkelaars moeten hier rekening mee houden, inspelen op de behoeften en terreinen creëren waar werknemers (de bewoners) zich prettig voelen.

Rob: 'Voor Schiphol Trade Park hebben we onderzocht wat wij kunnen doen om het gebied groener en duurzamer te maken. Een groot deel van de geplande verharding kon weggehaald worden, wat bovendien geleid heeft tot een meer logischere infrastructuur. Saillant detail is dat we ook kosten besparen nu we minder infrastructuur aanleggen, en slechts een beperkt deel van die gelden nodig is voor de groenere inrichting. Het resultaat straks: prettige en zelfs recreatieve looproutes, onverharde paden en veel meer groen. Een uitnodigende parkachtige omgeving waar mensen de natuur kunnen beleven en die gezond gedrag stimuleert.’

Dat klinkt logisch maar deze focus was er voorheen minder. Nu zijn we ons veel meer bewust wat een groene, gezonde omgeving met ons kan doen. In een  woonomgeving zien we dit al volop gebeuren, daar vinden we vergroening al langer belangrijk. Nu is het tijd om samen te kijken hoe we ook de werkomgeving en bedrijventerreinen gezonder en groener kunnen inrichten.

Daktuinen en rotswanden

Daarom stelt SADC strenge duurzaamheidseisen aan klanten op Schiphol Trade Park. Een technisch duurzaam gebouw dat voorheen vooruitstrevend was, is niet meer voldoende. Gebouwen moeten zorgen voor een attractief beeld en een zichtbare groene invulling krijgen, als onderdeel van een natuurinclusief gebied. Een onderliggend ecologisch plan is bij elke ontwikkeling een harde voorwaarde geworden. Veel overtuigingskracht is niet nodig, ontwikkelaars en eindgebruikers omarmen deze nieuwe standaard en nemen ook hun verantwoordelijkheid. Want die traditionele distributiecentra kunnen best wel wat anders vormgegeven worden; daktuinen, groendaken, rotswanden, vlinders en vogels, water en energie. Het lijkt zelfs een soort wedstrijdje te worden onder architecten en ontwikkelaars: wie kan het mooiste groene gebouw neerzetten? Bij al deze partijen ziet SADC steeds meer energie om het verder te ontwikkelen en voor een hogere kwaliteit te gaan.

Ontwikkelen vanuit een coalitie

'De conservatieve manier van gebiedsontwikkeling moet plaatsmaken voor een nieuwe benadering waarbij natuurinclusief de norm is', stelt Rob. Schiphol Trade Park betrekt partners als TU Delft, Universiteit Wageningen, Vogelbescherming, NL Greenlabel, RVO en IVN bij hun plannen Vlinders buddleia, IVN Lelystad workshop natuur dichtbijvoor vergroening. Deze partijen denken met SADC mee hoe de leefomgeving van bewoners als bijen, vogels en andere dieren kan worden behouden. Samenwerken met partners en universiteiten biedt daarnaast mooie kansen voor wetenschappelijk onderzoek. Het gebied leent zich enorm goed voor verschillende onderzoeken en kennisontwikkeling. 'Zo kunnen we straks onderzoeken wat de effecten zijn van duurzame bedrijventerreinen.'

Gebiedsmanagement

Als er zoveel groen een gebied in komt en dit zelfs onderdeel wordt van de architectuur, dan is de integratie van beheer en onderhoud in je plannen noodzakelijk. Niet alleen om de gevels en terreininrichting groen te krijgen en te houden, maar goed natuurbeheer vraagt om expertise. Goed functionerend gebiedsmanagement door de ondernemers zelf levert hieraan een belangrijke bijdrage. Gebiedsmanagement van en voor ondernemers waarborgt de leefkwaliteit van het gebied en het waardebehoud van gebouw en terrein.

Duurzaam, innovatief en groen

Rob: 'We zijn nu het meest duurzame en innovatieve business park, maar straks ook het groenste business park van Europa. Om die koppositie vast te houden moet je steeds je ambitie monitoren en nadenken over hoe je jezelf kunt verbeteren. Tenslotte wordt in de huidige economie de vraag naar distributiecentra alleen maar groter. SADC staat voor financieel rendement maar ook voor maatschappelijk rendement. Dat is onze drijfveer. Het gaat er om dat je economische groei stimuleert op zo’n manier dat je tegelijkertijd de leefkwaliteit verhoogt. Een meerwaarde voor iedereen.'

 

Dit artikel is een publicatie van IVN, instituut voor natuureducatie. 

Lees verder