Op alle overheidsniveaus zijn stevige circulaire ambities geformuleerd om in 2050 een economie zonder afval te hebben. Vooral op lokaal niveau wordt steeds meer verwacht van het beter en anders benutten van grondstoffenstromen op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Het blijft vooralsnog bij mooie woorden. Gemeenten hebben amper slagkracht, blijkt uit verkennend onderzoek.

Door Julian van der Zanden en Cees-Jan Pen. Dit artikel verscheen eerder in vakblad ROm, het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren. 

Een circulair bedrijventerrein is kortgezegd een bedrijventerrein waar wordt ingezet op materiaalreductie, duurzaamheid en het circuleren van materialen. Het gaat nadrukkelijk om meer dan werken met zonnecollectoren op daken en de plaatsing van windmolens.

Wat betreft circulariteit is er op bedrijventerreinen veel winst te behalen. Bedrijven zijn ruimtelijk geclusterd en ze produceren, consumeren en transporteren daar veel grondstoffen. Bij de ontwikkeling en aanleg van nieuwe terreinen gelden dan ook hoge circulaire ambities. Tegelijkertijd constateren we onder meer bij de selectie voor de jaarlijkse Circular Design Award dat concrete resultaten nog maar weinig te vinden zijn. En toch worden steeds meer nieuwe terreinen in de markt gezet als circulair terrein.

Actuele voorbeelden zijn de ontwikkeling van Wijkevoort in Tilburg en Heesch-West in Bernheze, waar hoge circulaire ambities worden gesteld en waar sprake is van veel omgevingsprotest vanuit omwonenden. In beide gemeenten draait dit naast de ingreep in het open landschap om respectievelijk het plaatsen van windmolens en de angst voor de voortgaande verdozing van Tilburg-Noord.

De vraag is dus wat deze papieren ambities in de werkelijkheid voor de (vastgoed)ontwikkeling op bedrijventerreinen betekenen. Het verkennend onderzoek ging daarom dieper in op de hoofdvraag: ‘Hoe kan de (vastgoed)ontwikkeling van een nieuw circulair bedrijventerrein worden gerealiseerd?’.

Van woorden naar daden

De aankomende jaren zal er geen nieuw circulair bedrijventerrein worden gebouwd dat honderd procent circulair is. Streven is dat een gemeente een bedrijventerrein realiseert dat zo circulair mogelijk is.

Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter

Op basis van deskresearch blijkt dat gemeenten meestal gebruikmaken van drie instrumenten om de circulaire ambities voor nieuwe bedrijventerreinen te realiseren, namelijk een checklist, of prestatie- en procesinstrumenten. Het PBL  concludeert in de integrale circulaire economie dat voor versnelling van de transitie naar een circulaire economie, intensivering van beleid nodig is en meer dwingende maatregelen nodig zijn om te komen tot een volgende fase van de transitie. Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter.

Benchmarkonderzoek van Stec uit 2020 onder negentig gemeenten geeft een weinig hoopvol beeld. Negentig procent van de gemeenten weet niet welke bedrijven circulair actief zijn en tachtig procent van de gemeenten heeft helemaal geen visie of beleid voor de circulaire transitie op bedrijventerreinen.

De praktijk is vaak weerbarstiger. Gemeenten mogen niet zomaar extra circulaire eisen stellen boven op het Bouwbesluit. In de praktijk is nog weinig bekend of een gemeente door allerlei circulaire eisen niet zorgt voor té hoge eisen.

Sommige gemeenten kiezen om die reden voor een pragmatische aanpak. Ze stellen geen eisen, maar spreken over circulaire ‘wensen’. In regio’s als rond Schiphol met een grote vraag naar bedrijventerreinen, is de ervaring dat deze wensen toch wel worden ingewilligd door de markt.

Het onderzoek laat zien dat gemeenten na de gronduitgifte van nieuwe bedrijfskavels nog een aantal instrumenten hebben om circulariteit op een bedrijventerrein te bewerkstelligen. Ten eerste kan de gemeente het gehele terrein verkopen aan één grote verhuurder zoals het geval is bij de Schiphol Airport Development Corporation (SADC), die toeziet op circulaire huurders. Ten tweede door de grond in erfpacht uit te geven waarbij extra regels worden opgenomen in de erfpachtregels. Ten derde door een circulair kwaliteitsplan in de bestemmingsplanregels op te nemen. Deze laatste optie is alleen mogelijk wanneer het bedrijventerrein wordt ontwikkeld onder de Crisis- en herstelwet.

Gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen hangt af van het gevoerde grondbeleid

Bij erfpacht kan de ondernemer de financiële ruimte die hij uitspaart door de grond niet te hoever verwerven, inzetten voor een hogere mate van circulariteit. Uit het onderzoek blijkt dat de gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen afhangt van het gevoerde grondbeleid. Zo heeft een gemeente bij actief grondbeleid de meeste instrumenten om de circulaire ambities waar te maken en bij faciliterend grondbeleid de minste. Bij actief grondgebruik is een gemeente actief betrokken bij het proces en bij een faciliterend grondbeleid faciliteert de gemeente slechts.

Vrijblijvendheid en geen deling leermomenten

De ervaringen in de praktijk zijn tot dusver zwaar teleurstellend. Opvallend is dat er nog maar weinig overzicht is van de aanpak op circulaire bedrijventerreinen. Er wordt ook weinig geleerd van elkaars succes- en faalfactoren, laat staan dat er zicht is op het waarmaken van circulaire ambities. De bevindingen van de deskresearch sluiten aan op de kritische uitkomsten van de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van 21 januari van dit jaar.

Verschillende grondstoffentrends gaan niet de goede kant op, zo laat PBL zien. Alhoewel de efficiëntie in het gebruik van grondstoffen is toegenomen, blijkt het totale grondstoffengebruik sinds 2010 nauwelijks veranderd. Voor de Nederlandse consumptie is in de productieketens wereldwijd steeds meer land nodig. Kortom, het beleid is te vrijblijvend en oogt te veel als een ‘laat duizend bloemen bloeien’- aanpak. Het PBL adviseert dat er meer ‘dwang en drang’ nodig is in het circulaire-economiebeleid.

Uit de deskresearch naar best practices destilleren we de volgende stappen die ambitieuze gemeenten kunnen zetten om meer circulariteit op nieuwe bedrijventerreinen te realiseren.

  • Stap 1) Vraaganalyse Tijdens stap 1 wordt de ladder van duurzame verstedelijking doorlopen en dus gekeken hoe hoog de marktvraag werkelijk is. 
  • Stap 2) Kansenanalyse De tweede stap kijkt naar de kwaliteit en kansen van het gebied. Deze kunnen geïnventariseerd worden door gebruik te maken van de MRE-benadering of het uitvoeren van een SWOT-analyse. 
  • Stap 3) Concretiseren gemeentelijke circulaire ambitie Dankzij deze eerste twee analyses – marktvraaganalyse en kansenanalyse – kan een gemeente bij stap 3 een scherpe circulaire ambitie opstellen. In de praktijk kiest een gemeente er veelal voor om een ambitie op te stellen die niet aansluit op wat bedrijven beweegt. Dit leidt veelal tot irreële ambities. Advies is: ‘Gemeenten, luister naar de marktvraag, combineer die met de kansen van het gebied en stel zo een haalbare ambitie op.’
  • Stap 4) Haalbaarheidsanalyse Bij stap 4 wordt gekeken naar de haalbaarheid van de gestelde circulaire ambitie mede in relatie tot de eisen vanuit het Bouwbesluit en het inzetten van de drie eerdergenoemde categorieën: 1. checklists, 2. prestatie-instrumenten en 3. procesinstrumenten.
  • Stap 5) Keuze grondbeleid en bijbehorende instrumentatie Als laatste maakt de gemeente een keuze tussen het type grondbeleid dat zij wil gebruiken. Hierbij moet zij in ogenschouw nemen dat de bijbehorende instrumentaria aansluit bij hetgeen de gemeente wil: de ambitie.

We zien in de praktijk van de best practices dat een gemeente met een dergelijk stappenplan een steviger basis legt voor circulariteit bij bedrijven. Samenwerking is daarbij de sleutel. De lokale overheid moet hoe dan ook de dialoog aangaan met ondernemers die bij de vraaganalyse naar boven komen. Zij moeten het immers doen en zij moeten in het circulariteitsverhaal geloven.

Uitgifteplan en -team voor Heesch-West

Een gezamenlijke ambitie van de gemeenten Oss, ’s-Hertogenbosch en Bernheze heeft ertoe geleid, dat zij het duurzaamste bedrijventerrein gaan ontwikkelen. In de eerste fase is er vijftig hectare grond beschikbaar. Bij meer animo zal er dertig hectare bijkomen.

De gemeenten gebruiken een aantal instrumenten om de ambities te realiseren. Zo is een circulair kwaliteitsplan opgesteld met aandacht voor onder meer duurzaamheid, stedenbouwkunde en klimaatadaptie. In het bestemmingsplan zijn specifieke voorschriften opgenomen voor circulariteit en duurzame energie. Een uitgifteplan en uitgifteteam moeten ervoor zorgen dat de ambities van de gemeenten werkelijkheid worden. Het uitgifteteam houdt in samenwerking met de bedrijven in de gaten of de circulaire eisen, opgesteld in het uitgifteplan, ook daadwerkelijk worden behaald.

Naast deze vier instrumenten, zijn er twee andere instrumenten aan toegevoegd. Zo is een parkmanagement bedacht. Bedrijven moeten lid zijn om naar het bedrijventerrein te kunnen gaan en daar hun ideeën over circulariteit te delen. Daarnaast blijkt dat het bedrijventerrein afgelegen is, waardoor er op het bedrijventerrein onvoldoende gasafsluitingen zijn. De gemeenten gaan geen gas aanleggen, maar bedrijven moeten denken over een all-electric oplossing. Ook hebben de gemeenten besloten om één vuilwateraansluiting aan te leggen, omdat ze het onnodig watergebruik tegen willen gaan en bedrijven het inzicht willen geven om zelf met oplossingen voor het vuilwaterprobleem te komen.

Circulair met actief grondbeleid op Wijkevoort

Gemeente Tilburg heeft de ambitie om van Wijkevoort een duurzaam, energieneutraal terrein te maken. Het gebied bevat 88 hectaren aan grond. In de eerste fase is 44 hectare grond beschikbaar.

In een ‘ontwikkelleidraad’ zijn de duurzame eisen beschreven, die vervolgens aan het bestemmingsplan zijn gekoppeld. In het bestemmingsplan komen strenge vestigingseisen voor het economisch concept als de ruimtelijke invulling van gebouwen en perceel. Zo heeft de gemeente een actief grondbeleid omdat zij voorheen 75 procent van de grond in handen had. Dat percentage is inmiddels naar circa 80 procent gegroeid. Het tekenen of uitgeven van kavels doet de gemeente niet, maar ze gaat wel met de bedrijven in gesprek om het ‘afhaakrisico’ te verminderen. Dit zorgt ervoor dat er maar een gedeelte van de kaders is opgesteld. De gemeente biedt bedrijven de gelegenheid om zelf aan die kaders te voldoen, in plaats van druk op te leggen.

Bedrijven moeten zich bij de gemeente aanmelden om daar de wensen en ambitie kenbaar te maken. Nadat de thema’s met de gemeente besproken zijn, zal een adviescommissie naar de aanvragen kijken, die zij vervolgens bij het college afgeeft. Zij geeft het besluit of een bedrijf op het bedrijventerrein mag komen. Bij een positief besluit treedt de gemeente met de partij in onderhandeling. In dat gesprek komen onderwerpen als hoeveelheid grond, prijs en locatie aan bod. Als het bedrijf de besproken duurzaamheidseisen omzet in een ruimtelijk concept, en daar een akkoord op is, is het bedrijf een toegelaten partij op Wijkevoort.

Julian van der Zanden heeft dit artikel geschreven op basis van zijn afstudeeronderzoek naar best practices bij het lectoraat De Ondernemende Regio (julian.vanderzanden@outlook.com). Cees-Jan Pen is lector aldaar. 

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

20-01-2022
Voorlichtingsbijeenkomst 'Circulair Praktijkprogramma 2.0'

Event

20-01-2022

Voorlichtingsbijeenkomst 'Circulair Praktijkprogramma 2.0'

Ziet u kansen om circulariteit te integreren in uw werk op bedrijventerreinen? Wilt u ervoor zorgen dat uw bedrijventerrein of werklocatie in uw gemeente meer toekomstbestendig wordt? En wilt u weten hoe anderen dit aanpakken en leren van de ervaring van andere werklocaties?

SKBN, C-creators en Akro Consult slaan de handen ineen om uw verder te helpen in de circulaire transformatie met het praktijkprogramma ‘Circulaire werklocaties 2.0’. Wilt u hierover meer weten? Op 20 januari 2022 organiseren we een voorlichtingsbijeen­komst van 10.00 - 12.00 uur. U kunt zich hiervoor aanmelden via deze link.

Wat kunt u verwachten?

  • Interessante projectvisits gedurende het jaar
    (Het aantal projectvisits is afhankelijk van de hoeveelheid deelnemers. Bijvoorbeeld bij 10 deelnemers zijn er 10 projectvisits);
  • Kennisuitwisseling met andere werklocaties en organisaties;
  • Delen van verslagen en handelingsperspectieven van de andere werklocaties en leren van elkaar door het delen van documenten en ervaringen in de community;
  • Uitbreiding van uw netwerk op gebied van de circulaire transitie;
  • Oplevering van producten die als handvatten kunnen dienen;
  • Op maat gegeven advies van circulaire experts.

Bent u bezig met de circulaire of energietransitie? Wilt u stappen maken binnen uw gebied of werklocatie? Meld u dan nu aan voor versie 2.0:
Aanmelden voor het praktijkprogramma.

Wat?

We starten in het voorjaar van 2022, mits er genoeg animo is. In de week van de circulaire economie zal er een kick-off worden georganiseerd waarin we terugblikken naar de geleerder lessen van het praktijkprogramma 1.0 en vooruitblikken naar de leerdoelen voor het nieuwe praktijkprogramma.

We zien u graag bij de voorlichtingsbijeenkomst op 20 januari van 10.00 – 12.00 uur.

Meld u nu aan voor de voorlichtingsbijeenkomst

Heeft u vragen? Neem dan contact op met Zoë Spaaij via zoe@skbn.nu.

Lees verder
card image

Nieuws

AOKE Europe BV kiest voor bedrijventerrein de Hanze in Roermond

Nieuws

17-01-2022

AOKE Europe BV kiest voor bedrijventerrein de Hanze in Roermond

De geschiedenis van AOKE Europe BV start eind 2016 wanneer Joeri Drenth, de eigenaar, in nauwe samenwerking met de Chinese fabrikant AOKE besluit de Europese distributie van alle AOKE producten rechtstreeks vanuit Europa te gaan organiseren. Voornamelijk vanwege de enerzijds toenemende vraag naar kortere levertijden en de anderzijds lange doorlooptijden voor transporten vanuit Azië naar Europa.

Inmiddels is AOKE Europe BV uitgegroeid tot een Europese marktleider in haar branche. Momenteel is het bedrijf nog gevestigd in de gemeente Echt-Susteren. Maar doordat het bedrijf hard groeit is gekozen voor een nieuwe, toekomstbestendige ontwikkellocatie op bedrijventerrein De Hanze in Roermond.  

AOKE Europe BV verhuist naar De Hanze

Het bedrijventerrein De Hanze biedt aan AOKE Europe BV alle ruimte om toekomstbestendig te ondernemen. Liever wat ruimer in het jasje deze keer. Bewust is daarvoor gekozen. Omdat reeds eerder, sinds de oprichting van de Europese onderneming in 2016, noodgedwongen een verhuizing aan de orde was. Nu het bedrijf weer verder doorgroeit is het nodig om een gedegen keuze te maken voor de toekomt. De keuze is daarbij gevallen op bedrijventerrein de Hanze in Roermond. Gelegen aan de zuidelijke stadsrand, op zeer korte afstand van de A2 en de A73. De ondernemer kiest voor een kavel van ruim 1 hectare, gelegen aan de spoorzone. Op hetzelfde terrein zijn familieleden inmiddels terecht gekomen met een vestiging van Best Budget Kantoormeubelen en Sedia Verde (bureaustoelen). Des te meer reden voor het bedrijf om zich hier te vestigen. Mede gezien de mogelijkheden om bedrijfsprocessen zoals logistiek te kunnen combineren. 

AOKE Europe BV is gespecialiseerd in ergonomisch kantoormeubilair. Waar het bedrijf begon met in hoogte verstelbare bureaus, is het inmiddels uitgegroeid tot een allrounder met naam. Ook voor verstelbare bureaustoelen, vergadertafels en aanverwante producten is dit hét adres. AOKE Europe BV verkoopt uitsluitend business tot business met een hoog kwaliteitsniveau. 

Over OML

OML BV draagt bij aan de economische ontwikkeling van de regio Midden-Limburg en doet dit in samenwerking met gelieerde partijen, bedrijfsleven en overheden. OML B.V. heeft de volgende kerntaken: ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen, acquisitie van bedrijven en sales van bedrijventerreinen, locatie- en gebiedsontwikkeling alsmede advisering bij ruimtelijk-economische vraagstukken.

OML heeft percelen te koop op de bedrijventerreinen: Businesspark Midden-Limburg in Echt-Susteren, Zevenellen in Haelen, De Schroof, De Hanze, Boven de Wolfskuil en Oosttangent in Roermond.

Lees verder
card image

Nieuws

SKBN reikt drie nieuwe bewindslieden de helpende hand

Nieuws

17-01-2022

SKBN reikt drie nieuwe bewindslieden de helpende hand

SKBN verstuurde in de week van de installatie van het nieuwe kabinet brieven aan zowel minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat (EZK), minister Rob Jetten van Klimaat en Energie en minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).

Minister Micky Adriaansens van EZK zal in lijn met de doelstelling van de nieuwe regeringscoalitie om het groei- en innovatief vermogen van het mkb te versterken onder meer moeten zorgen voor een sterker ondernemersklimaat. Veel innovatie vindt plaats op bedrijventerreinen en werklocaties, die circa 50 procent van alle Nederlandse banen herbergen en waar 60 procent van alle R&D-investeringen neerslaan. In de brief aan minister Adriaansens bieden we haar aan om samen met onze kennispartners mee te denken over meer ruimte voor economie en het versterken van het mkb in innovatieve ecosystemen die een aantal werklocaties nu al zijn of kunnen worden. 
 
Minister Rob Jetten is in het nieuwe kabinet verantwoordelijk voor het realiseren van de aangescherpte CO2-reductiedoelstelling. In de brief aan minister Jetten attenderen we hem op het enorme potentieel die de 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland bieden bij het verwezenlijken van deze doelstelling, alleen al vanwege gigantische hoeveelheid zonne-energie die kan worden opgewekt bovenop 2.547 bedrijfsgebouwen met minimaal 10.000 vierkante meter dakoppervlakte, maar ook door besparing aangezien het totale energieverbruik op bedrijventerreinen met 700 petajoule een veelvoud is van het totale energieverbruik van alle Nederlandse huishoudens bij elkaar. En worden we graag in de gelegenheid gesteld om dit proces op de bedrijventerreinen te versnellen en verder aan te jagen. 
 
Minister Hugo de Jonge moet na de opheffing van het ministerie van VROM in 2010, ruimtelijke ordening weer een plek geven in het kabinetsbeleid. Ondertussen is ruimte alleen maar schaarser geworden en namen het aantal ruimteclaims alleen maar toe, waaronder ruimte voor werken, hét domein waar SKBN voor staat. In de brief aan minister De Jonge wijzen wij hem nadrukkelijk op het belang van het verbinden van ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen en daarbij behorende ruimteclaims, en roepen wij hem op een coördinerende rol te vervullen en daarin ook oog te houden voor ruimte voor economie. Hierbij kan ook gedacht worden om samen met ruimtevragers invulling te geven aan ruimtelijke win-wins waaronder het combineren van Wonen en Werken daar waar mogelijk, en niet om eenzijdig bedrijventerreinen op te heffen vanwege de druk vanuit de woningbouwopgave. Graag denken we aan de hand van goede voorbeelden vanuit onze praktijk mee over een nadere invulling van de VRO-opgave.

Lees hier het Manifest 2021 | Waarde voor economie én maatschappij

Lees verder