Ons land laat grote kansen liggen op het gebied van verduurzamen. Alleen al op daken van grote bedrijven kan een groot deel van alle groene stroom worden opgewekt. Toch gebeurt dat nog nauwelijks.

Vanochtend vertelden Theo Föllings (voorzitter SKBN en werkzaam bij OostNL) en Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsonderzoek hierover op BNR Nieuwsradio.

Luister hier het gesprek op BNR terug

Van alle groene stroom die we in 2030 willen opwekken, kan 14 procent worden behaald door bedrijfsdaken vol te plempen met zonnepanelen. Dat blijkt uit een berekening van Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) en onderzoeksbureau Rienstra, ingezien door BNR.

Obstakels

Op dit moment wordt 12 procent van de capaciteit op bedrijfsdaken benut, zegt onderzoeker Gerlof Rienstra. En hoewel daar de laatste jaren wat groei in is gekomen, ligt er nog veel potentie. Veel distributiehallen zijn maar voor de helft bedekt met zonnepanelen, zegt Rienstra. 'Ontwikkelaars zouden wel meer willen realiseren, maar voor een hogere energielevering aan het net zijn specifieke vergunningen nodig. En die kunnen niet altijd worden afgegeven.'

Verder is niet elk dak geschikt voor zonnepanelen, legt Rienstra uit. Tot slot hebben we niet overal de juiste netwerkcapaciteit.

'De groei voor komende jaren ligt op bedrijfsdaken', zegt ook Rolf Heynen, CEO van onderzoeksbureau Dutch New Energy Research. 'Zo'n 95 procent van de SDE++-project is naar zonnepanelen op daken gegaan, dus ook financieel gezien is het de meest interessante optie.' Qua budget is 60 procent van de zonneprojecten naar de daken dak gegaan en 40 procent naar projecten op de grond.'

Theo Föllings, voorzitter van SKBN, roept het volgende kabinet op om meer ruimte te maken voor de infrastructuur van groene energie. 'Vreemd dat ze geen moeite doen juist die infrastructuur op orde te krijgen. Het is een rol van de overheid om dit op te pakken.' En daarbij wordt de potentie van bedrijventerreinen nog over het hoofd gezien, zegt Föllings.

card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Achtergrond

Beweegvriendelijke bedrijventerreinen: goed voor mens, dier, plant én portemonnee

Achtergrond

27-01-2022

Beweegvriendelijke bedrijventerreinen: goed voor mens, dier, plant én portemonnee

Sporten en bewegen wordt meestal geassocieerd als iets wat je in je vrije tijd doet. Een groot deel van de Nederlanders beweegt op een gemiddelde kantoordag veel te weinig. En dat terwijl juist die regelmatige beweging heel belangrijk is. Een omgeving die uitnodigt om ook onder werktijd in de benen te komen kan helpen om dat te doorbreken.

De inrichting van bedrijventerreinen kan een belangrijke bijdrage leveren aan het beweeggedrag van kantoortijgers. “Door de inrichting van het terrein aantrekkelijker te maken én het ook mogelijk maakt om lopend te vergaderen voeg je kwaliteit toe aan je overleggen. Het begint ermee dat je tijdens je overleg niet het risico loopt om overreden te worden. Hier kan je op ontwerpen.” Vaak wordt het ontwerp van bedrijventerreinen gebaseerd op bereikbaarheid, en dan vooral per auto. Het begint dus met trottoirs en voetpaden die voldoende breed zijn. Maar het gaat ook om het creëren van aantrekkelijke wandelrondjes. Op de campus van TU in Delft is bijvoorbeeld zeker wel gedacht aan voetgangers, maar vooral om van A naar B te komen. Van het ene naar het andere gebouw, of van de ingang naar de bushalte. Een logisch wandelrondje is er niet.” 

“Bedrijventerreinen zijn niet de meest inspirerende plekken”, weet Jelle de Jong, directeur van IVN Natuureducatie. “We hebben in Nederland zo’n 100.000 hectare aan bedrijventerreinen, dat is net zo veel als alle gebieden van Natuurmonumenten samen. Dat kot neer op ongeveer 3.500 bedrijventerreinen, waarvan slechts 1 procent groen-blauw is ingericht. 99 procent is versteend”, schetst De Jong de potentie van de bedrijventerreinen.  

Het IVN is, samen met een brede coalitie aan bedrijven, trekker van het project Werklandschappen van de Toekomst. Het Ministerie van Binnenlandse zaken heeft namens deze groep een aanvraag gedaan bij het Groeifonds 2021. In april wordt bekend of de aanvraag wordt toegekend. 

Werklandschappen van de Toekomst zouden dus - naast klimaatbestendig en met ruimte voor veel biodiversiteit - gezond, leefbaar en beweegvriendelijk moeten zijn.

Hoe? Dat lees je in dit artikel van Biind.

 

Bron: IVN
Foto: August de Richelieu via Pexels

Lees verder
card image

Nieuws

Intospace levert op Schiphol Trade Park zelfvoorzienend distributiecentrum op

Nieuws

29-04-2022

Intospace levert op Schiphol Trade Park zelfvoorzienend distributiecentrum op

Logistiek vastgoedontwikkelaar Intospace heeft bij Schiphol Trade Park in Hoofddorp een nieuw distributiecentrum (DC) opgeleverd dat als eerste in Nederland geheel zelf kan voorzien in de eigen energiebehoefte. Het DC is daarmee ontworpen om off-grid te kunnen opereren en is dus onafhankelijk van het publieke elektriciteitsnet.

Het gebouw kan zelfstandig energie opwekken en de stroom die niet in het gebouw wordt verbruikt, wordt terug geleverd aan het publieke elektriciteitsnet. Het gebouw heeft mede daarom het hoogst mogelijke energielabel van A+++++ gekregen. Het huzarenstukje op het gebied van elektriciteitsopwekking, -opslag, en -uitwisseling is mogelijk gemaakt door de samenwerking met energie-infrastructuurspecialist Joulz.

Het distributiecentrum beslaat 55.000 vierkante meter aan opslagruimte, 6.500 vierkante meter tussenvloer en 5.300 vierkante meter kantoorruimte. Verder telt het pand 64 docks voor vrachtwagens en bestelbussen en vier maaivelddeuren voor vrachtwagens. Naast het hoogst mogelijke energielabel, heeft het gebouw ook het hoogste BREEAM-duurzaamheidscertificaat van het niveau ‘outstanding’.

“Met deze ontwikkeling laten we als Intospace zien dat het probleem van de congestie van het publieke elektriciteitsnet niet hoeft te betekenen dat er geen nieuwbouwprojecten kunnen worden gerealiseerd”, aldus Intospace-CEO Tim Beckmann. “Door in samenwerking met Joulz een gebouw te ontwerpen en te ontwikkelen dat niet of nauwelijks afhankelijk is van het publieke net, hebben we een uiterst toekomstbestendig pand opgeleverd.”

Energiecollectief

In totaal telt het nieuwe distributiecentrum ruim 20.000 zonnepanelen. Genoeg voor een jaarproductie van zo’n 7,6 gigawattuur, het equivalent van het verbruik van ongeveer 3.000 gemiddelde huishoudens. Een deel van die stroom wordt opgeslagen in de twee containerbatterijen die het pand telt. De elektriciteitsvoorziening wordt naar verwachting in juni opgeleverd door Joulz.

Het pand krijgt zijn elektriciteit vanuit de eigen opwekking en is daarbij tevens aangesloten op het onlangs opgerichte Energiecollectief Schiphol Trade Park. Binnen dat collectief delen bedrijven op Schiphol Trade Park hun ongebruikte stroomcapaciteit via een virtuele laag met elkaar, een binnen Europa unieke samenwerkingsvorm.

Op Schiphol Trade Park konden vanwege de netcongestieproblematiek niet alle vijftien bedrijven die zich wilden vestigen stroom afnemen. De vier ondernemingen die als eerste een bouwvergunning hadden, konden nog een aansluiting aanvragen bij netbeheerder Liander. In het energiecollectief gaan vijftien bedrijven de beschikbare netcapaciteit delen. Dankzij een combinatie van eigen energieopwekking en het uitwisselen van stroom hebben ze maar vier aansluitingen nodig. De combinatie van eigen opwekcapaciteit en de onderlinge samenwerking borgt de leveringszekerheid op het gebied van stroom.

Voorbeeld voor de toekomst

Het nieuwe distributiecentrum is door meerdere lagen van leveringszekerheid altijd verzekerd van stroom. Het pand kan volledig off-grid opereren en een slim energiemanagementsysteem zorgt ervoor dat steeds weer de slimste keuze wordt gemaakt over waar de stroom vandaan wordt gehaald (zonnedak, batterij, collectief of generatoren) en waar de stroom voor wordt gebruikt.

“Dit project is nu nog uniek in Nederland. Het is een mooie combinatie van bewezen technologie, met nieuwe innovatieve oplossingen en een intensieve samenwerking”, aldus Joulz-directeur Jan Verheij. “De oplossingen die hier zijn bedacht, zijn een voorbeeld voor de toekomst, waarin het draait om het optimaliseren van de energiebalans, ofwel gebruik en productie. En dan zonder dat de gebruiker hier iets van merkt. Dit kan voor ieder project of locatie, individueel, maar zeker ook in samenwerking met de omgeving. En dat is precies wat we hier samen met Intospace voor het eerst hebben kunnen ontwikkelen.”

Lees verder