De aandacht voor bedrijventerreinen lijkt vooral ingegeven door de potentie van deze locaties als gebied voor woningbouw, analyseert Cees-Jan Pen, lector bij Fontys Hogescholen. Terwijl ook bedrijvigheid een plek verdient in de stad. ‘Laat de gebieden soms zijn waarvoor ze bedoeld zijn: monofunctionele bedrijventerreinen waar ruimte is voor ondernemen.'

Er is iets vreemds aan de hand met bedrijventerreinen. Circa een derde deel van de beroepsbevolking en bedrijven is er gevestigd. Ze leveren bovendien een grote bijdrage aan het bereiken van de klimaatdoelstellingen voor de gebouwde omgeving. Desondanks konden bedrijventerreinen zich lange tijd niet bepaald verheugen op politieke en beleidsaandacht. Je moet, net als ik, blijkbaar een afwijking hebben om je blijvend zo druk te maken over het belang en behoud ervan. Gelukkig zie ik het aantal mensen toenemen dat zich ook druk maakt om bedrijventerreinen.

Inmiddels hebben Rijksadviseurs en landschappelijke organisaties bedrijventerreinen hoog op de politieke agenda gezet. Dat komt ongetwijfeld door het oplaaiende debat over de toenemende verdozing van ons landschap. De logistieke XXL-hallen en grote nieuwe datacentra hebben enorme impact op ons landschap. De ophef wordt verder versterkt door de ogenschijnlijk geringe duurzame en ontwerpeisen die worden gesteld aan deze enorme complexen en veel te vrijblijvende regionale en provinciale kaders. Er is überhaupt een toenemende aversie tegen bedrijventerreinen, die ogenschijnlijk woningbouwplannen – en de aanpak van de woningnood – in de weg lijken te zitten. We moeten niet vergeten dat er een trend gaande is voor meer ruimte voor duurzame bedrijven, met vakmanschap, ambachtelijk werk en omarming van de circulaire economie. Ook hier zijn bedrijventerreinen ineens dé essentiële plaats geworden om deze ambities te verwezenlijken.

Opmerkelijk is dat we eigenlijk maar heel weinig weten en onafhankelijk langjarig onderzoek doen naar ruimte voor werken en bedrijventerreinen in het bijzonder en wat bedrijven beweegt. Uit een uitgebreide literatuurstudie (pdf) waaraan ik heb meegewerkt, blijkt hoe weinig er over de lange termijn bekend is. Dit staat in schril contrast met kennis en onderzoek over de benodigde vraag naar en ruimte voor wonen. Een illustratief voorbeeld is het uitgebreide debat over de omvang van de woningnood, de staat van de voorraad, het type benodigde huizen, de omvang en (huur)prijs van die huizen en regionale markten.

Deze onderzoeksmatige dominantie voor wonen vertaalt zich namelijk ook in de ruimtelijke ordeningspraktijk. De aandacht voor bedrijventerreinen lijkt vooral ingegeven door de potentie van deze locaties als gebied voor woningbouw. Vanuit een sectorale en kwantitatieve woningbouwvisie worden momenteel bedrijventerreinen ingekleurd zonder echt rekening te houden met ruimte voor industriële werkfuncties en kennis wat bedrijven beweegt. Het gaat zelfs zo ver dat bedrijven, die ergens al tientallen jaren gevestigd zijn, de schuld krijgen als vertragende factor bij woningbouwplannen die nodig zijn voor het oplossen van de woningnood. Integrale ruimtelijke ordening is ver te zoeken.

Van Bokkum stelde in NRC van 5 juni aan de hand van de illustratieve Amsterdamse case Damen Shipyards, terecht de vraag: is er in de stad nog plek voor industrie, of krijgen woningen prioriteit? Helaas lijkt het er eerder op dat we vanuit ambitieuze woningbouwtargets, de industrie weg willen hebben uit de steden. Voorbij wordt gegaan aan het feit dat niet overal functiemenging mogelijk is. Laat de gebieden en zeker industriële gebieden soms zijn waarvoor ze bedoeld zijn: monofunctionele bedrijventerreinen waar ruimte is voor ondernemen, zeker voor de maakindustrie. Ruimte voor bedrijventerreinen moet niet alleen hoog op de agenda voor het regeerakkoord en de komende gemeenteraadsverkiezingen, maar ook op de agenda van NWO, die de regie voert over onderzoeksfinanciering. Het wordt tijd dat ruimte voor werkende bedrijventerreinen de beleids- en onderzoeksmatige aandacht krijgt die het verdient.

Deze column verscheen eerder op Vastgoedmarkt

30-06-2021
Nieuws
Lage Weide slecht bereikbaar per fiets: ondernemers slaan alarm
Lage Weide slecht bereikbaar per fiets: ondernemers slaan alarm

Er moet een gedekt uitvoeringsprogramma komen om de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van het Utrechtse bedrijventerrein Lage Weide te verbeteren. Dat staat in een brandbrief waarmee bedrijven georganiseerd invloed willen uitoefenen op het aanstaande coalitieakkoord van de gemeente. Sommige bedrijven bouwen fietsstimuleringsprogramma’s af, en bouwbedrijf Strukton herintroduceerde de shuttlebus naar station Maarssen. ‘Als je prettige werkplekken wilt maken, moeten mensen er ook prettig kunnen komen’, zegt Roeland Tameling, parkmanager van Lage Weide. Ondernemers investeren in vergroening en klimaatadaptatie, maar lopen vast op de openbare ruimte. ‘De verantwoordelijkheid voor fietsveiligheid en bereikbaarheid ligt bij de wegbeheerder: de gemeente’, verduidelijkt Tameling.Tameling noemt kruisingen waar vrachtwagens, fietsers en andere weggebruikers elkaar op korte afstand kruisen, met gevaarlijke situaties tot gevolg. Ook de Demkabrug is een bekend pijnpunt, zegt een woordvoerder van bouwbedrijf Strukton. ‘Een collega weigert eroverheen te gaan. Ze vindt het doodeng.'‘Wij vinden het heel belangrijk dat onze collega’s veilig op de fiets of met ov naar hun werk kunnen komen', aldus Michiel Muller, medeoprichter van online supermarkt Picnic. Picnic heeft meerdere locaties op Lage Weide. ’Voor werknemers heeft Lage Weide helaas hoge drempels om er te kunnen komen!'Te veel uitdagingenJohn Faas, Business Unit Manager van Stiho, herkent dit. ‘Ons grootste kapitaal als 100-jarig familiebedrijf zijn onze medewerkers. Voor collega’s die fietsen of met de bus komen zien wij nu te veel uitdagingen. Dat vinden wij zorgelijk.’Strukton, Picnic en Stiho zijn drie van de 900 bedrijven met een vestiging op Lage Weide die samen ruim 19.000 werknemers tellen. Het terrein is cruciaal voor bouw, logistiek, energie en circulaire economie. Bovendien is de verwachting dat het aantal banen de komende jaren met 4000 zal groeien. Juist daarom is bereikbaarheid volgens Tameling geen intern probleem van ondernemers, maar een stedelijke randvoorwaarde. Acht jaar plannen, weinig daadkracht Sinds 2018 ligt er een analyse die aantoont dat 40 procent van de werknemers op fietsafstand woont. Er volgden goede voornemens, overlegstructuren en de Bereikbaarheidsalliantie A2. Werkgevers gingen aan de slag met fietsstimulering, terwijl wegbeheerders zouden investeren in infrastructuur. Toch ontbreekt daadkracht. Fietsroutes zijn onveilig, openbaar vervoer is voor veel werknemers geen optie door onhandige aankomst- en vertrektijden, en looproutes vanaf haltes zijn op delen onaantrekkelijk of gevaarlijk, zeggen de bedrijven.Bedrijven op Lage Weide waren zelfs zo teleurgesteld dat werd overwogen om met een one-issuepartij aan gemeenteraadsverkiezingen deel te nemen. ‘Dat plan ging uiteindelijk niet door, toen de raad instemde met extra investeringen. Maar dat heeft er niet toe geleid dat alle problemen zijn opgelost.’ Investeringen noodzakelijkCees-Jan Pen, docent Duurzame stedelijke transformatie aan de Hogeschool Fontys en lid van de adviesraad van de kennisalliantie voor bedrijventerreinen SKBN, stelt dat de gemeente actie moet ondernemen. ‘De vorige gemeenteraad in Utrecht heeft het grote sociaaleconomische belang van Lage Weide voor de stedelijke economie en het vestigingsklimaat benadrukt. Waar moeten de bewoners van nieuw te bouwen huizen werken, en hoe komen ze op hun werk?’ De komende jaren zal honderden miljoenen in bereikbaarheid moeten worden geïnvesteerd, aldus Pen. ‘In het geval van Utrecht heeft de gemeente A gezegd, en is de oproep van Lage Weide logisch en noodzakelijk. Het is nu zaak B te zeggen door de nieuwe raad en dezelfde coalitiepartijen.’Een compleet en financieel gedekt plan brengt volgens Pen de basis weer op orde en versterkt het vertrouwen van ondernemers. ‘Dit helpt ook om verdere verduurzamingseisen aan gevestigde bedrijven te stellen en congestie op het wegennet te voorkomen.'Cofinanciering'Ook kun je deze investeringen gebruiken als cofinanciering richting EZ, I&W en VRO, die met stevigere verduurzamingsbudgetten voor werkgebieden moeten komen. De provincie en Ontwikkelmaatschappij Utrecht zullen dan ook eerder geneigd zijn te investeren, net als bedrijven in het gebied zelf.’ Dit sluit aan bij Utrechtse plannen voor ruimte voor circulaire bedrijven. Tameling beaamt dat de oplossing niet in kleine, losse ingrepen ligt, maar dat een groot investeringsplan nodig is. ‘Nu worden vooral cosmetische aanpassingen gedaan op korte stukken. Daarna belanden fietsers op aangrenzende wegen opnieuw in onveilige situaties.’ Lage Weide wil daarom een meerjarig investerings- en uitvoeringsprogramma. Coalitieakkoord beslissend De timing van de brandbrief is bewust gekozen: in Utrecht lopen de coalitiebesprekingen. Lage Weide wil dat het nieuwe college de bereikbaarheid van het bedrijventerrein vastlegt in het coalitieprogramma, inclusief financiële dekking en een uitvoeringspad. Volgens Tameling zijn de contacten met de gemeente goed, maar nog te vrijblijvend. In eerder overleg met wethouders Suzanne Schilderman en Senna Maatough wordt de noodzaak van verbeteringen erkend, maar onvoldoende opgevolgd door actie. De gemeente Utrecht wil voor nu enkel bevestigen de brief te hebben ontvangen en de zorgen van Lage Weide te herkennen. ‘Iets wat ook nadrukkelijk aan bod komt in de Omgevingsvisie Lage Weide die naar verwachting na de zomer ter besluitvorming aangeboden wordt aan de raad.’ ‘Graag zetten we de gesprekken met ILW en de bedrijven op Lage Weide voort en nemen we de signalen uit de brandbrief daarin mee.’Het verbeteren van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen is een van de drie hoofdpunten in het huidige provinciale coalitieakkoord. Met ingang van december 2025 rijden er bijvoorbeeld meer bussen naar Papendorp en Lage Weide en is bedrijventerrein Broekweg-Langshaven bij Wijk bij Duurstede voortaan bereikbaar met openbaar vervoer.Bron: BT Online.nl

20-05-2026
Nieuws
NLdoet op Schiphol Trade Park: samen werken aan een groene en duurzame omgeving
NLdoet op Schiphol Trade Park: samen werken aan een groene en duurzame omgeving

Tijdens NLdoet op 13 maart 2026 kwamen vrijwilligers samen op Schiphol Trade Park om actief bij te dragen aan een groenere en duurzamere werkomgeving. Met werkzaamheden zoals snoeien, planten, zaaien en bodemverbetering is het terrein voorbereid op het nieuwe groeiseizoen.De groene activiteiten werden georganiseerd in samenwerking met Stichting MEERGroen en De Groene Kapstok. In onder andere de fruitstruikentuin, moestuin en kruidentuin is gewerkt aan het versterken van de biodiversiteit. Ook de educatieve border rond de kas kreeg een nieuwe invulling.Betrokkenheid en resultaatWat deze dag kenmerkte, was de inzet en betrokkenheid van de vrijwilligers. Door samen aan het terrein te werken, werd direct zichtbaar resultaat geboekt en ontstond er meer bewustzijn van het belang van een groene leefomgeving. NLdoet onderstreept dat dit soort initiatieven een belangrijke rol spelen in het versterken van lokale betrokkenheid en het versnellen van duurzame ontwikkeling.Wat is NLdoet?NLdoet is de grootste vrijwilligersactie van Nederland en wordt jaarlijks georganiseerd door het Oranje Fonds. Gedurende één of twee dagen in maart zetten duizenden mensen zich in voor maatschappelijke initiatieven in hun eigen omgeving. Het doel is om vrijwilligerswerk zichtbaar te maken en meer mensen te stimuleren om zich in te zetten.Structurele samenwerking voor een groenere omgevingDe activiteiten tijdens NLdoet sluiten aan bij een bredere, structurele samenwerking. SADC (Schiphol Area Development Company) werkt samen met Stichting MEERGroen aan het vergroenen van Schiphol Trade Park. Denk aan de aanleg van klimaatbossen, bloemenweides en moes- en fruittuinen.Daarnaast worden regelmatig educatieve werkdagen georganiseerd met bedrijven en vrijwilligers. Deze dragen bij aan het versterken van biodiversiteit en het creëren van een aantrekkelijkere en gezondere werkomgeving. Zo krijgt duurzaamheid concreet vorm in het gebied.Duurzaam in actie bij New TerraBij New Terra, gevestigd op Schiphol Trade Park, werken we aan het bevorderen van biodiversiteit en ecologische waarde. New Terra is dé plek voor circulaire denkers, creatieve ondernemers en pioniers met een groen hart. Hier worden innovatieve oplossingen en duurzame initiatieven ontwikkeld om de omgeving te verrijken.Op het 3 hectare grote groengebied rondom New Terra wordt geëxperimenteerd met tijdelijke natuur en vergroening. In samenwerking met Stichting MEERGroen stimuleren we de biodiversiteit en betrekken we actief de omgeving. Dit heeft al geleid tot de aanleg van vijf soorten bloemenweides, een fruitplukpark en het opknappen van een bestaand hazelnotenbos. In het gebied leven verschillende diersoorten, zoals marters, uilen en valken.

17-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief