Het belang van bedrijventerreinen als economisch motorblok raakt in de vergetelheid. In een puntig manifest pleit de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) voor een politieke en maatschappelijke herwaardering van deze werklocaties.

Over zijn belangrijkste wens voor een nieuw kabinet hoeft SKBN-voorzitter Theo Föllings geen seconde na te denken: een minister van Ruimte! ‘Met alleen een nieuwe minister van Volkshuisvesting krijgt wonen eenzijdig weer alle aandacht. Wij pleiten voor een integrale afweging bij alle ruimteclaims. Dat kan alleen met een minister voor Ruimtelijke Ordening.’

Volgens de SKBN-voorzitter is de opheffing van het ministerie van VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu) elf jaar geleden een grote fout geweest. ‘Daar plukken we al jaren de wrange vruchten van. We leven nu eenmaal in een klein landje met heel veel mensen en wensen. Zonder centrale regie kom je er niet uit.’

Centraal wat moet

SKBN hanteert daarbij het uitgangspunt ‘centraal wat moet, maar decentraal wat kan’. ‘Wat in ieder geval centraal is het vaststellen van de eisen die gesteld worden aan bedrijventerreinen op het gebied van de energietransmissie, biodiversiteit en klimaatadaptie’, licht Föllings toe. ‘Nu stelt de ene gemeente en/of regio wel eisen aan bijvoorbeeld de groenvoorziening, zaken als hittestress, het plaatsen van zonnepanelen op daken, of het parkmanagement en de andere gemeente helemaal niet of nauwelijks. Dat geeft een ongelijk speelveld en is zeer ongewenst. Feitelijk leidt het tot een vorm van concurrentievervalsing.’

Noodklok

Vorig jaar luidde SKBN ook al de noodklok over het geruisloos verdwijnen van veel binnenstedelijke bedrijventerreinen, hoofdzakelijk door oprukkende woningbouw. Zo is de afgelopen vijf jaar 46 vierkante kilometer aan bedrijventerreinen opgedoekt.

Volgens Föllings heeft die trend het afgelopen jaar zich onverminderd voortgezet. Terwijl de behoefte juist steeds groter wordt door de enorme groei van e-commerce en de grote vraag naar logistiek vastgoed. Nearshoring, het terughalen van productie uit het Verre Oosten, zorgt voor extra vraag naar bedrijfsruimte. Vastgoedadviseur CBRE becijferde recentelijk dat tot 2025 behoefte is aan 1,25 miljoen vierkante meter extra logistieke ruimte.

9.500 hectare er bij

Het meest recente prognosemodel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat raamt de behoefte aan aanvullende bedrijfsruimte tot 2030 zelfs op 5.500 tot 9.500 hectare. De SKBN vindt mede gezien het postcorona economisch herstel, de energietransitie en de enorme behoefte aan meer bedrijfsruimte dit dan ook het ‘uitgelezen moment om volop te investeren in de 3.800 bedrijventerreinen die Nederland rijk is’.

Het belang van dergelijke werklocaties voor Nederland is volgens de SKBN-voorzitter  ‘evident’. Ondernemers op bedrijventerreinen zorgen voor een economisch toegevoegde waarde van ongeveer 300 miljard euro per jaar – bijna 40 procent van ons bruto binnenlands product – en circa 60 procent van de jaarlijkse R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven in Nederland is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein. ‘Nu de coronacrisis vooralsnog getemd lijkt, kunnen deze bedrijven ook wezenlijk bijdragen aan een snel economisch herstel van de BV Nederland’, aldus Föllings.

Economische dynamiek

Corona heeft het afgelopen jaar de economische dynamiek in verschillende opzichten versterkt. Zo is de toename van vestiging van grote distributiecentra volgens SKBN ‘onomkeerbaar’. Föllings: ‘Door corona is de e-commerce alleen maar verder gegroeid.’

Maar de impact van grote distributiecentra op het landschap is groot en vraagt om sturing van de overheid om de landschapskwaliteit te bewaken, constateerde het ministerie van Binnenlandse Zaken vorig jaar als reactie op de Nationale Omgevingsvisie (Novi) al. Om de gevolgen voor milieu, natuur, mobiliteit en infrastructuur in te perken én om ruimte te bieden aan de economie, maakte het ministerie zich hard voor meer landelijke regie, in samenspraak met provincies. Gedacht wordt aan concentratie van grote distributiecentra, eerst op bestaande terreinen en vervolgens op knooppunten langs nationale en internationale corridors.

Gelderland

Lovend spreekt Föllings in dit verband over het beleid van de provincie Gelderland. ‘Die provincie heeft de afgelopen jaren nadrukkelijk ervoor gekozen om de verdozing van het landschap door de XXL-distributiecentra te beperken. Slechts op drie locaties is verdere groei toegestaan. Dat is rondom Nijmegen, langs de A12 in de Liemers bij Zevenaar en de A15 bij Tiel.’

Tegelijkertijd wakkerde corona ook de discussie over re- en nearshoring aan. De roep om het terug- en dichterbij halen van productie uit lagelonenlanden wordt versterkt door de digitalisering en robotisering. Toepassingen in de smart industry zijn kansrijk, zeker in de triple helix tussen overheden, onderwijs en ondernemers, om het verdienvermogen in regio’s omhoog te stuwen.

Aanbevelingen

SKBN doet de volgende aanbevelingen om de maatschappelijke en economische betekenis van bedrijventerreinen te optimaliseren:

  • Gemeenten doen er verstandig aan om op lokaal niveau in kaart te brengen welke plannen leven bij de maakindustrie, zodat ze daar in hun ruimtelijke planning nadrukkelijk rekening mee kunnen houden. Daarnaast moet het belang van een schoon, heel en veilig bedrijventerrein consequent vooropstaan.
  • De vraag naar opslag- en distributieruimte is onverminderd groot. Een zorgvuldige planning van en zorgvuldige integratie binnen het werkgebied zijn wenselijk voor nieuwe logistieke centra. De SKBN pleit voor duidelijke kaders met het oog op verduurzaming, landschappelijke kwaliteit en economische waarden.
  • Overheden moeten onderscheid maken in logistieke activiteiten en de regie durven pakken. Stadsdistributie, regionaal gebonden logistiek of meer footloose logistiek verschillen wezenlijk qua functie en nabijheid. Ontwikkel daar een visie op. Het is wenselijk dat logistieke centra een meerwaarde zijn voor de regionale economie.
  • Overheden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verdienvermogen in regio’s door meer dan ooit te cofïnancieren in de opschaling van perspectiefvolle technologieën. Met R&D-investeringen wordt de basis gelegd voor innovaties en verduurzaming van ketens en clusters in de maakindustrie.
  • Overheden die werk willen maken van de circulaire economie doen er verstandig aan om investeringen juist op bedrijventerreinen terecht te laten komen. Dat versterkt de innovatie en versterking van de werkgelegenheid op de lange termijn.

 

Dit artikel is op 27 september 2021 verschenen op Vastgoedmarkt.

card image

Event

10-11-2021
BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Event

10-11-2021

BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Op woensdag 10 november organiseert SKBN samen met BT Magazine en ELBA\REC de 16e editie van het BT Event. Dit jaar zijn we op de locatie van de Brainport Industries Campus in Eindhoven. Onze gastheren zijn: Eindhoven Airport, Businesspark Flight Forum, Vliegbasis Eindhovengemeente Eindhoven en provincie Noord-Brabant.

De kracht van werklocaties

Stedelijke werklocaties zijn samen met de binnenstad de drijvende kracht van de stedelijke economie. Ze zorgen voor banen en de producten en diensten waar de moderne samenleving op draait. Steeds meer fungeren ze ook als draaischijven in de stadslogistiek, hub voor kennis en innovatie, broedplaats voor creatieve pioniers. Maar die stedelijke werklocaties staan onder druk vanwege de toenemende ruimtebehoefte van andere stedelijke functies, wonen voorop, en het beleid om overlast door verkeer, lawaai en geur te voorkomen. Tegelijkertijd spelen grote transities in bijvoorbeeld de energievoorziening en als gevolg van klimaatverandering.

Met het veranderende karakter van de economie en de logistiek, alsmede door nieuwe trends in hoe we werken, versneld door de coronacrisis, staan stedelijke werkgebieden zelf ook voor transformatieopgaven. De grote uitdaging is om bij de herprofilering in te spelen op genoemde trends en ambities, en zo een volwaardige nieuwe rol in het stedelijk weefsel te kunnen spelen.

Met ons congres "De kracht van werklocaties" willen we dat thema agenderen.

Doel

De deelnemers tonen wat er komt kijken bij het daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van stedelijke ambities door werklocaties. Hoe kun je her profileren en her ontwikkelen naar een gemengd kennis en innovatiedistrict, dat ook voldoet en bijdraagt aan de ambities voor verduurzaming, vergroening etc.

Aanmelden voor dit fysieke congres inclusief netwerkborrel is nu mogelijk!

Voor programma en tickets: www.btevent.nl.

Lees verder
card image

Nieuws

Gezocht: Gemeenten en bedrijventerreinen met ambitie voor klimaatadaptatie en vergroening

Nieuws

20-05-2021

Gezocht: Gemeenten en bedrijventerreinen met ambitie voor klimaatadaptatie en vergroening

De ruim 3.000 bedrijventerreinen in Nederland zijn essentieel voor de werkgelegenheid. Vele zijn echter niet toekomstbestendig: grijze, versteende gebieden met weinig groen en water. Bedrijventerreinen kunnen een stuk duurzamer, gezonder en aantrekkelijker. Door deze te vergroenen wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan: 

  • een klimaatbestendiger Nederland. 
  • werkplezier, gezondheid en productiviteit. 
  • de verbinding tussen stad en buitengebied, voor mens, plant en dier.

Een brede coalitie van partijen bestaande uit ministeries, provincies, onderwijsinstellingen en ondernemers bereidt een aanvraag voor bij het Nationaal Groeifonds voor een programma om bedrijventerreinen te vergroenen: Werklandschappen van de toekomst; groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen. 

Bedrijventerreinen en gemeenten worden betrokken bij het aan te vragen programma en kunnen zich ook al aanmelden om vanaf 2022-2023 te starten met het omvormen van een bedrijventerrein tot werklandschap van de toekomst. Op 17 mei was een digitale bijeenkomst over het programma voor gemeenten en bedrijven(terreinen). 

Aanmelden om werklandschap van de toekomst te worden 

IVN zoekt minimaal 10 combinaties van bedrijventerreinen en gemeenten die mee willen doen. Door deel te nemen maak je gebruik van de kennis, het netwerk en een financiële bijdrage van een nationaal programma, waarmee met een innovatieve en integrale vergroeningsaanpak het bedrijventerrein wordt omgevormd tot werklandschap van de toekomst. Criteria voor aanmelden zijn:

  • Ambitie voor vergroening van zowel de bedrijfspercelen als van de openbare ruimte;
  • Er is een gezamenlijke organisatie op het bedrijvenpark en de bereidheid om mee te investeren;
  • Enthousiasme om mee te doen als koploper in een innovatief proces van vergroening met betrokkenheid van onderwijs en onderzoek met aandacht voor natuurversterking, klimaatadaptatie en vitaliteit medewerkers;
  • Bereidheid om op te treden als ‘ambassadeur’ naar andere bedrijven en gemeenten.

Aanmelden kan tot en met zondag 13 juni 2021. Verdere toelichting op de aanmeld- en selectieprocedure kun je vinden op het aanmeldformulier.

Op het aanmeldformulier is een invulveld voor vragen en opmerkingen opgenomen. Contactpersoon t.a.v. het aanmelden voor het programma "Werklandschappen van de toekomst" is Sjoerd Luiten: s.luiten@ivn.nl

Lees verder
card image

Achtergrond

Financiering en subsidies duurzame bedrijventerreinen

Achtergrond

26-05-2021

Financiering en subsidies duurzame bedrijventerreinen

Voor bedrijventerreinen die aan de slag willen met verduurzaming, bestaan verschillende financieringsmogelijkheden. Vaak begint het bij lokale financiële kansen. Van daaruit is het mogelijk dat er een structurele basis ontstaat voor het bekostigen van verduurzamingsmaatregelen.

Op deze pagina die is overgenomen van RVO vindt u een aantal concrete voorbeelden uit de praktijk.

Ondernemersfonds

Een ondernemersfonds is een voorziening in een gemeente waarin deelnemende ondernemers opslag betalen over de onroerendezaakbelasting (OZB). Deze opslag dient als een gezamenlijke portemonnee. Bedrijven kunnen daarmee in hun eigen omgeving - het zogenaamde trekkingsgebied - collectieve initiatieven, projecten en investeringen financieren. De gemeente houdt in de gaten dat het geld aan collectieve projecten wordt besteed. Een voordeel van een ondernemersfonds is dat het bedrijventerrein langdurige financiering kan krijgen, doordat ondernemers het geld zelf inleggen. Check bij uw gemeente of zij beschikt over een ondernemersfonds.

Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Een BIZ is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat of bedrijventerrein, waar ondernemers samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. De ondernemers in de BIZ stellen gezamenlijk een BIZ-plan op. De gemeente beoordeelt het plan en stelt een heffing in, die zij in de vorm van een subsidie aan de BIZ teruggeeft. Zo betalen alle ondernemers mee aan het plan. De activiteiten van een BIZ zijn aanvullend op de taken van de gemeente en gaan vaak over onderhoud, veiligheid en netheid. Vanuit een BIZ kan ook verduurzaming worden opgepakt. Net als bij een Ondernemersfonds, is er sprake van een verplichte bijdrage voor aangesloten bedrijven. De afspraken gelden voor 5 jaar, wat vraagt om extra aandacht voor de continuïteit van de samenwerking. Het geld dat de ondernemers samen beschikbaar stellen, mag alleen gebruikt worden voor activiteiten die opgenomen zijn in het BIZ-plan.

Ondernemersvereniging

Vaak verenigen bedrijven op een bedrijventerrein zich in een ondernemersvereniging. Vanuit deze vereniging kunnen zij initiatieven voor verduurzaming nemen. Een bedrijf kan ook zelf een idee of initiatief aan de vereniging voorleggen. De financiering van de verduurzaming is eventueel mogelijk via de gemeente of provincie. De vereniging kan zich ook aansluiten bij lopende initiatieven zoals Bepositief (BE+). Is uw vereniging actief met verduurzaming? Informeer dan bij uw gemeente of provincie naar ondersteuningsmogelijkheden.

Externe subsidie

Soms is een subsidie de trigger om aan de slag te gaan met verduurzaming. Bedrijven(terreinen) kunnen dan aanhaken bij de financiering die door de gemeente, provincie of andere organisatie geïnitieerd wordt.

Stichting Breda Energie is opgericht door de gemeente Breda en andere partijen samen om energie te besparen en op te wekken

Breed gemeentelijk of provinciaal initiatief

Sommige gemeenten of provincies hebben een (extra) ambitieuze duurzaamheidsdoelstelling. Zij bieden bedrijven(terreinen) dan aan om zich aan te sluiten bij die ambitie. Hoe meer bedrijven zich aansluiten bij een initiatief, hoe meer de effectiviteit ervan groeit. Informeer bij uw gemeente of provincie naar de mogelijkheden en initiatieven.

Groningen Werkt Slim: hierbij werken bedrijvenverenigingen, gemeente en provincie samen om in 2035 CO2-neutraal te zijn

Meer informatie

  • Stichting CLOK: richt zich op het versterken van de lokale en regionale economie en houdt zich onder meer bezig met het verbinden van gemeenten en partnerorganisaties op bedrijventerreinen. De stichting biedt bijvoorbeeld ondersteuning bij het opstarten van een ondernemersfonds of een BIZ. CLOK is ook ondertekenaar van het Convenant Duurzame Bedrijventerreinen, dat geïnitieerd is door Stichting Bepositief (BE+): BE+ ondersteunt bedrijventerreinen met kennisdeling en -ontwikkeling
  • Collectieve financiering (ESCo) en de bijbehorende snelstartgids Hoe begin ik een ESCo?
  • Stichting BespaarGarant: is een gezamenlijk initiatief van brancheorganisaties. Zij bieden een standaardmethode om gebouwen te verduurzamen met een technische prestatiegarantie en slimme financiering uit lagere energiekosten.
  • Handleiding Aanpak collectieve verduurzaming bedrijventerreinen: in deze handleiding van Energie Collectief Utrechtse Bedrijven staat praktische informatie over het opzetten van een collectief en de financiering ervan
  • Regionale energiefondsen: in Nederland bestaan sinds 2012 regionale energiefondsen die een belangrijke rol spelen bij de versnelling van de energietransitie

Subsidies

  • Energie-investeringsaftrek (EIA): fiscale regeling waarbij een bedrijf een deel van de investeringen in energiebesparende maatregelen mag aftrekken van de winst. Let op: er moet wel winst gemaakt worden. Dit mag ook over meerdere jaren gerekend zijn, binnen een marge van besparingen per geïnvesteerde euro. De investeringen moeten een bepaalde besparing opleveren, dus rendabel zijn, maar niet een zodanige besparing dat de investering zichzelf (zonder EIA) volledig terugverdient. De inzet van EIA wordt bepaald op basis van een energielijst met concrete toepassingen of een CO2-reductieplan.
  • Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing (ISDE): subsidie voor concrete toepassingen voor zowel particulieren als bedrijven, op basis van een apparatenlijst
  • Stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie (SDE++): subsidie voor het opwekken van duurzame energie, uitgekeerd per opgewekte kWh. SDE++ is met name interessant bij gebruik van zonnepanelen. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de hoeveelheid zonnepanelen.
  • Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil): met de MIA profiteert een bedrijf van een investeringsaftrek tot 36% van het investeringsbedrag. Met de Vamil kan de afschrijving van de maatregelen naar voren gehaald worden, wat belastingvoordeel oplevert.
  • Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI): subsidie bedoeld voor bewezen innovatieve maatregelen met hoge investeringskosten en daardoor een langere terugverdientijd. Let op: MKB’ers hebben voordeel bij de VEKI-beoordeling en worden met voorrang behandeld.
  • Demonstratie Energie en Klimaatinnovatie (DEI+): bedoeld voor innovatieve pilotprojecten voor het verminderen van energiegebruik of CO2-uitstoot en voor het investeren in hernieuwbare energiebronnen en/of de circulaire economie
  • Subsidies energie-innovatie Topsector Energie: subsidies voor ondernemers, wetenschappers en kennisinstellingen, bedoeld om de haalbaarheid te kunnen onderzoeken van toekomstige mogelijkheden om een verduurzamingsproject op te starten.
  • WBSO: fiscale regeling voor research en development: fiscale innovatieregeling voor bedrijven (incl. starters en zelfstandigen) die ontwikkelings- en/of onderzoeksprojecten uitvoeren en hun kosten voor Research & Development (R&D) willen verlagen

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Lees verder