Verduurzaming van bedrijventerreinen verdient minstens evenveel aandacht als de verduurzaming van woonwijken. Tegelijkertijd mogen overheden van ondernemers verwachten dat ze mee-investeren in verduurzaming en klimaatadaptatie.

Dat stelt de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) in de duurzaamheidsparagraaf van haar recent gepubliceerde manifest voor een maatschappelijke herwaardering van de bedrijventerreinen. ‘We vinden dat bedrijventerreinen een belangrijke rol moeten en kunnen vervullen bij de energietransitie en klimaatadaptatie,’ stelt Theo Föllings, voorzitter van de SKBN.

Niet genoemd

Föllings wijst er op dat het jaarlijkse energieverbruik op bedrijventerreinen en werklocaties met 700 petajoule een veelvoud is van alle Nederlandse huishoudens. ‘Desondanks werden bedrijventerreinen in 2019 niet genoemd in het Klimaatakkoord. Dat is opmerkelijk, want een eenvoudige berekening laat zien dat er grote kansen liggen om daken vol te leggen met zonnecollectoren.’

Neem bijvoorbeeld alleen al de grote bedrijfsdaken – bedrijfsadressen met een minimale vloerendakoppervlakte van 10.000 m2 met een industriefunctie – dan gaat het om 2.759 vestigingen in 2.547 unieke panden, verspreid over 1.026 bedrijventerreinen. Op die bedrijventerreinen gaat het in totaal om een potentieel aan zonne-energie van bijna 18 petajoule. Dat is ongeveer 8 procent van wat er in 2050 volgens de ‘Paris Proofbeoordeling’ voor gebouwen aan (hernieuwbare) energie beschikbaar is. Dat kan dus een substantiële bijdrage zijn.’

Enorme potentie

Zonnepanelen zijn volgens Föllings slechts een van de vele voorbeelden. ‘Op bedrijventerreinen ligt een enorme potentie voor het oprapen. Denk bijvoorbeeld ook aan warmte-koude systemen of waterstof. Maar we moeten wel bereid zijn te bukken. Dat geldt zowel voor de overheid als het bedrijfsleven.’

De impact kan nog eens vergroot worden wanneer er ook meer aandacht komt voor groenblauwe structuren op bedrijventerreinen. Zo’n bedrijventerrein draagt namelijk bij aan klimaatadaptatie (wateroverlast, hittestress), biedt recreatiemogelijkheden voor omwonenden en kan bijdragen aan economische doelen. ‘Denk aan het verlagen van energiekosten, het verlagen van stress bij werkenden. Ook kan een aantrekkelijker werklandschap helpen om goed personeel aan te trekken en te behouden’, licht Föllings toe.

Hoe kan de energietransitie op bedrijventerreinen sneller en effectiever gerealiseerd worden?

Föllings: ‘Wat vooral aandacht verdient, is het ‘verantwoordelijkheidshiaat’. Daarmee bedoel ik dat de wensen en doelen van individuele bedrijven (versnipperd eigendom) en overheden niet synchroon met elkaar lopen. Ondernemers focussen – zeker in en direct na de coronacrisis – op de continuïteit van hun bedrijf. Zij zien de energietransitie niet als een doel op zich, maar als een middel. Dat wil echter niet zeggen dat ondernemers niet bereid zijn te investeren in duurzaamheid. Want dat laatste staat in dienst van die continuïteit. Lukt het wel om de individuele wensen en doelen van ondernemers te verenigen, dan liggen mooie kansen voor het oprapen.’

Kunt u een voorbeeld geven waar het wel goed gaat?

‘Op bedrijvenpark Innofase in Duiven aan de A12 is de ‘industriële symbiose’ bijvoorbeeld al gevonden. Dat gebeurt onder meer met uitwisseling van in- en outputstromen, zoals warmte, elektra, water, biogas, biomassa en restmaterialen. Door deze manier van werken wordt bespaard op primaire grondstoffen, energie, transport en ruimtebeslag.’

Is niet een groot probleem bij de verduurzaming dat veel bedrijventerreinen door het sterk versnipperde eigendom geen of slechts gebrekkig parkmanagement hebben?

‘Helemaal juist. Cruciaal voor de investeringsbereidheid op bedrijventerreinen is dat ze schoon, heel en veilig zijn. Actief parkmanagement ligt aan de basis daarvan. Als het een rotzooitje is, gaan bedrijven niet meer investeren, ook niet in nieuwe energiesystemen. Dan denken ze: ik ga hier weg, het zal mijn tijd wel duren…’

‘Goed parkmanagement bestaat op een aantal terreinen wel degelijk. Dan hebben de bedrijven het zelf georganiseerd. Of ze doen verplicht mee aan het parkmanagement, omdat het een eis was van de gemeente bij de gronduitgifte. Maar er zijn helaas een heleboel terreinen, misschien wel de meerderheid, waar nog altijd geen enkele vorm van parkmanagement bestaat. Wat daarbij ook niet helpt is dat de afdeling Economische Zaken bij veel gemeenten onderbemand is en geen of onvoldoende contactfunctionarissen beschikbaar zijn voor bedrijven. Mooie voorbeelden die aan dit organiserend vermogen werken is een initiatief van de provincie Zuid-Holland op dit gebied en ook de private parkmanagement organisatie Clok timmert flink aan deze weg.’

U luidt hier min of meer de noodklok over de investeringsbereidheid op bestaande bedrijventerreinen. Maar volgens een recent rapport van adviesbureau Stec Groep wordt er juist volop geïnvesteerd door vastgoedbeleggers en eigenaar-gebruikers.
‘Dat komt vooral doordat de maakindustrie en de logistieke sector het momenteel enorm goed doen. Terwijl er tegelijkertijd nauwelijks mogelijkheden zijn om te verhuizen naar nieuwe bedrijventerreinen. Gemeentes zijn erg terughoudend geworden met de uitgifte van greenfieldlocaties, mede door de verdozingsdiscussie en de grote behoefte aan woningbouwlocaties.’

‘De vraag is echter hoelang brownfieldlocaties nog soelaas kunnen bieden om de vraag naar bedrijfsruimte te faciliteren. Ook de mogelijkheden tot verdichting, revitalisering en complete herontwikkeling van bestaande bedrijfsterreinen lopen tegen de grenzen aan. Let wel: volgens de jongste prognose van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat moet er tenminste 5.500 tot 9.000 hectare bedrijventerrein extra bijkomen. Dan heb je het per definitie over greenfieldlocaties. Maar van die urgentie zien we in de praktijk niets terug bij gemeenten en provincies.’


Dit artikel is op 29 september 2021 verschenen op Vastgoedmarkt.
 

card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Nieuws

Brabant en Limburg: “Slot op elektriciteitsnetwerk onaanvaardbaar”

Nieuws

08-06-2022

Brabant en Limburg: “Slot op elektriciteitsnetwerk onaanvaardbaar”

Netbeheerder TenneT heeft vandaag bekend gemaakt dat het elektriciteitsnetwerk in Noord-Brabant en in Limburg dusdanig vol zit, dat er geen grootverbruikers meer aangesloten kunnen worden. Dit kan onacceptabele gevolgen hebben voor de economie, de energietransitie en vele maatschappelijke opgaven in vrijwel heel Zuid-Nederland.

De Brabantse en Limburgse Energie-gedeputeerden Anne-Marie Spierings en Maarten van Gaans-Gijbels roepen TenneT en het Rijk op om samen met de regio en marktpartijen zo snel mogelijk tot een actieplan te komen voor meer en slimmere capaciteit op het elektriciteitsnetwerk. De gedeputeerden doen deze oproep mede namens de twee Limburgse en vier Brabantse RES-regio’s.

Gedeputeerde Maarten van Gaans-Gijbels: “De beslissing van de netwerkbeheerder is ongekend en onacceptabel. De gevolgen voor zowel de energietransitie als de rest van de Limburgse samenleving zijn aanzienlijk. Ik roep alle betrokken partijen dan ook op tot het uiterste te gaan en nieuwe wegen te bewandelen om de effecten te voorkomen.” Nieuwe grote aansluitingen voor het afnemen en terugleveren van elektriciteit komen voor onbepaalde tijd in de wachtrij te staan. Gedeputeerde Anne-Marie Spierings: “Juist nu we de afhankelijkheid van (buitenlands) gas willen afbouwen, zit de elektriciteitsinfrastructuur in een groot deel van Nederland aan zijn limiet. Dit is onacceptabel en moet zo snel mogelijk opgelost worden.”

Maatschappelijke gevolgen

De impact van de beslissing van netwerkeigenaar TenneT zal enorm zijn. Duidelijk is dat nieuwe bedrijven zich niet kunnen vestigen in Brabant of Limburg als ze een grootverbruikersaansluiting nodig hebben (3x80A). Maar ook bestaande bedrijven kunnen niet investeren in een uitbereiding van de huidige aansluiting. Hoewel woningbouw vooralsnog niet geraakt lijkt te worden door het capaciteitstekort op het netwerk, kunnen voorzieningen die een grote aansluiting nodig hebben (zoals bijvoorbeeld supermarkten, zwembaden of scholen) niet meer aangesloten worden voor de levering van elektriciteit waardoor een verslechtering van de woonomgeving dreigt.

Gevolgen voor energietransitie

De beslissing van Tennet heeft ook grote gevolgen voor de energietransitie. Zo kunnen bijvoorbeeld centrale aansluitingen in hoogbouw of in wijken die centrale warmtepomp of aansluiting op een warmtenet overwegen, tegen aansluitingsproblemen aanlopen. Bedrijven en organisaties kunnen niet overstappen van fossiele energiebronnen naar stroom. Daar komt bij dat windparken en zonneweiden die wel een vergunning maar nog geen aansluiting hebben, niet aangesloten kunnen worden, laat staan initiatieven die nog aan de vergunningprocedure moeten beginnen. Hiermee komen de RES-opgaven in een groot deel van Zuid-Nederland nagenoeg tot stilstand.

Vraagtekens

De ACM constateerde in maart 2022 dat de investeringsplannen van de netbeheerders de tekorten op de elektriciteitsnetten in de komende tien jaar niet zouden kunnen oplossen. Dat nu, drie maanden later, TenneT deze beslissing al moet nemen voor Zuid-Nederland, heeft de provincies overvallen. De ACM pleit voor een gezamenlijke aanpak met onder meer de minister voor Klimaat en Energie, decentrale overheden, netbeheerders en marktpartijen. De provincie Noord-Brabant en Limburg ondersteunen zo’n aanpak en willen zo snel mogelijk tot een actieplan komen voor meer en slimmere capaciteit op het elektriciteitsnetwerk.

Lees verder
card image

Nieuws

SADC vindt oplossing voor overbelasting elektriciteitsnet op Schiphol Trade Park

Nieuws

31-03-2022

SADC vindt oplossing voor overbelasting elektriciteitsnet op Schiphol Trade Park

Schiphol Area Development Company (SADC), ontwikkelaar van bedrijventerreinen rond Schiphol, heeft het heft in eigen handen genomen om de congestieproblematiek in haar regio aan te pakken. Dankzij de realisatie van een slim balanceringssysteem ontworpen samen met technologiebedrijf Spectral hebben binnenkort ook nieuwe bedrijven op het Schiphol Trade Park (STP) toegang tot elektriciteit.

Dit is een publicatie uit vakblad BT. BT Magazine is het vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat. 

Het balanceringssysteem is een reactie op de overbelasting van het elektriciteitsnet, die al sinds eind 2020 speelt op het bedrijvenpark en ervoor zorgt dat nieuwe bedrijven niet op het net aangesloten kunnen worden door Liander. SADC trok in februari 2021 al aan de bel om te waarschuwen voor de gevolgen: ‘Als ondernemer moet je jarenlang wachten tot er weer stroomcapaciteit beschikbaar is en in de tussentijd moet je het maar zelf uitzoeken. Het remt de energietransitie.’

Toen SADC de noodklok luidde, waren ze op Schiphol Trade Park al bezig met een duurzaam energiesysteem om het bedrijvenpark nog duurzamer te maken, legt projectmanager Arnoud van der Wijk uit. ‘Het ontstaan is tweeledig’, aldus Van der Wijk. ‘Ten eerste wil Schiphol Trade Park het innovatiefste bedrijventerreinen van Europa zijn, dus onderzochten we al met Spectral hoe we een slim energiesysteem konden maken. Door het congestieprobleem is dit echter in een stroomversnelling geraakt.’

En zo kon het dat er op 25 november 2021 een balanceringsovereenkomst is getekend tussen de Energiecoöperatie Schiphol Trade Park en netbeheerder Liander om met een gezamenlijke pilot een innovatieve en duurzame oplossing voor het capaciteitsprobleem te vinden. 

Balanceren

Bedrijven die zich willen vestigen op Schiphol Trade Park, krijgen op dit moment te horen dat er geen energiecapaciteit voor hen is. Dat terwijl er alleen op piekmomenten geen capaciteit is, en dus het overgrote deel van de tijd wel. ‘Hier zie je het nut van het balanceringssysteem’, legt Van der Wijk uit. ‘Omdat we elk bedrijf real-time meten, weten we wat het verbruik op ieder moment van de dag is. Een groot deel van de tijd is er genoeg elektriciteit beschikbaar, die binnen de opgerichte energiecoöperatie gedeeld kan worden met bedrijven die niet zijn aangesloten op het net.’ 

'Technisch is het niet ingewikkeld en juridisch kunnen we het opschrijven'
Van der Wijk: ‘Zonder dit balanceringssysteem hadden bedrijven die geen aansluiting op het net van Liander hebben, die gasgeneratoren 24/7 moeten gebruiken. Hoewel we liever alles volledig duurzaam hadden gezien is deze oplossing de meest duurzame.’

‘Ik wil het een sociale innovatie noemen’, gaat hij verder. ‘Technisch is het, zoals je misschien hoort, niet ingewikkeld en juridisch kunnen we het opschrijven. In het collectief gaat nog het meeste werk zitten; ervoor zorgen dat alle bedrijven met een aansluiting meedoen. Maar gelukkig zijn er genoeg incentives voor hen en is meedoen eenvoudig. Ze krijgen een kleine vergoeding voor de capaciteit die door hun buurman wordt gebruikt. Ze zijn er niet bij gebaat als Schiphol Trade Park blijft stilstaan. De belangrijkste reden dan nog: de bedrijven zien in dat de duurzaamste oplossing is.’

De oplossing?

Of het de oplossing voor de overbelasting van het elektriciteitsnet is? Van der Wijk denkt dat het kansen biedt, maar schetst ook een kanttekening: ‘We zijn nog steeds afhankelijk van de uitbreiding van het net.’ Zolang de vraag naar elektriciteit nog steeds sneller toeneemt dan het aanbod, zullen er knelpunten in het net blijven ontstaan. 

Liander en de provincie Noord-Holland zijn op de achtergrond druk bezig om het net versneld uit te breiden, onder meer met het Taskforce Noord-Holland. Desalniettemin is Liander tevreden met het balanceringssysteem in Hoofddorp. ‘Goed om samen met andere partijen nieuwe manieren te vinden om het bestaande net te verruimen',  zo laat het in een persbericht weten.

De pilot op het Schiphol Trade Park lijkt dus een succes. Van der Wijk: ‘We moeten ons nog wel bewijzen na de pilot, maar als het werkt kunnen we dit ook toepassen op andere SADC-terreinen.’

Wat doet de energiecoöperatie? 

  1. Maakt afspraken met de netbeheerder over het collectief gebruik van transportcapaciteit.
  2. Maakt afspraken met de deelnemers over optimaal benutten van lokale (duurzaam) opgewekte stroom, door o.a. bemetering, data-analyse, balancering, sturing, congestiemanagement.
  3. Maakt afspraken met de deelnemers over tarieven voor het collectieve energiesysteem
  4. Voorziet in toe- en uittredingscriteria voor (nieuwe) deelnemers.

Lees verder