Oud-burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven en hoofspreker op het zestiende BT Event, pleit voor het uitbreiden van de triple helix-samenwerking naar het ruimtelijk-fysieke en sociale domein. Want steden lopen tegen hun fysieke en sociale grenzen en de overheid, markt of burgers kunnen dit alleen oplossen.

Rob van Gijzel is hoofdspreker op het zestiende BT Event op woensdag 10 november in Eindhoven, hét congres voor iedereen die werkt aan de toekomst van Nederlandse werklocaties. Ga voor het volledige programma en aanmelden naar www.btcongres.nl.

Na het faillissement van DAF in 1993 en het geleidelijke wegtrekken van Philips tot en met de hoofdzetel in 1997, stond Eindhoven met lege handen. De oprichting van Brainport als overlegvehikel tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen, ook wel de triple helix genoemd, was de start van een van de meest opzienbarende heroplevingen van een stad, die inmiddels domineert in de wereldwijde ontwikkeling van micro-elektronica. In 2011 werd Brainport uitgeroepen tot ‘slimste regio’ van de wereld en Eindhoven is nog lang niet uitontwikkeld.

Het succes van de Brainport blijft niet beperkt tot Eindhoven. Oud-burgemeester van de Lichtstad Rob van Gijzel spreekt van een tweede urbanisatiegolf. Veel steden groeien maar lopen tegen ruimtelijk-fysieke en sociale grenzen aan. Denk aan dichtslibbend openbaar vervoer, de kwaliteit van drinkwater, de energiecrisis, klimaatverandering, maar ook achteruithollend onderwijs, druk op de gezondheidszorg, polarisatie, om het over huisvesting nog niet te hebben.

Vestigingsklimaat onder druk

Van Gijzel: ‘Mensen moeten tegenwoordig tot hun 67e doorwerken. Dan is het belangrijk dat mensen ook langer gezond en mentaal weerbaar blijven. Goede gezondheidzorg is essentieel, en niet alleen curatieve zorg. Maar ook scholing is ontzettend belangrijk. Daarom hebben we hier de Brainport Scholen die kinderen al op jonge leeftijd leren onderhandelen, ondernemen en onderzoeken. Op het gebied van veiligheid gaat het niet goed. Dat gaat over vertrouwen en stabiliteit. Dat voelt niet lekker.’ Hij refereert aan een lijstje van De Financial Times over factoren die bijdragen aan een goed internationaal vestigingsklimaat. ‘Vertrouwen en stabiliteit’ staat op de tweede plaats, na ‘skills, onderwijs en technologie’. Daarna komen in volgorde van belanrijkheid transport en infrastructuur, de hoogte van de lonen, het voorzieningenniveau en financiële factoren als de wisselkoers en rente.

Van Gijzel vervolgt: ‘Ruimtelijk-fysiek kampen we op het moment met een wooncrisis. Dat is logisch. We zien dat de bestaande voorraad op het moment door steeds minder mensen wordt bewoond. Een groot gedeelte van Eindhoven was bebouwd voor een gemiddelde woonbezetting van 3,6. Dat is nu 1,6. Dat treft ook de middenstand in de buurten. Daarom zou je kunnen zeggen dat we niet aan het verstedelijken, maar aan het verdorpen zijn. Ondertussen groeit ASML als kool. Zo’n 10.000 nieuwe werknemers komen naar verwachting naar de Brainportregio, de toeleverende industrie en dienstverlening die in het slipstream meekomt niet meegerekend. Die moet je huisvesten. Tegelijk staan steden onder druk door klimaatverandering. Je zult moeten ingrijpen om de stad klimaatbestendig te maken en de leefbaarheid te borgen.’

Participatiesamenleving gestrand

De triple helix was het antwoord op de economische crisis in Eindhoven van de jaren ‘90, maar een antwoord op de sociale en de ruimtelijk-fysieke crisis ontbreekt nog. ‘De overheid kan dat niet alleen. Vroeger ging in Amsterdam een derde van het gemeentelijke budget op aan armenzorg. Dat heeft de stad enorm goed gedaan met wijken als de Spaarndammerbuurt, die op haar beurt weer bedrijven aantrok omdat het in Amsterdam goed wonen was. In Eindhoven werden dat soort voorzieningen vroeger verzorgd door Philips. Nu komt die zorg toe aan gemeenten, zeker sinds de nationale overheid zich terugtrok. Maar gemeenten in Nederland kunnen het niet alleen. Afgelopen decennia zijn voorzieningen verder verschraald doordat eerst de markt, en daarna de burger het moest oplossen: van volkshuisvesting naar wonen, van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Dat werkt natuurlijk niet.’

Van Gijzel maakt een vergelijking met Amerika, waar steden met soortgelijke transformatieopgaven kampten met wegtrekkende industrieën, Pittsburgh slaagde, Detroit niet. ‘Detroit gaat het niet redden omdat niemand verantwoordelijkheid neemt voor het sociaal en fysiek-ruimtelijke domein. In Pittsburgh redden ze het wel omdat bedrijven helpen.’

Van Gijzel wijst verder op de trend waarbij ‘schone werkgelegenheid’ (kantorenbanen) zich weer beweegt richting de stadscentra, wat weer meer mensen en voorzieningen aantrekt én weer nieuwe bedrijven. Hij vindt dat ‘schone werkgelegenheid’ thuishoort in het centrum van de stad, wat zorgt voor extra levendigheid en draagvlak voor voorzieningen. Volgens Van Gijzel bewegen bedrijven van de Amsterdamse Zuidas inmiddels weer terug naar het hart van de stad, omdat bedrijven in het centrum van de stad willen zitten. Het legt wel weer een extra druk op de stad waardoor ook verdringing kan optreden. Daar moeten oplossingen voor worden gevonden.

Gemeenteraden: loslaten

De nieuwe uitdagingen vergen volgens de oud-burgemeester uitbreiding van de triple helix, die tot nog toe vooral gericht was op economische ontwikkeling, naar het ruimtelijk-fysieke en sociale domein. Dat betekent dat ook woningcorporaties in de regio moeten aanhaken en de diensten die zich bezighouden met stadsontwikkeling. Het belangrijkste is dat er een goede samenwerking tot stand komt. Dat betekent volgens hem dat gemeenteraden moeten durven loslaten. Zo kreeg hij naar eigen zetten ruimte van zijn eigen stadsbestuur om samen te werken met andere gemeenten, het bedrijfsleven en kennisinstellingen in Stichting Brainport, de economische raad waar hij als burgemeester voorzitter van was.

'De historische binnenstad van Eindoven ligt in Den Bosch, de universiteit van Den Bosch ligt in Eindhoven'

‘Ik had een dubbelrol. Ik was burgemeester van Eindhoven en voorzitter van de economische raad. Tegen de gemeenteraad zei ik ‘ga niet proberen bij te sturen, jullie kunnen de stekker eruit trekken, maar dat kan maar één keer’. Ik domineerde misschien in de economische raad, maar niet als vertegenwoordiger van de overheid en Eindhoven. Je hebt je rol als voorzitter maar die moet je niet met de macht die je hebt als burgemeester verwarren. Als je de baas wil spelen, moet je het niet doen.’

De gemeenteraad kon één keer per jaar haar wensen inleveren via de wethouder. Daar kwamen ook de prioriteiten bij vanuit het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Omgekeerd legde Stichting Brainport één keer per jaar verantwoording af aan de gemeenteraad, vertelt Van Gijzel. In dezelfde periode was toenmalig premier Jan Peter-Balkenende bezig met zijn ‘Platform voor Innovatie’. ‘Ik heb het daar veel met Jan-Peter over gehad. Hij klaagde dat elke keer als hij die raad bijeen had geroepen zich weer moest verantwoorden in de Tweede Kamer. Dat werkte niet.’

Stichting Brainport kreeg daarom een eigen uitvoeringsorganisatie: Brainport Development. Brainport Development kreeg een stevig mandaat. ‘De afdeling economische zaken is voor 80 procent gedetacheerd bij Brainport, weg uit de ambtelijke sfeer. Zij draaiden projecten samen met collega’s uit het bedrijfsleven of kennisinstellingen. Hun interesse was leidend om een project wel of niet door te laten gaan. Alleen het aanleggen van fysieke infrastructuur werd als exclusieve verantwoordelijkheid van de overheid gezien.’

Groter is beter?

Architect en stedelijke planner Chris Choa, eveneens hoofdspreker op het BT Event, verklaarde vorige week dat vanuit urbanisatie-context de ‘best verbonden steden de winnaars zullen zijn’. ‘Eindhoven is te klein. Amsterdam is te klein. Misschien is de Randstad zelfs te klein’, aldus Choa. Van Gijzel herkent dat deels. ‘Ik was ooit in Shanghai waar ik mocht vertellen wat wij deden. Elke stad die daar vertegenwoordigd was had tenminste tien keer zoveel inwoners als wij. Maar het verschil was dat zij niet adaptief waren en wij wel. Wij stonden altijd al op nummer één met kennis. Wij hadden de hoogste patentendichtheid. Maar dat levert geen geld op als je binnenlandse markt zo klein is. De Koreanen en Japanners hebben het altijd goed gedaan, maar zij hebben een grotere binnenlandse markt. Onze positie op de internationale markt is inmiddels sterker geworden. Maar waar de nadruk in veel regio’s op controle ligt, passen wij ons aan. Dat betekent dat wij niet vast één keer per twee week bij elkaar komen, dat is niet adaptief. Als het nodig is zagen wij elkaar twee of drie keer in de week. Dat vraag wel veel vertrouwen. Later redeneerde ik dat we van slim naar sterk naar adaptief zijn gegaan. Weet je wat dat is? Darwin! Voor een stad geldt gewoon Darwin. Je zult je moeten aanpassen en dat aanpassen moeten we samen doen.’

Terugkomend op de vraag of Eindhoven niet gewoon te klein is, antwoordt Van Gijzel dat hij gelooft in borrowed size, waarbij een stad schaal leent van een ander. ‘De historische binnenstad van Eindoven ligt in Den Bosch, de universiteit van Den Bosch ligt in Eindhoven.’ Hij benadrukt dat de grootste economische krachten van de wereld in Delta’s liggen, en dat de Rijndelta tussen Amsterdam, Dortmund, Frankfurt en Antwerpen de allersterkste economische kracht van de wereld is, met de hoogste onderwijsniveaus.

Een ander ‘geheim’ waarom Eindhoven ondanks de relatief kleine schaal toch internationaal in de top mee kon komen is volgens de oud-burgemeester het model van open innovatie die in Brainport wordt toegepast, en waarmee de Eindhovense bedrijven ondanks de steeds korter wordende lifecycle van innovaties en de steeds hogere kosten concurrerend bleven. Het betekent niets anders dan dat bedrijven in pre-competitiefase samenwerken met concurrenten. Het zou mede de reden zijn geweest waarom Samsung zich met een groot onderzoekscentrum in Eindhoven vestigde, aldus de oud-burgemeester, en nooit meer is weggegaan.

Wie is Rob van Gijzel?
Rob van Gijzel was van 2008 tot 2016 burgemeester van Eindhoven. Als voorzitter van Stichting Brainport was hij nauw betrokken bij het economische succes van de Brainport regio. Sinds zijn vertrek als burgemeester vervult Van Gijzel tal van maatschappelijke functies. Zo is hij onder meer voorzitter van het Europese programma voor stedelijke mobiliteit en voorzitter van de Dutch Blockchain Coalition. Van Gijzel was voorzitter van The Intelligent Community Foundation (ICF) in New York, een netwerk van ‘intelligente gemeenschappen’ die informatietechnologie gebruiken om welvarende, inclusieve en duurzame economieën te creëren. Landelijke bekendheid kreeg Van Gijzel als Tweede Kamerlid voor de PvdA, waarin hij uitgesproken standpunten innam in de nasleep van de Bijlmerramp en de bouwfraude.

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

10-11-2021
BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Event

10-11-2021

BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Op woensdag 10 november organiseert SKBN samen met BT Magazine en ELBA\REC de 16e editie van het BT Event. Dit jaar zijn we op de locatie van de Brainport Industries Campus in Eindhoven. Onze gastheren zijn: Eindhoven Airport, Businesspark Flight Forum, Vliegbasis Eindhovengemeente Eindhoven en provincie Noord-Brabant.

Bekijk hier een terugblik op het BT Event.

De kracht van werklocaties

Stedelijke werklocaties zijn samen met de binnenstad de drijvende kracht van de stedelijke economie. Ze zorgen voor banen en de producten en diensten waar de moderne samenleving op draait. Steeds meer fungeren ze ook als draaischijven in de stadslogistiek, hub voor kennis en innovatie, broedplaats voor creatieve pioniers. Maar die stedelijke werklocaties staan onder druk vanwege de toenemende ruimtebehoefte van andere stedelijke functies, wonen voorop, en het beleid om overlast door verkeer, lawaai en geur te voorkomen. Tegelijkertijd spelen grote transities in bijvoorbeeld de energievoorziening en als gevolg van klimaatverandering.

Met het veranderende karakter van de economie en de logistiek, alsmede door nieuwe trends in hoe we werken, versneld door de coronacrisis, staan stedelijke werkgebieden zelf ook voor transformatieopgaven. De grote uitdaging is om bij de herprofilering in te spelen op genoemde trends en ambities, en zo een volwaardige nieuwe rol in het stedelijk weefsel te kunnen spelen.

Met ons congres "De kracht van werklocaties" willen we dat thema agenderen.

Doel

De deelnemers tonen wat er komt kijken bij het daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van stedelijke ambities door werklocaties. Hoe kun je her profileren en her ontwikkelen naar een gemengd kennis en innovatiedistrict, dat ook voldoet en bijdraagt aan de ambities voor verduurzaming, vergroening etc.

Aanmelden voor dit fysieke congres inclusief netwerkborrel is nu mogelijk!

Voor programma en tickets: www.btevent.nl.

Lees verder
card image

Nieuws

Schiphol Trade Park wil de groenste zijn

Nieuws

16-09-2021

Schiphol Trade Park wil de groenste zijn

Bij Schiphol vind je zo’n 350 hectare waarvan een groot deel is gevuld met distributiecentra; een voormalig weiland vol grote panden. Toch beschouwen we Schiphol Trade Park, een ontwikkeling van gebiedsontwikkelaar SADC, als een icoonvoorbeeld voor Groene Bedrijventerreinen. Waarom? We spraken erover met Rob de Wit, projectmanager gebiedsontwikkeling en coördinator van Schiphol Trade Park.

Een toekomstbestendig gebied

Rob: ‘Wat we doen bij Schiphol Trade Park is pionieren. Circulaire ontwikkeling op bedrijventerreinen is relatief nieuw. In plaats van zoveel mogelijk ruimte benutten voor bedrijfspanden en parkeerplekken, wordt steeds meer waarde gehecht aan ecologie, welzijn en leefomgeving, ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. We noemen de gebruikers van onze bedrijfsterreinen niet voor niets onze bewoners.’

Hier liggen kansen voor het ontwikkelen van business parks tot duurzame landschappen waar zowel de mens als de natuur goed kunnen gedijen. Daar zet SADC zich op Schiphol Trade Park en haar andere business parks voor in. Veel publieke ruimte was in de eerdere planvorming verhard, maar door slimme optimalisatie van de infrastructuur kan veel meer groen worden. Rob: 'Over twee jaar verwachten we het resultaat te zien in de openbare ruimte. De gebouwen worden voor een groot deel al groen tijdens het aankomend plantseizoen. En we hebben haast, want goede voorbeelden openen de weg voor alle andere bedrijventerreinen in Nederland. Dus hoe sneller het resultaat zich toont, hoe groter de impact!'

Duurzaamheid uitstralen

Dat er veel winst te behalen is staat als een paal boven water. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het gros van de bedrijventerreinen een inspiratieloze omgeving is. Terwijl hier zo'n 30% van de banen in Nederland te vinden is! Er zijn meer vooruitstrevende ontwikkelaars nodig. De enige manier om het beter te gaan doen is door natuur toe te voegen en te luisteren naar de behoefte van de eindgebruiker. Waar we tien jaar geleden bij de term 'duurzaam ontwikkelen' dachtenSchiphol Trade Park2 aan zonnepanelen, beseffen we nu dat het daar niet ophoudt. Duurzaam bouwen vanuit enkel technisch oogpunt is inmiddels een verouderd concept. Nu beseffen we dat we het ook zíchtbaar moeten maken. Een terrein moet duurzaamheid uitstralen zodat men het als zodanig ook kan ervaren. De behoeften zijn veranderd; de nieuwe generatie wil zich goed voelen en in een fijne omgeving werken. Werkgevers en ontwikkelaars moeten hier rekening mee houden, inspelen op de behoeften en terreinen creëren waar werknemers (de bewoners) zich prettig voelen.

Rob: 'Voor Schiphol Trade Park hebben we onderzocht wat wij kunnen doen om het gebied groener en duurzamer te maken. Een groot deel van de geplande verharding kon weggehaald worden, wat bovendien geleid heeft tot een meer logischere infrastructuur. Saillant detail is dat we ook kosten besparen nu we minder infrastructuur aanleggen, en slechts een beperkt deel van die gelden nodig is voor de groenere inrichting. Het resultaat straks: prettige en zelfs recreatieve looproutes, onverharde paden en veel meer groen. Een uitnodigende parkachtige omgeving waar mensen de natuur kunnen beleven en die gezond gedrag stimuleert.’

Dat klinkt logisch maar deze focus was er voorheen minder. Nu zijn we ons veel meer bewust wat een groene, gezonde omgeving met ons kan doen. In een  woonomgeving zien we dit al volop gebeuren, daar vinden we vergroening al langer belangrijk. Nu is het tijd om samen te kijken hoe we ook de werkomgeving en bedrijventerreinen gezonder en groener kunnen inrichten.

Daktuinen en rotswanden

Daarom stelt SADC strenge duurzaamheidseisen aan klanten op Schiphol Trade Park. Een technisch duurzaam gebouw dat voorheen vooruitstrevend was, is niet meer voldoende. Gebouwen moeten zorgen voor een attractief beeld en een zichtbare groene invulling krijgen, als onderdeel van een natuurinclusief gebied. Een onderliggend ecologisch plan is bij elke ontwikkeling een harde voorwaarde geworden. Veel overtuigingskracht is niet nodig, ontwikkelaars en eindgebruikers omarmen deze nieuwe standaard en nemen ook hun verantwoordelijkheid. Want die traditionele distributiecentra kunnen best wel wat anders vormgegeven worden; daktuinen, groendaken, rotswanden, vlinders en vogels, water en energie. Het lijkt zelfs een soort wedstrijdje te worden onder architecten en ontwikkelaars: wie kan het mooiste groene gebouw neerzetten? Bij al deze partijen ziet SADC steeds meer energie om het verder te ontwikkelen en voor een hogere kwaliteit te gaan.

Ontwikkelen vanuit een coalitie

'De conservatieve manier van gebiedsontwikkeling moet plaatsmaken voor een nieuwe benadering waarbij natuurinclusief de norm is', stelt Rob. Schiphol Trade Park betrekt partners als TU Delft, Universiteit Wageningen, Vogelbescherming, NL Greenlabel, RVO en IVN bij hun plannen Vlinders buddleia, IVN Lelystad workshop natuur dichtbijvoor vergroening. Deze partijen denken met SADC mee hoe de leefomgeving van bewoners als bijen, vogels en andere dieren kan worden behouden. Samenwerken met partners en universiteiten biedt daarnaast mooie kansen voor wetenschappelijk onderzoek. Het gebied leent zich enorm goed voor verschillende onderzoeken en kennisontwikkeling. 'Zo kunnen we straks onderzoeken wat de effecten zijn van duurzame bedrijventerreinen.'

Gebiedsmanagement

Als er zoveel groen een gebied in komt en dit zelfs onderdeel wordt van de architectuur, dan is de integratie van beheer en onderhoud in je plannen noodzakelijk. Niet alleen om de gevels en terreininrichting groen te krijgen en te houden, maar goed natuurbeheer vraagt om expertise. Goed functionerend gebiedsmanagement door de ondernemers zelf levert hieraan een belangrijke bijdrage. Gebiedsmanagement van en voor ondernemers waarborgt de leefkwaliteit van het gebied en het waardebehoud van gebouw en terrein.

Duurzaam, innovatief en groen

Rob: 'We zijn nu het meest duurzame en innovatieve business park, maar straks ook het groenste business park van Europa. Om die koppositie vast te houden moet je steeds je ambitie monitoren en nadenken over hoe je jezelf kunt verbeteren. Tenslotte wordt in de huidige economie de vraag naar distributiecentra alleen maar groter. SADC staat voor financieel rendement maar ook voor maatschappelijk rendement. Dat is onze drijfveer. Het gaat er om dat je economische groei stimuleert op zo’n manier dat je tegelijkertijd de leefkwaliteit verhoogt. Een meerwaarde voor iedereen.'

 

Dit artikel is een publicatie van IVN, instituut voor natuureducatie. 

Lees verder
card image

Nieuws

Bouw Innovatielab Connectr van start

Nieuws

14-07-2021

Bouw Innovatielab Connectr van start

De bouw van het Connectr Innovatielab op Industriepark Kleefse Waard (IPKW) is begonnen. Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland hebben groen licht gegeven voor een bijdrage van 5 miljoen euro. Eerder dit jaar droegen provincie Gelderland en de Gemeente Arnhem al bij aan de eerste activiteiten van het initiatief, dat is bedoeld om de energietransitie te versnellen.

Het Innovatielab van Connectr – Energy innovation wordt een aantrekkelijke plek, waar alle spelers in het energiecluster fysiek bijeenkomen om samen te werken en elkaars groei te versnellen. Ook de Kernorganisatie, bestaande uit HAN, IPKW, Kiemt, Oost NL en Stichting Connectr, en een deel van de Shared Facilities worden op deze plek geconcentreerd.

De financiële steun komt via het REACT-EU-programma, dat de concurrentiepositie van Oost-Nederland als toonaangevende en innovatieve Europese regio wil versterken. De bijdrage wordt vooral aangewend om onderwijs en startups te huisvesten. IPKW en parkeigenaar Schipper Bosch investeren daarnaast ruim tien miljoen euro in de realisatie van het lab.

De ultieme mix

Connectr ziet een meerwaarde in het huisvesten en faciliteren van een mix van startups, scale-ups, mkb, grootbedrijf, maatschappelijke organisaties, overheden en onderwijs. Op die manier wordt samenwerken bevorderd, kun je van elkaar leren en elkaar inspireren – precies de kracht die nodig is voor innovatie.

“Het bij elkaar brengen van onderwijs en bedrijfsleven is een succesfactor”, aldus Rob Verhofstad. Verhofstad is voorzitter van HAN University of Applied Sciences en is sinds kort tevens bestuurslid van Connectr. Binnen het te bouwen Innovatielab is volop plek voor de hybride leerwerkomgevingen van de HAN. “We zijn enorm blij dat er nu een belangrijk deel van het Connectr-plan wordt uitgevoerd. Met deze investering zorgen we dat er echt een ontmoetingsplaats en kraamkamer voor het energiecluster ontstaat.”

Voortvarend van start

Op IPKW is direct begonnen met de realisatie van een van de onderdelen van het Innovatielab: het Elaad Testlab, een Europese testfaciliteit voor elektrische laadinfrastructuur. Met die voortvarendheid laat Connectr de ambitie en gedrevenheid achter het project zien.

IPKW-directeur en Connectr-bestuurslid Kevin Rijke: “Het Innovatielab wordt een plek waar straks de nieuwste innovaties vandaan komen. Partijen gaan hier samenwerken en doorgroeien. Dat draagt ook weer bij aan onze ambitie om het meest duurzame bedrijventerrein van Nederland te zijn. Bovendien zitten we op deze manier nog dichter bij de bron van innovaties, waarmee we de energietransitie ook op het park en in andere projecten kunnen versnellen.”

Liane van der Veen, teammanager Energy bij Oost NL: "Als Oost NL feliciteren we IPKW met deze toekenning. Door deze faciliteit kunnen wij meer buitenlandse bedrijven interesseren in het vestigen in Oost-Nederland. Ook creëren we hiermee een brandpunt voor het testen en demonstreren van energie-innovaties waar veel bedrijven behoefte aan hebben. Resultaat: versnelling van de energietransitie, reductie van CO2-uitstoot en meer banen."

“Voor zover ik weet is Connectr het eerste platform rond new energy dat zo breed gedragen wordt”, vult Schipper Bosch-directeur Bart Schoonderbeek aan. “Het is echt het resultaat van waar we samen met de gemeente en andere partners lang en hard aan hebben gewerkt – een professionalisering, verbinding en versnelling van de duurzame initiatieven die al in deze regio plaatsvinden. Dit belangrijke moment luidt een nieuwe fase in, en we zijn enorm trots dat we daar met IPKW een rol in spelen.”

Lees verder