Volgens economisch geograaf Gerlof Rienstra, die de ‘Paris Proof Ranking’ samen met SKBN uitvoerde, is de toename vooral toe te schrijven aan duurzame opwek op bedrijventerreinen zelf en de conversie van gas naar elektra.
In 2020 voldeden 561 terreinen aan de Paris Proof-norm (zie onder), 76 terreinen meer dan in 2019 toen 485 bedrijventerreinen aan de norm voldeden. 1.120 bedrijventerreinen hebben energieverbruik tussen één en drie keer ‘Paris Proof’ (1.056 in 2019). ‘In principe moet het mogelijk zijn die score in 30 jaar terug te brengen tot één keer de norm of minder. Dat wil zeggen dat het energieverbruik met tweederde terug moet’, aldus Rienstra. 1.445 bedrijventerreinen scoren meer dan drie keer de norm (1.662 in 2019). ‘Dat betekent dat deze bedrijventerreinen een meer dan gemiddelde inspanning moeten verrichten om hun energiegebruik terug te dringen tot de Paris Proof-norm. Ze hebben daar nog wel 30 jaar de tijd voor.’
Rienstra verklaart groei van het aandeel terreinen dat aan Paris Proof-norm voldoet onder door de groei van duurzame energie-opwek op bedrijventerreinen door zon en wind. SKBN bracht eerder in kaart dat verspreid over 1.026 bedrijventerreinen 2.547 panden met een dakoppervlakte van minimaal 10.000 m2 een potentieel aan zonne-energie van bijna 18 petajoule (PJ) herbergen. Het is volgens Rienstra ook niet toevallig dat relatief veel logistieke bedrijventerreinen nu al aan de Paris Proof-norm voldoen, zoals in onderstaande lijst van bedrijventerreinen met PPindex (Paris Proof-index) van 1 of later is te zien. Een score van 1 of lager is een Paris Proof-score.

Nu al voldoen aan de Parijse norm betekent niet dat gebouweigenaren achterover kunnen leunen, stelt Rienstra. Hij rangschikte bovenstaande terreinen naar omvang van het totale energieverbruik, om te laten zien waar het grootste potentieel ligt voor nog meer bezuinigingen en te voorkomen dat alleen nieuwere bedrijventerreinen of terreinen die qua commercieel vastgoed nog volop in ontwikkeling zijn, het beeld zouden bepalen.
Om die redenen viel Trade Port Noord in Venlo, vorig jaar nog nummer twee op de lijst, dit jaar buiten de rangorde. En dat is volgens Rienstra een verdienste. Trade Port Noord bespaarde met een zonne-energieprogramma in één jaar meer dan 30 procent energie, waardoor het energieverbruik decimeerde en het terrein niet meer tot de grootverbruikers behoort die tegelijk aan de Paris Proof-norm voldoen.
Een andere verklaring dat het aantal bedrijventerreinen dat nu al aan de Parijse norm voldoet is gegroeid, is volgens Rienstra de verduurzaming van productieprocessen en de conversie van gas naar elektra. ‘Aardgas heeft een hogere energiewaarde dan elektra. Als je van aardgas naar elektra gaat, dan gaat het energieverbruik in gigajoule omlaag’. Corona speelde volgens Rienstra geen rol van betekenis.
Om te bepalen of een bedrijventerrein Paris Proof is, legde Rienstra de verbruikscijfers van 3.878 Nederlandse bedrijventerreinen uit 2020 naast een Paris Proof-norm voor gebouwtypen en activiteiten van de Dutch Green Building Council (DGBC), ervan uitgaande dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving met tweederde omlaag moet ten opzichte van het huidige verbruik. Dat leverde voor 3.126 bedrijventerreinen een match op. In 2050 moet volgens het Parijse klimaatakkoord alle energie duurzaam worden opgewekt, bijvoorbeeld met zon en wind. Uitgangspunt is dat er in 2050 610 PJ duurzame energie beschikbaar is, ongeveer een derde van het huidige energieverbruik in Nederland. Uitgaand van de huidige verdeling van het energieverbruik is voor gebouwen dan 36 procent van die 610 PJ beschikbaar, ofwel 220 PJ.
De Paris Proof Ranking is een initiatief van Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies en vakblad BT, en is in samenwerking met SKBN voor de tweede maal uitgevoerd. Doel is om in kaart te brengen in hoeverre het energiegebruik op Nederlandse bedrijventerreinen nu al aan de normen van Paris Proof voldoet. Anderzijds willen de initiatiefnemers in beeld brengen in hoeverre er een ontwikkeling waar te nemen is in het verminderen van het energiegebruik op bedrijventerreinen.