Het aandeel bedrijventerreinen dat nu al aan de ‘Parijse’ energienorm van 2050 voldoet is in 2020 gestegen van 14 naar 18 procent. Dat blijkt uit een inventarisatie van gebruiksgegevens van 3.126 bedrijventerreinen in Nederland.

Volgens economisch geograaf Gerlof Rienstra, die de ‘Paris Proof Ranking’ samen met SKBN uitvoerde, is de toename vooral toe te schrijven aan duurzame opwek op bedrijventerreinen zelf en de conversie van gas naar elektra.

In 2020 voldeden 561 terreinen aan de Paris Proof-norm (zie onder), 76 terreinen meer dan in 2019 toen 485 bedrijventerreinen aan de norm voldeden. 1.120 bedrijventerreinen hebben energieverbruik tussen één en drie keer ‘Paris Proof’ (1.056 in 2019). ‘In principe moet het mogelijk zijn die score in 30 jaar terug te brengen tot één keer de norm of minder. Dat wil zeggen dat het energieverbruik met tweederde terug moet’, aldus Rienstra. 1.445 bedrijventerreinen scoren meer dan drie keer de norm (1.662 in 2019). ‘Dat betekent dat deze bedrijventerreinen een meer dan gemiddelde inspanning moeten verrichten om hun energiegebruik terug te dringen tot de Paris Proof-norm. Ze hebben daar nog wel 30 jaar de tijd voor.’

Rienstra verklaart groei van het aandeel terreinen dat aan Paris Proof-norm voldoet onder door de groei van duurzame energie-opwek op bedrijventerreinen door zon en wind. SKBN bracht eerder in kaart dat verspreid over 1.026 bedrijventerreinen 2.547 panden met een dakoppervlakte van minimaal 10.000 m2 een potentieel aan zonne-energie van bijna 18 petajoule (PJ) herbergen. Het is volgens Rienstra ook niet toevallig dat relatief veel logistieke bedrijventerreinen nu al aan de Paris Proof-norm voldoen, zoals in onderstaande lijst van bedrijventerreinen met PPindex (Paris Proof-index) van 1 of later is te zien. Een score van 1 of lager is een Paris Proof-score.

Nu al voldoen aan de Parijse norm betekent niet dat gebouweigenaren achterover kunnen leunen, stelt Rienstra. Hij rangschikte bovenstaande terreinen naar omvang van het totale energieverbruik, om te laten zien waar het grootste potentieel ligt voor nog meer bezuinigingen en te voorkomen dat alleen nieuwere bedrijventerreinen of terreinen die qua commercieel vastgoed nog volop in ontwikkeling zijn, het beeld zouden bepalen.

Om die redenen viel Trade Port Noord in Venlo, vorig jaar nog nummer twee op de lijst, dit jaar buiten de rangorde. En dat is volgens Rienstra een verdienste. Trade Port Noord bespaarde met een zonne-energieprogramma in één jaar meer dan 30 procent energie, waardoor het energieverbruik decimeerde en het terrein niet meer tot de grootverbruikers behoort die tegelijk aan de Paris Proof-norm voldoen.

Een andere verklaring dat het aantal bedrijventerreinen dat nu al aan de Parijse norm voldoet is gegroeid, is volgens Rienstra de verduurzaming van productieprocessen en de conversie van gas naar elektra. ‘Aardgas heeft een hogere energiewaarde dan elektra. Als je van aardgas naar elektra gaat, dan gaat het energieverbruik in gigajoule omlaag’. Corona speelde volgens Rienstra geen rol van betekenis.

Methode

Om te bepalen of een bedrijventerrein Paris Proof is, legde Rienstra de verbruikscijfers van 3.878 Nederlandse bedrijventerreinen uit 2020 naast een Paris Proof-norm voor gebouwtypen en activiteiten van de Dutch Green Building Council (DGBC), ervan uitgaande dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving met tweederde omlaag moet ten opzichte van het huidige verbruik. Dat leverde voor 3.126 bedrijventerreinen een match op. In 2050 moet volgens het Parijse klimaatakkoord alle energie duurzaam worden opgewekt, bijvoorbeeld met zon en wind. Uitgangspunt is dat er in 2050 610 PJ duurzame energie beschikbaar is, ongeveer een derde van het huidige energieverbruik in Nederland. Uitgaand van de huidige verdeling van het energieverbruik is voor gebouwen dan 36 procent van die 610 PJ beschikbaar, ofwel 220 PJ.

De Paris Proof Ranking is een initiatief van Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies en vakblad BT, en is in samenwerking met SKBN voor de tweede maal uitgevoerd. Doel is om in kaart te brengen in hoeverre het energiegebruik op Nederlandse bedrijventerreinen nu al aan de normen van Paris Proof voldoet. Anderzijds willen de initiatiefnemers in beeld brengen in hoeverre er een ontwikkeling waar te nemen is in het verminderen van het energiegebruik op bedrijventerreinen.

 

card image

Event

10-11-2021
BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Event

10-11-2021

BT Event 2021: De kracht van werklocaties

Op woensdag 10 november organiseert SKBN samen met BT Magazine en ELBA\REC de 16e editie van het BT Event. Dit jaar zijn we op de locatie van de Brainport Industries Campus in Eindhoven. Onze gastheren zijn: Eindhoven Airport, Businesspark Flight Forum, Vliegbasis Eindhovengemeente Eindhoven en provincie Noord-Brabant.

Bekijk hier een terugblik op het BT Event.

De kracht van werklocaties

Stedelijke werklocaties zijn samen met de binnenstad de drijvende kracht van de stedelijke economie. Ze zorgen voor banen en de producten en diensten waar de moderne samenleving op draait. Steeds meer fungeren ze ook als draaischijven in de stadslogistiek, hub voor kennis en innovatie, broedplaats voor creatieve pioniers. Maar die stedelijke werklocaties staan onder druk vanwege de toenemende ruimtebehoefte van andere stedelijke functies, wonen voorop, en het beleid om overlast door verkeer, lawaai en geur te voorkomen. Tegelijkertijd spelen grote transities in bijvoorbeeld de energievoorziening en als gevolg van klimaatverandering.

Met het veranderende karakter van de economie en de logistiek, alsmede door nieuwe trends in hoe we werken, versneld door de coronacrisis, staan stedelijke werkgebieden zelf ook voor transformatieopgaven. De grote uitdaging is om bij de herprofilering in te spelen op genoemde trends en ambities, en zo een volwaardige nieuwe rol in het stedelijk weefsel te kunnen spelen.

Met ons congres "De kracht van werklocaties" willen we dat thema agenderen.

Doel

De deelnemers tonen wat er komt kijken bij het daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van stedelijke ambities door werklocaties. Hoe kun je her profileren en her ontwikkelen naar een gemengd kennis en innovatiedistrict, dat ook voldoet en bijdraagt aan de ambities voor verduurzaming, vergroening etc.

Aanmelden voor dit fysieke congres inclusief netwerkborrel is nu mogelijk!

Voor programma en tickets: www.btevent.nl.

Lees verder
card image

Nieuws

Klankbordgroep Zevenellen in Leudal van start

Nieuws

13-01-2021

Klankbordgroep Zevenellen in Leudal van start

Vele positieve reacties op oproep deelname

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg BV (OML) is verheugd over de positieve reacties omtrent de vorming van de klankbordgroep Zevenellen voor Bedrijvenpark Zevenellen. "De klankbordgroep bestaat uit een divers gezelschap. Van dorpsraden tot vertegenwoordiging vanuit recreatie & toerisme, van omwonenden tot flora en fauna”, aldus Hans Coppus, directeur OML. 

Tijdens de eerste vergadering eind vorig jaar, die vooral in het teken stond van onderlinge kennismaking, sloten vanuit diverse geledingen vertegenwoordigers aan. De volgende personen en vertegenwoordigers hebben inmiddels aangegeven deel te nemen in de klankbordgroep Zevenellen: Dorpsoverleg Horn, Studiegroep Leudal, enkele omwonenden, Faunabeheereenheid en Natuur- en Milieufederatie Limburg. Daarnaast neemt ambtelijke vertegenwoordiging vanuit de gemeente Leudal deel. Vanuit World Biobased Center Zevenellen (WBCZ) is Jan Janssen aanwezig. WBCZ is eigenaar van het zuidelijke gedeelte van het Zevenellen Bedrijvenpark. “De deur staat open voor andere belanghebbenden om aan te sluiten”, aldus Hans Coppus, directeur OML. Momenteel voert OML nog meer gesprekken met mogelijke leden. (Potentiële) nieuwvestigers of uitvoerende partijen zoals Coöperatie 7-LL en Strukton lichten op ad hoc basis en/of op wens vanuit de klankbordgroep hun plannen en/of werkzaamheden toe en gaan het gesprek aan.

Best mogelijke oplossingen

“Met de klankbordgroep kunnen we als buren en belanghebbenden samen nog beter kijken naar de best mogelijke oplossingen voor vraagstukken die zich aandienen op bijvoorbeeld infra, flora en fauna of positionering bedrijven”, aldus Hans Coppus. “Vanzelfsprekend is er ook aandacht voor zorgen die er leven, zoals rondom geur. Dat en het geurbeleid staan o.a. op de agenda voor de volgende bijeenkomst in februari. Evenals, als de coronamaatregelen dat toelaten, een terreinbezoek. Voor deze bijeenkomst is ook Coöperatie 7-LL, één van de eerste nieuwvestigers, uitgenodigd.” De gepresenteerde virtual reality van Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen (OML) gaf de aanwezige klankbordgroepleden een globale indruk hoe dit deel van het bedrijvenpark er uit kan komen te zien: hoe liggen kavels of bedrijfspanden ten opzichte van elkaar of hoe zit het met de zogenaamde 'groene long’ (groene omgeving en recreatie)?  De deelname aan de klankbordgroep laat voor de klankbordgroepleden de handen vrij om ook in de formele procedures (vergunningaanvragen van bedrijven) zijn of haar bezwaren of ondersteunende geluiden te laten horen. “Door gezamenlijk in gesprek te gaan en blijven, willen we, daar waar mogelijk, een win-win-situaties creëren. Voor de economie, werkgelegenheid en leefbaarheid.”  Voorlopig neemt John Giesen, Gebiedsontwikkelaar bij OML, het voorzitterschap van de klankbordgroep Zevenellen op zich. 

Over Zevenellen

Zevenellen, gevestigd in de gemeente Leudal, is een duurzaam, multifunctioneel bedrijvenpark. Voor ondernemers de plek om duurzame ambities te verwezenlijken. Het terrein kent meerdere grondeigenaren, waaronder Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg BV (OML) en World Biobased Centre Zevenellen. Zij ontwikkelen hun deel van het bedrijventerrein voor eigen rekening en- risico. OML heeft 5 aandeelhouders, waaronder de gemeente Leudal. De gemeente verleent vergunningen aan bedrijven die zich willen vestigen op Zevenellen. Afhankelijk van de aard van de activiteit kan dit ook de Provincie Limburg zijn. Zevenellen is prima bereikbaar over de weg en over water (haven). De ontwikkeling van het bedrijvenpark is goed voor de economie, werkgelegenheid en tevens voor de leefbaarheid van de inwoners van Leudal.

https://oml.nl/portfolio/duurzaam-multifunctioneel-bedrijvenpark-zevenellen 

Lees verder
card image

Achtergrond

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Achtergrond

08-06-2021

Circulariteit bedrijventerreinen: hoge eisen, weinig slagkracht bij gemeenten

Op alle overheidsniveaus zijn stevige circulaire ambities geformuleerd om in 2050 een economie zonder afval te hebben. Vooral op lokaal niveau wordt steeds meer verwacht van het beter en anders benutten van grondstoffenstromen op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Het blijft vooralsnog bij mooie woorden. Gemeenten hebben amper slagkracht, blijkt uit verkennend onderzoek.

Door Julian van der Zanden en Cees-Jan Pen. Dit artikel verscheen eerder in vakblad ROm, het maandelijkse vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren. 

Een circulair bedrijventerrein is kortgezegd een bedrijventerrein waar wordt ingezet op materiaalreductie, duurzaamheid en het circuleren van materialen. Het gaat nadrukkelijk om meer dan werken met zonnecollectoren op daken en de plaatsing van windmolens.

Wat betreft circulariteit is er op bedrijventerreinen veel winst te behalen. Bedrijven zijn ruimtelijk geclusterd en ze produceren, consumeren en transporteren daar veel grondstoffen. Bij de ontwikkeling en aanleg van nieuwe terreinen gelden dan ook hoge circulaire ambities. Tegelijkertijd constateren we onder meer bij de selectie voor de jaarlijkse Circular Design Award dat concrete resultaten nog maar weinig te vinden zijn. En toch worden steeds meer nieuwe terreinen in de markt gezet als circulair terrein.

Actuele voorbeelden zijn de ontwikkeling van Wijkevoort in Tilburg en Heesch-West in Bernheze, waar hoge circulaire ambities worden gesteld en waar sprake is van veel omgevingsprotest vanuit omwonenden. In beide gemeenten draait dit naast de ingreep in het open landschap om respectievelijk het plaatsen van windmolens en de angst voor de voortgaande verdozing van Tilburg-Noord.

De vraag is dus wat deze papieren ambities in de werkelijkheid voor de (vastgoed)ontwikkeling op bedrijventerreinen betekenen. Het verkennend onderzoek ging daarom dieper in op de hoofdvraag: ‘Hoe kan de (vastgoed)ontwikkeling van een nieuw circulair bedrijventerrein worden gerealiseerd?’.

Van woorden naar daden

De aankomende jaren zal er geen nieuw circulair bedrijventerrein worden gebouwd dat honderd procent circulair is. Streven is dat een gemeente een bedrijventerrein realiseert dat zo circulair mogelijk is.

Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter

Op basis van deskresearch blijkt dat gemeenten meestal gebruikmaken van drie instrumenten om de circulaire ambities voor nieuwe bedrijventerreinen te realiseren, namelijk een checklist, of prestatie- en procesinstrumenten. Het PBL  concludeert in de integrale circulaire economie dat voor versnelling van de transitie naar een circulaire economie, intensivering van beleid nodig is en meer dwingende maatregelen nodig zijn om te komen tot een volgende fase van de transitie. Zeker voor bedrijventerreinen loopt de transitie achter.

Benchmarkonderzoek van Stec uit 2020 onder negentig gemeenten geeft een weinig hoopvol beeld. Negentig procent van de gemeenten weet niet welke bedrijven circulair actief zijn en tachtig procent van de gemeenten heeft helemaal geen visie of beleid voor de circulaire transitie op bedrijventerreinen.

De praktijk is vaak weerbarstiger. Gemeenten mogen niet zomaar extra circulaire eisen stellen boven op het Bouwbesluit. In de praktijk is nog weinig bekend of een gemeente door allerlei circulaire eisen niet zorgt voor té hoge eisen.

Sommige gemeenten kiezen om die reden voor een pragmatische aanpak. Ze stellen geen eisen, maar spreken over circulaire ‘wensen’. In regio’s als rond Schiphol met een grote vraag naar bedrijventerreinen, is de ervaring dat deze wensen toch wel worden ingewilligd door de markt.

Het onderzoek laat zien dat gemeenten na de gronduitgifte van nieuwe bedrijfskavels nog een aantal instrumenten hebben om circulariteit op een bedrijventerrein te bewerkstelligen. Ten eerste kan de gemeente het gehele terrein verkopen aan één grote verhuurder zoals het geval is bij de Schiphol Airport Development Corporation (SADC), die toeziet op circulaire huurders. Ten tweede door de grond in erfpacht uit te geven waarbij extra regels worden opgenomen in de erfpachtregels. Ten derde door een circulair kwaliteitsplan in de bestemmingsplanregels op te nemen. Deze laatste optie is alleen mogelijk wanneer het bedrijventerrein wordt ontwikkeld onder de Crisis- en herstelwet.

Gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen hangt af van het gevoerde grondbeleid

Bij erfpacht kan de ondernemer de financiële ruimte die hij uitspaart door de grond niet te hoever verwerven, inzetten voor een hogere mate van circulariteit. Uit het onderzoek blijkt dat de gereedschapskist voor nieuwe circulaire terreinen afhangt van het gevoerde grondbeleid. Zo heeft een gemeente bij actief grondbeleid de meeste instrumenten om de circulaire ambities waar te maken en bij faciliterend grondbeleid de minste. Bij actief grondgebruik is een gemeente actief betrokken bij het proces en bij een faciliterend grondbeleid faciliteert de gemeente slechts.

Vrijblijvendheid en geen deling leermomenten

De ervaringen in de praktijk zijn tot dusver zwaar teleurstellend. Opvallend is dat er nog maar weinig overzicht is van de aanpak op circulaire bedrijventerreinen. Er wordt ook weinig geleerd van elkaars succes- en faalfactoren, laat staan dat er zicht is op het waarmaken van circulaire ambities. De bevindingen van de deskresearch sluiten aan op de kritische uitkomsten van de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van 21 januari van dit jaar.

Verschillende grondstoffentrends gaan niet de goede kant op, zo laat PBL zien. Alhoewel de efficiëntie in het gebruik van grondstoffen is toegenomen, blijkt het totale grondstoffengebruik sinds 2010 nauwelijks veranderd. Voor de Nederlandse consumptie is in de productieketens wereldwijd steeds meer land nodig. Kortom, het beleid is te vrijblijvend en oogt te veel als een ‘laat duizend bloemen bloeien’- aanpak. Het PBL adviseert dat er meer ‘dwang en drang’ nodig is in het circulaire-economiebeleid.

Uit de deskresearch naar best practices destilleren we de volgende stappen die ambitieuze gemeenten kunnen zetten om meer circulariteit op nieuwe bedrijventerreinen te realiseren.

  • Stap 1) Vraaganalyse Tijdens stap 1 wordt de ladder van duurzame verstedelijking doorlopen en dus gekeken hoe hoog de marktvraag werkelijk is. 
  • Stap 2) Kansenanalyse De tweede stap kijkt naar de kwaliteit en kansen van het gebied. Deze kunnen geïnventariseerd worden door gebruik te maken van de MRE-benadering of het uitvoeren van een SWOT-analyse. 
  • Stap 3) Concretiseren gemeentelijke circulaire ambitie Dankzij deze eerste twee analyses – marktvraaganalyse en kansenanalyse – kan een gemeente bij stap 3 een scherpe circulaire ambitie opstellen. In de praktijk kiest een gemeente er veelal voor om een ambitie op te stellen die niet aansluit op wat bedrijven beweegt. Dit leidt veelal tot irreële ambities. Advies is: ‘Gemeenten, luister naar de marktvraag, combineer die met de kansen van het gebied en stel zo een haalbare ambitie op.’
  • Stap 4) Haalbaarheidsanalyse Bij stap 4 wordt gekeken naar de haalbaarheid van de gestelde circulaire ambitie mede in relatie tot de eisen vanuit het Bouwbesluit en het inzetten van de drie eerdergenoemde categorieën: 1. checklists, 2. prestatie-instrumenten en 3. procesinstrumenten.
  • Stap 5) Keuze grondbeleid en bijbehorende instrumentatie Als laatste maakt de gemeente een keuze tussen het type grondbeleid dat zij wil gebruiken. Hierbij moet zij in ogenschouw nemen dat de bijbehorende instrumentaria aansluit bij hetgeen de gemeente wil: de ambitie.

We zien in de praktijk van de best practices dat een gemeente met een dergelijk stappenplan een steviger basis legt voor circulariteit bij bedrijven. Samenwerking is daarbij de sleutel. De lokale overheid moet hoe dan ook de dialoog aangaan met ondernemers die bij de vraaganalyse naar boven komen. Zij moeten het immers doen en zij moeten in het circulariteitsverhaal geloven.

Uitgifteplan en -team voor Heesch-West

Een gezamenlijke ambitie van de gemeenten Oss, ’s-Hertogenbosch en Bernheze heeft ertoe geleid, dat zij het duurzaamste bedrijventerrein gaan ontwikkelen. In de eerste fase is er vijftig hectare grond beschikbaar. Bij meer animo zal er dertig hectare bijkomen.

De gemeenten gebruiken een aantal instrumenten om de ambities te realiseren. Zo is een circulair kwaliteitsplan opgesteld met aandacht voor onder meer duurzaamheid, stedenbouwkunde en klimaatadaptie. In het bestemmingsplan zijn specifieke voorschriften opgenomen voor circulariteit en duurzame energie. Een uitgifteplan en uitgifteteam moeten ervoor zorgen dat de ambities van de gemeenten werkelijkheid worden. Het uitgifteteam houdt in samenwerking met de bedrijven in de gaten of de circulaire eisen, opgesteld in het uitgifteplan, ook daadwerkelijk worden behaald.

Naast deze vier instrumenten, zijn er twee andere instrumenten aan toegevoegd. Zo is een parkmanagement bedacht. Bedrijven moeten lid zijn om naar het bedrijventerrein te kunnen gaan en daar hun ideeën over circulariteit te delen. Daarnaast blijkt dat het bedrijventerrein afgelegen is, waardoor er op het bedrijventerrein onvoldoende gasafsluitingen zijn. De gemeenten gaan geen gas aanleggen, maar bedrijven moeten denken over een all-electric oplossing. Ook hebben de gemeenten besloten om één vuilwateraansluiting aan te leggen, omdat ze het onnodig watergebruik tegen willen gaan en bedrijven het inzicht willen geven om zelf met oplossingen voor het vuilwaterprobleem te komen.

Circulair met actief grondbeleid op Wijkevoort

Gemeente Tilburg heeft de ambitie om van Wijkevoort een duurzaam, energieneutraal terrein te maken. Het gebied bevat 88 hectaren aan grond. In de eerste fase is 44 hectare grond beschikbaar.

In een ‘ontwikkelleidraad’ zijn de duurzame eisen beschreven, die vervolgens aan het bestemmingsplan zijn gekoppeld. In het bestemmingsplan komen strenge vestigingseisen voor het economisch concept als de ruimtelijke invulling van gebouwen en perceel. Zo heeft de gemeente een actief grondbeleid omdat zij voorheen 75 procent van de grond in handen had. Dat percentage is inmiddels naar circa 80 procent gegroeid. Het tekenen of uitgeven van kavels doet de gemeente niet, maar ze gaat wel met de bedrijven in gesprek om het ‘afhaakrisico’ te verminderen. Dit zorgt ervoor dat er maar een gedeelte van de kaders is opgesteld. De gemeente biedt bedrijven de gelegenheid om zelf aan die kaders te voldoen, in plaats van druk op te leggen.

Bedrijven moeten zich bij de gemeente aanmelden om daar de wensen en ambitie kenbaar te maken. Nadat de thema’s met de gemeente besproken zijn, zal een adviescommissie naar de aanvragen kijken, die zij vervolgens bij het college afgeeft. Zij geeft het besluit of een bedrijf op het bedrijventerrein mag komen. Bij een positief besluit treedt de gemeente met de partij in onderhandeling. In dat gesprek komen onderwerpen als hoeveelheid grond, prijs en locatie aan bod. Als het bedrijf de besproken duurzaamheidseisen omzet in een ruimtelijk concept, en daar een akkoord op is, is het bedrijf een toegelaten partij op Wijkevoort.

Julian van der Zanden heeft dit artikel geschreven op basis van zijn afstudeeronderzoek naar best practices bij het lectoraat De Ondernemende Regio (julian.vanderzanden@outlook.com). Cees-Jan Pen is lector aldaar. 

Lees verder