Nederlandse bedrijventerreinen hebben afgelopen jaar aanmerkelijk minder energie verbruikt dan een jaar eerder. Niet door de coronacrisis, maar als gevolg van energiebesparing en het overschakelen van aardgas naar (duurzame) stroom, blijkt uit een inventarisatie van 3.126 bedrijventerreinen door economisch geograaf Gerlof Rienstra.

Van de door hem onderzochte bedrijventerreinen voldeden er 561 (18 procent) aan de zogeheten ‘Paris Proof’ norm. Dat wil zeggen dat ze CO2-neutraal opereren en dus vooruitlopen op de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Daarin is vastgelegd dat in 2050 alle energie klimaatneutraal moet worden opgewekt.

Vorig jaar, tijdens Rienstra’s eerste inventarisatieronde, voldeed nog 14 procent van de bedrijventerreinen (485) aan de Paris Proof norm. “Het gaat dus zeker de goede kant op”, zegt Rienstra. “Steeds meer bedrijven zijn zich ervan bewust dat ze kunnen bijdragen aan het bestrijden van de klimaatcrisis door hun energieverbruik te verlagen of te verduurzamen. Dat is het opvallende van deze ontwikkeling: het wordt niet van bovenaf opgelegd. Subsidies spelen een rol, maar de initiatieven voor verduurzaming komen echt van onderop, uit de bedrijven zelf.”

Aardgas

Een belangrijke factor bij het verminderen van de totale hoeveelheid energie die bedrijven op een bedrijventerrein verbruiken is de omschakeling van aardgas naar elektriciteit, een trend die Rienstra al een jaar of zeven signaleert. “Aardgas maakt steeds vaker plaats voor stroom. Aardgas heeft een hogere energiewaarde dan elektriciteit. Als je van aardgas naar elektra overschakelt, daalt daardoor het energieverbruik in gigajoule.”

Die grote dozen lenen zich uitstekend voor zonnepanelen

Bovendien wordt die stroom steeds vaker duurzaam opgewekt. Via windmolens, maar vooral via zonnepanelen op daken, ziet Rienstra. “Niet voor niets doen juist terreinen met veel logistieke bedrijven het goed. Die grote dozen zijn misschien geen aanwinst voor het landschap, maar met hun enorme platte daken lenen ze zich uitstekend voor zonnepanelen. Windmolens worden ook wel geplaatst, maar zijn beduidend minder populair. Waarschijnlijk omdat ze toch vaak op bezwaren van de omgeving stuiten en er eerder gedoe is met vergunningen.”

Mogelijkheden

Volgens schattingen van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), waar Rienstra mee samenwerkt, zijn de mogelijkheden van zonne-energie op bedrijfsterreinen nog lang niet uitgeput. Op ruim duizend bedrijventerreinen staan gebouwen met een dakoppervlak van minstens 10.000 vierkante meter. Die zijn samen goed voor 18 petajoule aan energie, meer dan een half procent van het totale energieverbruik in ons land.

Bedrijventerreinen met veel zware en energieslurpende industrie daarentegen halen de Paris Proof norm vrijwel nooit, blijkt uit Rienstra’s inventarisatie. “Dat is op zich natuurlijk logisch. Het betreft vaak bedrijventerreinen uit de jaren zestig en zeventig, waar er nog heel veel van zijn. Toch zullen ook zij eraan moeten geloven. Op sommige bedrijventerreinen moet het energieverbruik voor 2050 met twee derde omlaag om daar aan te komen.”

Samenwerken

Die doelstelling is haalbaar als de bedrijven en bedrijventerreinen onderling gaan samenwerken bij het opwekken en verdelen van energie, denkt Rienstra. Bijvoorbeeld door restwarmte te delen en lokale opslag van elektriciteit mogelijk te maken die vervolgens naar behoefte onder de bedrijven kan worden verdeeld. “De oplossing ligt echt in collectiviteit. Maar dan nog zal niet ieder bedrijventerrein aan de klimaatdoelstellingen kunnen voldoen.”

De oplossing ligt in collectiviteit

Intussen dreigt een ander probleem roet in het eten te gooien bij de verdere verduurzaming van de Nederlandse bedrijventerreinen: het terugleveren van stroom aan het elektriciteitsnet, voor bedrijven een mogelijkheid om een deel van hun investeringen terug te verdienen, stokt omdat het elektriciteitsnetwerk het aanbod van stroom niet aankan. Rienstra: “Het is erg belangrijk dat de capaciteit van het netwerk snel wordt verhoogd.”

De vijf duurzaamste bedrijventerreinen zijn Vossenberg en Vossenberg West II in Tilburg, Majoppeveld Noord in Roosendaal, Weststad Fase 1 +2 in Oosterhout en Atlaspark in Amsterdam.

 

Bron: dit artikel is op 10 december 2021 gepubliceerd door Cobouw.

13-12-2021
Nieuws
Verkenning naar Safe Haven gestart in het Noordzeekanaalgebied
Verkenning naar Safe Haven gestart in het Noordzeekanaalgebied

Een Safe Haven is een plek waar industriële bedrijven de ruimte en energievoorzieningen krijgen om te verduurzamen en te groeien.Door energie infrastructuur vooraf te realiseren, kunnen bedrijven sneller investeren in de energietransitie. In het Noordzeekanaalgebied start nu een verkenning om te onderzoeken of zo’n Safe Haven daar mogelijk is.In de verkenning wordt gekeken of een Safe Haven kan worden ontwikkeld op bedrijventerrein HoogTij in Zaanstad en in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Dit zijn strategische locaties waar ruimte is voor industrie en waar aansluitingen voor elektriciteit, warmte, waterstof en duurzaam gas kunnen samenkomen. Het doel is om bedrijven duidelijkheid en toekomstperspectief te bieden, zodat verduurzaming en economische ontwikkeling hand in hand kunnen gaan.Nationaal Programma Verduurzaming IndustrieDe verkenning maakt deel uit van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie en wordt ondersteund door het ministerie van Klimaat en Groene Groei. De betrokken partijen werken samen aan een toekomstbestendig industriecluster in het Noordzeekanaalgebied, waarin samenwerking en regie centraal staan.IntentieverklaringDe start van de verkenning is vastgelegd in een intentieverklaring. Deze is ondertekend door het ministerie van Klimaat en Groene Groei, de provincie Noord-Holland, de gemeenten Amsterdam en Zaanstad, Port of Amsterdam, TenneT, Gasunie, Liander en het Programmabureau Noordzeekanaalgebied.In september 2026 wordt op basis van de resultaten besloten of het project doorgaat. Als de uitkomst positief is, kan het concept Safe Haven mogelijk ook worden toegepast in andere gebieden in Nederland.Luchtfoto bedrijventerrein HoogTij ©Topview

09-02-2026
Nieuws
Start bouw nieuw logistiek centrum op Schiphol Trade Park
Start bouw nieuw logistiek centrum op Schiphol Trade Park

Woensdag 4 maart 2026 is de bouw van een nieuw duurzaam logistiek centrum van circa 45.000 m² op Schiphol Trade Park officieel gestart. Tijdens een feestelijk moment is de 1ste paal geslagen door bouwbedrijf Aan de Stegge Twello.SADC feliciteert AM Gebiedsontwikkeling met deze mijlpaal! Het was een bijzonder moment om de start van de bouw gezamenlijk te markeren. SADC is blij met de samenwerking met de betrokken partijen en trots dat dit nieuwe pand wordt toegevoegd aan Schiphol Trade Park, dat in 2023 werd uitgeroepen door Dutch Green Building Council (DGBC) als meest duurzame logistieke businesspark ter wereld.Een duurzaam en klimaatadaptief pandHet nieuwe logistieke pand wordt voorzien van klimplanten, die bijdragen aan biodiversiteit en zorgen voor een prettiger werkklimaat. Op de kantoorvolumes komt een groen dak met waterberging. Ook het omliggende landschap wordt ingericht voor wateropvang en is bestand tegen extreme neerslag en hitte. Daarmee is het pand niet alleen duurzaam, maar ook klimaatadaptief.Deelnemen aan de energiecoöperatie op Schiphol Trade ParkDaarnaast sluit het logistieke centrum aan op de energiecoöperatie van Schiphol Trade Park, die als eerste in NL sinds 2021 operationeel is. Binnen deze Energy Hub delen bedrijven de beschikbaar gestelde capaciteit op het bestaande elektriciteitsnet en leggen zij gezamenlijk minder beslag op het net. Daarmee zijn ook de gebruikers van het pand voorbereid op verdere verduurzaming en groei.Jan Jaap Blüm, gebiedscoördinator van Schiphol Trade Park (SADC):“Het nieuwe duurzame logistieke centrum waar wij vandaag de eerste paal van slaan is dan ook een waardevolle toevoeging aan het gebied. Het sluit naadloos aan bij onze ambitie om werklandschappen van de toekomst te ontwikkelen: gebieden waar mensen graag werken en verblijven, en waar natuur, maatschappij en economie in balans worden meegenomen in het gebiedsontwikkelingsproces.”

06-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief