Bedrijventerreinen bieden volop kansen voor energiebesparing of hergebruik. Denk aan industriële restwarmte of zonnepanelen op de vele grote daken. Maar welke kansen zijn er precies voor verduurzaming? En wat is de huidige stand van zaken op bedrijventerreinen? Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster deden hier vanuit het programma Vivet onderzoek naar.

 

Pilotonderzoek over de informatievoorziening op gebied van de energietransitie op bedrijventerreinniveau

Bedrijventerreinen worden gezien als een belangrijk potentieel om de besparing op CO2-uitstoot te bewerkstelligen. Zo is er op bedrijventerreinen vaak veel dakoppervlak beschikbaar voor zonnepanelen en zouden gemeenten bedrijventerreinen kunnen benutten voor het plaatsen van windmolens. Om zicht te krijgen op deze potenties, moet er eerst zicht zijn op de huidige stand van zaken met betrekking tot bedrijventerreinen.

Op dit moment is er echter nog onvoldoende kwantitatief zicht op de kenmerken van bedrijventerreinen, zoals gevestigde bedrijvigheid en bijbehorende energieverbruiken. Veel bestaande informatie over energieverbruik, locaties van zonnepanelen et cetera zijn al wel op Postcode-6 of gemeenteniveau beschikbaar, maar dat is niet voldoende om ook bedrijventerreinen te differentiëren. Aangezien veel bedrijfsinformatie en energieverbruiksgegevens niet op individueel niveau als open data beschikbaar gesteld kan worden, biedt publicatie op het gebiedsniveau ‘bedrijventerreinen’ een uitkomst.

In het kader van het programma Verbetering van de Informatievoorziening voor de Energietransitie (Vivet), heeft het CBS samen met het Kadaster onderzocht in hoeverre de informatievoorziening over de energie-intensiteit en verduurzamingsmogelijkheden van bedrijventerreinen te verbeteren is.

Download

Kadaster

Kadaster is sinds najaar 2014 kennispartner van SKBN. Kadaster houdt zich nadrukkelijk bezig met het onderwerp ‘Stedelijke Herverkaveling’ en verkent de mogelijkheden om te komen tot een wettelijk kader voor verstedelijkte gebieden.


088 - 183 22 00

Kadaster
card image

Achtergrond

Gezocht: ruimte voor clean energy hubs

Achtergrond

27-09-2022

Gezocht: ruimte voor clean energy hubs

Zonder dekkend netwerk van tank- en laadfaciliteiten voor schone brandstoffen en groene stroom is zero emissie mobiliteit in Nederland en haar binnensteden onmogelijk. Eén van de belangrijkste knelpunten is de juiste ruimte op strategische locaties voor deze zogenoemde clean energy hubs. Samenspel tussen gemeenten, provincies en Rijk is nodig om deze ruimte beschikbaar te krijgen.

Urgentie voor groene mobiliteit neemt toe

De klimaatverandering wordt steeds urgenter en de opgave voor verduurzaming van de mobiliteit -als één van de vijf grote sectoren met CO2 uitstoot in Nederland- wordt groter en groter. De overstap naar alternatieve brandstoffen heeft extra urgentie gekregen door de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne. Hierdoor is er druk ontstaan op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van olie en gas en de marktvraag naar duurzame alternatieven toeneemt.

Met de introductie van zero emissie zones zetten de grote steden in Nederland in op een grote marktvraag naar schoon vervoer, wat leidt tot een stevige bijdrage aan de klimaatdoelstellingen voor reductie van 49% CO2 uitstoot in 2030. Bedrijven met logistieke bestemmingen in binnensteden worden hiermee vanaf 2025 verplicht om de stad in te rijden zonder CO2 uitstoot ‘aan de uitlaat’. Wanneer een wagenpark aan vervanging toe is, dan schaft een ondernemer een schoon voertuig aan. Om met deze duurzame voertuigen te kunnen rijden, moeten er echter wel voldoende duurzame oplaad- en tankfaciliteiten zijn op de juiste locatie. Deze faciliteiten worden ook wel ‘clean energy hubs’ genoemd. 

Clean energy hubs

Na zero emissie stadslogistiek volgen de verduurzaming van de nationale en internationale ritten en de binnenvaart. Hoewel de vraag vanuit schone stadsdistributie naar clean energy hubs op de korte termijn toeneemt, zal vermoedelijk het transport met nationale of internationale afstanden op termijn de belangrijkste gebruiker worden van deze hubs. 

Stadsvervoer bestaat namelijk veelal uit korte afstanden met lichtere voertuigen en hiervoor worden op de korte termijn met name elektrische voertuigen ingezet. Daarvoor is vooral elektrische laadinfrastructuur op de juiste locatie nodig, zoals op het private terrein van een bedrijf. Voor schoon transport met zwaardere vrachtwagens en lange afstanden -denk aan nationale of internationale ritten- zijn elektrische voertuigen beperkt inzetbaar vanwege de beperkte actieradius. Al neemt de actieradius van batterij elektrische trucks snel toe en [is dit nog geen gelopen race. 

Schone brandstoffen voor lange afstandsritten

Voor langeafstandsritten zijn wel meer opties voor duurzamere aandrijving van de voertuigen en hiervoor is een mix gewenst in het aanbod van schone brandstoffen met bijvoorbeeld:

  • (vloeibaar) groen gas 
  • biobrandstoffen (HVO100)
  • elektrische laadinfrastructuur
  • groene waterstof

Juist een mix aan brandstoffen moet op strategische hubs beschikbaar zijn en overheden hebben een belangrijke rol om hierin te faciliteren.

Naar een landsdekkend netwerk van energy hubs

Het nationale programma voor clean energy hubs richt zich op de ontwikkeling van een landelijk dekkend netwerk van clean energy hubs voor wegtransport en binnenvaart. Concreet doel van dit programma is de realisatie van de eerste 100 nationale clean energy hubs in 2025. Voor de binnenvaart zijn dit 10 docking stations voor batterijcontainers plus 3 vulpunten voor alternatieve brandstoffen, waaronder waterstof. Voor het wegtransport gaat het om 50 vulpunten (met een doorgroei naar 100) voor duurzame brandstoffen. Hiermee wordt de transitie naar een schone logistiek mogelijk gemaakt.

Meer snelheid nodig in ontwikkelen van energy hubs

In de afgelopen jaren zijn verschillende locaties tot ontwikkeling gebracht, maar de uitrol van het netwerk heeft nog onvoldoende snelheid om de doelen van het nationale programma te behalen. Belangrijke redenen hiervoor zijn knelpunten in het proces om ruimte beschikbaar te krijgen voor clean energy hubs en het rondrekenen van de businesscase voor schone aandrijvingsvormen waarvan de markt nog onvolwassen is. Daarom ondersteunt BCI de werkgroep van het programma met de uitwerking van een strategie op landelijk niveau, om het huidige aanbod versneld uit te rollen en de ontwikkeling van individuele clean energy hubs zo soepel mogelijk laten verlopen. 

Verschillende alternatieve brandstoffen, verschillende ruimtevraag

Om de logistiek te verduurzamen zijn verschillende energie- en aandrijvingsvormen beschikbaar. Belangrijke alternatieve brandstoffen en energievormen die momenteel hun intrede doen in de logistiek zijn CNG, LNG, HVO, elektrisch vervoer (EV) en waterstof (H2). De mate van marktintroductie verschilt per energievorm/-drager. Zo wordt CNG al breed toegepast in het bestelverkeer en (lichte) bakwagens en is waterstof nog in de beginfase. In de onderstaande tabel is voor de verschillende energievormen een overzicht gegeven van de mate van duurzaamheid en de status van dekking van het netwerk van vulstations.


Het aantal vulstations dat nodig is, verschilt per brandstof of energievorm. Zo zullen er meer elektrische oplaadpunten nodig zijn voor ritten met batterij-elektrische voertuigen, dan dat er vulpunten nodig zijn voor ritten met waterstofvoertuigen. Een belangrijke reden hiervoor is dat de afstand die met de verschillende alternatieve brandstoffen en energievormen afgelegd kan worden, varieert. Hierdoor verschilt de vraag naar ruimte en soort locatie (langs de snelweg op de route van een rit, of juist op een bedrijventerrein, dichtbij het bedrijfspand) per energievorm.

Één type clean energy hub bestaat niet

Uit onderzoek van BCI naar de huidige stand van het netwerk van clean energy hubs, knelpunten en oplossingen blijkt dat er niet één type clean energy hub bestaat. De alternatieve brandstoffenmix die wordt aangeboden verschilt per type energy hub en dit geldt ook voor

  • de doelgroepen die worden bediend (weg- of watertransport, regionaal, nationaal of internationaal transport) 
  • de schaalgrootte van een energy hub (grootschalig aanbod voor (inter)nationale goederenstromen of kleinschalig en gericht op de lokale behoefte) 
  • de manier waarop een energy hub zich ontwikkelt (nieuw en volledig gericht op duurzame aandrijving, of uitbreiding van een bestaande tankfaciliteit). 

We onderscheiden vier verschijningsvormen die ieder eigen belemmeringen en succesfactoren kent. Deze zijn omschreven in de onderstaande figuur. 


De juiste ruimte op de juiste locatie

Hoewel er verschillende type clean energy hubs zijn, hebben zij één gedeelde noemer: voor alle soorten hubs is voldoende beschikbare ruimte op de juiste strategische locatie de allerbelangrijkste randvoorwaarde. Verschillende overheden hebben hierin elk een eigen rol. 

Zo heeft het Rijk de rol in de ontwikkeling van een nationaal dekkend netwerk en locaties langs rijkswegen. Provincies zijn de lead als het gaat om de regionale netwerken en een ruimtelijke strategie hiervoor in de provinciale ruimtelijke plannen. Omgevingsdiensten heb-ben samen met gemeenten een belangrijke rol in het beoordelen en verlenen van de omge-vingsvergunningen die nodig zijn om clean energy hubs ruimtelijk mogelijk te maken. Gemeenten en regio’s kunnen agenderend opereren en vraag en aanbod bij elkaar brengen. 

Een samenspel tussen alle overheden is nodig om de uitrol van dekkende netwerken van clean energy hubs mogelijk te maken en om deze te versnellen.

De manier waarop overheden de realisatie van clean energy hubs vervolgens nog verder kunnen helpen versnellen, verschilt per type energy hub:

  • Overheden kunnen de uitbouw van reguliere tankstations met een aanbod van een schone brandstoffenmix voor het wegtransport bijvoorbeeld faciliteren met soepele vergunningverlening procedures en heldere communicatie richting ondernemers over de mogelijkheden en grenzen.
  • Een grotere rol voor overheden ligt bij het creëren van de juiste randvoorwaarden voor de ontwikkeling van geheel nieuwe clean energy hubs die gericht zijn op een volledig duurzaam aanbod waaronder laad- en tankfaciliteiten waarvan de markt nog niet volledig ontwikkeld is. Overheden kunnen vestiging gemakkelijker maken met faciliteren in re-gelgeving en vergunningen, door proactief nieuwe vestigingen aan te jagen en ruimte te bieden en met faciliteren in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van marktpartijen. Uiteraard start de zoektocht met een analyse van kansrijke locaties, dit kan met behulp van deze tool.
  • De grootste betrokkenheid van overheden is nodig bij de realisatie van clean energy hubs voor binnenvaart en die op industriële schaal. Omdat de ruimtelijke randvoorwaarden (aan het water en/of op een groot oppervlak in industrieel gebied) zeer specifiek en het aantal vestigingslocaties beperkt is, is hier een proactieve overheid nodig die meezoekt naar geschikte locaties en deze ook ruimtelijk mogelijk maakt. 

Rollen van overheden in het creëren van de juiste randvoorwaarden voor clean energy hubs

Conclusie: knelpunten in toenemende vraag naar energy hubs

Klimaatverandering, prijzenstijging van fossiele brandstoffen en nationale regelgeving zorgen voor toenemende vraag naar clean energy hubs. In de afgelopen jaren zijn verschillende locaties ontwikkeld, maar de uitrol van een dekkend netwerk heeft nog onvoldoende snelheid om de doelen van het nationale programma voor clean energy hubs te behalen. Belangrijke knelpunten zijn het beschikbaar krijgen van ruimte en het rondrekenen van business cases voor schone brandstoffen, waarvan de markt nog in onvolwassen fase verkeert.

Verschillende overheden hebben elk een eigen rol om de uitrol van dekkende netwerken van clean energy hubs mogelijk te maken en om deze te versnellen: de rijksoverheid gaat over de locaties langs rijkswegen, provincies hebben de lead in een ruimtelijke strategie voor regionale netwerken, omgevingsdiensten beoordelen en verlenen omgevingsvergunningen en gemeenten en regio’s kunnen vraag en aanbod bij elkaar brengen. Een samenspel tussen alle overheden is noodzakelijk.


Foto:
Arek Socha via Pixabay

Lees verder
card image

Nieuws

Zuid-Holland investeert in groenere bedrijventerreinen

Nieuws

16-02-2022

Zuid-Holland investeert in groenere bedrijventerreinen

Bedrijven op Zuid-Hollandse bedrijventerreinen kunnen € 5000 subsidie aanvragen voor de aanschaf van bomen en planten. Op de vaak versteende bedrijventerreinen is namelijk veel winst te behalen als het gaat om vergroening. Dat zorgt voor een gezondere werkomgeving voor medewerkers én draagt bij aan meer biodiversiteit.

 

Groenere werkplek = minder stress

Bedrijventerreinen zijn doorgaans geen inspirerende plekken en slechts 1% ervan bestaat uit natuur. Tegelijkertijd hebben we in Zuid-Holland zo’n 26.000 bedrijven op bedrijventerreinen, waar 450.000 mensen werken. Gedeputeerde Meindert Stolk (Gezond en Veilig): “Daar is grote winst te behalen, voor mens én natuur. Want mensen voelen zich fitter, vrolijker, werken productiever en ervaren minder stress in een groenere omgeving. Ook is meer natuur goed voor verschillende soorten planten en dieren. Bovendien zorgt het voor verkoeling bij zeer warm weer en kan regenwater gemakkelijker weglopen.”

Van geveltuintje tot eetbare lunchplek

De provincie stelt daarom subsidie in totaal € 250.000 beschikbaar voor bedrijven die hun omgeving willen vergroenen. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn: een geveltuintje langs het hele pand, gewoon door wat tegels eruit te wippen. Een kleine bijentuin, een moestuinbak of een eetbare lunchplek met fruitbomen. Met de provinciale subsidie Groen werkt beter kunnen bedrijven tot € 5000 subsidie aanvragen. Met de subsidie kunnen ze vergroenen én medewerkers hierin meenemen. Door uitleg te geven over het groenonderhoud of door te leren hoe je natuur onderdeel kunt maken van je werkdag bijvoorbeeld. Want dan gaan werknemers pas echt de positieve effecten van de natuur op hun gezondheid ervaren.

Bijen in de lift

Lift- en roltrappenbedrijf Kone, gevestigd op het Forepark in Den Haag, heeft als eerste bedrijf subsidie aangevraagd. Directeur Harold Bussing vertelt over de plannen: “De subsidie Groen werkt beter kwam op een perfect moment: we waren druk bezig met onze plannen om het kantoor bijvriendelijker te maken. KONE draagt graag haar steentje bij aan meer biodiversiteit in de provincie, en we zien dat medewerkers er ook enthousiast over zijn.”

 

Lees verder