Bedrijventerreinen zijn geen geliefd onderwerp in de ruimtelijke ordening. De planologische aandacht was nooit erg groot, maar vandaag lijkt de liefde definitief bekoeld.

De gedachte is dat we de meer industriële en maakbedrijven wel kunnen uitplaatsen naar een locatie in de regio. In de toegenomen strijd om de beperkte ruimte wint wonen het van werken. Het ongunstige imago van bedrijventerreinen - stereotiep, saai, monofunctioneel en weinig verblijfskwaliteit – werkt niet mee in de gunst om bestuurlijke aandacht. Ze fungeren maar al te vaak als een soort ruimtelijke pispaal voor alles wat er mis is in onze ruimtelijke ordening.

Groeiende ongemak rond ‘verdozing’

Het is de logica van de lelijkheid waartegen we collectief ageren. Illustratief is het groeiende ongemak rond ‘verdozing’ door logistieke en distributiecentra. Ze bieden ook nog eens plek aan bedrijven die het niet altijd nauw nemen met milieuvoorschriften, zoals asfaltcentrales, puinbrekers en betoncentrales. Veelgehoorde reactie is ‘dat ze dan maar plaats moeten maken’. Want wat moeten we anders met al die 3.500 bedrijventerreinen die vol staan met anonieme dozen?

Je zal maar een bedrijventerrein zijn en typeringen als verdozing, verrommeling, hitte-eiland, eigen-kavel–eerst-beleid en snelwegvervuiling naar je hoofd geslingerd krijgen. Voor een deel hebben deze gebieden dit aan zichzelf te danken. Als het heet is, is het extra heet en als het veel regent, kan het water nauwelijks weg.

Het vraagstuk van programmering, situering, landschappelijk ontwerp en inrichting staan niet hoog op de lokale omgevingsagenda. De politieke interesse richt zich op kavelopbrengsten bij nieuwe gebieden. Ondernemers en eigenaren zijn druk met hun pand en bedrijf en zien de ondernemersvereniging vooral als een gezellige borrel- en ontmoetingsplek. Een klein deel kent professioneel parkmanagement. Zowel publieke als private partijen tonen weinig maatschappelijke betrokkenheid. Kortom, je wordt er niet bepaald vrolijk van.

Na deze treurnis zou je vergeten dat er wordt gewerkt op bedrijventerreinen en niet zo’n klein beetje ook. Zeker 30% van de werkgelegenheid is er gevestigd. Het gaat om banen voor alle opleidingsniveaus en zeker voor mbo-vakmanschap, ambachtelijk werk, maakbedrijven en industrie. Praktisch en middelbaar opgeleiden vinden er hun bestaan. Voor hen speelt naast betaalbare woonruimte ook het belang van een bereikbare arbeidsplaats. Met de uitplaatsing van bedrijventerreinen komt dat onder druk te staan.

Kurken waarop de regionale economie drijft

Bedrijven op bedrijventerreinen zijn vaak stuwend en zorgen voor werkgelegenheid elders. 40% van het bruto regionaal product wordt er verdiend. Het zijn de kurken waarop de lokale en regionale economie drijft. De circulaire potentie is groot. TNO stelt dat de reductie van de CO2-uitstoot van duurzame bedrijventerreinen net zo groot is als aardgasvrije woonwijken. Best een belangrijke reden om bedrijventerreinen niet aan hun lot over te laten. Een planologisch liefdevoller omgang is vereist.

Dat betekent een switch in denken en doen. We moeten af van de kenniseconomische illusie dat werken achter de laptop gebeurt in hippe koffietentjes, hightech campussen en getransformeerde industriepanden. Onze dot.com economie van toetsenbord en beeldscherm kan niet zonder not.dot.com variant, die nu eenmaal met fysieke inspanning gepaard gaat. Het is de economie van het sleutelen, maken en produceren. 

Ten tweede moeten gemeenten hun bedrijventerreinenplanning revitaliseren. Het wordt tijd de duurzame ambities in de Omgevingsvisies om te zetten in planologische daden. Daarvoor is een krachtig tweesporenbeleid nodig. Het eerste spoor betreft ‘de basis op orde’, ter voorkoming van onnodige verloedering en vertrek van bedrijven naar nieuwe terreinen. Verplaatsing van werk en bedrijven ten koste van schaarse ruimte elders moet te allen tijde worden voorkomen. Terreinen moeten standaard schoon, heel, veilig en klimaatadaptief zijn. Geef voorrang aan terreinen die wel professioneel parkmanagement hebben en werken aan een gebiedsfonds.

Duurzaam hergebruik van terreinen

Vanuit ons tweede spoor is er dringend nationaal ruimtelijk beleid en een transitiefonds nodig om de circulaire potentie en het duurzaam hergebruik van bestaande terreinen (beter) te benutten. Eventuele meeropbrengsten van woningbouw aan de randen van bedrijventerreinen (mits er milieuruimte is), worden in een dergelijk fonds gestort. Sluit als Rijk een akkoord met de provincies voor een gezamenlijke impulsaanpak bedrijventerreinen. Start een programma klimaatrobuuste en circulaire bedrijventerreinen.

Minister De Jonge geeft in zijn nieuwe Woon- en bouwagenda aan meer aandacht te willen besteden aan de herinrichting van bedrijventerreinen. Hopelijk wordt die planologische handschoen opgepakt, en behandelen we onze bedrijventerreinen straks niet langer als wees maar als troetelkind. Dat is goed voor de vele werknemers en bedrijven die onze economie draaiend houden. Het zorgt bovendien voor minder beslag op onze schaarse ruimte en sneller doelbereik van het klimaatakkoord.

Cees-Jan Pen is lector ‘De ondernemende regio’ Fontys Hogescholen Eindhoven en Joks Janssen is Professor of Practice ‘Brede welvaart in de regio’ Tilburg University

Bron: Eindhovens Dagblad, 5 maart 2022

05-03-2022
Nieuws
Voormalige verffabriek aan de Schansweg transformeert naar groene woon- en werkwijk
Voormalige verffabriek aan de Schansweg transformeert naar groene woon- en werkwijk

Op de locatie van de voormalige verffabriek aan de Schansweg in Overschie-Oost komt een groene, levendige nieuwe buurt. Gemeente Rotterdam en projectontwikkelaar Wilma Wonen werken samen aan de ontwikkeling van een woonwijk met ruimte voor bedrijven. Het fabriekscomplex uit 1923 krijgt een nieuwe bestemming en wordt het middelpunt van de wijk.Het hoofdgebouw van het fabriekscomplex wordt opgeknapt. Het hoofdgebouw krijgt een nieuwe bestemming met waarschijnlijk bedrijven. De vleugels worden gesloopt en als woningen teruggebouwd. In het plan komen ongeveer 125 woningen (overwegend koop). Aan de zuidzijde wordt een appartementencomplex gemaakt. Hier komen middeldure woningen. Op de begane grond komt ruimte voor bedrijvigheid. In het plan is er in totaal ruimte voor 800 tot 1.000 m² bedrijfsruimte.Wethouder Chantal Zeegers (o.a. Bouwen en Wonen): “De Schansweg wordt een plek waar geschiedenis, wonen, werken en natuur mooi samenkomen. Binnen de wijk maken we het groen, gezond en klaar voor het klimaat. We zorgen voor genoeg parkeerplekken bij de snelweg, zodat het goed bereikbaar blijft. In het hart van de wijk is het juist rustig en autoluw, met veel aandacht voor duurzaamheid en natuur. Een mooie aanwinst voor Overschie!”AmbitiesDe gemeente Rotterdam en Wilma Wonen willen van deze nieuwe wijk een fijne plek maken voor iedereen. Daarom zijn zes uitgangspunten opgesteld die helpen bij het maken van de juiste keuzes. Het fabriekscomplex uit 1923 krijgt een nieuw leven. De wijk wordt een gemengde buurt waar wonen en werken samenkomen. Er is veel aandacht voor groen, zodat de omgeving prettig en natuurlijk aanvoelt. De nieuwbouw sluit aan bij het industriële karakter en is duurzaam. Ook komen er goede verbindingen met de omgeving. Tot slot wordt gezorgd voor rustig wonen, ondanks de ligging bij de snelweg.PlanningEr zijn twee participatiemomenten geweest. Omwonenden waren overwegend positief over de ontwikkeling. Na de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten en ambities door de gemeenteraad, komt er een voorlopig ontwerp. Daarna wordt er verder gewerkt aan een definitief ontwerp. De geplande start voor de bouw is nu in 2029. Uiteindelijk is de verwachting dat nieuwe woonwijk rond 2031 gereed is. Meer informatie is te vinden op www.nieuwbouw-schansweg.nl

31-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief