De restwarmte van AVR en Cabot wordt binnenkort via een stoomnetwerk gedeeld met andere bedrijven op het industrieterrein Botlek. De provincie Zuid-Holland (€2 miljoen) en de gemeente Rotterdam (€0,7 miljoen) subsidiëren het stoomnetwerk. Mede daardoor kan NetVerder, onderdeel van Stedin Groep, doorgaan met de aanleg van dit stoomnetwerk. Door het gebruik van de restwarmte wordt er 150 miljoen kuub aan aardgas bespaard (vergelijkbaar met het verbruik van 100.000 huishoudens).

Gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland Jeannette Baljeu: “De industrie moet stappen zetten, en doet dat ook. De industrie in Zuid-Holland gaat in 2030 de uitstoot van CO2 met meer dan de helft terugbrengen, daarmee draagt ze voor 40% bij aan de nationale doelstelling. De huidige geopolitieke situatie laat bovendien zien hoe belangrijk het is dat onze industrie onafhankelijker wordt van de import van gas. Dit project draagt daaraan bij.”

Toekomstbestendig netwerk

Het Botlek Stoomnetwerk maakt uitwisseling van restwarmte - in de vorm van stoom - tussen industriële bedrijven mogelijk. Bedrijven hoeven daardoor zelf geen of minder stoom op te wekken, waardoor aardgas wordt bespaard en jaarlijks grote hoeveelheden CO2 en stikstof worden bespaard. NetVerder investeert miljoenen in het stoomnetwerk in de Botlek, waarvan het eerste deel sinds 2013 in gebruik is. Het bestaande netwerk wordt nu ‘overgedimensioneerd’ uitgebreid. Dit betekent dat het netwerk dat nu wordt aangelegd toekomstbestendig is en veel meer aan kan dan wat er op dit moment nodig is. Het is daardoor mogelijk om op termijn ook andere stoombronnen en afnemers aan te sluiten op dit stoomnetwerk. Denk hierbij aan duurzame bronnen zoals geothermie. En de warmte die overblijft kan via het netwerk Warmtelinq worden gebruikt om huizen te verwarmen. Naar verwachting is het netwerk in 2024 gereed voor gebruik.

Platform voor toekomstige verduurzaming

Arno Bonte, wethouder Duurzaamheid, Luchtkwaliteit en Energietransitie in Rotterdam: “Het Botlek Stoomnetwerk draagt bij aan het realiseren van onze klimaatdoelen. Bovenop de 150 miljoen kuub aan aardgas, bespaart het op termijn nog eens 60 miljoen kuub extra. Dat staat gelijk aan 40.000 woningen van het gas afhalen. Het stoomnetwerk is een essentiële schakel in het klimaatneutraal maken van de Rotterdamse haven.”

Aanjager energietransitie

Door het stoomnetwerk wordt het gebied ook aantrekkelijker voor bestaande en nieuwe bedrijven die stoom nodig hebben in hun processen. Zo zorgt het netwerk voor economische versterking van het Rotterdamse haven- en industriegebied. Daarnaast is het stoomnetwerk een aanjager voor bedrijven om ook stoom gerelateerde investeringen te doen en daarmee bij te dragen aan de energietransitie. Een opwaardering van de elektrische infrastructuur op het industrieterrein Botlek zal deze transitie verder versnellen.

 

Foto: AVR

Provincie Zuid-Holland

Provincie Zuid-Holland is sinds 2020 kennispartner van SKBN. Provincie Zuid-Holland heeft het belang om de regionale economie te versterken, waarbij bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel vormen.


070 - 4416611

Provincie Zuid-Holland
card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Opinie

Er is niets mis met functiescheiding

Opinie

14-04-2022

Er is niets mis met functiescheiding

Het ruimtelijk debat over de gebouwde omgeving draait om het sectoraal ‘bouwen, bouwen, bouwen’ van liefst zoveel mogelijk woningen. De werkfunctie hangt er vaak maar wat bij, blogt Cees-Jan Pen, lector de Ondernemende Regio van Fontys Hogescholen.

Er is alleen politieke interesse in werkgebieden als deze (deels) kunnen worden omgezet in woongebieden. Wie wil er immers niet meer levendigheid, leefbaarheid en dynamiek in monofunctionele werkgebieden? Functiemenging is een doel op zich geworden. De ruimte voor bedrijven komt vaak niet verder dan goede bedoelingen, flitsende brochures over woon- en interactiemilieus en mooie – haast romantische – vergezichten. Overheden zeggen vaak dat ze woningbouw op bedrijventerreinen niet ten koste willen laten gaan van ruimte voor bedrijvigheid en daarmee verlies van werkgelegenheid in steden en dorpen willen voorkomen. Een derde van de bedrijven en banen is immers vaak gevestigd op bedrijventerreinen, dus je moet het belang van deze terreinen op papier natuurlijk wel serieus nemen. De praktijk is helaas totaal anders.

Bewonen gaat altijd voor werken

In vooral de Randstad, maar ook in grote steden elders in het land, worden woningen ‘zomaar’ gepland op of tegen bedrijventerreinen, te dicht op de honderden aanwezige bedrijven met bestaande vergunningen en vergunde milieuruimte op deze terreinen. Illustratief zijn terreinen als Binckhorst en ZKD in Den Haag, de Schieoevers in Delft, Merwehaven Rotterdam, Hamerkwartier en Damen Shipyard Amsterdam-Noord, Achtersluispolder Zaanstad, De Hurk Eindhoven en ga zo maar door. Dit is zorgelijk, want dat gaat natuurlijk gegarandeerd klachten van bewoners opleveren. De praktijk leert bovendien dat een bedrijf moet verplaatsen als klachten van bewoners niet kunnen worden opgelost. De vergunning wordt in zo’n geval niet verlengd, want bewoners worden gewoon beter beschermd. Waar moeten deze bedrijven dan heen? In de regio is vaak nauwelijks ruimte voor de uitplaatsing. Onderschat wordt wat de plannenwolk aan woningen doet met de innovatie en motivatie van ondernemers in deze gebieden.

Werken voor wonen

We omarmen natuurlijk functiemenging, maar de huidige definitie hiervan gaat uit van het concept woon-werkgebieden, waarbij er alleen ruimte is voor kantoorachtige (thuis)werkfuncties. Het wordt tijd om meer te denken in termen van werk-woongebieden. In zo’n gebied is het faciliteren van de reeds aanwezige bedrijvigheid het uitgangspunt, waarbij woningen (in het uiterste geval) vaak alleen aan de randen of in combinatiegebouwen mogelijk zijn. Er is ruimte voor maakbedrijven in de hogere milieucategorieën (minimaal 3.1), zonder dat vanaf de tekentafel woningaantallen worden ingeboekt in het betreffende gebied. Reserveer vooraf bedrijfsruimten, die geschikt, bereikbaar en/of betaalbaar zijn voor de zittende ondernemers. Centraal moet het participatieproces staan, niet alleen van maar ook met ondernemers. Te vaak zie ik namelijk dat óver in plaats van met ondernemers wordt gesproken.

Er is toenemende vraag naar werken in de stad

De verschillen tussen woon-werk, dan wel werk-woongebied lijkt een woordspelletje voor planologische intimi. Er gaat echter een fundamenteel debat achter schuil. Illustratief is dat vaak wordt gerekend met vuistregels als 25-30m2 per werknemer in een gebied, terwijl uit projecten in bijvoorbeeld havengebieden blijkt dat arbeidsintensief (maak)werk vraagt om misschien wel 250m2 per werknemer. Daar vallen banen voor alle opleidingsniveaus onder, zeker voor mbo-vakmanschap, ambachtelijk werk, maakbedrijven en industrie. We moeten, zoals ik eerder met Joks Jansen al stelde, af van de kenniseconomische illusie dat werken achter de laptop gebeurt in hippe koffietentjes, hightech campussen en getransformeerde industriepanden. We vergeten de economie van het sleutelen, maken, repareren, recyclen en produceren. En niet te vergeten: in een circulaire economie neemt deze ruimtevraag voor ‘maakbedrijven’ alleen maar verder toe. 

Er is niet altijd iets mis met functiescheiding

Functiemenging is te veel een doel op zich geworden. Ik las laatst het nuchtere advies dat we gewoon ons gezonde, menselijke verstand moeten gebruiken bij wat je wel en niet mixt. We willen immers niet dat woningbouw ten koste gaat van bedrijvigheid. Weet dus wat bedrijven in een gebied beweegt. Dit betekent soms ook simpelweg dat er een stop komt op de transformatie van bedrijventerreinen. We zullen bestaande gebieden moeten aanwijzen waar bedrijven tien jaar kunnen ondernemen en innoveren. Reserveer sowieso ruimte voor het faciliteren van de groeiende circulaire economie die we met zijn allen zo graag willen. Niet overal kan worden gewoond.

Blog door Cees-Jan Pen in Vastgoedmarkt.
Foto: Flickr

 

Lees verder
card image

Nieuws

Kansen voor verduurzaming op bedrijventerreinen

Nieuws

17-02-2022

Kansen voor verduurzaming op bedrijventerreinen

Bedrijventerreinen bieden volop kansen voor energiebesparing of hergebruik. Denk aan industriële restwarmte of zonnepanelen op de vele grote daken. Maar welke kansen zijn er precies voor verduurzaming? En wat is de huidige stand van zaken op bedrijventerreinen? Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster deden hier vanuit het programma Vivet onderzoek naar.

 

Pilotonderzoek over de informatievoorziening op gebied van de energietransitie op bedrijventerreinniveau

Bedrijventerreinen worden gezien als een belangrijk potentieel om de besparing op CO2-uitstoot te bewerkstelligen. Zo is er op bedrijventerreinen vaak veel dakoppervlak beschikbaar voor zonnepanelen en zouden gemeenten bedrijventerreinen kunnen benutten voor het plaatsen van windmolens. Om zicht te krijgen op deze potenties, moet er eerst zicht zijn op de huidige stand van zaken met betrekking tot bedrijventerreinen.

Op dit moment is er echter nog onvoldoende kwantitatief zicht op de kenmerken van bedrijventerreinen, zoals gevestigde bedrijvigheid en bijbehorende energieverbruiken. Veel bestaande informatie over energieverbruik, locaties van zonnepanelen et cetera zijn al wel op Postcode-6 of gemeenteniveau beschikbaar, maar dat is niet voldoende om ook bedrijventerreinen te differentiëren. Aangezien veel bedrijfsinformatie en energieverbruiksgegevens niet op individueel niveau als open data beschikbaar gesteld kan worden, biedt publicatie op het gebiedsniveau ‘bedrijventerreinen’ een uitkomst.

In het kader van het programma Verbetering van de Informatievoorziening voor de Energietransitie (Vivet), heeft het CBS samen met het Kadaster onderzocht in hoeverre de informatievoorziening over de energie-intensiteit en verduurzamingsmogelijkheden van bedrijventerreinen te verbeteren is.

Download

Lees verder