De bijdrage van bedrijventerreinen aan de circulaire economie is enorm groot, maar wordt tegelijkertijd zwaar onderschat. Om de circulaire potentie van bedrijventerreinen beter te benutten, is de inzet van de publieke professional essentieel. De lokale beleidsmedewerker kan een effectieve katalysator worden, in co-creatie met relevante stakeholders.

Onderzoekers van Fontys Hogescholen en de Hogeschool Arnhem en Nijmegen gaan van start om dit tweejarige RAAK onderzoek uit te gaan voeren. 

Bedrijventerreinen ongekend groot circulair potentieel

Al meer dan honderd jaar zijn bedrijventerreinen dé aangewezen locatie om te ondernemen en te produceren. Ze zijn voor de Nederlandse economie van groot belang en vertegenwoordigen een ongekend, maar zwaar onderschat circulair potentieel. Zo wordt in het Klimaatakkoord (2019) met geen woord gerept over circulariteit op bedrijventerreinen, maar ze zijn wel dé cruciale schakel voor de circulaire transitie.

Lector De Ondernemende Regio Cees-Jan Pen: “Super dat we de circulaire potentie en het belang van bedrijventerreinen verder op de kaart kunnen gaan zetten. Onze ambitie wordt door SIA beloond, want we zijn zelfs als beste gerankt in deze subsidieronde.”

Lokale beleidsmedewerker als katalysator

Het organiseren van publiek-private krachtenbundeling op bedrijventerreinen is essentieel voor het aanboren van de circulaire potentie. De rolinvulling van de lokale professional op dit vlak is echter weerbarstig. Enerzijds is er nog een zoektocht naar het concept circulaire bedrijventerreinen, anderzijds  wordt er ook een rol als innovatieve aanjager/procesmanager verwacht.

In het RAAK Publiek project wordt daarom de lokale professional centraal gesteld. Hoe kan hij/zij een effectieve katalysator worden om de circulaire potentie van bedrijventerreinen te benutten in co-creatie met relevante stakeholders?

RAAK Samen Beter

Fontys Hogescholen en de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) willen met 11 gemeenten, 3 provincies, ondernemersorganisaties en bedrijventerreinenexperts de rol van de publieke professional versterken.

Het project wordt gesteund door lokale werkgeversorganisaties, parkmanagementorganisaties, SKBN en bedrijventerreinverenigingen en krijgt hiervoor van Nationaal Regieorgaan SIA een RAAK publiek-subsidie.

Pen: “Het onderzoek past bovendien perfect in de Fontys for Society strategie. We werken in dit onderzoek nauw samen met het Center of Expertise Sustainability & Circularity onder leiding van Jifke Sol”.

 

23-05-2022
Nieuws
Zoetermeers mixplan voor logistiek en wonen: antwoord in ruimtestrijd?
Zoetermeers mixplan voor logistiek en wonen: antwoord in ruimtestrijd?

Een distributiecentrum van 15.000 vierkante meter of 300 huizen? Een mixproject in Zoetermeer van logistiek vastgoedontwikkelaar Intospace voorziet in ruimte voor beide. De gemeente en de ontwikkelaar sloten onlangs een intentieovereenkomst voor de beoogde ontwikkeling. Het project vormt een mogelijk antwoord op een groeiende ‘ruimteclash’ tussen economie en wonen in Zuid-Holland, aangewakkerd door provinciale omgevingsplannen.Het gaat om de herontwikkeling van het voormalige Miss Etam-hoofdkantoor en distributiecentrum aan de Oostweg 2 in Zoetermeer, dat al geruime tijd leegstaat. Intospace wil op de plek een van de eerste colocatie-projecten van Nederland realiseren, waarbij logistiek en wonen bewust op één locatie worden gecombineerd.‘Met deze intentieovereenkomst zetten we een belangrijke stap om deze plek opnieuw te gebruiken. We onderzoeken samen hoe wonen, werken en logistiek hier goed kunnen samengaan’, zegt wethouder Bouke van Velzen van wonen en ruimtelijke ordening.In geen enkele provincie knelt de ruimte zoals in Zuid-Holland. Om ook in de toekomst voldoende ruimte voor industriële activiteiten te hebben, zet de provincie bij de herziening van het omgevingsbeleid in op een betere benutting van milieuruimte op bedrijventerreinen.Lichtere bedrijfsactiviteiten die nu nog vaak kostbare milieuruimte op bedrijventerreinen bezet houden, wil de provincie uitfaseren. Dat betekent dat deze activiteiten deels een plek moeten krijgen in andere omgevingen zoals woonwijken en centrumgebieden. Met de beleidswijziging hoopt de provincie milieuruimte vrij te spelen voor de circulaire transitie en andere vitale industrieën.Economie versus wonenHoewel de voorgestelde beleidswijziging ruimte laat voor maatwerk, is vanuit steden als Delft en Leiden met zorg gereageerd op het voorstel van Gedeputeerde Staten, die minder ruimte laat voor functiemenging op bedrijventerreinen. Ook is er scepsis over de mogelijkheid om lichtere activiteiten te verweven in woonomgevingen.Tim Beckmann, CEO van Intospace, stelt dat de discussie niet alleen moet gaan over  functiemenging met wonen. ‘Een grote bedrijfshal zou je in theorie naast een theater kunnen zetten, met een gezamenlijke parkeervoorziening die overdag wordt gebruikt door werknemers en ‘s avonds door het theaterpubliek.’Op de plek van het voormalige Miss Etam-hoofdkantoor en -distributiecentrum, dat Intospace circa vijf jaar geleden aankocht, wil het vastgoedbedrijf logistiek, wonen en groen combineren.Die functiemix tussen urban logistics en wonen is onder meer al toegepast in Londen, waar logistiek vastgoedontwikkelaar SEGRO samen met Barratt Developments een voormalig Nestlé-fabriekscomplex omkatte tot distributiecentrum en woonpark.Beckmann: ‘We kijken nog te vaak geïsoleerd naar functies, terwijl slimme combinaties juist kunnen zorgen voor efficiënter ruimtegebruik.’ Hij beschouwt nieuwe functiemixen als ‘noodzakelijk’ om te kunnen inspelen op de vraag naar ruimte voor zowel logistiek als voor andere doeleinden.Dubbelbestemming: planologisch spannendIn Zoetermeer wil Intospace een nieuw te realiseren distributiecentrum van circa 15.000 vierkante meter aan drie zijden ‘inpakken’ met woningbouw. Op het dak van het distributiecentrum komt een tuin voor bewoners van de circa 300 beoogde woningen. Aanvankelijk wilde Intospace daar een publiek toegankelijke ruimte realiseren, maar dat is volgens Beckmann regelgevingstechnisch complex.Intospace heeft bij de gemeente aangegeven het naastgelegen braakliggende kavel te willen kopen en integraal te willen betrekken bij de ontwikkeling. Deze kavel, gelegen tussen Oostweg 2 en de woonwijk ‘Happy Days’, is eigendom van de gemeente. Door integrale ontwikkeling kan mogelijk meer programma worden gerealiseerd dan wanneer de gemeente haar kavel uitgeeft aan een (andere) marktpartij om deze separaat te ontwikkelen. Diverse marktpartijen hebben belangstelling getoond.HaalbaarheidsonderzoekDe gemeente en de ontwikkelaar gaan de plannen gezamenlijk toetsen op maatschappelijke, juridische en financiële haalbaarheid. Over het onderzoeksproces en de gemoeide kosten zijn afspraken gemaakt in de intentieovereenkomst.Na een positief haalbaarheidsonderzoek worden de ruimtelijke randvoorwaarden voor het project door de gemeente uitgewerkt in een planuitwerkingskader die later ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Dit geldt ook voor het financiële kader van de eventuele vervolgfase van het project, aldus de gemeente in een raadsbrief.De resultaten van de haalbaarheidsfase worden door de gemeente gebruikt om een goede afweging te kunnen maken tussen de soms tegenstrijdige belangen van de diverse belanghebbenden. Bovendien worden de gevolgen van de ontwikkeling, waaronder de financiële, onderzocht en meegenomen in de besluitvorming over een eventueel vervolg na de haalbaarheidsfase.Wat betreft de mogelijke uitgifte van de naastgelegen kavel ter versterking van een integrale ontwikkeling, zal beargumenteerd moeten worden dat dit past binnen geldende wet- en regelgeving, onder meer de kaders van het Didam-arrest.Intospace is er alles aan gelegen om de gemeente mee te krijgen in haar plannen, waarvoor een bestemmingsverruiming is vereist. Zowel voor logistiek (nu nog geldt er een beperking voor mode-logistiek) als voor wonen is een aanpassing nodig. ‘Het gaat om een dubbelbestemming. Iedereen vindt het planologisch heel spannend. Maar wonen boven een supermarkt gebeurt ook al. We hebben er vertrouwen in dat een goede mix mogelijk is’, zegt Beckmann.OntwerpkrachtIntospace werkt bij de uitwerking van het plan samen met bouwbedrijf De Vries en Verburg die actief is in zowel de logistieke wereld als in de woningbouw. ‘Wij zijn experts in bedrijfsunits, niet in wonen. We trekken daarom samen op met een partner die bekend is in beide werelden en ontwerpkracht in huis heeft.’Huurders voor de logistieke ruimte heeft Intospace nog niet. ‘Zolang we geen vergunning hebben, kunnen we niets toezeggen. Maar voor zo’n strategische locatie gaan we die huurder wel vinden. Het is een goede plek voor stadslogistiek, mogelijk ook voor een distributiecentrum van een supermarktketen.'Beckmann: ‘We hopen dat de intentieovereenkomst de opmaat is naar een anterieure overeenkomst en bestemmingswijziging, zodat de weg open ligt naar een omgevingsvergunning.  Als dit project slaagt, toont het hoe Nederland functies slimmer kan combineren en schaarse ruimte beter kan benutten.’Uitgaande van een in de raadsbrief opgenomen indicatieve planning beslist de raad in het derde kwartaal 2027 over de plannen, gevolgd door het sluiten van een anterieure overeenkomst met Intospace. De eventuele aanvraag van de vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) staat indicatief ingepland voor 2029, waarna de bouw in 2030 zou kunnen starten, aldus de inschatting van de gemeente.Bron: BT Online.nl

20-05-2026
Nieuws
Eerste stap gezet richting Maritime & Seafood Campus Urk
Eerste stap gezet richting Maritime & Seafood Campus Urk

Donderdag 12 februari 2026 zetten Provincie Flevoland en gemeente Urk samen met Firda, Horizon en 10 koploperbedrijven vanuit Urk Seafood en Urk Maritime, een belangrijke eerste stap richting de ontwikkeling van een Maritime & Seafood Campus Urk (MSCU). Met het ondertekenen van een intentieverklaring spreken de partners hun gezamenlijke ambitie en inzet uit om gezamenlijk de planfase vorm te geven. Gezamenlijk bouwen aan MSCU  Op basis van een haalbaarheidsonderzoek door Berenschot en de gesprekken met zowel seafood als maritieme bedrijven, zijn de kansen en mogelijkheden voor een campus verkend. Daaruit kwam naar voren dat een kennis-, innovatie- en opleidingscentrum op het gebied van maritiem en seafood de kansen lokaal en regionaal verder versterkt. Dit wordt door alle partijen onderschreven en daarom zetten ze gezamenlijk de schouders eronder om aan de slag te gaan. De ondertekening van deze intentieverklaring markeert meer dan een formele stap; het is het startpunt van een gezamenlijke beweging. De Maritime & Seafood Campus wordt een motor voor vernieuwing, duurzaamheid en groei. De gemeente Urk heeft hiervoor een kavel gereserveerd op het nieuwe bedrijventerrein Port of Urk.”Als regio pakken we de kansen die voor ons liggen en investeren we doelgericht in de toekomst van de maritieme en seafood sector. Samen zetten we koers naar een krachtige, toekomstbestendige campus”, aldus gedeputeerde Klopman. Van intentie naar uitvoering  De intentieverklaring markeert het begin van de planfase. In deze fase werken de partners samen aan: Concretisering van de campus: uitwerken van plan, programmering, scope, functies en businesscase Samenwerkingsprogramma’s: op duurzaamheid & innovatie en human capital & talentontwikkeling De ondertekening is een belangrijke eerste stap. De echte invulling – wie gaat wat doen, welke middelen zijn er nodig en hoe komen deze beschikbaar – volgt in de komende periode. Met deze stap geven de partners een duidelijk signaal: we gaan ervoor. Samen werken we aan een toekomstbestendige campus die als vliegwiel dient voor samenwerking, innovatie, talent, en groei in de maritieme en seafoodsector in Flevoland. “Een maritieme campus is de kweekvijver voor technische innovatie en maritiem talent in onze regio." aldus Meindert-Jan de Boer – Directeur De Boer Marine. Foto: ©Fotostudio-Wierd

12-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief