Steeds meer bedrijven die hun energievoorziening verduurzamen lopen tegen de capaciteitsproblemen van het stroomnet aan. In verschillende gebieden is zelfs geen aansluiting meer mogelijk voor nieuwkomers of uitbreidingen. Zijn decentrale smart energy hubs de oplossing voor het stroomprobleem?

Jarenlang voerde SKBN een moeizame lobby om de verduurzaming van bedrijventerreinen en de energietransitie aldaar op de agenda te krijgen van bestuurlijk en ondernemend Nederland. Van alle groene stroom die we in 2030 willen opwekken, kan 14 procent worden behaald door bedrijfsdaken vol te plempen met zonnepanelen, vormde de boodschap. Ook zat Theo Föllings in de voorhoede van mensen die opriepen om de elektriciteitsnetten te verstevigen zodat bedrijven dat potentieel beter kunnen benutten.

Bezwijkend stroomnet

Inmiddels heeft de SKBN-voorzitter geen moeite meer zijn boodschap voor het voetlicht te brengen. Het bewustzijn is groot. Vooral omdat het capaciteitsprobleem op het stroomnet de afgelopen twaalf  maanden verontrustende trekken krijgt. Paradoxaal genoeg door de torenhoge energieprijzen en de toenemende urgentie van het  klimaatvraagstuk, waardoor zonnepanelen niet meer aan te slepen zijn. Zo dreigt het stroomnet ook te bezwijken onder de energietransitie om de klimaatopwarming te beperken.

Nederland kleurt rood

Een steeds groter deel van de twee congestiekaartjes die de gezamenlijke netbeheerders op internet publiceren, kleurt dan ook rood. Het ene kaartje heeft betrekking op de afnamemogelijkheden van zelfopgewekte stroom. Het andere kaartje betreft de mogelijkheden om überhaupt een nieuwe aansluiting te krijgen. ‘Als je de beide kaartjes over elkaar legt, kleurt een flink deel van Nederland inmiddels rood’, weet Föllings. ‘Rood betekent dat er eigenlijk niets meer mogelijk is. De komende tijd zal Nederland alleen maar roder worden.’

Rapport Savills

Vastgoedadviseur Savills kwam recentelijk zelfs met een alarmerend rapport waaruit blijkt dat inmiddels in drie Nederlandse regio’s aanvragen voor aansluitingen op het stroomnet voor nieuwe distributiecentra worden geweigerd. In de gebieden rond luchthaven Schiphol en de regio’s rond Amsterdam en Waddinxveen-Bleiswijk is er te weinig capaciteit op het elektriciteitsnet om nog nieuw logistiek vastgoed te bouwen met een aansluiting op het reguliere stroomnet. Dat uitgerekend Amsterdam en omgeving dik in de problemen zitten, komt ook door de hoge concentratie datacenters, ware energieslurpers immers.

Ronduit zorgwekkend

De gevolgen van de netcongestie zijn inmiddels ronduit zorgwekkend en beperken zich beslist niet tot de logistieke sector of de industrie. Ook de woningbouw loopt gevaar. Zo moet Amsterdam 200.000 woningen bijbouwen om de woningnood aan te pakken. Tegelijkertijd wil de stad in 2040 fossielvrij zijn. Daardoor neemt de vraag naar elektriciteit zo sterk toen, dat het stroomnet eronder bezwijkt als er niet snel extra kabels bijkomen. Netbeheerder Liander, verantwoordelijk voor de aansluitingen in de hoofdstad, spreekt van ‘een perfecte storm’, schreef het FD onlangs.

Andere regio’s

In drie andere regio’s, Eindhoven, Tilburg-Waalwijk en Zaltbommel-Tiel-Geldermalsen, is de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk ook zeer beperkt. Als aanvragen voor een aansluiting worden geweigerd, is het in theorie nog wel mogelijk om een nieuw distributiecentrum of productiebedrijf te plaatsen. Maar zo’n locatie moet dan zelf zorgen voor de toevoer van elektriciteit, bijvoorbeeld door die zelf ter plekke op te wekken met zonnepanelen. Volgens vastgoedadviseur Savills kan dit de komst van nieuwe distributiecentra beperken.

Lange wachttijden

Volgens Savills is in ruim een derde van de gemeenten nauwelijks of geen plek meer. De problematiek op het stroomnet is groot, stelde Niek Poppelaars van Savills ronduit tegen BNR. ‘In de ene gemeente zorgt dat voor lange wachttijden, zo moet je in de regio Schiphol vier tot vijf jaar wachten op een aansluiting. Terwijl de gemeente Eindhoven voorrang geeft aan bedrijven in de techsector, waardoor andere er maar beperkt terecht kunnen.’

Projecten worden uitgesteld of zelfs helemaal geannuleerd, merkt Poppelaars. ‘Bedrijven kijken om zich heen en wijken in het uiterste geval uit naar landen als België en Duitsland.’ Behalve dat het ons vestigingsklimaat onder druk zet, komen ook onze duurzaamheidsambities in gevaar, zei directeur Kees Noorman van de Amsterdamse ondernemersvereniging Oram tegen BNR. Tot en met 2027 zit het stroomnetwerk van onze hoofdstad grotendeels vol.

Dure kabel

Ook Limburg ondervindt problemen met het stroomnet. Volgens Managing Director Léon Vié moet zijn logistiek vastgoedbedrijf P3 Logistic Parks voor de aansluiting van een groot zonneproject op het 99.000 m2 omvattende distributiecentrum in Echt uit eigen zak een kostbare kabel betalen naar een 11 kilometer verderop gelegen stroomverdeelstation. Dit omdat netbeheerder Enexis ter plekke over onvoldoende capaciteit beschikt. ‘Die extra kosten zijn niet eens het grootste probleem. Echt vervelend is dat we nog twee jaar moeten wachten voordat die kabel er eindelijk ligt. Enexis moet eerst tot overeenstemming komen met alle grondeigenaren.’

Waarom kiest P3 niet voor eigen opslag met een batterij? Volgens Vié zijn batterijen nog niet bedrijfseconomisch verantwoord voor een individueel distributiecentrum. ‘Om helemaal zelfvoorzienend te zijn, is kwantiteit nodig. Een oppervlakte van 250.000 m2 vormt het minimum. Maar de techniek gaat gelukkig snel.’

En samenwerking met de buren? ‘Dat zou ook een oplossing kunnen zijn’, stelt hij bedachtzaam. ‘Maar vorig jaar, toen we deze beslissing namen, was er weinig animo. Sinds de verdrievoudiging van de energieprijzen door de oorlog in Oekraïne ligt dat anders.’

Grote ambities

Aan ambities in de logistieke vastgoedwereld is in ieder geval geen gebrek. Zo wil logistiek vastgoedbedrijf WDP zijn hoeveelheid zelfopgewekte zonne-energie de komende jaren bijna verdrievoudigen. Het in Amsterdam en Brussel genoteerde WDP bezit een portefeuille van 6 miljoen vierkante meter, waarvan de helft in Nederland, en is al sinds 2007 met zonnepanelen in de weer. De huidige capaciteit bedraagt 95 megawatt, goed voor de stroomvoorziening van een middelgrote stad zoals Leiden. Dat moet naar 250 megawatt in 2025. ‘Voor 2021 was de zon goed voor 5,4 procent van de WDP-inkomsten. ‘Daarmee is de zon onze grootste huurder. Die bijdrage zal ook nog wel in relatieve zin verder groeien tot zo’n 7 procent, maar toch beperkt omdat de hele portefeuille groeit.’, stelt ceo Joost Uwents.

Wat merkt WDP van de capaciteitsproblemen in Nederland? Uwents: ‘De knelpunten spelen voor ons vooral bij Schiphol. We hebben daar drie distributiecentra. Mochten we een vierde willen aansluiten op het elektriciteitsnet dan kan dat de komende jaren niet. Nieuwe aansluitingen zijn daar niet mogelijk tot 2025. De problemen hangen vooral samen met de grote hoeveelheid datacenters in die regio. In andere delen van Nederland ondervinden we zelf nog geen grote problemen. Maar het is wel bijna overal in Nederland een groeiend probleem.’

Eigen opslag

WDP wil tot 2025 elk jaar 50 megawatt toevoegen. Hoe denkt de Belgische onderneming dat te realiseren gezien de knelpunten op het net? ‘Door meer zelf te doen. Door beter te kijken hoe we de zelf opgewekte energie kunnen inzetten voor onze gebruikers en door ook aan de eigen opslagcapaciteit te werken. Tegelijkertijd zal de vraag van onze klanten naar elektriciteit ook sterk toenemen, omdat straks alles gasloos moet om maar eens een Nederlands modewoord te gebruiken. En vanwege de elektrificatie van het wagenpark. Niet alleen personenauto’s en bestelbusjes worden elektrisch, maar ook de trucks. De opslagtechnologie evolueert snel. Daar willen we straks volop gebruik van maken voor onze bestaande portefeuille.’

Toekomstbestendig net

De huidige regering wil onze energie-netwerken in deze kabinetsperiode toekomstbestendig maken. Ze richt zich daarbij op verzwaring van het elektriciteitsnetwerk en de bouw van een waterstofnetwerk. Dat kost veel tijd en geld. De gezamenlijke netbeheerders geven tot 2030 ongeveer 40 miljard euro aan de verbeteringen. Grote tekorten aan technici, lange realisatietermijnen en regelgeving belemmeren bovendien snelle verzwaring en aanpassing van het net. Ook kunnen domweg niet overal tegelijk de straten open.

‘Het probleem is dat die extra capaciteit pas op z’n vroegst over vijf jaar beschikbaar komt’, spreekt de SKBN-voorzitter Föllings zorgelijk. ‘In de tussenliggende tijd dreigen we in een vicieuze cirkel te belanden.’

Ondanks deze ongekende problemen – Nederland klopte zichzelf tot enkele jaren geleden zelfs graag op de borst vanwege de ‘geweldige kwaliteit’ van het eigen stroomnet – is Föllings toch optimistisch. ‘Wij zitten in een overgangstijd van fossiele naar duurzame energiebronnen, waarin verschillende zaken nu tegelijkertijd samenkomen en we nog niet de oplossingen gereed hebben. Maar onder druk wordt alles vloeibaar.’

Enorme potentie

Volgens Föllings zijn zonnepanelen slechts een van de vele middelen voor de verduurzaming van bedrijventerreinen. ‘Op bedrijventerreinen ligt een enorme potentie voor het oprapen. Denk bijvoorbeeld ook aan warmte-koude systemen, zonne-energie en opslagsystemen zoals batterijen. Maar ook nieuwe systemen rond waterstof, (op-)windsystemen dragen vast en zeker in de toekomst bij. Maar we moeten wel bereid zijn te bukken. Dat geldt zowel voor de overheid als het bedrijfsleven.’

Proeftuin smart energy hubs

Volgens hem moet de oplossing voor het capaciteitsprobleem dan ook mede gezocht worden in decentrale, maar geïntegreerde smart energy hubs. Dergelijke micro-grids combineren de verschillende duurzame energievormen zoals warmte koude opslag, zonne-energie en waterstof en beschikken over eigen opslagcapaciteit in grote batterijen, die waar mogelijk ook gebruikt kunnen voor bijvoorbeeld elektrische binnenvaartschepen en het vrachtvervoer over de weg.

In zijn dagelijkse werk als manager Business Development bij de Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland is Föllings nauw betrokken bij de plannen om Gelderland en Overijssel tot proeftuin te maken voor deze regionale smart energy hubs. Inmiddels zijn acht projecten geïdentificeerd waaronder bedrijventerrein InnoFase in Duiven en Hessenpoort in Zwolle. Ook is er een fonds opgericht om de projecten te financieren. Per project is circa 10-20 miljoen euro nodig. Maar ook andere voorbeelden elders in Nederland geven aan dat decentrale energiesystemen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie.

Infarct voorkomen

Wat de metro is voor het openbaar vervoerssysteem, is een smart energy hub voor het energiesysteem: een aanvulling op de hoofdinfrastructuur, die regionale vraag en aanbod verbindt en een infarct voorkomt, legt hij enthousiast uit. De kern van een smart energy hub is een slim sturingssysteem dat de opwek, opslag en het gebruik van duurzame energie regisseert. Een lokaal netwerk koppelt opwek direct aan gebruik, waardoor het hoofdnet wordt ontzien. De ongelijktijdigheid van aanbod en vraag wordt opgevangen door opslag in batterijen en waterstof.

De smart energy hub is bovendien een schaalbaar concept, zowel qua omvang van een hub als qua aantal hubs. De beste locatie voor een smart energy hub is volgens Föllings daar waar grootschalige energievraag en -aanbod bij elkaar komen, zoals een bedrijventerrein of een haven.

Schiphol Trade Park

Directeur Jan Verheij van Joulz, aanbieder van integrale energie-infrastructuren en -diensten, gelooft ook in decentrale energiesystemen. Joulz is via zijn opdrachtgever, logistiek vastgoedbedrijf Intospace, betrokken bij een uniek initiatief op Schiphol Trade Park in Hoofddorp. Intospace leverde daar dit voorjaar een nieuw distributiecentrum op van 55.000 m2 en 6.500 m2 tussenvloer dat als eerste in Nederland geheel zelf kan voorzien in de eigen energiebehoefte.

Geen beletsel

‘Met deze ontwikkeling laten we als Intospace zien dat het probleem van de congestie van het publieke elektriciteitsnet niet hoeft te betekenen dat er geen nieuwbouwprojecten kunnen worden gerealiseerd’, sprak Intospace-ceo Tim Beckmann trots bij de oplevering. ‘Door in samenwerking met Joulz een gebouw te ontwerpen en te ontwikkelen dat niet of nauwelijks afhankelijk is van het publieke net, hebben we een uiterst toekomstbestendig pand opgeleverd.’

In totaal telt het nieuwe distributiecentrum ruim 20.000 zonnepanelen. Een deel van die stroom wordt opgeslagen in de twee containerbatterijen die het pand telt. De elektriciteitsvoorziening wordt voor de zomer opgeleverd door Joulz.

Energiecollectief

Het pand krijgt zijn elektriciteit vanuit de eigen opwekking en is daarbij tevens aangesloten op het onlangs opgerichte Energiecollectief Schiphol Trade Park. Binnen dat collectief, geïnitieerd door gebiedsontwikkelaar SADC, delen vijftien bedrijven hun ongebruikte stroomcapaciteit via een virtuele laag met elkaar. ‘Een binnen Europa unieke samenwerkingsvorm’, aldus Verheij . Op Schiphol Trade Park konden vanwege de netcongestieproblematiek niet alle vijftien bedrijven die zich wilden vestigen stroom afnemen.

De vier ondernemingen die als eerste een bouwvergunning hadden, konden nog een aansluiting aanvragen bij netbeheerder Liander. In het energiecollectief gaan vijftien bedrijven de beschikbare netcapaciteit delen. Dankzij een combinatie van eigen energieopwekking en het uitwisselen van stroom hebben ze maar vier aansluitingen nodig. De combinatie van eigen opwekcapaciteit en de onderlinge samenwerking borgt de leveringszekerheid op het gebied van stroom.

Het nieuwe distributiecentrum is door meerdere lagen van leveringszekerheid altijd verzekerd van stroom. Het pand kan volledig ‘off-grid’ opereren. Een slim energiemanagementsysteem zorgt ervoor dat steeds weer de beste keuze wordt gemaakt over waar de stroom vandaan wordt gehaald (zonnedak, batterij, collectief of generatoren) en waar de stroom voor wordt gebruikt.

Voorbeeld voor de toekomst

‘Dit project is nu nog uniek in Nederland. Het is een mooie combinatie van bewezen technologie, met nieuwe innovatieve oplossingen en een intensieve samenwerking’, aldus Verheij van Joulz. Oplossingen die hier zijn bedacht, zijn volgens hem ‘een voorbeeld voor de toekomst’, waarin het draait om het optimaliseren van de energiebalans, ofwel gebruik en productie. En dan zonder dat de gebruiker hier iets van merkt. Dit kan voor ieder project of locatie, individueel, maar zeker en bij voorkeur ook in samenwerking met de omgeving; zoals de gebiedsontwikkelaar, omliggende bedrijven en de netbeheerder.

Bron: Vastgoedmarkt
 

24-05-2022
Nieuws
Rotterdam keert dalende trend: 71.000 m² méér bedrijfsruimte
Rotterdam keert dalende trend: 71.000 m² méér bedrijfsruimte

Door het beperken van transformaties, in combinatie met het stimuleren van uitbreiding en subsidies voor maakindustrie, is de voorraad bedrijfsruimte in Rotterdam afgelopen bestuursperiode met bijna 71.000 m² gegroeid. Daarmee heeft het stadsbestuur de aan zichzelf opgelegde doelstelling voor behoud van bedrijfsruimte gehaald.In het ‘Collegetarget Bedrijfsruimte’ uit 2022 staat dat de voorraad bedrijfsruimte tot 2026 minimaal op hetzelfde niveau moet blijven als in 2022: 4.269.525 m² bruto vloeroppervlakte (bvo). Daarmee was Rotterdam de eerste stad in Nederland die een expliciete doelstelling formuleerde voor het behoud van bedrijfsruimte. De teller stond op 1 november op 4.335.128 m² bvo. Dat is 70.657 m² meer dan in 2022, aldus de ‘Eindverantwoording 2022 – 2026’, waarin het college van Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en DENK haar eigen prestaties langs de meetlat legt.Actieplan BedrijfsruimteHet positieve saldo is vooral te danken aan het beperken van transformaties van bedrijfspanden en -locaties naar woningen. Grote, maar ook veel kleinere onttrekkingen zijn tegengehouden. Alleen al ‘op Zuid’ gaat dit om ruim 100.000 m². Daarnaast is nieuwbouw van bedrijfsruimte en uitbreiding gestimuleerd, met onder meer subsidie voor maakbedrijven en andere maatregelen uit het Actieplan Bedrijfsruimte, waarmee het college de bedrijfsruimtedoestellingen ondersteunde.Industrieel (mede)gebruikEen concreet voorbeeld is het besluit van het college van B en W om ruimte voor economie terug te brengen op het vrijgekomen voormalige Hunter Douglas-terrein op het Eiland van Feijenoord op Rotterdam-Zuid. De gemeente heeft ingestemd met herontwikkeling, onder voorwaarde dat er minimaal 33.000 m² bedrijfsruimte terugkomt, waarvan minimaal 18.000 m² in milieucategorie 3.1 of hoger. ‘Hunter Douglas’ wordt als grote trendbreuk in stedelijk beleid gezien, in elk geval in Rotterdam. Waar de afgelopen decennia de meeste voormalige haven- en fabrieksterreinen op Zuid werden getransformeerd naar woningbouw, wordt hier bewust gekozen voor behoud van industrieel (mede)gebruik. De ruimte is bedoeld voor de maritieme maakindustrie. ‘Deze sector is van vitaal belang voor zowel de Rotterdamse als de nationale economie’, aldus de gemeente.Banen voor Rotterdammers‘We hebben als college een duidelijke economische koers gekozen: ruimte voor Rotterdamse ondernemers. Die aanpak werkt. Rotterdam is de eerste gemeente die haar doel voor bedrijfsruimte heeft vastgesteld én gehaald en daarmee de neerwaartse trend keerde’, zegt wethouder Robert Simons. Bron: BT Online.nl

11-02-2026
Nieuws
Brabant zet in op bottom-up aanpak bij herstructurering werklocaties
Brabant zet in op bottom-up aanpak bij herstructurering werklocaties

De provincie Noord-Brabant werkt aan een bijzondere herontwikkelingsmaatschappij voor bedrijventerreinen. Die moet gemeenten helpen bestaande werklocaties beter te benutten. De aansturing wordt niet top-down, maar loopt via regionale herstructureringsaanpakken, waarin gemeenten en regio’s voorkeurslocaties aanwijzen.‘Als de verkenning en de besluitvorming door Gedeputeerde Staten (GS) en Provinciale Staten (PS) optimaal verloopt, zouden we volgende bestuursperiode een uitvoeringsorganisatie operationeel kunnen hebben’, zegt Lars Torringa, planoloog Werklocaties regio Noordoost-Brabant bij de provincie.Gemeenten geven in regionaal verband aan dat herstructurering van bedrijventerreinen een belangrijk thema is, maar dat zij in de uitvoering tegen knelpunten aanlopen op het gebied van kennis, capaciteit en financiering. De provincie heeft daarop laten verkennen hoe deze opgave beter ondersteund kan worden.‘Wij hebben november vorig jaar van GS de opdracht gekregen om te verkennen hoe provinciaal instrumentarium voor herstructurering vorm kan krijgen‘, zegt Torringa. Conclusie uit het onderzoek was dat dat die overheidsgelieerd moet zijn, maar als organisatie op afstand van de provincie moet staan.'Wij zijn als provincie in dat geval wel aandeelhouder, maar de organisatie moet kunnen handelen als een marktpartij.’ Voor dit nieuwe instrument zijn volgens het onderzoek de basisvoorwaarden: voldoende uitvoeringskracht, revolverendheid, kennisopbouw en opereren op een duidelijke bestuurlijke afstand.Lees het hele artikel op StadszakenBeeld: Bureau BUITEN

28-05-2026
Aanmelden nieuwsbrief