Nederland kent zo’n honderdvijftig initiatieven voor campussen, science parks, broedplaatsen, accelerators en makerspaces. Buck Consultants International presenteert er enkele en bespreekt de succesfactoren en de rol van vastgoed.

Geografische nabijheid van soortgelijke innovatie en technologiegedreven bedrijven en relevante kennisinstellingen werkt, getuige de honderden science parken en campussen in Europa. Nederland blaast zijn partij goed mee, want Buck Consultants International telt zo’n honderdvijftig initiatieven, al gerealiseerd of nog op de tekentafel.

Indeling innovatie-omgevingen

Om in de veelheid aan fysieke innovatie-omgevingen ordening aan te brengen is allereerst een hoofdonderscheid nodig: hebben we het over één gebouw of een gebied? Ook de plek is van belang: binnenstedelijk of buitenstedelijk?

Vervolgens is de vraag wat de attractiefactor vormt:

  • Kennis als magneet: daarbij gaat het vaak om een universiteit en/of universitair medisch centrum die als magneet fungeert (in een enkel geval ook een HBO-instelling).
  • Bedrijven als magneet: daarbij kan het gaan om (in eerste instantie) een groot R&D-centrum van één bedrijf (bijv. Philips – High Tech Campus Eindhoven; Thales – High Tech Systems Park Hengelo; DSM – Brightlands Chemelot Campus en Biotech Campus Delft) of juist een verzameling van gelijkgezinde bedrijven (bijv. Automotive Campus Helmond, Technology Park Ypenburg voor composietbedrijven).
  • Concept/locatie & doelgroep als startpunt: voorbeelden zijn Strijp S en Strijp T in Eindhoven, het Smart Services Innovatiedistrict Tilburg en het Amsterdam Life Sciences District.
  • Specifieke (gezamenlijke) innovatiefaciliteit(en) als uitgangspunt: hiertoe kunnen Pivot Park Oss, Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom en Technology Base Twente worden gerekend.

Ecosysteemversterking

Bij alle onder deze vier noemers te rangschikken initiatieven speelt ook de vraag: is er alleen sprake van ‘hardware’ (gebouw, gebied) of is er ook sprake van actieve, systematische ecosysteemversterking? Onder deze ‘software’ vallen onder andere startersbegeleiding, business development en het gezamenlijk nemen van initiatieven voor open toegankelijke ontwikkelings-, demo- en trainingsfaciliteiten.

Rekening houdend met al die factoren ontstaat onderstaand kader.


Kader Fysieke Innovatie-omgevingen Bron: Buck Consultants International

Belangrijke conclusie: de ene fysieke innovatie-omgeving is niet op voorhand beter dan de andere – voor verschillende doelgroepen met uiteenlopende wensen zijn uiteenlopende innovatie-omgevingen adequaat.

Voorbeeld binnenstedelijk gebied: Strijp T – Eindhoven

Met 25 hectare binnenstedelijk terrein ontwikkelt Strijp T zich tot een innovation powerhouse in Eindhoven. Het Strijp T-model is: make – create – innovate. Anders dan buurlocatie Strijp S (ook een voormalig Philips fabriekscomplex) is dit óók een plek voor maakbedrijven. Het terrein vlak bij een spoorstation kent een actieve community. De bestaande gebouwen zijn nagenoeg volledig verhuurd; het terrein kent nog volop verdichtingsmogelijkheden.

Voorbeeld buitenstedelijk gebied: Technology Park Ypenburg

Aan de rand van Den Haag startte in 2018 Technology Park Ypenburg (TPY). Een aantal bedrijven (zoals Airborne, KVE, Promolding en GMT) willen samen met het Fieldlab Digital Factory for Composites (DFC) deze locatie laten uitgroeien tot een internationale hot spot voor producten op basis van hightech materials, met name composieten. Vastgoedbedrijf Dream Advisors heeft recentelijk TPY (vijf gebouwen) gekocht en het terrein verder wordt ontwikkeld tot campus met actieve ecosysteemversterking (bijvoorbeeld start-upbegeleiding, co-creatie-initiatieven, soft landing programma, community-ontwikkeling).

Voorbeeld binnenstedelijk gebouw: LAB42 Amsterdam

Op het Science Park Amsterdam wordt binnenkort LAB42 geopend, beoogd als dé internationale hub op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI). In het gebouw komen niet alleen onderzoekers en studenten van de Universiteit van Amsterdam, maar is ook volop ruimte gecreëerd voor bedrijven van elders. Bedoeling is een community te bouwen waarin studenten, onderzoekers en bedrijven vanuit LAB42 gezamenlijk innovatieve AI-projecten opzetten en uitvoeren. Amsterdam kent al bijna driehonderd AI-bedrijven en heeft twee bachelor- en twee masteropleidingen op het gebied van AI. Via LAB42 wil men deze kennis sneller omzetten in nieuwe business en talent sterker aan de regio binden.


LAB42 in Amsterdam. Beeld: Benthem Crouwel Architects

Voorbeeld buitenstedelijk gebouw: High Tech Factory Enschede

Dit 5.000 m2 grote gebouw is een productiefaciliteit waar bedrijven in de microsystemen- en nanotechnologie producten kunnen maken voor de commerciële markt. De High Tech Factory bevat dertien clean rooms en twintig laboratoria en is gelokaliseerd op het Kennispark Twente.

Twaalf bedrijven zijn er gevestigd, zoals Micronit, Masterpack, Mimetas en PA Imaging. Het apparatuurfonds ‘High Tech Fund’ biedt bedrijven de mogelijkheid productie-equipment voor een periode van vijf tot acht jaar te leasen, waarbij het fonds de apparatuur aanschaft en eigenaar van de equipment blijft.


High Tech Factory Enschede. Foto: Universiteit Twente

Succesfactoren

Voor een succesvolle ontwikkeling van een (fysieke) innovatie-omgeving moeten twee zaken gecombineerd worden. De ‘hardware’, dat wil zeggen het gebouw (ontwikkeling en exploitatie), ontmoetingsruimten en gedeelde ontwikkelings- en innovatiefaciliteiten dan wel het gehele gebouw. En ‘software’, lees: de ontwikkeling van het ecosysteem, stimulering van samenwerking tussen bedrijven, start-upbegeleiding, marketing & acquisitie.

Duidelijk profiel

Een duidelijk profiel, aansluitend bij het DNA van gebied of stad, is tevens van groot belang om een aansprekende propositie voor hardware plus software te kunnen ontwikkelen. Van begin af aan moet ook duidelijk zijn wat het verdienmodel is: moeten alle ecosysteem- en community-initiatieven uit huurinkomsten worden betaald of hebben hardware en software gescheiden financiële huishoudingen, wat in dat geval bij software vaak overheidssubsidies en/of bijdragen van bedrijven inhoudt?

Katalysator

Attractieve en goed lopende innovatie-omgevingen spelen een belangrijke rol als katalysator voor innovatie en stedelijke omgeving. Innovatie is immers gediend met nabijheid van bedrijven en organisaties, die op elkaars wensen en voorwaarden kunnen inspelen in een dynamische interactie-omgeving. Steden hebben baat bij groei van innovatieve (vaak technologiegedreven) bedrijven, die zorgen voor economische groei, werkgelegenheid, profilering en het boeien en binden van talent. Levendige innovatie-omgevingen, in toenemende mate multifunctioneel van opzet, passen immers prima in het concept van De Moderne Stad.

Panneldiscussie Provada

Op woensdag 15 juni 2022 (14.30 – 15.45/zaal 107) vindt tijdens de Provada een interessante discussie plaats over innovatie-omgevingen. Ontwikkelen van innovatie-omgevingen: wat is de ideale rolverdeling tussen vast-goedpartijen en overheden?

Buck Consultants International

BCI is vanaf 2022 kennispartner van SKBN. BCI is een internationaal opererend adviesbureau en adviseert zowel publieke als private opdrachtgevers op het gebied van economische ontwikkelingen, werklocaties, locatiekeuzes en vastgoedvraagstukken van ondernemingen in binnen- en buitenland, infrastructuur, vervoer en logistiek. Het opsporen en benutten van kansen voor een duurzame economie op bestaande en nieuwe werklocaties is een belangrijk onderdeel van het dagelijkse werk.

bci@bciglobal.com
024 - 379 02 22

Buck Consultants International
card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Nieuws

Eindhoven wil na buitenlandse overname meer regie op campussen

Nieuws

08-06-2022

Eindhoven wil na buitenlandse overname meer regie op campussen

De gemeente Eindhoven wil meer invloed op de Brainport-campussen. Nadat de gemeente baalde van de buitenlandse overnames van de High Tech Campus en de eerste fase van de Brainport Industries Campus (BIC), wil zij bij BIC 2 zeggenschap behouden. Mogelijk met een erfpachtconstructie.

De Brainport Industries Campus (BIC) is een fabriek in Eidhoven voor de hightech maakindustrie. Een aantal innovatieve bedrijven en onderwijsinstellingen zijn er gevestigd. De eerste fase van de BIC werd in 2019 afgerond, de tweede fase begint binnenkort en moet de campus twee tot drie keer in omvang laten groeien.

Eindhoven bezit een deel van de grond die de ontwikkeling van BIC 2 mogelijk moet maken. Uit een publicatie van de gemeente eind mei blijkt dat de gemeente van plan is om drie percelen in het plangebied voor BIC af te staan voor verkoop of voor een erfpachtconstructie. 

Dat de gemeente voor een erfpachtpositie kiest, lijkt aannemelijk om het publieke belang te beschermen. Dat meldt het Eindhovens Dagblad. Wethouder Stijn Steenbakkers van economische zaken zei tegen de krant dat het belangrijk is om de Eindhovense campussen te beschermen: ‘We moeten niet naïef zijn. We moeten veel bewuster zijn over onze kroonjuwelen. Het gaat om de toekomst van onze stad, de regio en zelfs het land.’

‘Geleerd van de High Tech Campus’

Gregor Heemskerk van TwynstraGudde ziet de mogelijkheden die een erfpachtcontract biedt als ‘een extra stok achter de deur’, naast het bestemmingsplan. ‘De gemeente wil grip op welke bedrijven zich kunnen vestigen op de campus. Ik noem dat het ‘deurbeleid’. De crux is als er leegstand ontstaat: zal de eigenaar zich houden aan het vestigingskader? Gaat de eigenaar voor het langetermijnperspectief, of voor korte termijn cash flow? Als je de grond verkoopt,  kun je als overheid eigenlijk alleen maar nog sturen via het bestemmingsplan. Maar dat is nogal een grof middel. Het is lastig te handhaven.’

‘Ik vind het een verstandige stap van de gemeente. Overigens vergt het wel een adequaat functionerend erfpachtbedrijf bij de gemeente.  Met een erfpachtcontract is er meer toezicht.  In dit contract kan je desgewenst boetes bij overtredingen opnemen. Bij de rechter sta je ook nog eens veel sterker.' '

De gemeente had eigenlijk geen opties voor ingrijpen bij de verkoop van de High Tech Campus, daar was sprake van een historisch gegroeide situatie’, concludeert Heemskerk. ‘Daar hebben ze van geleerd.’

Lees verder
card image

Achtergrond

Beweegvriendelijke bedrijventerreinen: goed voor mens, dier, plant én portemonnee

Achtergrond

27-01-2022

Beweegvriendelijke bedrijventerreinen: goed voor mens, dier, plant én portemonnee

Sporten en bewegen wordt meestal geassocieerd als iets wat je in je vrije tijd doet. Een groot deel van de Nederlanders beweegt op een gemiddelde kantoordag veel te weinig. En dat terwijl juist die regelmatige beweging heel belangrijk is. Een omgeving die uitnodigt om ook onder werktijd in de benen te komen kan helpen om dat te doorbreken.

De inrichting van bedrijventerreinen kan een belangrijke bijdrage leveren aan het beweeggedrag van kantoortijgers. “Door de inrichting van het terrein aantrekkelijker te maken én het ook mogelijk maakt om lopend te vergaderen voeg je kwaliteit toe aan je overleggen. Het begint ermee dat je tijdens je overleg niet het risico loopt om overreden te worden. Hier kan je op ontwerpen.” Vaak wordt het ontwerp van bedrijventerreinen gebaseerd op bereikbaarheid, en dan vooral per auto. Het begint dus met trottoirs en voetpaden die voldoende breed zijn. Maar het gaat ook om het creëren van aantrekkelijke wandelrondjes. Op de campus van TU in Delft is bijvoorbeeld zeker wel gedacht aan voetgangers, maar vooral om van A naar B te komen. Van het ene naar het andere gebouw, of van de ingang naar de bushalte. Een logisch wandelrondje is er niet.” 

“Bedrijventerreinen zijn niet de meest inspirerende plekken”, weet Jelle de Jong, directeur van IVN Natuureducatie. “We hebben in Nederland zo’n 100.000 hectare aan bedrijventerreinen, dat is net zo veel als alle gebieden van Natuurmonumenten samen. Dat kot neer op ongeveer 3.500 bedrijventerreinen, waarvan slechts 1 procent groen-blauw is ingericht. 99 procent is versteend”, schetst De Jong de potentie van de bedrijventerreinen.  

Het IVN is, samen met een brede coalitie aan bedrijven, trekker van het project Werklandschappen van de Toekomst. Het Ministerie van Binnenlandse zaken heeft namens deze groep een aanvraag gedaan bij het Groeifonds 2021. In april wordt bekend of de aanvraag wordt toegekend. 

Werklandschappen van de Toekomst zouden dus - naast klimaatbestendig en met ruimte voor veel biodiversiteit - gezond, leefbaar en beweegvriendelijk moeten zijn.

Hoe? Dat lees je in dit artikel van Biind.

 

Bron: IVN
Foto: August de Richelieu via Pexels

Lees verder