Van dinsdag tot en met donderdag 21 tot en met 23 juni 2022 bezocht een groep van 32 SKBN’ers de metropoolregio Stuttgart. Lelijk volgens de een, interessant volgens de ander. Vaststaat is dat Stuttgart een dynamische stad en regio is, die de wereld naast de automobiel veelander technisch vernuft schonk met bedrijven als Mercedes-Benz, Porsche en Robert Bosch. Het is de vraag of de Stuttgart Regio de rol van voorloper weet te prolongeren in een snel veranderende tijd waarin de verbrandingsmotor in de ban wordt gedaan. Er staat véél op het spel.

De Duitse industrie is aan vernieuwing toe. De verbrandingsmotor voor personenvoertuigen wordt in de ban gedaan, al bedong de Duitse overheid nog uitstel van executie. Als het klad definitief in de Duitse auto-industrie komt, dan trekt het een schare van toeleverende industrieën met zich mee het slop in. Ofschoon de beleidmakers nu nog rekening houden met een vervangingsopgave van 200.000 mensen met dezelfde competenties als van de babyboomgeneratie die de komende vijftien jaar de fabrieken gaat verlaten, wordt er ook rekening gehouden met een toekomstscenario waarin er voor hooggekwalificeerde productietechnologen geen werk meer is. Om de status als productiestandplaats te behouden, zet de Duitse overheid al enige jaren stevig in op een industriepolitiek. Die industriepolitiek heeft de afgelopen twee jaar extra dimensie gekregen. Haperende toeleveringsketens (en ontbrekende voorraden) tijdens de coronapandemie, resulteerden in voornemens om productie van vitale onderdelen terug te halen naar Duitsland. De oorlog in Oekraïne legde pijnlijk bloot hoe afhankelijk Duitsland zich heeft gemaakt van vreemde mogendheden waar je liever niet afhankelijk van wilt zijn. Het stopzetten van gasleveranties uit Rusland kan hele industrieën, en daarmee de Duitse economie, in de diepte stortten.

Ruimte als knelpunt

Dat laatste ligt buiten de macht van het Verband Region Stuttgart (VRS), dat sinds de oprichting in 2004 een belangrijke coördinerende rol in het ruimtelijk-economisch beleid vervult in de economische regio waarvan Stuttgart het middelpunt is. Groot knelpunt voor verdere economische ontwikkeling en -diversificatie is een gebrek aan ruimte. En als er al ruimte is, dan voelen de circa 150 gemeenten die onderdeel uitmaken van de metropoolregio zich weinig geroepen om ruimte voor nieuwe industrie beschikbaar te stellen, omdat de inwoners het niet willen. Zij willen eigenlijk niets, vertelt Thomas Kiwitt, directeur regionale planning van VRS. “Veel mensen zitten in een soort vakantie-modus. Zij wonen in een dorp waar zij niet werken, niet winkelen. Ze zitten met een glas Weissbier in de tuin. Als je een enquête organiseert, dan scoren weginfrastructuur, openbaar vervoer, luchtkwaliteit en de woningmarkt altijd hoog. Maar we hebben geen politieke meerderheid voor méér wegen, méér openbaar vervoer, en méér huizen.”

Kortom: bewoners profiteren van economische zekerheid die de metropool inwoners heeft gegeven, maar houden de stad graag buiten de deur. Daarnaast bestaat ook in de regio Stuttgart een enorme spanning tussen twee ruimteclaims vanuit wonen en werken, waarbij werken vaak het onderspit delft.

Gemeenten zijn van oudsher sterk en eigenwijs, vertelt Kiwitt, met de burgemeester als aanvoerder. Enkele gemeenten tellen minder dan 10.000 inwoners, maar hebben wel dezelfde bevoegdheden van een grote stad als Stuttgart. De R&D-afdeling van Porsche zit in een dorp met 3500 inwoners. Van het gekozen bestuur aldaar wordt verwacht dat het zaken doet met een concern dat gewend is op een wereldtoneel te spelen. De gemeente mag de vergunningverlenende instantie zijn, gelukkig speelt de VRS een stevige coördinerende rol. Dat doet VRS met een direct democratisch mandaat. Samen met twee andere regionaalverbanden (Hanover en Ruhr) heeft VRS namelijk een direct gekozen assemblee. Volgens Kiwitt is dat een pré, omdat de zaken waar VRS over gaat, expliciet politiek zijn.

Bestemmingswijziging

Het belangrijkste instrument van VRS is het regionale plan. Daarin staan volgens Kiwitt richtlijnen met een juridisch bindende status, waarover niet zelden de degens gekruist worden met gemeenten in de rechtszaal. Zo mogen individuele gemeenten niet zonder instemming van VRS de bestemming van een stuk land wijzigen. Anderzijds heeft VRS niet de bevoegdheid om bestemmingen op te leggen.

Te veel opleggen is ook helemaal niet de intentie van VRS, bezweert Kiwitt, die meer mikt op de kunst van de verleiding: het genereren van draagvlak voor nieuwe ontwikkeling. Dat is best lastig, want traditioneel gezien bestaat de gereedschapskist van de planningautoriteit vooral uit instrumenten om ontwikkeling tegen te houden. “We hebben sterke remmen maar beperkte middelen om dingen mogelijk te maken.” Daarom worden regionale overheden die het regionale plan volgen, beloond met speciale regelingen. De uitvoering hiervan ligt bij de Wirtschaftsförderung Region Stuttgart, de regionale ontwikkelingsmaatschappij die gehuisvest is in het gebouw naast VRS. De vraag is of dat voldoende is, omdat inwoners van Stuttgart Regio nogal verwend zijn, en niet zo van verandering houden. Dat wordt dus nog een hele uitdaging en daarin blijkt maar weer dat Duitsland bar weinig van Nederland verschilt.

Op de vraag hoe de relatie is tussen Stadt Stuttgart en het regionaalverband antwoordde Kiwitt dat dit prima is. Of te controleren of dit echt zo is, zouden we ook Stads Stuttgart moeten vragen. Volgens Kiwitt kan het regiobestuur hete aardappels voor de Stuttgart uit het vuur halen, waar de Stuttgart dankbaar gebruik van maakt. Immers, een kleine gemeente is eerder geneigd te luisteren naar de regio, dan naar de ‘grootstad’. 

Megasites

Bovengenoemde Wirtschafsfördering is de Duitse equivalent van de regionale ontwikkelingsmaatschappij, behalve dat de staat Baden-Württemberg geen aandeelhouder is, maar lokale gemeenten. Volgens Stephanie Fleischmann, hoofd strategie en internationale relaties, heeft de Stuttgart regio geen kavels meer beschikbaar van vijftien hectare of groter. Dan legt de regio het af te tegen een stad als Magdeburg die onderdak gaat bieden aan twee nieuwe megafabrieken van Intel, waarvoor deelstaat Saksen-Anhalt een site van 300 hectare beschikbaar stelde. De vraag is of Stuttgart regio nieuwe megaprojecten (projecten met een minimale investering van 1 miljard euro, een ruimtebeslag van minimaal 100 hectare en werkgelegenheid voor meer dan 1500 mensen en ‘substantiële multipliereffecten’, aldus René Buck in de vorige editie van BT) nodig heeft. “Dat is de discussie nu. Ze passen niet eens in Baden-Württemberg. Het issue is: als het slecht gaat met de reguliere economie en met de autofabrieken, dan kun je achteraf tot de conclusie komen ‘stom dat we het niet hebben gedaan’.”

Fleischmann benadrukt dat de regio een enorme voorraad arbeidskrachten telt met enorm goede ‘productievaardigheden’, ook jongeren, waardoor de blik ook naar de toekomst toe gericht moet zijn op productie. “Maar productie heeft logistiek nodig en daar hebben gemeenten geen ruimte voor, omdat ze zeggen dat logistiek niet veel banen oplevert”, vervolgt Fleischmann.

Waar ook ruimte voor nodig is zijn voorraden, om zo minder kwetsbaar te worden voor haperende aanvoerketens, voegt Thomas Bittner toe.

Campussen

Bittner, projetmanager foreign Trade and Services bij de Industrie- en Handelskammer, doet er nog een schepje bovenop. Hij verzekert dat de productie ‘dramatisch’ zal terugvallen. “Mercedes wil enkel nog focussen op luxeauto’s.” Innovatie biedt een mogelijke ontspanningsroute uit de onvermijdelijke neergang. Zo weet Bittner te vetellen dat Daimler een nieuwe brandstofcelfabriek wil bouwen, net buiten Stuttgart, met belangrijke spin-off-effecten. Het goede nieuws is: de lokale gemeenschap gaf haar fiat aan de benodigde ‘special zoning area’.

Er zijn nog grote uitdagingen. Ook voor innovatie is menskracht nodig. En dat is op het moment, naast ruimte, de grootste knellende factor. Een manier om mensen te trekken is het creëren van goede en inspirerende startup-omgevingen, die een nieuwe generatie aantrekt of bindt. Maar op de geboortegrond van de automobiel lijkt de infrastructuur voor startups nog niet heel erg goed ontwikkeld, erkent ook Fleischman. Ze is recentelijk in de Brainport regio geweest en heeft zich laten inspireren door de grote variëteit aan campussen en innovatieve werklocaties in Eindhoven en omgeving. Hier is nog een wereld te winnen. Inmiddels zijn er projecten in de maak zoals de AI xpress, een startup-accellerator in Böblingen waar de Wirschafsförderung bij betrokken is. Vanwege de lange treinreis van 45 minuten en afwezigheid van een sleutelfiguur is van een aangeboden bezoek afgezien. En andere innovatieve werkomgeving is Arena2036 en de regio investeert ook fors in de waterstofeconomie.

Machines

Arena 2036 staat voor ‘Active Research Environment for the Next Generation of Automobiles’. En dat is precies wat het is, konden deelnemers tijdens een bezoek op de tweede dag met eigen ogen zien. Aangesloten bedrijven (zo ongeveer alles wat er toe doet in Stuttgart) kunnen in de productiehal nabij de universiteitscampus dingen uitproberen. De Arena2036-organisatie zorgt voor de coördinatie. Daarnaast biedt Arena2036 onderdak aan een incubatorprogramma ‘Startup Autobahn’. Organisatie is uitbesteed aan Plug and Play, een accellerator programma-organisator uit Silicon Valley. Arena 2036 kon rekenen op belangrijke overheidssubsidie. De overheid bekostigde niet alleen de bouw van de productiehal, dure machines, maar ook een deel van de exploitatie. Het is wel de bedoeling dat de kosten geleidelijk aan volledig worden gecoverd door de leden. Wat betreft de innovaties zelf: die behoren in eerste instantie toe aan de startups en bedrijven zelf. Maar open innovatie is de norm.

Arena 2036 laat zien dat innovatie niet op afroep beschikbaar is maar een lange adem vergt en bijbehorende (publieke) investeringen. Belangrijkste misschien nog wel is dat de industrie zelf nadrukkelijk betrokken is en toepasbaarheid van innovaties voorop staat. Daarbij wordt in Arena 2036 letterlijk voortgebouwd op het economisch DNA dat de regio sinds 1886 heeft (toen Karl Benz de automobiel zou hebben uitgevonden, om een jaar later in productie te worden gebracht). 150 jaar later moet daar een nieuwe industrie uit voorkomen met Arena 2036 als katalysator.

AI-scan

Twee ontmoetingen in de middag stonden eveneens in het teken van innovatie, allereest de ontwikkeling van artificiële intelligentie op het KI-fortschitszentrum aan het Frauenhofer Institute en afsluitend de ontwikkeling van waterstoftechnologie bij het Zentrum für Sonneenergie- und Wasserstoff-Forschung Baden-Württemberg (ZSW). Interessant ook om te horen is dat de staat van Baden-Württemberg via het KI-fortschitszentrum (de staat is ook de belangrijkste financier) álle ondernemingen in de staat een AI-scan aanbiedt om te kijken in hoeverre AI bedrijfs- en productieprocessen kan optimaliseren. Geen gek idee in een tijd van personeelsschaarste waarom productiviteitsgroei steeds belangrijker zal worden om te overleven.

Meest voorname les uit de ontmoeting met Dr. Marc-Simon Löffler, hoofd van het departement van hernieuwbare energie van ZSW, was dat de regio in staat is boven de energietransitie te hangen en op zoek te gaan naar wat Duitsland écht kan bijdragen. Zo constateert Löffler dat het niet aannemelijk is dat Duitsland zelf een grote producent van (groene) waterstof wordt. De zonnekracht en beschikbare ruimte zijn te beperkt. Daarom wordt nu alles op alles gezet om nieuwe electrolyzers te produceren met het hoogste rendement, voor de export, naar bijvoorbeeld Australië. Dat heb je het dus feitelijk over een nieuwe maakindustrie, aansluitend bij het economische DNA.

Urbanes Gebiet

Een bezoek aan de productiefaciliteit van Wittenstein in Fellbach op de derde dag completeerde de reis. Het bezoek startte met een rondleiding door een bedrijvengebied waar de huizen nooit ver van verwijderd zijn. Het is één van de proeflocaties van de IBA2027 dat de ‘productieve stad’ als een van de thema’s hanteert. IBA-projectleider en architect Grazyna Adamczyk-Arns introduceerde een nieuw soort planningsconcept dat in dit kader zeer relevant is: het Urbanes Gebiet. Urbanes Gebiet is sinds 2017 in het Duitse bouwrecht een gebied dat waar zowel gewoond mag worden alsook commerciële ondernemingen en sociale, culturele en ander voorzieningen geplaatst mogen worden die de woonomgeving niet significant verstoren. In tegenstelling tot in het Mischgebiet (gemengd gebied) hoeft het gemengde gebruik niet in evenwicht te zijn (meer informatie:  https://de.wikipedia.org/wiki/Urbanes_Gebiet)

Het thema productieve stad is uit nood geboren. De stad heeft productie nodig om economisch te kunnen voorbestaan en de industrie heeft de stad nodig voor het aantrekken en behouden van personeel. Het uit elkaar trekken van die functies is al lang niet meer het ideaal.

Aantrekkelijk blijven voor personeel was één van de motieven van Wittenstein, een producent van aandrijfsystemen, om een nieuwe faciliteit in een stedelijke omgeving, dicht bij een S-bahn station, neer te zetten. Het vergde wel de nodige investeringen in geluidsbeperking en faciliteiten om vrachtwagens binnen te kunnen lossen. Maar de investering betaalt zich uit. Wittenstein heeft de mogelijkheid om uit te breiden op de locatie. Maar dan is een aantrekkelijke locatie niet meer voldoende om aan personeel te komen, omdat er domweg niet voldoende personeel is. Daarom mikt fabrieksdirecteur Christoph Herz op verregaande productiviteitsgroei door automatisering waardoor in de nieuwe plant 30 procent minder personeel nodig is.

Region Stuttgart in zeven lessen

1. Meer bestuurlijke coherentie zorgt voor meer economische slagkracht!

De regio is bestuurlijk zwaar versnipperd maar compenseert dit met een sterk regiobestuur met een gekozen assemblee;

2. Borg ruimte voor werken regionaal af!

Lokale overheden kunnen niet zomaar en bestemmingsverandering doorvoeren zonder fiat van het regiobestuur. Daarmee kan kostbare ruimte voor werken worden geborgd;

3. Stick to your DNA!

Het DNA van Stuttgart zit ‘m in de ‘productievaardigheden’ van de mensen in de regio. Het is in dat opzicht geen gekke gedachte dat de regio ervoor kiest te investeren in de productie van elektrolyzers voor de exportmarkt, en niet zozeer waterstof zelf.

4. Industriepolitiek vergt een lange adem!

Ondertussen investeert Stuttgart ook sterk in innovatie, als onderdeel van een bredere landelijke industriepolitiek. Wat opvalt is dat er strategisch gekozen wordt, samen met het bedrijfsleven, en er een lange adem is. Ook aardig om te zien hoe de staat AI-scans aanbiedt aan bedrijven. Met het oog op productiviteitsgroei geen gek idee.

5. Huisvesting is geen bedreiging, maar een kans op personeel te binden!

In Fellbach is te zien hoe Wittenstein woongebieden niet uit te weg gaan, maar expliciet kiest voor een stedelijke omgeving om aantrekkelijk te blijven voor personeel.

6. Innovatieve werkomgevingen zijn goud waard. Maar zorg wel voor output!

Stuttgart is goed in produceren en repeteren. Innoveren en improviseren is iets waar de Duitsers minder goed in zijn. En dat moeten ze misschien wel doen om geen Detroit te worden. De benodigde infrastructuur van campussen en innovatieve werklocaties lijkt nog onderontwikkeld. Anderzijds is in Arena2036 te zien dat innovaties ook direct toepasbaar zijn. In die zin zijn de Duitsers ook wel weer aanstekelijk no-nonsense.  

7. Laat het regiobestuur het vuile werk opknappen!

Tot slot kunnen we uit Stuttgart leren dat er een alternatief is voor regionale samenwerking: regionale coördinatie door een sterk regiobestuur dat beslissingen neemt dit een kleine gemeenten niet durft te nemen: bijvoorbeeld het behouden van ruimte voor werk.

 

card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Nieuws

Intospace levert op Schiphol Trade Park zelfvoorzienend distributiecentrum op

Nieuws

29-04-2022

Intospace levert op Schiphol Trade Park zelfvoorzienend distributiecentrum op

Logistiek vastgoedontwikkelaar Intospace heeft bij Schiphol Trade Park in Hoofddorp een nieuw distributiecentrum (DC) opgeleverd dat als eerste in Nederland geheel zelf kan voorzien in de eigen energiebehoefte. Het DC is daarmee ontworpen om off-grid te kunnen opereren en is dus onafhankelijk van het publieke elektriciteitsnet.

Het gebouw kan zelfstandig energie opwekken en de stroom die niet in het gebouw wordt verbruikt, wordt terug geleverd aan het publieke elektriciteitsnet. Het gebouw heeft mede daarom het hoogst mogelijke energielabel van A+++++ gekregen. Het huzarenstukje op het gebied van elektriciteitsopwekking, -opslag, en -uitwisseling is mogelijk gemaakt door de samenwerking met energie-infrastructuurspecialist Joulz.

Het distributiecentrum beslaat 55.000 vierkante meter aan opslagruimte, 6.500 vierkante meter tussenvloer en 5.300 vierkante meter kantoorruimte. Verder telt het pand 64 docks voor vrachtwagens en bestelbussen en vier maaivelddeuren voor vrachtwagens. Naast het hoogst mogelijke energielabel, heeft het gebouw ook het hoogste BREEAM-duurzaamheidscertificaat van het niveau ‘outstanding’.

“Met deze ontwikkeling laten we als Intospace zien dat het probleem van de congestie van het publieke elektriciteitsnet niet hoeft te betekenen dat er geen nieuwbouwprojecten kunnen worden gerealiseerd”, aldus Intospace-CEO Tim Beckmann. “Door in samenwerking met Joulz een gebouw te ontwerpen en te ontwikkelen dat niet of nauwelijks afhankelijk is van het publieke net, hebben we een uiterst toekomstbestendig pand opgeleverd.”

Energiecollectief

In totaal telt het nieuwe distributiecentrum ruim 20.000 zonnepanelen. Genoeg voor een jaarproductie van zo’n 7,6 gigawattuur, het equivalent van het verbruik van ongeveer 3.000 gemiddelde huishoudens. Een deel van die stroom wordt opgeslagen in de twee containerbatterijen die het pand telt. De elektriciteitsvoorziening wordt naar verwachting in juni opgeleverd door Joulz.

Het pand krijgt zijn elektriciteit vanuit de eigen opwekking en is daarbij tevens aangesloten op het onlangs opgerichte Energiecollectief Schiphol Trade Park. Binnen dat collectief delen bedrijven op Schiphol Trade Park hun ongebruikte stroomcapaciteit via een virtuele laag met elkaar, een binnen Europa unieke samenwerkingsvorm.

Op Schiphol Trade Park konden vanwege de netcongestieproblematiek niet alle vijftien bedrijven die zich wilden vestigen stroom afnemen. De vier ondernemingen die als eerste een bouwvergunning hadden, konden nog een aansluiting aanvragen bij netbeheerder Liander. In het energiecollectief gaan vijftien bedrijven de beschikbare netcapaciteit delen. Dankzij een combinatie van eigen energieopwekking en het uitwisselen van stroom hebben ze maar vier aansluitingen nodig. De combinatie van eigen opwekcapaciteit en de onderlinge samenwerking borgt de leveringszekerheid op het gebied van stroom.

Voorbeeld voor de toekomst

Het nieuwe distributiecentrum is door meerdere lagen van leveringszekerheid altijd verzekerd van stroom. Het pand kan volledig off-grid opereren en een slim energiemanagementsysteem zorgt ervoor dat steeds weer de slimste keuze wordt gemaakt over waar de stroom vandaan wordt gehaald (zonnedak, batterij, collectief of generatoren) en waar de stroom voor wordt gebruikt.

“Dit project is nu nog uniek in Nederland. Het is een mooie combinatie van bewezen technologie, met nieuwe innovatieve oplossingen en een intensieve samenwerking”, aldus Joulz-directeur Jan Verheij. “De oplossingen die hier zijn bedacht, zijn een voorbeeld voor de toekomst, waarin het draait om het optimaliseren van de energiebalans, ofwel gebruik en productie. En dan zonder dat de gebruiker hier iets van merkt. Dit kan voor ieder project of locatie, individueel, maar zeker ook in samenwerking met de omgeving. En dat is precies wat we hier samen met Intospace voor het eerst hebben kunnen ontwikkelen.”

Lees verder
card image

Nieuws

Fiscaal voordeel met MIA\Vamil voor investeringen in groenblauwe bedrijventerreinen

Nieuws

10-08-2022

Fiscaal voordeel met MIA\Vamil voor investeringen in groenblauwe bedrijventerreinen

De MIA\Vamil biedt volop mogelijkheden ter ondersteuning van investeringsprojecten om bedrijventerreinen klimaatadaptief te maken door vergroening of regenwater op te vangen. In 2022 is er een budget van 169 miljoen euro beschikbaar.

De MIA (Milieu-investeringsaftrek) en Vamil (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen) zijn twee fiscale stimuleringsregelingen die zich richten op marktintroductie en -verbreding van innovatieve en milieuvriendelijke technieken. Met de MIA\Vamil kan het belastingvoordeel voor ondernemers die hierin investeren netto oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. 
Een klimaatbestendige inrichting van een bedrijventerrein kan naast belastingvoordeel ook andere baten opleveren. Zoals minder risico op schade en overlast, een beter werkklimaat en een aantrekkelijkere leefomgeving doordat de biodiversiteit toeneemt. 

Op de Milieulijst staan de omschrijvingen van technieken die fiscaal worden gestimuleerd. Deze lijst wordt jaarlijks herzien. Voor het realiseren van groenblauwe bedrijventerreinen staat er in 2022 bijvoorbeeld het volgende op: 

  • groene gevels of muren;
  • groene en blauwe daken; 
  • regenwaterbuffers en infiltratiesystemen;
  • voorzieningen voor het vergroenen van een bedrijventerrein;
  • natuurvriendelijke voorzieningen, al dan niet in combinatie met beregeningsinstallaties met oppervlakte- of regenwater.

Meer informatie

Wilt u een aanvraag indienen voor een investering in één van de technieken op de Milieulijst 2022? Raadpleeg dan de website van RVO voor meer informatie:

Foto: Gerard van Beek 

Lees verder