Van dinsdag tot en met donderdag 21 tot en met 23 juni 2022 bezocht een groep van 32 SKBN’ers de metropoolregio Stuttgart. Lelijk volgens de een, interessant volgens de ander. Vaststaat is dat Stuttgart een dynamische stad en regio is, die de wereld naast de automobiel veelander technisch vernuft schonk met bedrijven als Mercedes-Benz, Porsche en Robert Bosch. Het is de vraag of de Stuttgart Regio de rol van voorloper weet te prolongeren in een snel veranderende tijd waarin de verbrandingsmotor in de ban wordt gedaan. Er staat véél op het spel.

De Duitse industrie is aan vernieuwing toe. De verbrandingsmotor voor personenvoertuigen wordt in de ban gedaan, al bedong de Duitse overheid nog uitstel van executie. Als het klad definitief in de Duitse auto-industrie komt, dan trekt het een schare van toeleverende industrieën met zich mee het slop in. Ofschoon de beleidmakers nu nog rekening houden met een vervangingsopgave van 200.000 mensen met dezelfde competenties als van de babyboomgeneratie die de komende vijftien jaar de fabrieken gaat verlaten, wordt er ook rekening gehouden met een toekomstscenario waarin er voor hooggekwalificeerde productietechnologen geen werk meer is. Om de status als productiestandplaats te behouden, zet de Duitse overheid al enige jaren stevig in op een industriepolitiek. Die industriepolitiek heeft de afgelopen twee jaar extra dimensie gekregen. Haperende toeleveringsketens (en ontbrekende voorraden) tijdens de coronapandemie, resulteerden in voornemens om productie van vitale onderdelen terug te halen naar Duitsland. De oorlog in Oekraïne legde pijnlijk bloot hoe afhankelijk Duitsland zich heeft gemaakt van vreemde mogendheden waar je liever niet afhankelijk van wilt zijn. Het stopzetten van gasleveranties uit Rusland kan hele industrieën, en daarmee de Duitse economie, in de diepte stortten.

Ruimte als knelpunt

Dat laatste ligt buiten de macht van het Verband Region Stuttgart (VRS), dat sinds de oprichting in 2004 een belangrijke coördinerende rol in het ruimtelijk-economisch beleid vervult in de economische regio waarvan Stuttgart het middelpunt is. Groot knelpunt voor verdere economische ontwikkeling en -diversificatie is een gebrek aan ruimte. En als er al ruimte is, dan voelen de circa 150 gemeenten die onderdeel uitmaken van de metropoolregio zich weinig geroepen om ruimte voor nieuwe industrie beschikbaar te stellen, omdat de inwoners het niet willen. Zij willen eigenlijk niets, vertelt Thomas Kiwitt, directeur regionale planning van VRS. “Veel mensen zitten in een soort vakantie-modus. Zij wonen in een dorp waar zij niet werken, niet winkelen. Ze zitten met een glas Weissbier in de tuin. Als je een enquête organiseert, dan scoren weginfrastructuur, openbaar vervoer, luchtkwaliteit en de woningmarkt altijd hoog. Maar we hebben geen politieke meerderheid voor méér wegen, méér openbaar vervoer, en méér huizen.”

Kortom: bewoners profiteren van economische zekerheid die de metropool inwoners heeft gegeven, maar houden de stad graag buiten de deur. Daarnaast bestaat ook in de regio Stuttgart een enorme spanning tussen twee ruimteclaims vanuit wonen en werken, waarbij werken vaak het onderspit delft.

Gemeenten zijn van oudsher sterk en eigenwijs, vertelt Kiwitt, met de burgemeester als aanvoerder. Enkele gemeenten tellen minder dan 10.000 inwoners, maar hebben wel dezelfde bevoegdheden van een grote stad als Stuttgart. De R&D-afdeling van Porsche zit in een dorp met 3500 inwoners. Van het gekozen bestuur aldaar wordt verwacht dat het zaken doet met een concern dat gewend is op een wereldtoneel te spelen. De gemeente mag de vergunningverlenende instantie zijn, gelukkig speelt de VRS een stevige coördinerende rol. Dat doet VRS met een direct democratisch mandaat. Samen met twee andere regionaalverbanden (Hanover en Ruhr) heeft VRS namelijk een direct gekozen assemblee. Volgens Kiwitt is dat een pré, omdat de zaken waar VRS over gaat, expliciet politiek zijn.

Bestemmingswijziging

Het belangrijkste instrument van VRS is het regionale plan. Daarin staan volgens Kiwitt richtlijnen met een juridisch bindende status, waarover niet zelden de degens gekruist worden met gemeenten in de rechtszaal. Zo mogen individuele gemeenten niet zonder instemming van VRS de bestemming van een stuk land wijzigen. Anderzijds heeft VRS niet de bevoegdheid om bestemmingen op te leggen.

Te veel opleggen is ook helemaal niet de intentie van VRS, bezweert Kiwitt, die meer mikt op de kunst van de verleiding: het genereren van draagvlak voor nieuwe ontwikkeling. Dat is best lastig, want traditioneel gezien bestaat de gereedschapskist van de planningautoriteit vooral uit instrumenten om ontwikkeling tegen te houden. “We hebben sterke remmen maar beperkte middelen om dingen mogelijk te maken.” Daarom worden regionale overheden die het regionale plan volgen, beloond met speciale regelingen. De uitvoering hiervan ligt bij de Wirtschaftsförderung Region Stuttgart, de regionale ontwikkelingsmaatschappij die gehuisvest is in het gebouw naast VRS. De vraag is of dat voldoende is, omdat inwoners van Stuttgart Regio nogal verwend zijn, en niet zo van verandering houden. Dat wordt dus nog een hele uitdaging en daarin blijkt maar weer dat Duitsland bar weinig van Nederland verschilt.

Op de vraag hoe de relatie is tussen Stadt Stuttgart en het regionaalverband antwoordde Kiwitt dat dit prima is. Of te controleren of dit echt zo is, zouden we ook Stads Stuttgart moeten vragen. Volgens Kiwitt kan het regiobestuur hete aardappels voor de Stuttgart uit het vuur halen, waar de Stuttgart dankbaar gebruik van maakt. Immers, een kleine gemeente is eerder geneigd te luisteren naar de regio, dan naar de ‘grootstad’. 

Megasites

Bovengenoemde Wirtschafsfördering is de Duitse equivalent van de regionale ontwikkelingsmaatschappij, behalve dat de staat Baden-Württemberg geen aandeelhouder is, maar lokale gemeenten. Volgens Stephanie Fleischmann, hoofd strategie en internationale relaties, heeft de Stuttgart regio geen kavels meer beschikbaar van vijftien hectare of groter. Dan legt de regio het af te tegen een stad als Magdeburg die onderdak gaat bieden aan twee nieuwe megafabrieken van Intel, waarvoor deelstaat Saksen-Anhalt een site van 300 hectare beschikbaar stelde. De vraag is of Stuttgart regio nieuwe megaprojecten (projecten met een minimale investering van 1 miljard euro, een ruimtebeslag van minimaal 100 hectare en werkgelegenheid voor meer dan 1500 mensen en ‘substantiële multipliereffecten’, aldus René Buck in de vorige editie van BT) nodig heeft. “Dat is de discussie nu. Ze passen niet eens in Baden-Württemberg. Het issue is: als het slecht gaat met de reguliere economie en met de autofabrieken, dan kun je achteraf tot de conclusie komen ‘stom dat we het niet hebben gedaan’.”

Fleischmann benadrukt dat de regio een enorme voorraad arbeidskrachten telt met enorm goede ‘productievaardigheden’, ook jongeren, waardoor de blik ook naar de toekomst toe gericht moet zijn op productie. “Maar productie heeft logistiek nodig en daar hebben gemeenten geen ruimte voor, omdat ze zeggen dat logistiek niet veel banen oplevert”, vervolgt Fleischmann.

Waar ook ruimte voor nodig is zijn voorraden, om zo minder kwetsbaar te worden voor haperende aanvoerketens, voegt Thomas Bittner toe.

Campussen

Bittner, projetmanager foreign Trade and Services bij de Industrie- en Handelskammer, doet er nog een schepje bovenop. Hij verzekert dat de productie ‘dramatisch’ zal terugvallen. “Mercedes wil enkel nog focussen op luxeauto’s.” Innovatie biedt een mogelijke ontspanningsroute uit de onvermijdelijke neergang. Zo weet Bittner te vetellen dat Daimler een nieuwe brandstofcelfabriek wil bouwen, net buiten Stuttgart, met belangrijke spin-off-effecten. Het goede nieuws is: de lokale gemeenschap gaf haar fiat aan de benodigde ‘special zoning area’.

Er zijn nog grote uitdagingen. Ook voor innovatie is menskracht nodig. En dat is op het moment, naast ruimte, de grootste knellende factor. Een manier om mensen te trekken is het creëren van goede en inspirerende startup-omgevingen, die een nieuwe generatie aantrekt of bindt. Maar op de geboortegrond van de automobiel lijkt de infrastructuur voor startups nog niet heel erg goed ontwikkeld, erkent ook Fleischman. Ze is recentelijk in de Brainport regio geweest en heeft zich laten inspireren door de grote variëteit aan campussen en innovatieve werklocaties in Eindhoven en omgeving. Hier is nog een wereld te winnen. Inmiddels zijn er projecten in de maak zoals de AI xpress, een startup-accellerator in Böblingen waar de Wirschafsförderung bij betrokken is. Vanwege de lange treinreis van 45 minuten en afwezigheid van een sleutelfiguur is van een aangeboden bezoek afgezien. En andere innovatieve werkomgeving is Arena2036 en de regio investeert ook fors in de waterstofeconomie.

Machines

Arena 2036 staat voor ‘Active Research Environment for the Next Generation of Automobiles’. En dat is precies wat het is, konden deelnemers tijdens een bezoek op de tweede dag met eigen ogen zien. Aangesloten bedrijven (zo ongeveer alles wat er toe doet in Stuttgart) kunnen in de productiehal nabij de universiteitscampus dingen uitproberen. De Arena2036-organisatie zorgt voor de coördinatie. Daarnaast biedt Arena2036 onderdak aan een incubatorprogramma ‘Startup Autobahn’. Organisatie is uitbesteed aan Plug and Play, een accellerator programma-organisator uit Silicon Valley. Arena 2036 kon rekenen op belangrijke overheidssubsidie. De overheid bekostigde niet alleen de bouw van de productiehal, dure machines, maar ook een deel van de exploitatie. Het is wel de bedoeling dat de kosten geleidelijk aan volledig worden gecoverd door de leden. Wat betreft de innovaties zelf: die behoren in eerste instantie toe aan de startups en bedrijven zelf. Maar open innovatie is de norm.

Arena 2036 laat zien dat innovatie niet op afroep beschikbaar is maar een lange adem vergt en bijbehorende (publieke) investeringen. Belangrijkste misschien nog wel is dat de industrie zelf nadrukkelijk betrokken is en toepasbaarheid van innovaties voorop staat. Daarbij wordt in Arena 2036 letterlijk voortgebouwd op het economisch DNA dat de regio sinds 1886 heeft (toen Karl Benz de automobiel zou hebben uitgevonden, om een jaar later in productie te worden gebracht). 150 jaar later moet daar een nieuwe industrie uit voorkomen met Arena 2036 als katalysator.

AI-scan

Twee ontmoetingen in de middag stonden eveneens in het teken van innovatie, allereest de ontwikkeling van artificiële intelligentie op het KI-fortschitszentrum aan het Frauenhofer Institute en afsluitend de ontwikkeling van waterstoftechnologie bij het Zentrum für Sonneenergie- und Wasserstoff-Forschung Baden-Württemberg (ZSW). Interessant ook om te horen is dat de staat van Baden-Württemberg via het KI-fortschitszentrum (de staat is ook de belangrijkste financier) álle ondernemingen in de staat een AI-scan aanbiedt om te kijken in hoeverre AI bedrijfs- en productieprocessen kan optimaliseren. Geen gek idee in een tijd van personeelsschaarste waarom productiviteitsgroei steeds belangrijker zal worden om te overleven.

Meest voorname les uit de ontmoeting met Dr. Marc-Simon Löffler, hoofd van het departement van hernieuwbare energie van ZSW, was dat de regio in staat is boven de energietransitie te hangen en op zoek te gaan naar wat Duitsland écht kan bijdragen. Zo constateert Löffler dat het niet aannemelijk is dat Duitsland zelf een grote producent van (groene) waterstof wordt. De zonnekracht en beschikbare ruimte zijn te beperkt. Daarom wordt nu alles op alles gezet om nieuwe electrolyzers te produceren met het hoogste rendement, voor de export, naar bijvoorbeeld Australië. Dat heb je het dus feitelijk over een nieuwe maakindustrie, aansluitend bij het economische DNA.

Urbanes Gebiet

Een bezoek aan de productiefaciliteit van Wittenstein in Fellbach op de derde dag completeerde de reis. Het bezoek startte met een rondleiding door een bedrijvengebied waar de huizen nooit ver van verwijderd zijn. Het is één van de proeflocaties van de IBA2027 dat de ‘productieve stad’ als een van de thema’s hanteert. IBA-projectleider en architect Grazyna Adamczyk-Arns introduceerde een nieuw soort planningsconcept dat in dit kader zeer relevant is: het Urbanes Gebiet. Urbanes Gebiet is sinds 2017 in het Duitse bouwrecht een gebied dat waar zowel gewoond mag worden alsook commerciële ondernemingen en sociale, culturele en ander voorzieningen geplaatst mogen worden die de woonomgeving niet significant verstoren. In tegenstelling tot in het Mischgebiet (gemengd gebied) hoeft het gemengde gebruik niet in evenwicht te zijn (meer informatie:  https://de.wikipedia.org/wiki/Urbanes_Gebiet)

Het thema productieve stad is uit nood geboren. De stad heeft productie nodig om economisch te kunnen voorbestaan en de industrie heeft de stad nodig voor het aantrekken en behouden van personeel. Het uit elkaar trekken van die functies is al lang niet meer het ideaal.

Aantrekkelijk blijven voor personeel was één van de motieven van Wittenstein, een producent van aandrijfsystemen, om een nieuwe faciliteit in een stedelijke omgeving, dicht bij een S-bahn station, neer te zetten. Het vergde wel de nodige investeringen in geluidsbeperking en faciliteiten om vrachtwagens binnen te kunnen lossen. Maar de investering betaalt zich uit. Wittenstein heeft de mogelijkheid om uit te breiden op de locatie. Maar dan is een aantrekkelijke locatie niet meer voldoende om aan personeel te komen, omdat er domweg niet voldoende personeel is. Daarom mikt fabrieksdirecteur Christoph Herz op verregaande productiviteitsgroei door automatisering waardoor in de nieuwe plant 30 procent minder personeel nodig is.

Region Stuttgart in zeven lessen

1. Meer bestuurlijke coherentie zorgt voor meer economische slagkracht!

De regio is bestuurlijk zwaar versnipperd maar compenseert dit met een sterk regiobestuur met een gekozen assemblee;

2. Borg ruimte voor werken regionaal af!

Lokale overheden kunnen niet zomaar en bestemmingsverandering doorvoeren zonder fiat van het regiobestuur. Daarmee kan kostbare ruimte voor werken worden geborgd;

3. Stick to your DNA!

Het DNA van Stuttgart zit ‘m in de ‘productievaardigheden’ van de mensen in de regio. Het is in dat opzicht geen gekke gedachte dat de regio ervoor kiest te investeren in de productie van elektrolyzers voor de exportmarkt, en niet zozeer waterstof zelf.

4. Industriepolitiek vergt een lange adem!

Ondertussen investeert Stuttgart ook sterk in innovatie, als onderdeel van een bredere landelijke industriepolitiek. Wat opvalt is dat er strategisch gekozen wordt, samen met het bedrijfsleven, en er een lange adem is. Ook aardig om te zien hoe de staat AI-scans aanbiedt aan bedrijven. Met het oog op productiviteitsgroei geen gek idee.

5. Huisvesting is geen bedreiging, maar een kans op personeel te binden!

In Fellbach is te zien hoe Wittenstein woongebieden niet uit te weg gaan, maar expliciet kiest voor een stedelijke omgeving om aantrekkelijk te blijven voor personeel.

6. Innovatieve werkomgevingen zijn goud waard. Maar zorg wel voor output!

Stuttgart is goed in produceren en repeteren. Innoveren en improviseren is iets waar de Duitsers minder goed in zijn. En dat moeten ze misschien wel doen om geen Detroit te worden. De benodigde infrastructuur van campussen en innovatieve werklocaties lijkt nog onderontwikkeld. Anderzijds is in Arena2036 te zien dat innovaties ook direct toepasbaar zijn. In die zin zijn de Duitsers ook wel weer aanstekelijk no-nonsense.  

7. Laat het regiobestuur het vuile werk opknappen!

Tot slot kunnen we uit Stuttgart leren dat er een alternatief is voor regionale samenwerking: regionale coördinatie door een sterk regiobestuur dat beslissingen neemt dit een kleine gemeenten niet durft te nemen: bijvoorbeeld het behouden van ruimte voor werk.

 

card image

Nieuws

Subsidie voor VNO-NCW Brabant-Zeeland voor lokale verduurzamingsprocessen op 4 bedrijventerreinen

Nieuws

01-04-2022

Subsidie voor VNO-NCW Brabant-Zeeland voor lokale verduurzamingsprocessen op 4 bedrijventerreinen

Ondernemersorganisatie VNO-NCW Brabant-Zeeland krijgt 255.000 euro subsidie van de provincie Noord-Brabant als strategisch partner in lokale verduurzamingsprocessen op 4 bedrijventerreinen in de provincie, onderdeel van project Grote Oogst.

In dit project werkt Noord-Brabant samen met haar partners op een integrale en gebiedsgerichte manier aan de verduurzaming van 13 bedrijven(terreinen). Op die manier werkt zij aan een toekomstbestendige economie, het behalen van de klimaatdoelstellingen en het invullen van de opgaven uit de Brabantse Omgevingsvisie.

Collectieve oplossingen

Het gaat hier om Haven- en Industrieterrein Moerdijk en de bedrijventerreinen Vosdonk in Etten-Leur, De Dubbelen/Amert in Veghel (Meierijstad) en De Hurk in Eindhoven. Deze 4 bedrijventerreinen zijn samen met 9 anderen bedrijventerreinen onderdeel van het project Grote Oogst. Met behulp van deze subsidie organiseert VNO-NCW Brabant-Zeeland samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheden om collectieve oplossingen te realiseren op het gebied van energie, circulaire economie, klimaatadaptatie en stikstof. De inzet is om zo snel mogelijk aan concrete oplossingen te werken.

Gedeputeerde Ronnes van Ruimte en Wonen: “Als provincie stimuleren we, geven we richting en maken we mogelijk. Maar complexe zaken als slimme verduurzaming van bedrijventerreinen doen en kunnen we niet alleen. Voor het succes van Grote Oogst is het van groot belang dat vele betrokken partners van de bedrijventerreinen samenwerken zoals lokale overheden en parkmanagement maar ook waterschappen en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij BOM. In zo’n proces heb je kartrekkers nodig en met een organisatie als VNO-NCW krijg je bovendien een goede balans in de aanpak.”

Eric van Schagen, voorzitter van VNO-NCW Brabant Zeeland: “Als bedrijfsleven erkennen we dat ondernemen alleen nog op een duurzame manier kan. Ondernemers nemen daarvoor hun verantwoordelijkheid. We zien grote winst in collectieve oplossingen op het niveau van bedrijventerreinen. Dat vraagt om samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheden. Juist daarom hebben we VNO-NCW Co-creatie opgericht om dit mogelijk te maken. Inmiddels zijn we op zo’n tien bedrijventerreinen aan de slag, waaronder de Grote Oogst terreinen. Het is mooi om te zien dat dit al tot concrete resultaten leidt!”

Volledig op groene energie produceren

Robert-Jan ter Morsche, Regulatory Affairs Director Europe bij Ardagh Group: “Bij Ardagh Group is het doel om volledig op groene energie te produceren. Dat betekent een elektrificatie strategy met groene elektriciteit en inzetten op groene alternatieven voor aardgas. We kopen daarvoor al deels groene elektriciteit in, maar moeten ook andere duurzame bronnen aanboren. We mogen door netcongestie niet verwachten dat het elektriciteitsnet voldoende aanbod gaat bieden. Een oplossing is om op bedrijventerreinen veel meer duurzame energie op te wekken en deze energie te bundelen en delen. Daar liggen allerlei uitdagingen. Technische uitdagingen zoals het opwekken van voldoende krachtstroom voor onze processen en de samenwerking tussen bedrijven om gezamenlijke energienetwerken te realiseren. Het is belangrijk dat bedrijven daarbij begeleid en ontzorgd worden.”

Gedeputeerde Anne-Marie Spierings van Energie, Circulaire Economie en Milieu licht toe dat op bedrijventerreinen veel bereikt kan worden als het gaat om duurzaamheid: “Op groene daken kan water opgevangen en zonne-energie opgewekt worden. Bedrijven kunnen de duurzame energie inzetten voor hun processen en helpen bij tijdelijke opslag van pieken zonne-energie. Wat afval is voor de een, kan een grondstof zijn voor de buurman. En bedrijven kunnen restwarmte leveren aan een woonwijk of de glastuinbouw. Door slim lokaal te combineren is minder transport nodig. Met dit alles gaat de uitstoot van stikstof omlaag en verbetert de luchtkwaliteit.”

Duurzame bedrijventerreinen zijn een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een goed woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast kan de verduurzaming van bedrijventerreinen een substantiële bijdrage leveren aan onder andere de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie, een speerpunt uit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof. Daarom wordt er door veel verschillende partijen hard gewerkt aan de verduurzaming van bedrijventerreinen.

In totaal gaat het bij het project Grote Oogst naast de 4 eerder genoemde terreinen om Moleneind in Oss en De Rietvelden in ’s Hertogenbosch (Noordoost-Brabant). Daarnaast Hoogeind / BZOB in Helmond en Ekkersrijt in Son en Breugel (Zuidoost-Brabant). Verder Kraaiven / Vossenberg in Tilburg, Haven in Waalwijk en Loven in Tilburg (Midden-Brabant). En ten slotte Vijf Eiken in Oosterhout en Theodorushaven in Bergen op Zoom (West-Brabant). Deze terreinen kennen een grote gecombineerde opgave én de kansen om impact te realiseren. Zo zijn de geselecteerde terreinen samen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen.

Lees verder
card image

Achtergrond

Dat Nederland logistiek bouwt voor Europa is een misvatting: 75 procent is voor eigen land

Achtergrond

01-02-2022

Dat Nederland logistiek bouwt voor Europa is een misvatting: 75 procent is voor eigen land

Het gros van de distributiecentra in Nederland, momenteel controversieel in de verdozingsdiscussie, is voor ‘eigen gebruik.’ Dat blijkt uit inventarisatie door adviesbureau Stec Groep.

Inwoners zetten zich steeds vaker af tegen ‘verdozing’ van het landschap en de provincies Noord-Brabant en Limburg kondigden deze week aan de groei van megadistributiecentra aan banden te willen leggen. Hoe terecht is deze weerstand tegen logistiek vastgoed? Uit onderzoek van Stec Groep blijkt dat 75 procent van de logistieke vestigingen in Nederland een regionale of nationale marktoriëntatie hebben.

Dat betekent dat het wijdverspreide idee dat Nederland zijn distributiecentra voor de rest van Europa bouwt, niet helemaal waar is. De snelle groei van distributiecentra blijkt hard nodig om onszelf te bevoorraden. Door de steeds groter wordende bezorgeconomie, is de groei van distributiecentra de komende jaren onvermijdelijk. Stec verwacht zelfs dat logistiek vastgoed in de komende 15 tot 20 jaar met 25 tot 50 procent zal toenemen.  

‘Het beeld van Nederland distributieland is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontstaan’, legt Wim Eringfeld namens Stec Groep uit. ‘Maar het is niet meer zo. Een aantal grote Europese distributiecentra is in de afgelopen decennia uit Nederland vertrokken, zoals Adidas en ook Ralph Lauren. Die zitten nu in Italië en Duitsland. De beeldvorming is er echter nog steeds. Dat komt politici goed van pas, omdat ze zich zo kunnen afzetten tegen de verdozing – terwijl die juist nodig is voor de Nederlanders zelf.’

Toch bestaan er regionale verschillen. In Noord-Brabant en Limburg zijn er relatief meer Europese distributiecentra dan in de rest van Nederland. Volgens Eringfeld is dat logisch: ‘Een deel van de goederen wordt via de Rotterdamse haven vervoerd naar de rest van Europa. Op de route langs de A58 en de A67 zitten er daarom meer Europese distributiecentra dan in de rest van Nederland. In Zwolle of Almelo zul je, hoewel je vanaf daar ook relatief snel in Duitsland bent, niet zo snel een Europees distributiecentrum zien.’

Visie op verdozing

Cees-Jan Pen (lector bij Fontys Hogscholen) vindt dat het – mede door de cijfers van Stec Groep - tijd wordt om de discussie over logistiek echt te gaan voeren. In een tweet noemde de lector de cijfers ‘ontnuchterend.’ ‘We moeten ons, gelet op de enorme schaarste aan ruimte en te grote aanslag op ons landschap, afvragen of we de Europese markt met XXL-centra nog wel willen bedienen. Ook al is het slechts 25 procent’, aldus Pen.

Hij snapt dan ook dat er lokaal (Noord-Brabant en Limburg, red.) een rem komt op de ontwikkeling van distributiecentra. ‘Maar de groei blijft. We kunnen ons bedenken dat ons online koopgedrag niet duurzaam is, maar deze ontwikkeling is niet meer te stoppen. We moeten ermee leren leven. Dan wel graag op een duurzame manier.’

En dan kom je uit op het woord visie. Een visie op logistiek in Nederland. Die is er nu nog niet echt. ‘Eentje waarbij de onhoudbaarheid van Nederland distributieland aan bod komt’, oppert hij. ‘We richten de logistieke centra heel karig, stenig en korte termijn gedreven in. Misschien wordt het ook tijd om daar eens vragen bij te stellen. Nederland heeft top landschapsarchitecten, Rijksadviseurs en ontwerpers die laten zien dat het echt anders en beter kan waarbij dozen onderdeel zijn van het landschap – daar moeten we veel weer oog voor krijgen. Oog voor kwaliteit, met duurzame eisen. Hoopgevend is dat Minister de Jonge al heeft gehint meer te willen doen aan ruimtelijke kwaliteit’

‘Daarnaast moeten we ook serieus werken maken ervoor te zorgen (nieuwe) logistieke centra op bestaande bedrijventerreinen een plek kunnen vinden We hebben 3500, 3600 bedrijventerreinen in Nederland, waar echt wel ruimte is om die centra te plaatsen. Alleen moet iemand dan de handschoen oppakken, de regie nemen en geld vrijmaken te investeren in verduurzaming en upgraden van bestaande terreinen waarbij er ook weer eens wat wordt gesloopt. Ik wil daarmee zeggen dat de weg van de minste weerstand niet de oplossing is, dat is nu vaak wel het geval’, eindigt hij. ‘Laten we duurzame verstedelijking zoals we dat met wonen doen ook met werklocaties veel serieuzer nemen.’

Lees verder