Het gaat om de bijdrageregeling Grote Oogst die hoort bij het gelijknamige project over de 13 bedrijventerreinen in Brabant met de grootste verduurzamingsopgave. Via de regeling is 3,25 miljoen beschikbaar voor deze terreinen.

Duurzame bedrijventerreinen zijn een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een goed en gezond woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast kan de verduurzaming van bedrijventerreinen een substantiële bijdrage leveren aan onder andere de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstof. Het project Grote Oogst van de provincie Noord-Brabant richt zich op 13 terreinen, verspreid over Brabant, om nu samen met gemeenten, bedrijven en andere partijen aan de slag te gaan. Samen zijn deze terreinen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen. Het project is één van de maatregelen uit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) waarin alle sectoren bijdragen aan het verlagen van de stikstofdepositie.

Kartrekkers van grote toegevoegde waarde

Het afgelopen jaar hebben alle partijen hard gewerkt aan een plan van aanpak om samen met elkaar de verduurzaming met concrete projecten te versnellen. De bijdrageregeling Grote Oogst is bedoeld om de uitvoering van deze plannen financieel te ondersteunen. Zo kunnen op de bedrijventerreinen lokale organisaties worden opgezet. Deze zijn van grote toegevoegde waarde om bedrijven en andere partijen met elkaar te verbinden en de kar te trekken. Per bedrijventerrein is er maximaal € 250.000 via de gemeente aan te vragen.

Ervaring en kennis met brede verduurzamingsopgave van onschatbare waarde
De kennis die opgedaan wordt met de projecten op de 13 bedrijventerreinen, wordt vanuit het project Grote Oogst ook gedeeld met de ruim 600 overige bedrijventerreinen in Brabant. Erik Ronnes, gedeputeerde Ruimte: “De waarde zit niet alleen in geld, maar ook in de ervaring die opgedaan wordt bij bijvoorbeeld het opzetten van een gezamenlijke organisatie van ondernemers, parkmanagement, gemeente en andere betrokken partijen zoals bijvoorbeeld VNO-NCW. De kennis die we nu vergaren, delen we en zetten we in bij andere terreinen.”

Concrete oplossingen voor complexe vraagstukken

Een actueel thema in Grote Oogst is uiteraard de netcongestie, het volraken van het elektriciteitsnetwerk, waardoor (duurzaam opgewekte) energie er niet meer bij kan. Op alle terreinen wordt een vorm van een energyhub onderzocht. Daarin kan bijvoorbeeld energie worden opgeslagen voor later gebruik, worden opwek en gebruik slim op elkaar afgestemd of wordt elektriciteit bijvoorbeeld omgezet in groene waterstof. Anne-Marie Spierings, gedeputeerde Energie: “Bedrijven maken echt een omslag in denken naar verduurzaming en willen hun gasverbruik verminderen. Het is belangrijk dat bedrijven energie efficiënter gebruiken en vooral de pieken in dat verbruik naar beneden brengen. De ervaring die we bij Grote Oogst opdoen, moeten we snel delen met andere bedrijventerreinen.”

Subsidie VNO-NCW

Eerder ontving Ondernemersorganisatie VNO-NCW Brabant-Zeeland € 255.000 subsidie van de provincie als strategisch partner in Grote Oogst voor het oppakken van verduurzamingsprocessen op 4 bedrijventerreinen. Het gaat hier om Haven- en Industrieterrein Moerdijk en de bedrijventerreinen Vosdonk in Etten-Leur, De Dubbelen/Amert in Veghel (Meierijstad) en De Hurk in Eindhoven.

Provincie Noord-Brabant

Provincie Noord-Brabant is sinds 2017 kennispartner van SKBN. Provincie Noord-Brabant heeft het belang om de regionale economie te versterken, waarbij bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel vormen.


073 - 681 28 12

Provincie Noord-Brabant
card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Nieuws

Elektrisch laden op bedrijventerrein Noorderveld-Molletjesveer in Wormerveer

Nieuws

01-07-2022

Elektrisch laden op bedrijventerrein Noorderveld-Molletjesveer in Wormerveer

Sinds 1 juli 2022 kunnen ondernemers op bedrijventerrein Noorderveld-Molletjesveer hun elektrische (bedrijfs)auto’s opladen. MRA-Elektrisch plaatste er 10 laadpunten.

Wethouder Gerard Slegers van de gemeente Zaanstad en gedeputeerde Jeroen Olthof van de provincie Noord-Holland namen de ‘laadstraat’ feestelijk in gebruik. Met ondernemers tekenden zij een samenwerkingsovereenkomst om het e-rijden op Noorderveld-Molletjesveer sneller mogelijk te maken. Een belangrijk startschot, dat een inspirerend voorbeeld kan zijn voor zo’n 600 bedrijventerreinen in de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht.

“In de 3 provincies ondersteunt MRA-Elektrisch gemeenten al 10 jaar bij de plaatsing van laadpalen”, aldus gedeputeerde Jeroen Olthof. “Eerst ging het vooral om publieke laadpunten langs de openbare weg, voor particulieren. Nu steeds meer steden benzine- en dieselauto’s gaan weren, richten we ons samen met ondernemers en gemeenten op de bedrijventerreinen. Zo stimuleren we elektrisch vervoer, dat schoner en stiller is.” Olthof is naast gedeputeerde Mobiliteit en Bereikbaarheid van de provincie Noord-Holland, ook bestuurlijk opdrachtgever van MRA-E.

Eenvoudig en betaalbaar

Op een vergelijkbare manier als in Wormerveer richt MRA-E zich dit jaar om te beginnen op 10 bedrijventerreinen in 10 steden. De bedoeling is dit aantal als een olievlek uit te breiden. MRA-E ondersteunt de gemeenten en bedrijven, faciliteert de samenwerking en neemt de partijen zoveel mogelijk werk uit handen. Uitgangspunt is de realisatie van laadpunten en de overstap naar elektrisch rijden voor ondernemers zo eenvoudig en betaalbaar mogelijk te maken.

“Ik ben er trots op dat we in Noorderveld-Molletjesveer in Wormerveer de aftrap konden geven”, aldus Gerard Slegers, wethouder Bereikbaarheid en Mobiliteit van de gemeente Zaanstad. “Met deze samenwerking tussen de ondernemers, MRA-E en onze gemeente, zetten we een belangrijke stap in het versnellen van laadinfrastructuur op bedrijventerreinen.”

MRA-Elektrisch 

Binnen het project MRA-Elektrisch werken overheden in Flevoland, Noord-Holland en Utrecht samen om elektrisch vervoer te stimuleren en een netwerk van publieke oplaadpunten te realiseren.

Lees verder
card image

Nieuws

Gezocht: ruimte voor nieuwe industrie(politiek)

Nieuws

22-06-2022

Gezocht: ruimte voor nieuwe industrie(politiek)

Nederland moet onder druk van de geopolitieke spanningen haar schroom jegens de industriepolitiek van de Europese Unie (EU) laten varen. Dat concludeert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in een recent verschenen advies aan het kabinet. Naast financiële prikkels vraagt nieuwe industrie om ruimte. Ruimte die er nu vaak niet is. Maar allereerst zal duidelijk moeten worden welke rol Nederland voor zichzelf ziet weggelegd binnen een Europees productielandschap. Als producent of innovator.

Nederland moet meer gaan investeren in strategisch belangrijke sectoren zoals kwantumtechnologie, waterstof en halfgeleiderindustrie, stelt de AIV in het rapport ‘Slimme industriepolitiek: een opdracht voor Nederland in de EU’. De adviesraad, die wordt voorgezeten door oud-minister van buitenlandse zaken Bert Koenders, schreef het rapport in opdracht van het Nederlandse kabinet. Dat diende de adviesaanvraag al in mei 2021 in. Het kabinet wilde advies inwinnen over hoe het zich moet positioneren in het debat rond ‘actief en sturend ingrijpen’ van overheden in industriële marktprocessen ter verwezenlijking van publieke doelen zoals vergroening, digitaliseren en strategische weerbaarheid. In Brussel, Parijs en Berlijn is daar steeds meer steun voor. Eerst tot afgrijzen van Nederland, dat een van de steunpilaren is van een liberaal Europa waarin de interne markt gevrijwaard is van concurrentievervalsende interventies. “De gedachte aan een industriebeleid, en zeker een Europees industriebeleid deed bij beleidsmakers in Den Haag tot voor kort de alarmbellen rinkelen”, schrijft de AIV in haar rapport. 

Duitsland en Frankrijk 

Industriebeleid betekent feitelijk het toestaan van overheidssteun. En dat zou ten koste kunnen gaan van Nederlandse handelsbelangen. Daarnaast zou het streven naar ‘Europese kampioenen’ de maakindustrie in kleinere lidstaten in het nauw kunnen drijven wanneer dit in de praktijk vooral Duitse en Franse kampioenen blijken te zijn, zo beschrijft de AIV de Nederlandse gevoelens. Meer recent kwamen daar volgens het adviesorgaan nog zorgen bij over mogelijke wrevel bij internationale partners als de Verenigde Staten, vanwege het streven van de EU naar ‘strategische autonomie’.

Bij de presentatie half februari van de ‘European Chip Act’ door de Europese Commissie, die de Europese halfgeleiderindustrie een boost moet geven, reageerde minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat (EZK) nog afwijzend. Europese samenwerking is noodzakelijk, verklaarde Adriaansens, om daaraan toe te voegen dat het kabinet het EU-voorstel mede beoordeelt vanuit het uitgangspunt dat de markt zélf zijn werk kan blijven doen.

Een kabinetsreactie op het AIV-rapport dat op 1 april verscheen, liet nog op zich wachten op het moment dat deze editie van BT naar de drukker ging.

Strategische autonomie 

Door de inval van Rusland in Oekraïne op donderdag 24 februari heeft het begrip strategische autonomie opeens een nieuwe lading gekregen. Waar haperende toeleveringsketens tijdens de coronapandemie al de risico’s van de afhankelijkheden pijnlijk blootlegden, heeft de oorlog in Oekraïne het westen definitief uit de winterslaap gehaald. Ook Nederland is voor de levering van essentiële goederen en diensten afhankelijk van grootmachten die ons veel minder welgezind zijn als in het verleden soms gemakshalve werd aangenomen. Door de afhankelijkheid van Russisch gas is Europa feitelijk speelbal van president Poetin, om het nog maar niet te hebben over medicijnen en computerchips (China) en veiligheid (Verenigde Staten). De roep binnen Europa om een nieuwe industriepolitiek klinkt opeens niet zo gek meer. ‘Helder industriebeleid’ De aanbevelingen van de AIV gaan vooral over de opstelling van het kabinet in het debat over een Europese industriepolitiek. Zo wijst de AIV op de mogelijkheid om naar Frans-Duits voorbeeld werkgroepen op te richten ter identificatie van grensoverschrijdende ecosystemen, of partnerschappen om grensoverschrijdende strategische waardenketens aan te gaan, waarin de Nederlandse industrie en kennisinstituten een sterke schakel vormen. De overkoepelende aanbeveling van de AIV aan het kabinet is om Nederland proactief te positioneren in het EU-industriebeleid, en dat veronderstelt volgens de adviesraad een ‘helder industriebeleid’ op nationaal niveau. “Indien Nederland op dit punt achterblijft ten opzichte van omringende landen (Duitsland, België, Frankrijk en ook het VK), zal het vestigingsklimaat relatief minder aantrekkelijk worden, vooral in technologisch hoogwaardige ecosystemen en sectoren van belang voor de vergroening van de economie, zoals halfgeleiders en waterstof”, schrijft de AIV. 

Incentives en.... fysieke ruimte 

De mogelijkheid om ‘incentives’ te geven is volgens René Buck, oprichter en directeur van adviesbureau Buck Consultants International (BCI), een belangrijke pijler waar een industriepolitiek op leunt. Brussel schort hiervoor de strenge Europese regels op, die staatssteun aan individuele bedrijven verbieden. Een andere ‘cruciale’ factor die Buck noemt is de beschikbaarheid van fysieke ruimte. Buck ziet een stroom aan ‘megaprojecten’ op Europa afkomen. Die omschrijft hij als projecten met een minimale investering van 1 miljard euro, een ruimtebeslag van minimaal 100 hectare en werkgelegenheid voor meer dan 1500 mensen en ‘substantiële multipliereffecten’. Meest in het oog springend zijn de twee megafabrieken die chipproducent Intel gaat bouwen bij Magdeburg. De Duitse overheid neemt een significant deel van de bouwkosten voor haar rekening. Brussel stemt daarmee in. Intel koos voor Magdeburg en niet voor silicon-hub Dresden vanwege de ruimte. Het complex van Intel krijgt de omvang van een kleine stad. Deelstaat Saksen kon de benodigde ruimte niet bieden. Saksen-Alhalt leverde een site van 300 hectare, waar Intel uit de voeten kan.

Shovel ready sites 

“Ruimte is een conditio sine qua non. Ruimte is een knock-out factor in de eerste screening. Je moet in elk geval weten of je ergens überhaupt terecht zou kunnen. Als dat kan, dan gaan ander locatie-eisen een rol spelen”, zegt Buck, die verwacht dat de stroom aan megaprojecten in Europa doorzet. “Ik heb het niet over megadistributiecentra of megadatacentra, maar over hoogtechnologische fabrieken voor elektrische auto’s, batterijen, hernieuwbare energie of de biofarma-industrie die economisch van grote toegevoegde waarde kunnen zijn.” Het zijn ook de sectoren die Europa in meer of mindere mate als ‘strategisch’ aanduidt. Buck: “Ik denk daarom dat het de moeite waard is om te bestuderen of we voor dit soort fabrieken de condities kunnen creëren om ze in Nederland te laten landen.” Die condities zijn volgens hem beschikbaarheid van talent en de genoemde incentives, maar ook zogeheten ‘shovel ready’-locaties waar alle ruimtelijke-ordeningsprocedures al zijn doorlopen en een bedrijf in principe direct kan bouwen. “Als je voor dit soort fabrieken wilt gaan, zul je je ook strategisch moeten opstellen.” 

Concurreren of samenwerken 

Theo Föllings, manager business development van Ontwikkelingsmaatschappij voor Oost Nederland (kortweg Oost NL), onderschrijft de achterliggende doelstellingen van een nieuwe Europese industriepolitiek, maar waarschuwt dat Nederland niet moet verzanden in een concurrentiestrijd met Frankrijk en Duitsland om de grootste fabrieken. “Ik denk dat we in eerste instantie moeten nadenken in hoeverre we met een eigen industriepolitiek kunnen aansluiten bij een Europese industriepolitiek. Welke rol kunnen wij daarbinnen spelen?” Föllings komt met een voorbeeld uit zijn eigen regio. In plaats van concurreren met de regio Münster ondersteunde de provincie Overijssel, Oost NL, het ministerie van Defensie en daarnaast diverse private partijen de poging van de regio Münster om in Duitsland een grote testbatterijfabriek inclusief een R&D-centrum binnen te halen waarmee 750 miljoen euro aan investeringen was gemoeid. “Wij realiseerden ons dat er veel te winnen was voor Münster en Enschede, om juist vanuit een kennisrol aan te sluiten, met de UT (Universiteit Twente, red.), en andere bedrijven en kennispartijen. Er lopen nu gesprekken over onderzoeksprogramma’s waarvoor we ook kans maken op Europese funding, juist vanwege die grensoverschrijdende samenwerking.”

Produceren of innoveren

Daarnaast stelt Föllings dat zodra je een industrie binnenhaalt, deze ook moet kunnen wortelen: een nieuw economische activiteit moet aansluiten bij het DNA van een regio of land, bij daar al aanwezige kennis. Dat ging volgens hem verkeerd bij de vestiging van HP in Noord-Nederland, dat volgens hem alweer snel vertrok naar Polen. Ook Tesla is alweer gestopt met de afbouw van de Model S en -X in Tilburg, nadat de assemblagefabriek tien jaar terug met veel gejuich werd binnengehaald. Maar voor waterstof heeft Nederland (als gasland) volgens Föllings de juiste knowhow om verder te groeien. Grootschalige investeringen in waterstoftechnologie zouden daarom wel goed kunnen landen.

De kern van Föllings’ betoog is dat Nederland zich moet aansluiten bij de Europese agenda en daarbinnen vooral moet doen waar het zelf goed in is. In de strijd rond vierkante meters en financiële prikkels legt Nederland het volgens hem af tegen landen zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk en zeker Duitsland, dat met een gerichte industriepolitiek haar status als productiestandplaats probeert hoog te houden.

Bundelen... of spreiden 

Nederland kan zich volgens Föllings beter gaan richten op de ontwikkeling van nieuwe technologieën, bijvoorbeeld fotonica voor de nieuwe generatie chipfabrieken. “Dan heb je een kennisvoorsprong van waaruit je voort kunt snellen, voorbij de grote reuzen.” Daarnaast werpt hij de vraag op of het bundelen van dit soort ‘enorme grootschalige productielocaties’, Europa ook niet enorm kwetsbaar maakt. “Meerdere goed geoutilleerde over Europa gespreide smart productielocaties in dito gespecialiseerde ecosystemen is hierin een adequaat antwoord. En dan komt Nederland weer wel in beeld, waarbij de succesvolle semicon-productielocatie in Nijmegen en het daaraan gekoppelde ecosysteem in Nederland, een prachtig voorbeeld is”, besluit Föllings.

Dit artikel is een publicatie uit het vakblad BT.

Foto: NXP

Lees verder