De sociaaleconomische functie van binnensteden komt in het nauw door té veel nadruk op transformatie naar wonen. Die boodschap krijgt inmiddels brede weerklank, zoals in de recente ‘Verkenning G6 binnensteden – sturen op transformatie’. De vraag hoe ruimte voor werken geborgd kan worden stond centraal op het BT-seminar ‘Bedrijven naar de binnenstad!’. Het begint volgens lector Gert-Joost Peek met het omarmen van nieuwe rollen door verschillende stakeholders in de binnenstad. Daarna komen de financiële en ruimtelijke instrumenten.

Veel binnensteden gaan op de schop. Maar de ruimte die vrijkomt door het terugbrengen van het winkelareaal, wordt zelden gebruikt voor nieuwe economische functies. Of het moeten de voorzieningen zijn voor nieuwe bewoners, die in centrumplannen wél een sleutelrol krijgen toebedeeld. Daarmee doen steden zowel de economie als hun binnensteden tekort, zei voorzitter Theo Föllings van SKBN in Trouw.

Het borgen van ruimte voor werken in binnensteden moet je organiseren. Door eigenaren die concessies moeten doen ten aanzien van snelle winst. En gemeenten, die opnieuw naar de functie van de binnenstad moeten kijken.

Dat is de boodschap van Gert-Joost Peek, lector gebiedsontwikkeling en transitiemanagement aan de Hogeschool Rotterdam, die het seminar op woensdag 6 juli aftrapte met een presentatie van het onderzoek ‘Ecosystemen van werk in de stad: veiligstellen van ruimte voor werk in stedelijke milieus’ dat architect en stedenbouwkundige Bernardina Borra en haar vakgenoot Gert Urhahn in opdracht van zijn lectoraat en de gemeente Rotterdam uitvoerden.

NV Zeedijk als redder

Een voorbeeld dat Peek aanhaalt is de metamorfose van de Amsterdamse Zeedijk nadat de straat in de jaren ’70 in de greep was geraakt van de heroïne-epidemie. Motor achter de metamorfose was de NV Zeedijk. Een traditionele aanpak werkte niet omdat individuele eigenaren en investeerders niet bereid waren om het hoge risico voor investeringen te nemen.

Het was de Amsterdamse middenstander Jack Cohen die uiteindelijk een reddingsplan bedacht en in 1985 de NV Zeedijk oprichtte, samen met het wijkcentrum Oude Stad, de ondernemersvereniging Amsterdam City en later ook de gemeente Amsterdam. Dat valt te lezen in Ecosystemen van werk in de stad.

De Zeedijk laat volgens Peek zien dat transformatie pas begint als stakeholders in een veranderend krachtenspel hun nek uitsteken, en iets doen dat ze niet gewoond zijn te doen. In dit geval was het een ondernemer die het proces in gang zette. Nieuwe rollen, aldus Peek. De NV Zeedijk bestaat nog steeds.

Ruimtelijke realiteit

Zo’n veranderend krachtenspel is ook de succesvolle transformatie die Rotterdam afgelopen twintig jaar doormaakte als woonstad. Het succes heeft een keerzijde. Door exploderende huizenprijzen dreigt het wonen nu andere functies te verdringen. En vrijkomende ruimte door de sluiting van winkels wordt – als je de markt haar gang laat gaan – al snel getransformeerd naar woonruimte. Dat staat haaks op de doelstelling van de gemeente om meer bedrijvigheid richting de binnenstad te dirigeren (lees ook: Rotterdam wil meer bedrijven naar de binnenstad.)

Tijdens het seminar schetst Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek de ruimtelijke realiteit waarmee bedrijven in de stad te maken hebben. Zo blijkt in de afgelopen jaren 4600 hectare bedrijfsterrein in stedelijk gebied te zijn verdwenen, vaak door transformatie naar wonen.

Rienstra concludeert dat ongeveer 25 procent van álle gebruikers op bedrijventerreinen eigenlijk helemaal niet op een bedrijventerrein hoeven te zitten, omdat ze geen milieuhinder veroorzaken. Deze bedrijven zouden ook in centra of langs stadsradialen ingepast kunnen worden. Maar daar moet je daar wel beleid op voeren. Dat staat nog los van de vraag of bedrijven dit ook willen. Ruimte op bedrijventerreinen is vaak goedkoop, en daarmee aantrekkelijk.

Borgen van betaalbaarheid

In tegenstelling tot wonen is de ruimte voor werken in het nieuwe Rotterdamse coalitieakkoord niet gekwantificeerd, vertelt Esther Roth, beleidsadviseur economie in de Maasstad. Wel wordt er gestuurd op het borgen van betaalbare ruimte (onder 100 euro per vierkante meter) voor bedrijvigheid in het centrum van de stad. Dit vereist goede samenwerking met gemeente en vastgoedeigenaren. Verder is er een fonds ingericht voor ‘vitale kerngebieden’ waarmee de gemeente panden op cruciale locaties kan aankopen en zo regie houdt op de invulling van die panden.

In het nieuw te ontwikkelen woon-werkgebied ZoHo nabij het oude station Hofplein heeft de helft van de commerciële ruimtes een gemaximeerde prijs waarvan 80 procent maximaal 100 euro en 20 procent maximaal 70 euro per vierkante meter. Het nabijgelegen Schiekadeblok wordt niet gesloopt, maar grotendeels herontwikkeld met ruimtes die voor minimaal vijftien jaar als bedrijfsruimte beschikbaar blijven.

De vraag is echter hoe werken ook voor de lange termijn geborgd kan worden. Het oprichten van een beheer- of exploitatiemaatschappij is een oplossing waaraan wordt gedacht. Roth oppert zelfs de mogelijkheid van een coöperatief model.

Erfpacht en bestemmingsplan

Marcel Michon, managing partner bij Buck Consultants International (BCI), was betrokken was bij eerdere onderzoeken in Rotterdam naar de kansen voor de binnenstadeconomie. Hij wijst op de mogelijkheid om erfpacht in te zetten om grip te krijgen en te houden op de functie. Of om anders om te gaan met milieucategorieën en het ‘verbijzonderen’ van het bestemmings- of omgevingsplan.

In de actuele situatie is de bestemming in het centrum redelijk vrij, waardoor eigenaren hun winkelpanden makkelijk kunnen transformeren naar wonen. Zo gaat ruimte voor nieuwe economische functies verloren. Tot slot hamert Michon erop dat gemeenten visies in concrete planvorming afhechten, met harde instrumenten.

Mix retailers en bedrijven

Zelfstandig adviseur Arno Ruigrok (places|properties|people) zette namens Kern (de nieuwe naam voor de Nederlands Raad van Winkelcentra) zijn visie uiteen over de toekomt van binnensteden. Zijn belangrijkste boodschap is dat winkelgebieden en vooral ook stadsradialen niet te snel getransformeerd moeten worden naar wonen, omdat je daarmee een onomkeerbare situatie creëert.

Volgens Ruigrok haal je met concentratiebeleid de dynamiek uit een stad. Liever ziet hij dat voormalige winkelpanden onderdak gaan bieden aan alternatieve economische functies, die volgens hem weer voor draagvlak zorgen voor binnenstadvoorzieningen. Hij vindt dat de ‘woon-kaart’ niet te snel moet worden getrokken.

Ruigrok is voorstander van een mix van retail en alternatieve bedrijvigheid, een zichzelf versterkende mix, stelt hij. Voorwaarde is wel dat de kerngebieden en stadsradialen een robuuste plint hebben, die voor een veelheid aan economische functies bruikbaar is.

Voetgangersgebied of niet?

Tot slot zijn er de ondernemers zelf. Die krijgen op het seminar indirect een gezicht via Stichting Streetwise uit Heerlen. Oprichters Leonie Kuepers en Sjaak Vinken begeleidden de afgelopen acht jaar meer dan 500 ondernemers naar een pand in een van de stedelijke centra in Parkstad Limburg en inmiddels heel Limburg. Met succes: meer dan 90 procent van de ondernemers overleefde tot nog toe.

Het borgen van dynamische, vitale binnensteden is het doel van Streetwise, dat werkt in opdracht van gemeenten. De ondernemers zijn een middel. Streetwise mikt nadrukkelijk op een nieuwe generatie ondernemers, die zich van traditionele middenstanders onderscheidt door een innovatieve en creatieve aanpak. Daar zitten volgens Kuepers en Vinken steeds vaker niet-retailers bij. De binnenstad is volgens hen veel meer dan een verzameling winkels alleen.

Op de vraag wat deze ondernemers willen en wat de overheden kunnen doen om binnensteden aantrekkelijk te houden voor bedrijven, antwoordt Kuepers dat bereikbaarheid een belangrijk thema is. Vitale binnensteden en het weren van auto’s gaat soms niet samen, behalve die ene echte winkelstraat waar de voetganger nog wel het alleenrecht heeft.

Volgens Gert-Joost Peek geeft Streetwise invulling aan zo’n nieuwe rol die noch door de overheid, noch door de markt wordt opgepakt, maar wel onmisbaar is voor vitale binnensteden. En die kansen schept voor de werkfunctie in binnensteden. Ook de gemeente Rotterdam is volgens Peek goed bezig door een nieuwe rol te pakken in de binnenstad. “Het zijn deze en andere praktische nieuwlichters die zorgen voor de terugkeer van bedrijvigheid in de binnenstad”, besluit Peek.

Grenzen aan wonen

Wonen verhoudt zich niet altijd even goed tot het dynamische karakter dat een centrum in beginsel heeft, oordeelden onderzoekers Geert Das van Bura Urbanism en Martijn Exterkate van Stec Groep afgelopen donderdagmiddag tijdens de presentatie van de ‘Verkenning G6 binnensteden – sturen op transformatie’, een initiatief van zes grote steden (G4 + Eindhoven en Groningen) en de ministeries van EZK, BZK en Veiligheid en Justitie. Co-referent Cees-Jan Pen benadrukte dat steden in hun handjes mogen knijpen dat er zoveel mensen in binnensteden willen wonen, maar dat het rapport laat zien dat er een grens aan wonen zit.

Pen komt al jaren op voor de werkfunctie in steden. Het centrum van de stad vervult volgens hem een noodzakelijke sociaaleconomische functie. Onderzoeker Das benadrukte dat op stedenbouwkundige niveau voorwaarden gelden om bedrijvigheid in de binnenstad te houden. Zo moet een loodgieter die vanuit de binnenstad werkt, zijn auto kwijt kunnen. Exterkate benadrukte dat het belangrijk is dat deze werkfuncties spin-off genereren voor de binnenstad als geheel. En ook de betaalbaarheid van de werkruimte is een steeds belangrijker vraagstuk.

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Nieuws

Groen licht voor The Chocolate Factory Veghel

Nieuws

18-05-2022

Groen licht voor The Chocolate Factory Veghel

De voorbereiding voor de realisatie van The Chocolate Factory (TCF) in de NPF Toren op de Noordkade in Veghel kan van start!

Samen met initiatiefnemer Stichting Werk en Leren hebben Noordkade Ontwikkeling (Van de Ven), gemeente en provincie de afgelopen maanden gewerkt aan de opzet van de organisatie en de financiële constructie.

Unieke leerwerkomgeving

Met een lening van de provincie, een eerder toegekende Europese subsidie van €2,4 miljoen, bijdragen van de gemeente en een aantal ondernemers en onderwijspartners in Meierijstad, kan de initiatiefnemer de unieke leerwerkomgeving nu echt gaan realiseren. Op 17 mei 2022 vond de symbolische eerste handeling plaats. Gedeputeerden Van Gruijthuijsen en Smeulders legden met de betrokken partners de eerste (chocolade)stenen.

Talentontwikkeling

Wethouder Coby van der Pas: ”Geweldig dat we nu verder kunnen met de ontwikkeling van TCF. Met de realisatie hiervan ligt er een geweldige kans om iets unieks te doen in Meierijstad. Deze hybride leeromgeving op een bijzondere locatie is een prachtige aanwinst. Jongeren kunnen hier hun talenten ontwikkelen, zodat ze straks een betere kans hebben op de arbeidsmarkt en een baan kunnen vinden die bij hen past. We zijn blij en trots dat dit nu, met de samenwerking van de initiatiefnemer, de Provincie, Van de Ven, de onderwijspartners en het bedrijfsleven en de ondernemers, ook echt gaat gebeuren!”

Innovatieve hotspot

Het gezamenlijke project richt zich op het bieden van een innovatieve plek ten behoeve van ervaringsgericht leren, - ontwikkelen en - werken. Techniekonderwijs speelt een hoofdrol. Het project draagt bij aan de vakbekwaamheid van jonge technici, die zo beter toegerust worden voor hun vak en loopbaan. Het is ook bedoeld om de belangstelling van leerlingen en studenten voor de maakindustrie en technische beroepen te stimuleren. Deze innovatie wordt gecombineerd met een attractie waardoor een nieuwe hotspot ontstaat op de Noordkade en zoveel mogelijk mensen geïnteresseerd kunnen raken in techniek. Daarnaast draagt dit project ook bij aan de naamsbekendheid van Meierijstad (en de regio) en aantrekkingskracht voor jong talent. Henk Maas, initiatiefnemer Stichting Werk en Leren: Een Publiek-Private samenwerking met de Overheid, Ondernemers en Onderwijs waarbij we kinderen gaan verleiden voor techniek en technologie door met de meest wonderlijke machines de heerlijkste chocolade producten te mogen maken en het meest bijzonder is nog dat deze toren straks door leerlingen van Praktijkonderwijs, VMBO, MBO en HBO/WO gerund zal worden. Leren in een context-rijke omgeving.

Cultuur, food en techniek

In Meierijstad wordt al geruime tijd gewerkt aan dit hybride leer-werk-initiatief. Het is een initiatief van Maas Leerfabrieken in de NPF-toren van de Noordkade. Stichting WerkEnLeren, de bedrijven VINCI Energies/Actemium, Vanderlande, Bouwbedrijf van de Ven, Agrifirm, QING, Friesland Campina, Mars, Stichting Platform Ondernemend Meierijstad (POM), de onderwijspartners ROC De Leijgraaf, Elde College, Zwijsen college en Fioretti College en gemeente Meierijstad ondertekenden hiervoor eerder al een samenwerkingsovereenkomst. Gedeputeerde Martijn van Gruijthuijsen van Economie, Financiën, Kennis- en Talentontwikkeling: “De huidige krapte op de arbeidsmarkt laat des te meer zien hoe hard we al het talent nodig hebben in onze provincie. In The Chocolate Factory krijgen leerlingen tijdens hun opleiding al te maken met de beroepspraktijk en worden ze op nieuwe manieren klaargestoomd op het werkende leven. Samen met bedrijven komen de leerlingen tot nieuwe inzichten, technieken en vaardigheden die we kunnen gebruiken op weg naar een duurzamer en gezonder voedselsysteem."

“Dit is een mooie aanwinst voor het erfgoedcomplex de Noordkade in Veghel. En natuurlijk ook voor de hele provincie. We hebben willen Brabant voor zoveel mogelijk mensen een leuke en fijne plek laten zijn. Om te wonen, werken en te recreëren. De Chocoladefabriek, die mede mogelijk wordt gemaakt dankzij een lening van ons Ontwikkelbedrijf, draagt dankzij het vernieuwend recreatief concept bij aan deze ambitie. Kortom, ik ben blij dat dit erfgoedcomplex zo wordt herbestemd en dat we een aansprekende aanvulling doen op het Brabantse vrijetijdsaanbod”, aldus gedeputeerde Stijn Smeulders van onder meer Vrije tijd, Cultuur, Sport & Erfgoed en Ontwikkelbedrijf.

Lees verder
card image

Nieuws

Netcongestie en het verduurzamen van bedrijventerreinen: praktische tips en nieuwe subsidieregeling Noord-Holland

Nieuws

18-07-2022

Netcongestie en het verduurzamen van bedrijventerreinen: praktische tips en nieuwe subsidieregeling Noord-Holland

Een kleine vijftig ondernemers kwamen deze maand bij elkaar voor de presentatie van een onderzoek naar de verduurzaming van bedrijventerreinen. Naast veel bruikbare tips en praktische voorbeelden van verduurzaming kregen ze ook informatie over een nieuwe subsidieregeling die per 1 augustus 2022 van kracht wordt in Noord-Holland: de Subsidie Oplossingen bij Netcongestie (SON).

“Het verduurzamen van bedrijven die worden gehinderd door netcongestie is zeker een uitdaging, maar geen utopie. Met ons onderzoek hebben we laten zien dat er, ondanks de begrenzingen van het elektriciteitsnet, verschillende oplossingen zijn om afhankelijkheid van fossiele energiebronnen te verminderen en daarmee de CO2 footprint te verminderen.” Met die woorden zette Joep Sanderink van de New Energy Coalition de toon voor de slotbijeenkomst ‘Verduurzaming bedrijventerreinen in een gebied met netcongestie’, donderdag 7 juli op bedrijventerrein Winkelerzand. 

Een bijeenkomst die vooral was bedoeld om kennis te delen die tijdens het onderzoek is opgedaan, maar die ook een bredere reikwijdte had in de vorm van inspiratie en concrete adviezen. Dat netcongestie een knelpunt is voor ondernemers met verduurzamingsambities of groeiplannen, valt niet te ontkennen. De kaart met congestiegebieden in Noord-Holland kleurt steeds roder. En dit is helaas geen probleem dat op korte termijn wordt opgelost, weet Sanderink. Ook al zijn netverzwaringen die zijn aangekondigd uitgevoerd, dan nog is dit geen garantie dat problemen daarmee definitief opgelost zijn.

De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in een leaflet, die je hier kunt downloaden.

Oplossingen 'achter de meter'

Werpt het probleem van netcongestie een praktische drempel op voor het collectief vergroenen van de energiehuishouding van bedrijven ‘voor de meter’, daar achter zijn nog genoeg kansen om flink te besparen op het gebruik van fossiele brandstoffen.

In het kader van het onderzoek heeft New Energy Coalition de technische èn economische mogelijkheden onderzocht van 4 technische oplossingen die kunnen worden ingezet voor netcongestie: inzet van warmtepompen, energieopslag met batterijen, waterstofgeneratoren en e-boilers. Hierbij is een onderverdeling gemaakt van vier verschillende bedrijfstypen, afhankelijk van bedrijfsomvang, grootte van de netaansluiting, opwekpotentie en eigen (energie)verbruik. Voor elk van de bedrijfstypen is vervolgens gekeken welke initiatieven kansrijk en minder kansrijk zijn. Aan de hand van een matrix die uit deze analyse is voortgekomen, kunnen ondernemers zelf bepalen welke duurzame investeringen het meest interessant zijn voor hun bedrijfstype. Conclusie is dat voor ieder bedrijfstype een besparing in fossiele energie haalbaar is, zij het dat er niet zoiets bestaat als één oplossing of een combinatie van oplossingen die voor elk bedrijf toepasbaar is.

Hoewel nog onduidelijk is welk effect de nieuwe Netcode elektriciteit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) gaat hebben, lijken er wel nieuwe mogelijkheden te ontstaan voor bedrijven om met collectieve oplossingen ‘voor de meter’ verduurzaming te organiseren. Een van die mogelijkheden die tijdens de bijeenkomst werden aangestipt, is dat er nieuwe flexibiliteitservices in het leven worden geroepen. Met deze services kunnen ook kleinere bedrijven slim energie gaan uitwisselen met het net, wat moet leiden tot een toename van het aantal verduurzamingsmogelijkheden.

Besparingen en nieuwe omzet bij CiRoPack

Rob van der Wal, directeur van verpakkingsbedrijf CiRoPack uit Heerhugowaard, vertelde hoe hij – gedreven door een innerlijke overtuiging – stapsgewijs steeds verder is gegaan met het verduurzamen van zijn bedrijfsvoering. En wel door te beginnen met isolatie en ledverlichting en uiteindelijk (sinds 2018) helemaal van het gas af te gaan door over te stappen op verwarming met elektrisch IR-Panelen. Een inspirerend verhaal dat aantoont dat verduurzaming niet alleen kost, maar ook het nodige oplevert.

Behalve in de vorm van een (veel) lagere energierekening betaalt de opbrengst zich bij CiRoPack ook uit in de vorm van nieuwe opdrachten. De aantoonbare inspanningen die een leverancier doet op het gebied van verduurzaming, tellen namelijk in steeds meer organisaties mee als criterium voor de inkoop van producten en diensten. Doordat Van der Wal aantoonbaar kon maken welke investeringen hij met zijn bedrijf heeft gedaan in verduurzaming, wist hij onlangs een grote Europese tender in de wacht te slepen, ondanks dat zijn offerte niet de laagste was.

Subsidie voor Oplossingen bij Netcongestie

Wil je als ondernemer aan de slag met het verduurzamen van je bedrijf, maar loop je tegen financiële drempels aan? Dan is er goed nieuws, want per 1 augustus 2022 wordt vanuit de provincie Noord-Holland een nieuwe subsidieregeling van kracht, de Subsidie Oplossingen bij Netcongestie (SON) Noord-Holland, waarmee ondernemers een deel van hun investering vergoed kunnen krijgen. Nico Meester van Ontwikkelingsbedrijf NHN was op bedrijventerrein Winkelerzand aanwezig om te vertellen over deze nieuwe regeling.

SON aanvragen kan voor twee doelen:

Vergoeding kosten haalbaarheidsstudie
Kosten die worden gemaakt om inzicht te verkrijgen in de haalbaarheid (technisch, economisch en juridisch) van technische oplossingen. Denk aan kosten voor inhuur van externe experts; materiaalkosten en huur van apparatuur en materiaal.

De SON regeling vergoedt 50% van deze uitgaven, tot een maximum bedrag van  € 25.000,-.

Vergoeding kosten uitvoering
Hier gaat het specifiek om kosten die bedrijven maken voor de uitvoering van oplossingen voor netcongestie. Denk aan inhuur van externe experts en procesbegeleiding, materiaal- en huurkosten, huurkosten en kosten van de plaatsing van de gekozen oplossingen.

De SON regeling vergoedt 30% van de uitvoeringskosten, tot een maximum van €75.000,- voor individuele oplossingen en €250.000,- voor collectieve oplossingen.

In totaal heeft de provincie 1,5 miljoen euro klaarliggen voor de SON. Het is de bedoeling om deze regeling jaarlijks te evalueren op effectiviteit.

Lees verder