Het bedrijventerrein fungeert vaak als een soort pispaal voor alles wat mis is in onze ruimtelijke ordening. Onterecht. Gemeenten zien meer de noodzaak om door te pakken met het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen, in het belang van wonen en werken.

Je zou denken dat alle ophef over verdozing en verrommeling van het Brabantse landschap en daar bovenop incidenten rond brand, hinder en geluid en stofoverlast bij industriële bedrijven, voor flinke lokale politieke aandacht voor bedrijventerreinen zorgt. Het tegendeel is waar, zo bleek uit een eerdere landelijke analyse van lokale partijprogramma's, waar de vijf grootste Brabantse steden (B5) en Oss onderdeel van uitmaakten. Bedrijventerreinen zijn hét stiefkindje van de ruimtelijke ordening. Zorgelijk gezien het feit dat er veel en hard wordt gewerkt op bedrijventerreinen.

Zeker 30 procent van de werkgelegenheid, 40 procent van het bruto regionaal product (BRP) en 60 procent van de innovatie komt van bedrijventerreinen. Niet alleen banen voor alle opleidingsniveaus, maar zeker ook voor mbo-vakmanschap, ambachtelijk werk, maakbedrijven en industrie. Voor praktijkgericht en middelbaar opgeleiden een bereikbare arbeidsplaats. Het zijn 'de kurken waarop de lokale en regionale economie drijft'. Ten slotte is de circulaire potentie groot. De reductie van de CO2-uitstoot van duurzame bedrijventerreinen kan net zoveel opleveren als voor aardgasvrije woonwijken. Bedrijventerreinen vervullen een belangrijke functie voor het realiseren en ruimtelijk faciliteren van onze terecht hoge energie- en circulaire ambities.

Nieuwe coalities

Het ongunstige imago van bedrijventerreinen - stereotiep, saai, monofunctioneel en weinig verblijfskwaliteit - werkt niet mee in de gunst om bestuurlijke aandacht. Ze fungeren, zoals ik eerder met Joks Jansen stelde [Eindhovens Dagblad 5 maart], maar al te vaak als een soort ruimtelijke pispaal voor alles wat er mis is in onze ruimtelijke ordening. Programmering, situering, landschappelijk ontwerp en inrichting komt nauwelijks aan bod bij omgevingsagenda's.

Nu de coalitievorming is afgerond, kunnen we zien of de liefde voor bedrijventerreinen in de grootste twaalf Brabantse gemeenten (B5 en middelgrote 7) is toegenomen. Uit de landelijke analyse bleek dat met name Oss, Helmond en Tilburg positieve uitzonderingen waren. Dit blijkt ook uit de coalitieakkoorden. Tilburg pakt de handschoen het meest kordaat op en erkent de brede waarde van bedrijventerreinen. De gemeente komt met een stevige bedrijventerreinenparagraaf en laat, na de terechte zorgen over verdozing van het landschap, zien dat het roer om moet. Dit gaat gepaard met miljoeneninvesteringen. Tilburg pakt door met het herontwikkelen en intensiever benutten van bestaande (planologische) mogelijkheden. Via greendeals zet men in op energiemasterplannen.

Diverse gemeenten zoals Bergen op Zoom, Breda, Waalwijk, Meijerijstad en Helmond erkennen de noodzaak dat er nieuwe bedrijventerreinen nodig zijn. Hoopgevend is dat er in lijn met maatschappelijke ophef strengere en stevige duurzame eisen worden gesteld. Waalwijk stelt: We leggen de lat hoog met aandacht voor landschappelijke groene inpassing, duurzaamheid en klimaat. En we kijken waar we kunnen pionieren door meervoudig ruimtegebruik mogelijk te maken.

De focus ligt op het beter en anders benutten van de ruimte voor met name regionale (mkb) bedrijven. Zo wil Helmond inzetten op bedrijven die passen in het innovatieve ecosysteem van Brainport en die meerwaarde hebben voor de stad. Of zoals Breda stelt: 'Bedrijven die duurzame werkgelegenheid toevoegen voor de Bredanaar en die maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen, hebben een streepje voor. Evenals onze lokale mkb'ers en familiebedrijven'. 

Al met al liggen er voor een meer liefdevolle Brabantse aanpak van bedrijventerreinen, hoopgevende coalitieakkoorden. Het sociaaleconomisch, ruimtelijk en duurzaamheidsbelang van bedrijventerreinen wordt steeds meer onderkend.

Visie op wonen

De afgelopen jaren lag de nadruk in het ruimtelijke debat te veel en te eenzijdig op ruimte voor wonen. In de bestuursakkoorden worden voorzichtige stappen gezet om te komen tot een meer integrale benadering van wonen en werken. Transformatie van en wonen op bedrijventerreinen betekent immers ook dat er schuif-ruimte nodig is en gezocht zal moeten worden naar nieuwe locaties. Er is immers al een tekort aan ruimte voor werken en het midden- en kleinbedrijf (mkb). Niet voor niets is het begrip wijkeconomie en ruimte voor het midden- en kleinbedrijf in wijken, kernen en dorpen in opmars. Het mkb is een belangrijke pijler onder lokale leefbaarheid. Er is te weinig plek voor het lokaal midden- en kleinbedrijf en er is een toenemend tekort aan goedkopere bedrijfsruimte. Dit wordt een prioriteit in de op te stellen economische visies.

Extra vraag

Er is extra ruimte nodig voor het faciliteren van de circulaire economie, energietransitie, digitale transformatie en specifieke infrastructuur voor kleinschalige datacenters. Tegelijkertijd hebben we nog nauwelijks een beeld van wat de ruimtelijke gevolgen zijn van deze maatschappelijke ontwikkelingen. De twaalf grootste Brabantse gemeenten zetten de liefde voor bedrijventerreinen vooral om in actuele visies, analyses en verkenningen. Met Tilburg als goed voorbeeld is het zaak deze vaak duurzame en sociaaleconomische woorden om te zetten in daden (het beter benutten van bestaande terreinen en het debat durven voeren over nieuwe locaties), projecten en vooral budgetten. Een bestaand bedrijventerrein toekomstbestendig maken, kost nu eenmaal geld en ambtelijke inzet.

Ik ben benieuwd welke Brabantse gemeenten de veelbelovende woorden bij de begrotingsbehandeling dit najaar omzetten in daden.

Dit artikel is verschenen in het Brabants Dagblad op 4 augustus 2022 en in het Eindhovens Dagblad op 3 augustus 2022.

Foto: Marc Bolsius

Cees-Jan Pen

Cees-Jan Pen is lector ‘De ondernemende regio’ bij Fontys Hogeschool Economie en Communicatie en lid van SER Brabant


Cees-Jan Pen
card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Achtergrond

Goede innovatie-omgevingen versterken stedelijk profiel

Achtergrond

19-05-2022

Goede innovatie-omgevingen versterken stedelijk profiel

Nederland kent zo’n honderdvijftig initiatieven voor campussen, science parks, broedplaatsen, accelerators en makerspaces. Buck Consultants International presenteert er enkele en bespreekt de succesfactoren en de rol van vastgoed.

Geografische nabijheid van soortgelijke innovatie en technologiegedreven bedrijven en relevante kennisinstellingen werkt, getuige de honderden science parken en campussen in Europa. Nederland blaast zijn partij goed mee, want Buck Consultants International telt zo’n honderdvijftig initiatieven, al gerealiseerd of nog op de tekentafel.

Indeling innovatie-omgevingen

Om in de veelheid aan fysieke innovatie-omgevingen ordening aan te brengen is allereerst een hoofdonderscheid nodig: hebben we het over één gebouw of een gebied? Ook de plek is van belang: binnenstedelijk of buitenstedelijk?

Vervolgens is de vraag wat de attractiefactor vormt:

  • Kennis als magneet: daarbij gaat het vaak om een universiteit en/of universitair medisch centrum die als magneet fungeert (in een enkel geval ook een HBO-instelling).
  • Bedrijven als magneet: daarbij kan het gaan om (in eerste instantie) een groot R&D-centrum van één bedrijf (bijv. Philips – High Tech Campus Eindhoven; Thales – High Tech Systems Park Hengelo; DSM – Brightlands Chemelot Campus en Biotech Campus Delft) of juist een verzameling van gelijkgezinde bedrijven (bijv. Automotive Campus Helmond, Technology Park Ypenburg voor composietbedrijven).
  • Concept/locatie & doelgroep als startpunt: voorbeelden zijn Strijp S en Strijp T in Eindhoven, het Smart Services Innovatiedistrict Tilburg en het Amsterdam Life Sciences District.
  • Specifieke (gezamenlijke) innovatiefaciliteit(en) als uitgangspunt: hiertoe kunnen Pivot Park Oss, Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom en Technology Base Twente worden gerekend.

Ecosysteemversterking

Bij alle onder deze vier noemers te rangschikken initiatieven speelt ook de vraag: is er alleen sprake van ‘hardware’ (gebouw, gebied) of is er ook sprake van actieve, systematische ecosysteemversterking? Onder deze ‘software’ vallen onder andere startersbegeleiding, business development en het gezamenlijk nemen van initiatieven voor open toegankelijke ontwikkelings-, demo- en trainingsfaciliteiten.

Rekening houdend met al die factoren ontstaat onderstaand kader.


Kader Fysieke Innovatie-omgevingen Bron: Buck Consultants International

Belangrijke conclusie: de ene fysieke innovatie-omgeving is niet op voorhand beter dan de andere – voor verschillende doelgroepen met uiteenlopende wensen zijn uiteenlopende innovatie-omgevingen adequaat.

Voorbeeld binnenstedelijk gebied: Strijp T – Eindhoven

Met 25 hectare binnenstedelijk terrein ontwikkelt Strijp T zich tot een innovation powerhouse in Eindhoven. Het Strijp T-model is: make – create – innovate. Anders dan buurlocatie Strijp S (ook een voormalig Philips fabriekscomplex) is dit óók een plek voor maakbedrijven. Het terrein vlak bij een spoorstation kent een actieve community. De bestaande gebouwen zijn nagenoeg volledig verhuurd; het terrein kent nog volop verdichtingsmogelijkheden.

Voorbeeld buitenstedelijk gebied: Technology Park Ypenburg

Aan de rand van Den Haag startte in 2018 Technology Park Ypenburg (TPY). Een aantal bedrijven (zoals Airborne, KVE, Promolding en GMT) willen samen met het Fieldlab Digital Factory for Composites (DFC) deze locatie laten uitgroeien tot een internationale hot spot voor producten op basis van hightech materials, met name composieten. Vastgoedbedrijf Dream Advisors heeft recentelijk TPY (vijf gebouwen) gekocht en het terrein verder wordt ontwikkeld tot campus met actieve ecosysteemversterking (bijvoorbeeld start-upbegeleiding, co-creatie-initiatieven, soft landing programma, community-ontwikkeling).

Voorbeeld binnenstedelijk gebouw: LAB42 Amsterdam

Op het Science Park Amsterdam wordt binnenkort LAB42 geopend, beoogd als dé internationale hub op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI). In het gebouw komen niet alleen onderzoekers en studenten van de Universiteit van Amsterdam, maar is ook volop ruimte gecreëerd voor bedrijven van elders. Bedoeling is een community te bouwen waarin studenten, onderzoekers en bedrijven vanuit LAB42 gezamenlijk innovatieve AI-projecten opzetten en uitvoeren. Amsterdam kent al bijna driehonderd AI-bedrijven en heeft twee bachelor- en twee masteropleidingen op het gebied van AI. Via LAB42 wil men deze kennis sneller omzetten in nieuwe business en talent sterker aan de regio binden.


LAB42 in Amsterdam. Beeld: Benthem Crouwel Architects

Voorbeeld buitenstedelijk gebouw: High Tech Factory Enschede

Dit 5.000 m2 grote gebouw is een productiefaciliteit waar bedrijven in de microsystemen- en nanotechnologie producten kunnen maken voor de commerciële markt. De High Tech Factory bevat dertien clean rooms en twintig laboratoria en is gelokaliseerd op het Kennispark Twente.

Twaalf bedrijven zijn er gevestigd, zoals Micronit, Masterpack, Mimetas en PA Imaging. Het apparatuurfonds ‘High Tech Fund’ biedt bedrijven de mogelijkheid productie-equipment voor een periode van vijf tot acht jaar te leasen, waarbij het fonds de apparatuur aanschaft en eigenaar van de equipment blijft.


High Tech Factory Enschede. Foto: Universiteit Twente

Succesfactoren

Voor een succesvolle ontwikkeling van een (fysieke) innovatie-omgeving moeten twee zaken gecombineerd worden. De ‘hardware’, dat wil zeggen het gebouw (ontwikkeling en exploitatie), ontmoetingsruimten en gedeelde ontwikkelings- en innovatiefaciliteiten dan wel het gehele gebouw. En ‘software’, lees: de ontwikkeling van het ecosysteem, stimulering van samenwerking tussen bedrijven, start-upbegeleiding, marketing & acquisitie.

Duidelijk profiel

Een duidelijk profiel, aansluitend bij het DNA van gebied of stad, is tevens van groot belang om een aansprekende propositie voor hardware plus software te kunnen ontwikkelen. Van begin af aan moet ook duidelijk zijn wat het verdienmodel is: moeten alle ecosysteem- en community-initiatieven uit huurinkomsten worden betaald of hebben hardware en software gescheiden financiële huishoudingen, wat in dat geval bij software vaak overheidssubsidies en/of bijdragen van bedrijven inhoudt?

Katalysator

Attractieve en goed lopende innovatie-omgevingen spelen een belangrijke rol als katalysator voor innovatie en stedelijke omgeving. Innovatie is immers gediend met nabijheid van bedrijven en organisaties, die op elkaars wensen en voorwaarden kunnen inspelen in een dynamische interactie-omgeving. Steden hebben baat bij groei van innovatieve (vaak technologiegedreven) bedrijven, die zorgen voor economische groei, werkgelegenheid, profilering en het boeien en binden van talent. Levendige innovatie-omgevingen, in toenemende mate multifunctioneel van opzet, passen immers prima in het concept van De Moderne Stad.

Panneldiscussie Provada

Op woensdag 15 juni 2022 (14.30 – 15.45/zaal 107) vindt tijdens de Provada een interessante discussie plaats over innovatie-omgevingen. Ontwikkelen van innovatie-omgevingen: wat is de ideale rolverdeling tussen vast-goedpartijen en overheden?

Lees verder
card image

Nieuws

File op elektriciteitsnet brengt energietransitie Noordzeekanaalgebied in gevaar

Nieuws

31-03-2022

File op elektriciteitsnet brengt energietransitie Noordzeekanaalgebied in gevaar

Bedrijven in het Noordzeekanaalgebied, samen verantwoordelijk voor bijna 70% van de CO2-reductie, hebben zoveel last van de netcongestie (file op het elektriciteitsnet) dat het industriecluster Noordzeekanaalgebied waarschijnlijk niet haar CO2-reductiedoel van 55% in 2030 gaat halen. Dit schrijft Edward Stigter, voorzitter van het Bestuursplatform Energietransitie Noorzeekanaalgebied, in een brandbrief aan de Tweede Kamer.

In de brief, die is opgesteld door de samenwerkende partijen rond het Noordzeekanaal, krijgen Kamerleden verschillende oplossingen aangeboden om toch op tijd de gewenste reductie te bereiken. 

Netcongestie kan het beste uitgelegd worden als ‘file op het elektriciteitsnet’. De brief vraagt de Kamerleden op korte termijn om meer ruimte voor oplossingen. Bijvoorbeeld door experimenteerruimte in wet- en regelgeving en nieuwe contractvormen tussen netbeheerder en klanten. Ook wordt financiële ondersteuning gevraagd voor grote batterijen waar elektriciteit in perioden van overschot in kan worden opgeslagen. Tot slot moeten bedrijven die de door hen aangevraagde stroomverbindingen niet gebruiken, makkelijk verplicht worden gesteld deze capaciteit weer in te leveren. Een laatste oplossing die in de brief wordt uitgewerkt is om niet alle aanvragen voor stroomaansluitingen op volgorde van binnenkomst af te handelen, zoals nu gebeurt. Er kan voorrang gegeven worden aan slimme, collectieve oplossingen die geen extra capaciteit van het elektriciteitsnet vragen. In de cijfers van de brief zijn de aanpassingen van Tata Steel niet meegenomen. Tata Steel verbruikt dermate veel elektriciteit dat zij een eigen hoogspanningsstation hebben dat los staat van de rest van het Noorzeekanaalgebied. 

Waterstofeconomie

Voor het slagen van de energietransitie in het Noordzeekanaalgebied is elektriciteit van cruciaal belang. Duurzaam geproduceerde waterstof gaat een belangrijke rol spelen in het vervangen van fossiele brandstoffen. Het Noordzeekanaalgebied heeft alles in huis om deze waterstofeconomie in gang te zeten. De havengebieden in het Noordzeekanaal zijn gestart met de ontwikkeling richting belangrijke internationale knooppunten voor import, verwerking, opslag, doorvoer en export van waterstof en daarvan afgeleide duurzame brandstoffen als synthetische kerosine. De ligging aan de Noordzee maakt dat in het gebied de elektriciteit van windvelden op zee makkelijk aan land kan komen en omgezet kan worden in waterstof. Woensdag 13 april debatteert de Tweede Kamer over waterstof.

Versnelde aanleg uitbreiding elektriciteitsnet

Naast bovenstaande oplossingen voor de korte termijn wordt het Rijk gevraagd zich als aandeelhouder in TenneT in te zetten voor versnelling van de geplande netuitbreidingen. De industrie in het Noordzeekanaalgebied heeft de projecten eerder nodig dan nu is opgenomen in het investeringsplan van TenneT. Tot slot willen de samenwerkende partijen in het Noordzeekanaalgebied dat de provincie en gemeenten meer ruimte krijgen bij het maken voor een maatschappelijke belangenafweging in het geval prioritering van de netuitbreidingen.

Netcongestie brengt niet alleen de energietransitie in gevaar, maar heeft ook een economische impact. Port of Amsterdam heeft becijferd dat netcongestie zorgt voor een afname aan investeringen in de Amsterdamse haven tussen de € 1 en € 1,5 miljard tot en met 2027. Hiermee zijn 3000 á 4000 arbeidsplaatsen gemoeid.

Lees de volledige brief aan de Tweede Kamer.

Foto: Babet Hogervorst 

Lees verder