De MIA\Vamil biedt volop mogelijkheden ter ondersteuning van investeringsprojecten om bedrijventerreinen klimaatadaptief te maken door vergroening of regenwater op te vangen. In 2022 is er een budget van 169 miljoen euro beschikbaar.

De MIA (Milieu-investeringsaftrek) en Vamil (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen) zijn twee fiscale stimuleringsregelingen die zich richten op marktintroductie en -verbreding van innovatieve en milieuvriendelijke technieken. Met de MIA\Vamil kan het belastingvoordeel voor ondernemers die hierin investeren netto oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. 
Een klimaatbestendige inrichting van een bedrijventerrein kan naast belastingvoordeel ook andere baten opleveren. Zoals minder risico op schade en overlast, een beter werkklimaat en een aantrekkelijkere leefomgeving doordat de biodiversiteit toeneemt. 

Op de Milieulijst staan de omschrijvingen van technieken die fiscaal worden gestimuleerd. Deze lijst wordt jaarlijks herzien. Voor het realiseren van groenblauwe bedrijventerreinen staat er in 2022 bijvoorbeeld het volgende op: 

  • groene gevels of muren;
  • groene en blauwe daken; 
  • regenwaterbuffers en infiltratiesystemen;
  • voorzieningen voor het vergroenen van een bedrijventerrein;
  • natuurvriendelijke voorzieningen, al dan niet in combinatie met beregeningsinstallaties met oppervlakte- of regenwater.

Meer informatie

Wilt u een aanvraag indienen voor een investering in één van de technieken op de Milieulijst 2022? Raadpleeg dan de website van RVO voor meer informatie:

Foto: Gerard van Beek 

card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Nieuws

FD: Bedrijven in het gedrang door grote woningbouwplannen van gemeenten

Nieuws

30-01-2022

FD: Bedrijven in het gedrang door grote woningbouwplannen van gemeenten

Ondernemers op bedrijventerreinen vrezen de dupe te worden van de hoge woningbouwambities van de overheid. Uit ruimtegebrek kijken gemeenten als Amsterdam en Zaanstad steeds vaker of ze woningen kunnen bouwen op dat soort locaties. Bedrijven voorzien echter klachten van omwonenden en houden er rekening mee dat ze moeten verhuizen.

In het kort:

  • Gemeenten in de Randstad kiezen voor woningbouw op bedrijventerreinen.
  • Ondernemers op die terreinen vrezen de dupe te worden van deze plannen.
  • Sommige Zaanse bedrijven moeten desnoods verhuizen naar Purmerend, Alkmaar of Flevoland

Dat blijkt uit een rondgang langs ondernemers en ondernemersverenigingen in enkele gemeenten. 'In de plannen stellen gemeenten dan dat ze wonen en werken gaan combineren, maar vor bedrijven die geur- of geluidsoverlast veroorzaken is dat natuurlijk niet te doen. Die zullen moeten wijken voor die woningbouw', zegt Kees Noorman, directeur van Oram, een ondernemersvereniging in Amsterdam.

Oram zit onder meer in haar maag met de plannen voor Haven-Stad, een geplande nieuwe wijk voor 70.000 woningen in het Westelijke Havengebied van Amsterdam. De claim van de gemeente veroorzaakt onderzekerheid bij bedrijven. Zij weten vaak niet of het nog zin heeft om te investeren, en evenmin waar ze naartoe kunnen verhuizen, want overal is ruimtegebrek.

'Natuurlijk zal het af en toe schuren'

Het kabinet wil het enorme woningtekort in Nederland terugdringen door er de komende tien jaar bijna een miljoen woningen bij te bouwen, waarvan alleen al in regio Amsterdam rond de 200.000. Vooral in de Randstad, waar de strijd om beschikbare ruimte fel is, moeten bedrijventerreinen soelaas bieden. 'Er zijn geen weilanden meer om vol te bouwen. Natuurlijk zal het af en toe schuren, maar er is verder geen ruimte', zegt Marieke van Doorninck, wethouder ruimtelijke ordening in Amsterdam. 

In Zaanstad worstelt de gemeente met ondernemers in de Achtersluispolder in Zaandam, waar een deel van de honderden bedrijven plaats moeten maken voor 5.000 tot 10.000 woningen langs het Noordzeekanaal. Donderdag hoopt de gemeente groen licht te krijgen van de gemeenteraad voor extra onderzoek naar de haalbaarheid van de plannen. 

Wethouder Hans Krieger van Zaanstad voorziet nu al dat sommige bedrijven moeilijk in te passen zullen zijn in een woon-werkgebied. 'Dan ga je eerst kijken of je ze kunt verleiden hun bedrijfsvoering aan te passen.' Als niets lukt, sluit hij overleg over bedrijfsverplaatsing niet uit. Bijvoorbeeld naar locaties in Alkmaar, Purmerend en in de Flevopolders.

'Je gaat met elkaar vechten, dat wil je niet'

De bedrijven in de Achtersluispolder zijn niet blij met de woningbouwplannen. Vincent van Vliet, die er een aannemersbedrijf leidt, verwacht problemen, ook bij bedrijven die in theorie wel naast bewoners kunnen zitten, zoals aannemers. 'Als ik 's morgens om zes uur een rijplaat in de vrachtauto gooi, vinden buren dat één keer niet erg, twee keer misschien ook niet, maar als je dat dag in dag uit doet, ga je met elkaar vechten. Dat wil je niet.'

Ook in Den Haag, dat door zijn ligging aan geen enkele kant kan uitbreiden, voelen ondernemers op bedrijventerreinen zich in het gedrang komen door woningbouwplannen. Het Haagse bedrijventerrein de Binckhorst is een bekend voorbeeld, maar ook op andere Haagse bedrijventerreinen worden bouwplannen gemaakt of voelen ze de dreiging, stelt Robert Medenblik, voorzitter van Stichting Bedrijventerreinen Haaglanden.

Steden benadrukken dat ze er niet op uit zijn om bedrijven weg te jagen, ook vanwege de lokale banen. 'Maar bedrijventerreinen zijn nu vaak éénlaags, met grote parkeerterreinen. Dat is natuurlijk zonde van de ruimte. Je kunt meer werkgelegenheid en woonruimte creëren door te intensiveren', zegt Van Doorninck.

Bron: FD 30 januari 2022

Lees verder
card image

Achtergrond

Acht manieren om meer ruimte voor werken te maken

Achtergrond

16-06-2022

Acht manieren om meer ruimte voor werken te maken

Werken is financieel minder aantrekkelijk dan wonen. Dat werklocaties in de stad aan het worstelen zijn, is dan ook goed te verklaren. Toch zijn er oplossingen op elk schaalniveau. Hier acht oplossingen om de ruimte voor werken te garanderen.

Dit artikel van Jan Jager en Julian Dubbeld verscheen eerder in vakblad BT. 

1. Werkcorporaties

Werkcorporaties kunnen een deel van de oplossing vormen. Door de stijgende grondprijzen geven veel mkb’ers aan hun werkruimte niet meer te kunnen betalen. Eindstand: vermogende sectoren zoals de logistiek krijgen voet aan de grond in de stad, maar de maakindustrie wordt er juist verdreven. Een slechte ontwikkeling, want zonder werklocaties wordt de stad ook minder aantrekkelijk om te wonen.

Gelijksoortige problemen zien we ook bij de woningbouw. Wie geld heeft, kan in de stad wonen. Wie dat niet heeft moet op zoek naar iets anders. Er is alleen een groot verschil: woningcorporaties, die ervoor zorgen dat mensen toch goedkoop in de stad kunnen wonen. In Amsterdam is bijvoorbeeld 49,4 procent van de woningvoorraad in bezit van een woningcorporatie.

Waar blijven de werkcorporaties? Ondernemingen die zich bezighouden met het bouwen, beheren en verhuren van werkruimtes zonder winstoogmerk.

2. Economische hoofdstructuur

‘Om flexibiliteit te waarborgen met ruimte voor andere partijen, voor onverwachte ontwikkelingen en voor veranderende inzichten, is er een ander type proces voor gebiedsontwikkeling nodig, met gezamenlijk geformuleerde ambities, met raamwerken en kaders, en het benoemen van condities’,schrijven Geert Urhahn en Bernardina Borra in ‘Ecosystemen van werk in de stad’. ‘Dit betekent dat de overheden zich met name hierop zouden moeten richten terwijl ze tegelijkertijd durven los te laten en anderen meer vertrouwen en gunnen.’

In andere woorden: voor de financiering van werklocaties moet niet meer naar overheden worden gekeken, voor het scheppen van de juiste kaders wel. In Den Haag moeten de ambities voor werk worden vastgesteld. Een soort economische hoofdstructuur, waarbij de belangrijkste Nederlandse werklocaties worden aangewezen. De markt moet binnen die kaders bewegen.

3. Werkruimte op maat

Focus niet op vierkante meters, maar op werkruimtes op maat. Elke type werk heeft namelijk andere behoeftes. Een scheepsbouwer kun je niet in een kantoor zetten, en een consultant kun je niet in een scheepswerf zetten. Zo extreem als dit zul je in de praktijk niet snel zien, maar er zijn genoeg voorbeelden van ondernemers die niet op de juiste werkplek moeten werken.

Ondernemer Huib Koel is zo iemand, bijvoorbeeld. Koel verbouwt woonboten aan de NDSM-werf in Amsterdam, maar veel ruimte heeft hij niet. En zijn buren zullen ongetwijfeld geregeld last van hem hebben: ‘Ik werk nu op een plint aan de straatkant, onder woningen. Dat kan niet met mijn beroep.’

Adviesbureau Buck Consultants Internationals (BCI) heeft om dergelijke situaties te voorkomen, een nieuwe typologie voor de indeling van werklocaties ontwikkeld. Daarbij gaat het adviesbureau uit van ruimtelijk-economische trends en ontwikkelingen in relatie tot functiemenging, interactiemilieus, circulariteit, energietransitie, ruimtelijke kwaliteit en mobiliteit. De verschillende soorten werkmilieus moeten helpen bij het ontwikkelen van een samenhangend systeem van werklocaties.

4. Stadmakersfondsen

Nieuwe spelers kunnen ook doorbraken forceren. Het Stadmakersfonds in de provincie Utrecht is zo’n nieuwe speler bijvoorbeeld, door nieuwe, stedelijke gebieden te ontwikkelen.

Het fonds heeft als doel om deze gebieden maatschappelijk, economisch en cultureel te versterken. Met geld van investeerders krijgen stadmakers in Utrecht de ruimte om hun werkplaats te ontwerpen. De investeerders krijgen na verloop van de tijd dan weer rendement terug. Onder meer op het Hof van Cartesius is het werk van het Stadmakersfonds al goed zichtbaar.

Het Stadmakersfonds helpt stadmakers ook met het uitwerken van een sluitende businesscase en hanteert daarnaast een lagere rente en langere opschaaltijd. Dit is cruciaal omdat traditionele banken kleinschalige en jonge ondernemingen vaak als kwetsbaar zien en daarom hogere rentepercentages eisen. Om ruimte te maken voor nieuwe bedrijvigheid in een stad zijn dergelijke fondsen dus belangrijk.

De kans is aanwezig dat het Stadmakersfonds de komende jaren ook in andere steden en provincies te zien zal zijn. Het fonds wil uitgroeien tot een landelijk fonds voor stadmakersinitiatieven.

5. Intensiveren

De oplossing voor knellende ruimte in steden wordt vaak gezocht in een nieuwe functiemix, bijvoorbeeld door het toelaten van wonen in werkgebieden. Maar waarom zou je niet beginnen te verdichten in bestaande woongebieden en bestaande werkgebieden, zodat onnodige ruimteconflicten worden vermeden?

Alle aanvragen voor nieuwe bedrijfsruimte kunnen via inbreiding op bestaande bedrijventerreinen geaccommodeerd worden, is de conclusie uit de ‘inspiratie- en adviesgids’ INTENS van de Urechtse Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK).

Voorlopig hanteert de provincie de taakstelling om 85 van de 230 hectare planvoorraad via herstructurering op bestaande werklocaties in te passen. Tussen droom en daad staan blijkbaar praktische bezwaren.

6. De lucht in

Een andere mogelijkheid om te intensiveren is: gewoon de lucht in. Waarom zou een logistiek centrum over een vierkanter kilometer uitspreiden als je ook stapelen kan? Juist ja, als er ruimte genoeg is. In de stad is die ruimte er niet.

7. 30 procent-norm voor werken

Als je kunt eisen dat 30 procent van de woningen sociaal moet zijn, waarom dan ook geen 30 procent-norm voor werklocaties? De norm zou kunnen worden toegepast in gebieden waar een mix van wonen en werken moet komen, zoals de Binckhorst in Den Haag, maar hogere grondopbrengst voor wonen het ontwikkelaars nu nog belet werkenvoorzieningen te realiseren.

Voor een gezonde mix dure en goedkopere woningen, en tussen wonen en werken zijn kaders schijnbaar nodig. Uit onderzoek blijkt bovendien dat de waardestijging van gemengde woon-werkgebieden soms hoger is dan in monofunctionele gebieden. Dus ook financieel gezien kan zo’n norm zichzelf misschien wel terugverdienen.

8. Werken in de binnenstad

Overal in Nederland worden in binnensteden overtollige winkelmeters getransformeerd naar ander functies. Nieuwe bewoners, leisure, groen, voorzieningen, yogascholen: het is het standaard repertoire dat vaak van stal wordt gehaald. Grote afwezige die vrijwel nooit wordt genoemd is werken.

Daarmee doe je de binnenstad tekort, maar zeker ook bedrijven die door transformatie van bedrijventerreinen naar wonen elders in de stad in de verdrukking zitten. Binnensteden zijn van oudsher brandpunten waar stromen samen komen, handel werd gedreven en bedrijven zich vestigden. En werd gezopen. Functies die bij een binnenstad horen, en zich niet per se goed verhouden tot wonen.

Breng niet bewoners, maar bedrijven naar de binnenstad’, schreef SKBN-voorzitter Theo Föllings onlangs in dagblad Trouw.

Seminar ‘Bedrijven naar de binnenstad!’

Tijdens het BT-seminar ‘Bedrijven naar de binnenstad!’ op woensdag 6 juli staat de vraag centraal hoe je ruimte borgt voor bedrijven in stads- en wijkcentra, met onder meer Esther Roth (gemeente Rotterdam), Marcel Michon (Buck Consultants International), Leonie Kuepers en Sjaak Vinken (Streetwise, Limburg), Gerlof Rienstra (Rienstra Beleidsontwikkeling en Beleidsadvies), Karel Bolt (Gemeente Zwolle) en Herman Kok (Kern). Tijdens het interactieve seminar, dat wordt geleid door Gert-Joost Peek (lector gebiedsontwikkeling Hogeschool Rotterdam) en Jan Jager (vakblad BT), staat de zoektocht naar praktische oplossingen centraal.

Meld je hier aan

 

Foto: Andrea Piacquadio 

Lees verder