Circulaire activiteiten hebben in 2030 870 hectare extra ruimte op bedrijventerreinen nodig. Dat blijkt uit onderzoek van SKBN in samenwerking met Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek. 

Het onderzoek focust zich vooral op de deelsectoren recycling en reparatie, omdat die als kernactiviteiten van circulaire economie kunnen worden beschouwd en goed zijn af te bakenen. De verwachting is dat recycling en reparatie als deelsectoren van de circulaire economie de meeste ruimte zullen opeisen in de komende jaren.  

Verder verwacht Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek dat groei in andere sectoren zich niet vertaalt in een evenredige groei van de ruimtebehoefte. Onderzoeksinstituut CE Delft gaf eerder aan dat het delen en het verlengen van de levensduur van goederen in potentie leiden tot afname van het ruimtegebruik voor productiefaciliteiten en logistieke activiteiten. 

Om tot de 870 hectare extra ruimte komen, paste Rienstra zijn classificatie toe op de provincie met het grootste aantal en verscheidenheid aan bedrijventerreinen, Noord-Brabant. De uitkomsten extrapoleerde hij vervolgens naar de landelijke situatie en ontwikkeling. 

“Het gaat in dit geval om een groot aantal industriële bedrijven met reparatie en onderhoud als hoofdactiviteit, afvalbehandeling en recycling, alsmede sloop in de bouw en autogarages. Het zijn activiteiten die allemaal een hoge milieucategorie kennen van minimaal 3 en daarmee op een bedrijventerrein thuishoren. In deze sectoren telt Noord-Brabant ruim 5.000 vestigingen, waarvan er meer dan 2.100 op een bedrijventerrein zijn gevestigd. De vestigingen op in totaal 598 bedrijventerreinen hebben een gemiddelde vloeroppervlakte per werkzame persoon van 344 m² in bedrijfsgebouwen”, aldus Rienstra.  

Daarmee is de ruimtebehoefte voor circulaire activiteiten nog niet gedekt. Ook buiten bedrijfsgebouwen is er volgens Rienstra ruimte nodig voor opslag en verwerking. Zo komt de economisch geograaf uiteindelijk tot een gemiddelde vloeroppervlakte van 819 m² per persoon.  

Milieuruimte en ontsluiting 

Om te kunnen voldoen aan de toenemende ruimtevraag voor circulaire activiteiten in de komende jaren is het belangrijk dat er genoeg bedrijventerreinen zijn met een grote milieuruimte en een goede ontsluiting, omdat circulaire activiteiten vanwege hun milieubelasting doorgaans aangewezen worden op afgebakende bedrijventerreinen.  

“Wellicht kunnen incourante kantoorgebouwen op HMC3+-terreinen langs snelwegen, niet aantrekkelijk voor omzetting naar wonen, worden getransformeerd naar circulaire-economielocaties. Bereikbaarheid over de weg en voldoende milieuruimte zijn dan in ieder geval gegarandeerd”, eindigt Rienstra. 

ELBA\REC

ELBA\REC en SKBN werken al jaren nauw samen en sinds medio 2018 is ELBA\REC ook kennispartner van SKBN. Via vakmedia zoals BT Magazine en Stadszaken, en o.a. door het BT Event is ELBA\REC een bron van informatie voor bedrijventerreinprofessionals.

info@elba-rec.nl
033 - 87 00 100

ELBA\REC
card image

Event

10-11-2022
BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Event

10-11-2022

BT Event 2022 | DE STRIJD OM DE RUIMTE

Ruim 3.800 bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland herbergen 50 procent van alle banen en vertegenwoordigen 60 procent van alle R&D-investeringen. Van de grootste R&D-bedrijven is zelfs 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein.

Volgens de meest actuele raming van het ministerie van EZK bestaat er tot 2030 behoefte aan 5500 tot 9500 hectare betaalbare ruimte voor werken. Afgelopen jaren verdween echter een oppervlakte van 4600 hectare bedrijventerrein, vaak door transformatie naar wonen. En die druk op de ruimte door wonen houdt de komende jaren ook aan.

Ondertussen neemt de vraag naar milieuruimte alleen maar toe vanwege de transitie naar een circulaire economie. Bestaande (milieu)ruimte op werklocaties wordt echter nog onderbenut. Dat geldt eveneens voor het – enorme – verduurzamingspotentieel op bedrijventerreinen en werklocaties.
 
Tijdens het 17e BT Event op donderdag 10 november in Lumen Hotel & Events in Zwolle, staan het borgen van ruimte voor werken en het werken aan toekomstbestendige werklocaties centraal.

Voor een economisch sterker en duurzamer Nederland kúnnen en mógen werklocaties niet over het hoofd worden gezien.

Klik hier voor meer informatie over het programma en aanmelden

Over het congres

Het BT Event is sinds 2006 hét netwerkevenement waarop het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal staan. De nadruk ligt niet alleen op fysieke ruimte voor werklocaties, maar tevens op het functioneren van deze werklocaties in een snel veranderende wereld. Dat gaat zowel over het economische functioneren van werklocaties en innovatiemilieus, als over de snel veranderende duurzame eisen die natuur én mens stellen aan onze leef- en werkomgevingen.
 
Het BT Event is een initiatief van SKBN en vakblad BT, en wordt dit jaar georganiseerd in samenwerking met Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Oost NL.

 

Lees verder
card image

Opinie

Er is niets mis met functiescheiding

Opinie

14-04-2022

Er is niets mis met functiescheiding

Het ruimtelijk debat over de gebouwde omgeving draait om het sectoraal ‘bouwen, bouwen, bouwen’ van liefst zoveel mogelijk woningen. De werkfunctie hangt er vaak maar wat bij, blogt Cees-Jan Pen, lector de Ondernemende Regio van Fontys Hogescholen.

Er is alleen politieke interesse in werkgebieden als deze (deels) kunnen worden omgezet in woongebieden. Wie wil er immers niet meer levendigheid, leefbaarheid en dynamiek in monofunctionele werkgebieden? Functiemenging is een doel op zich geworden. De ruimte voor bedrijven komt vaak niet verder dan goede bedoelingen, flitsende brochures over woon- en interactiemilieus en mooie – haast romantische – vergezichten. Overheden zeggen vaak dat ze woningbouw op bedrijventerreinen niet ten koste willen laten gaan van ruimte voor bedrijvigheid en daarmee verlies van werkgelegenheid in steden en dorpen willen voorkomen. Een derde van de bedrijven en banen is immers vaak gevestigd op bedrijventerreinen, dus je moet het belang van deze terreinen op papier natuurlijk wel serieus nemen. De praktijk is helaas totaal anders.

Bewonen gaat altijd voor werken

In vooral de Randstad, maar ook in grote steden elders in het land, worden woningen ‘zomaar’ gepland op of tegen bedrijventerreinen, te dicht op de honderden aanwezige bedrijven met bestaande vergunningen en vergunde milieuruimte op deze terreinen. Illustratief zijn terreinen als Binckhorst en ZKD in Den Haag, de Schieoevers in Delft, Merwehaven Rotterdam, Hamerkwartier en Damen Shipyard Amsterdam-Noord, Achtersluispolder Zaanstad, De Hurk Eindhoven en ga zo maar door. Dit is zorgelijk, want dat gaat natuurlijk gegarandeerd klachten van bewoners opleveren. De praktijk leert bovendien dat een bedrijf moet verplaatsen als klachten van bewoners niet kunnen worden opgelost. De vergunning wordt in zo’n geval niet verlengd, want bewoners worden gewoon beter beschermd. Waar moeten deze bedrijven dan heen? In de regio is vaak nauwelijks ruimte voor de uitplaatsing. Onderschat wordt wat de plannenwolk aan woningen doet met de innovatie en motivatie van ondernemers in deze gebieden.

Werken voor wonen

We omarmen natuurlijk functiemenging, maar de huidige definitie hiervan gaat uit van het concept woon-werkgebieden, waarbij er alleen ruimte is voor kantoorachtige (thuis)werkfuncties. Het wordt tijd om meer te denken in termen van werk-woongebieden. In zo’n gebied is het faciliteren van de reeds aanwezige bedrijvigheid het uitgangspunt, waarbij woningen (in het uiterste geval) vaak alleen aan de randen of in combinatiegebouwen mogelijk zijn. Er is ruimte voor maakbedrijven in de hogere milieucategorieën (minimaal 3.1), zonder dat vanaf de tekentafel woningaantallen worden ingeboekt in het betreffende gebied. Reserveer vooraf bedrijfsruimten, die geschikt, bereikbaar en/of betaalbaar zijn voor de zittende ondernemers. Centraal moet het participatieproces staan, niet alleen van maar ook met ondernemers. Te vaak zie ik namelijk dat óver in plaats van met ondernemers wordt gesproken.

Er is toenemende vraag naar werken in de stad

De verschillen tussen woon-werk, dan wel werk-woongebied lijkt een woordspelletje voor planologische intimi. Er gaat echter een fundamenteel debat achter schuil. Illustratief is dat vaak wordt gerekend met vuistregels als 25-30m2 per werknemer in een gebied, terwijl uit projecten in bijvoorbeeld havengebieden blijkt dat arbeidsintensief (maak)werk vraagt om misschien wel 250m2 per werknemer. Daar vallen banen voor alle opleidingsniveaus onder, zeker voor mbo-vakmanschap, ambachtelijk werk, maakbedrijven en industrie. We moeten, zoals ik eerder met Joks Jansen al stelde, af van de kenniseconomische illusie dat werken achter de laptop gebeurt in hippe koffietentjes, hightech campussen en getransformeerde industriepanden. We vergeten de economie van het sleutelen, maken, repareren, recyclen en produceren. En niet te vergeten: in een circulaire economie neemt deze ruimtevraag voor ‘maakbedrijven’ alleen maar verder toe. 

Er is niet altijd iets mis met functiescheiding

Functiemenging is te veel een doel op zich geworden. Ik las laatst het nuchtere advies dat we gewoon ons gezonde, menselijke verstand moeten gebruiken bij wat je wel en niet mixt. We willen immers niet dat woningbouw ten koste gaat van bedrijvigheid. Weet dus wat bedrijven in een gebied beweegt. Dit betekent soms ook simpelweg dat er een stop komt op de transformatie van bedrijventerreinen. We zullen bestaande gebieden moeten aanwijzen waar bedrijven tien jaar kunnen ondernemen en innoveren. Reserveer sowieso ruimte voor het faciliteren van de groeiende circulaire economie die we met zijn allen zo graag willen. Niet overal kan worden gewoond.

Blog door Cees-Jan Pen in Vastgoedmarkt.
Foto: Flickr

 

Lees verder
card image

Nieuws

Brabant en Limburg: “Slot op elektriciteitsnetwerk onaanvaardbaar”

Nieuws

08-06-2022

Brabant en Limburg: “Slot op elektriciteitsnetwerk onaanvaardbaar”

Netbeheerder TenneT heeft vandaag bekend gemaakt dat het elektriciteitsnetwerk in Noord-Brabant en in Limburg dusdanig vol zit, dat er geen grootverbruikers meer aangesloten kunnen worden. Dit kan onacceptabele gevolgen hebben voor de economie, de energietransitie en vele maatschappelijke opgaven in vrijwel heel Zuid-Nederland.

De Brabantse en Limburgse Energie-gedeputeerden Anne-Marie Spierings en Maarten van Gaans-Gijbels roepen TenneT en het Rijk op om samen met de regio en marktpartijen zo snel mogelijk tot een actieplan te komen voor meer en slimmere capaciteit op het elektriciteitsnetwerk. De gedeputeerden doen deze oproep mede namens de twee Limburgse en vier Brabantse RES-regio’s.

Gedeputeerde Maarten van Gaans-Gijbels: “De beslissing van de netwerkbeheerder is ongekend en onacceptabel. De gevolgen voor zowel de energietransitie als de rest van de Limburgse samenleving zijn aanzienlijk. Ik roep alle betrokken partijen dan ook op tot het uiterste te gaan en nieuwe wegen te bewandelen om de effecten te voorkomen.” Nieuwe grote aansluitingen voor het afnemen en terugleveren van elektriciteit komen voor onbepaalde tijd in de wachtrij te staan. Gedeputeerde Anne-Marie Spierings: “Juist nu we de afhankelijkheid van (buitenlands) gas willen afbouwen, zit de elektriciteitsinfrastructuur in een groot deel van Nederland aan zijn limiet. Dit is onacceptabel en moet zo snel mogelijk opgelost worden.”

Maatschappelijke gevolgen

De impact van de beslissing van netwerkeigenaar TenneT zal enorm zijn. Duidelijk is dat nieuwe bedrijven zich niet kunnen vestigen in Brabant of Limburg als ze een grootverbruikersaansluiting nodig hebben (3x80A). Maar ook bestaande bedrijven kunnen niet investeren in een uitbereiding van de huidige aansluiting. Hoewel woningbouw vooralsnog niet geraakt lijkt te worden door het capaciteitstekort op het netwerk, kunnen voorzieningen die een grote aansluiting nodig hebben (zoals bijvoorbeeld supermarkten, zwembaden of scholen) niet meer aangesloten worden voor de levering van elektriciteit waardoor een verslechtering van de woonomgeving dreigt.

Gevolgen voor energietransitie

De beslissing van Tennet heeft ook grote gevolgen voor de energietransitie. Zo kunnen bijvoorbeeld centrale aansluitingen in hoogbouw of in wijken die centrale warmtepomp of aansluiting op een warmtenet overwegen, tegen aansluitingsproblemen aanlopen. Bedrijven en organisaties kunnen niet overstappen van fossiele energiebronnen naar stroom. Daar komt bij dat windparken en zonneweiden die wel een vergunning maar nog geen aansluiting hebben, niet aangesloten kunnen worden, laat staan initiatieven die nog aan de vergunningprocedure moeten beginnen. Hiermee komen de RES-opgaven in een groot deel van Zuid-Nederland nagenoeg tot stilstand.

Vraagtekens

De ACM constateerde in maart 2022 dat de investeringsplannen van de netbeheerders de tekorten op de elektriciteitsnetten in de komende tien jaar niet zouden kunnen oplossen. Dat nu, drie maanden later, TenneT deze beslissing al moet nemen voor Zuid-Nederland, heeft de provincies overvallen. De ACM pleit voor een gezamenlijke aanpak met onder meer de minister voor Klimaat en Energie, decentrale overheden, netbeheerders en marktpartijen. De provincie Noord-Brabant en Limburg ondersteunen zo’n aanpak en willen zo snel mogelijk tot een actieplan komen voor meer en slimmere capaciteit op het elektriciteitsnetwerk.

Lees verder