Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie. Zo bieden de grote daken van bedrijfspanden veel mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen en zouden bedrijventerreinen ook benut kunnen worden voor het plaatsen van windmolens.

Atlas Plabeka uitgebreid met omvangrijke dataset

Om de potentie van energietransitie op bedrijventerreinen in Noord-Holland en Flevoland in kaart te brengen is de Atlas Plabeka het afgelopen jaar uitgebreid met een omvangrijke dataset rond het thema energietransitie. Deze dataset bevat niet alleen gegevens over energieverbruik, geregistreerde energielabels en infrastructuur, maar ook data over duurzame energiebronnen als zonne-energie, windenergie, geothermie, riothermie en restwarmte van industrie en datacenters. In de intuïtieve viewer van de atlas kunnen al deze data via kaartlagen worden gecombineerd, zodat een beeld wordt geschetst van de potentie voor energietransitie op een bedrijventerrein.

De Atlas Plabeka is, in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam en de provincies Noord-Holland en Flevoland, in samenwerking met Buck Consultants International door Tympaan ontwikkeld. In deze interactieve atlas wordt de ontwikkeling van formele (bedrijventerreinen en kantoorlocaties) en informele werklocaties in Noord-Holland en Flevoland in kaart gebracht en gemonitord. De Atlas Plabeka (Platform Bedrijven en Kantoren) is zonder kosten of abonnement vrij toegankelijk.

Integraal overzicht van actuele werklocaties

Door toenemende druk op de ruimte komt ook de ruimte voor werklocaties onder druk. Monitoring van werklocaties is daarom misschien wel belangrijker dan ooit. De Atlas Plabeka voorziet in deze behoefte door een integraal overzicht van de actuele situatie op werklocaties te geven en levert daarmee de basis voor beleid voor toekomstbestendige werklocaties en ruimtelijke inrichting.

Verschillende databronnen komen samen in Atlas Plabeka

Het fundament van de Atlas Plabeka wordt gevormd door een flexibel datawarehouse waarin, deels via geautomatiseerde koppelingen, tal van bronnen worden samengebracht. Dit betreffen onder meer basisregistraties als Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en Basisregistratie Topografie (BRT), waarmee bijvoorbeeld status en ouderdom van bedrijfspanden in beeld worden gebracht. Omdat Tympaan door het CBS gemachtigd is om met CBS-microdata te werken kunnen we jaarlijks een analyse maken van de leegstand op werklocaties. Via het Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen (LISA) wordt inzicht gegeven in de historische ontwikkeling van de werkgelegenheid per werklocatie.

23-08-2022
Opinie
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’

Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe.  Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. Historisch gegroeid perspectief De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  ‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  ‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  ‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  ‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  ‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  ‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’Bedrijventerrein als schakel Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. ‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  ‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ Meer dan BNP en werkgelegenheid Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  ‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  ‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  ‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Nieuws
Aanjaagsubsidie voor bedrijventerreinen in Flevoland
Aanjaagsubsidie voor bedrijventerreinen in Flevoland

Per 24 maart 2026 is de Aanjaagsubsidie Organiserend Vermogen Bedrijventerreinen opengesteld. Met deze subsidie wil provincie Flevoland de samenwerking op Flevolandse bedrijventerreinen versterken en ondersteunen. In totaal is er €418.000 beschikbaar. Goed functionerende bedrijventerreinen zijn de banenmotor van de regionale economie en de Flevolandse innovatiekracht. Het hebben van een goede organisatiegraad is daarbij cruciaal.Hoeveel subsidie kunt u krijgen?Bedrijvencollectieven kunnen maximaal €22.000 per aanvraag ontvangen. Met het beschikbare budget kunnen naar verwachting minimaal 19 aanvragen worden gehonoreerd. Voor deze regeling geldt geen co-financieringseis.Voor wie is de subsidie?De subsidie kan aangevraagd worden door bedrijvencollectieven. Dat hoeft niet een heel bedrijventerrein te zijn, maar kan ook uit een groep bedrijven bestaan die gezamenlijk een aanpak willen realiseren op een van de onderstaande thema's en zich daartoe moeten organiseren.Waarvoor is de subsidie?U kunt subsidie aanvragen voor activiteiten die bijdragen aan een toekomstbestendig bedrijventerrein. Dat kan binnen de volgende thema's:Energietransitie inclusief gebiedsgerichte aanpak energiebesparing, netcongestie bij bedrijven en smart energy hubsDuurzaam watergebruik inclusief gebiedsgerichte aanpak waterbesparing bij bedrijvenCirculariteitKlimaatadaptatieBiodiversiteitWeerbaarheid tegen criminaliteit en ondermijningGedeelde (slimme) laadinfrastructuur of collectief aanbod van duurzame brandstoffen/energiedragersCollectieve vormen van vervoer van en naar een bedrijventerreinLooptijdDe regeling staat open vanaf 24 maart 2026 tot en met 2 maart 2027. Zo is er voldoende tijd om een aanvraag zorgvuldig voor te bereiden.Meer informatieWilt u meer informatie of wilt u bespreken hoe de subsidie aan te vragen. Neem contact op met Esther Veltman van Horizon.

24-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief