25% CO2-reductie en 330 miljoen euro besparing op netuitbreiding mogelijk in Oost-Nederland

In Oost-Nederland lenen ongeveer 50 bedrijventerreinen zich voor een Smart Energy hub-aanpak. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd door Royal HaskoningDHV in opdracht van provincie Gelderland, Provincie Overijssel en Oost NL. In een Smart Energy hub (SEH) komen diverse energiestromen samen in een decentraal netwerk, dat de opwek, de opslag en het verbruik steeds in een onderlinge balans brengt. Daarmee bieden ze een oplossing voor de volle elektriciteitsnetten die ontstaan door de toename van de productie van duurzame energie. Door bedrijventerreinen te benutten als SEH kan dit leiden tot een besparing van  een kwart van de CO2-uitstoot en 330 miljoen euro aan investeringen in het elektriciteitsnet.

De elektriciteitsnetten zitten op steeds meer plekken vol, waardoor er geen capaciteit meer is om nieuwe duurzame energie-installaties aan te sluiten. Bestaande bedrijven kunnen hierdoor niet uitbreiden of verduurzamen en nieuwe bedrijven kunnen zich niet vestigen. Smart Energy Hubs maken optimaal gebruik van lokale duurzame energie en zorgen voor slimme regie over de opwek, de opslag en het verbruik. Een lokaal netwerk koppelt opwek direct aan gebruik, waardoor het hoofdnet wordt ontzien. Deze lokale uitwisseling voorkomt dat het elektriciteitsnet wordt overbelast. Daarnaast legt een decentrale oplossing de basis voor een duurzame energievoorziening voor bedrijven, vervoer en de gebouwde omgeving – zonder dat daarvoor extra netaansluitingen of netverzwaringen nodig zijn. De beste locatie voor een Smart Energy hub is daar waar grootschalige energievraag en -aanbod bij elkaar komen, zoals een bedrijventerrein of een cluster van bedrijven(terreinen). Op dit moment telt Oost-Nederland tien hubs waaronder Hessenpoort in Zwolle en InnoFase in Duiven.

Besparing van 330 miljoen euro

Verspreid over de provincies Gelderland en Overijssel komen op basis van factoren als omvang en type bedrijven ongeveer 50 bedrijventerreinen of clusters van bedrijventerreinen in aanmerking voor een SEH-aanpak. Ook blijkt uit onderzoek dat rondom 39 grote bedrijven in bijvoorbeeld de grof keramiek, levensmiddelen- en papier/karton industrie SEH's mogelijk zijn. Bij opschaling van SEH’s in Oost-Nederland gaat het volgens het onderzoek dan om gemiddeld € 330 miljoen aan besparing van kosten die anders nodig waren om het elektriciteitsnet te verzwaren.

CO2-reductie van 25%

De productie van zonne-, wind- en andere duurzame energie neemt al jaren toe. Het weer is onvoorspelbaar, want het waait niet altijd even hard en de zon schijnt alleen overdag. Een gevolg daarvan is dat ons energiesysteem uit balans raakt. Door zon en wind efficiënt in te passen kan in Oost-Nederland 20 tot 25% bespaard worden op CO2-uitstoot. Om dit te bereiken is het van belang dat de bijdrage van de SEH’s wordt meegenomen in het integraal programmeren van de netinfrastructuur. Interactie met netbeheerders en het maken van verkennende SEH-ontwerpen is daarbij cruciaal. Uit het onderzoek blijkt dat de SEH’s 35 tot 50% van totale RES (Regionale Energie Strategie) ambitie Oost-Nederland kunnen realiseren. “Hubs zorgen voor een energiesysteem in balans zodat lokaal op ieder moment voldoende duurzame energie in de vorm van elektriciteit, warmte, koude en/of waterstof beschikbaar is. Het versnellen van de energietransitie vraagt om dit soort slimme oplossingen”, zegt Jan van der Meer, gedeputeerde klimaat en energie bij de provincie Gelderland.

Meerwaarde Smart Energy Hubs

"De impact van SEH is vooral op de lange termijn. Dit in combinatie met de ontwikkeling van warmtenetten en de waterstofinfrastructuur. Door nu aan de slag te gaan kunnen we rond 2030 op grote schaal Smart Energy Hubs mogelijk maken,” zegt Tijs de Bree, gedeputeerde Energie bij de provincie Overijssel. "Wij ondersteunen de Smart Energy Hubs om het concept door te blijven ontwikkelen. Voor nu zijn SEH's het enige antwoord op de vraag hoe we de enorme belasting op het elektriciteitsnet kunnen verlagen", aldus gedeputeerde Tijs de Bree. "Wij zien het dan ook als een belangrijke taak om SEH-initiatieven te adviseren."

Onderzoek en versnellingsprogramma

In Oost-Nederland hebben verschillende partijen de handen in elkaar geslagen om de ontwikkeling van Smart Energy Hubs in gang te zetten en te versnellen. Daarvoor is een programma ontwikkeld om in Overijssel en Gelderland in eerste instantie 10 Smart Energy Hubs te realiseren, kennis en ervaring op te doen en van elkaar te leren. Acht van die hubs zijn in het onderzoek van Royal HaskoningDHV meegenomen. Doel van het onderzoek was de meerwaarde van de SEH’s in kaart te brengen. “Met dit onderzoek in de hand kunnen we verdere stappen zetten in de uitrol van Smart Energy Hubs in Oost-Nederland. Het onderzoek is een goede onderbouwing om door te pakken en ook landelijk meer hubs te ontwikkelen. Oost-Nederland heeft met de hubs alles in huis om Nederland en Europa te helpen bij de energietransitie. Dan werken we echt samen aan een leefbare toekomst met innovaties in klimaat neutrale energie”, besluit Wendy de Jong, algemeen directeur bij Oost NL.

Download hier de belangrijkste bevindingen van het onderzoek. Wil je het hele onderzoek downloaden dan kan dat hier. Meer weten over het versnellingsprogramma Smart Energy hubs? Kijk dan hier.

07-10-2022
Nieuws
Rotterdam behaalt doelstelling voor behoud bedrijfsruimte
Rotterdam behaalt doelstelling voor behoud bedrijfsruimte

Rotterdam is de eerste stad in Nederland die een expliciete doelstelling heeft geformuleerd voor het behoud van bedrijfsruimte én deze heeft gerealiseerd. De ambitie van het college voor deze bestuursperiode was om het totale aantal vierkante meters bedrijfsruimte minimaal op peil te houden. Die opgave is ruimschoots gehaald: per saldo is er zelfs 70.657 m² bedrijfsruimte bijgekomen.De totale voorraad bedrijfsruimte in Rotterdam bedraagt momenteel 4.335.128 m² bvo. Sinds 1 juli 2022 is deze voorraad gegroeid met 70.657 m². Om de doelstelling te behalen startte de gemeente het Actieplan Bedrijfsruimte.Wethouder Robert Simons (o.a. Economie): “We hebben als college een duidelijke economische koers gekozen: ruimte voor Rotterdamse ondernemers. Die aanpak werkt. Rotterdam is de eerste gemeente die haar doel voor bedrijfsruimte heeft vastgesteld én gehaald en daarmee de neerwaartse trend keerde. Daarmee blijft de maakindustrie in de stad, behouden we banen en zorgen we dat Rotterdammers ook in de toekomst kunnen rekenen op vakmensen.”Een concreet voorbeeld van hoe dit collegebeleid in de praktijk wordt gebracht, is het behoud van ruimte voor de maritieme maakindustrie op het voormalige Hunter Douglas-terrein op Zuid. Deze sector is van vitaal belang voor zowel de Rotterdamse als de nationale economie. Waar de afgelopen jaren veel bedrijventerreinen zijn getransformeerd voor woningbouw, is hier bewust gekozen voor een trendbreuk. Herontwikkeling was alleen toegestaan onder de voorwaarde dat minimaal 33.000 m² bedrijfsruimte behouden zou blijven.Bedrijventerreinen hebben niet alleen een essentiële maatschappelijke functie als werkplaats van de samenleving; 40 procent van de werkzame Nederlanders heeft een baan op een bedrijventerrein. Op bedrijventerreinen wordt 30 procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) verdiend.

06-02-2026
Achtergrond
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam

Het bedrijventerrein Spaanse Polder is van strategisch belang voor de Rotterdamse economie. Buck Consultants International heeft de gemeente Rotterdam en de partijen die op het terrein gevestigd zijn, ondersteund bij het opzetten van een publiek-private aanpak voor herontwikkeling en herprofilering van het terrein. Deze richt zich op zeven perspectiefvolle locaties in het gebied, geselecteerd met behulp van de kansenzone-aanpak. Zo kunnen Bedrijvenraad en gemeente hun gezamenlijke toekomststrategie realiseren.Strategisch belang van bedrijventerrein Spaanse PolderSpaanse Polder is een Rotterdams bedrijventerrein van ruim 300 hectare groot en huisvest ruim 25.000 banen. Het terrein is strategisch gelegen in stedelijk gebied en tegelijkertijd ontsloten via de A4, A20, A13 en A16. De ligging en omvang maakt dat het terrein een belangrijke rol vervuld in het palet van werklocaties van Rotterdam.Tegelijkertijd heeft het terrein een grote opgave. Onderdelen zijn verouderd of niet goed ingericht voor de gewenste doelgroepen. Daarnaast zijn er veel kansen om de ruimte beter te benutten. De komende vier jaar gaat de gemeente Rotterdam daarom samen met ondernemers, provincie en het Havenbedrijf  aan de slag met de herontwikkeling en herprofilering van de Spaanse Polder. Hiermee krijgt het bedrijventerrein een stevige impuls, die past bij de dynamiek van stad en regio. BCI heeft de gemeente en partijen op het bedrijventerrein geholpen met het maken van de strategie voor deze herontwikkelingsopgave. Hierna volgen de belangrijkste onderdelen hieruit.   Vijf doelgroepen leveren toekomstbestendig profielHet bedrijventerrein heeft vijf belangrijke doelgroepen: de zwaardere industrie, maakindustrie, food, (stedelijke) distributie en de circulaire economie. Deze sectoren bieden volop marktperspectief. Uit analyses blijkt dat deze doelgroepen de komende jaren blijven groeien. Die groei vraagt om extra ruimte en Spaanse Polder kan die ruimte bieden. Het bedrijventerrein is uniek in de Randstad en Rotterdamse Regio. Het beschikt namelijk over droge kavels, watergebonden kavels en kan plek bieden aan bedrijven met een lage én hoge milieu-impact. Bovendien ligt het dicht bij de stad. De strategie is om op Spaanse Polder ruimte vrij te maken voor doorgroeiers en nieuwe bedrijven uit de regio die in deze sectoren vallen.Meest perspectiefvolle plekken aangewezen via kansenzone aanpakHet gebied in één keer herontwikkelen is een enorme uitdaging, gelet op de grote omvang van ruim 300 hectare. Daarom wordt de herontwikkeling gefaseerd aangepakt via zogenaamde kansenzones. In deze door Buck Consultants International (BCI) ontwikkelde kansenzone aanpak zijn vijftien locaties geselecteerd waar herontwikkeling het meest kansrijk is. Op deze locaties is sprake van bijvoorbeeld veroudering, (buur)bedrijven die willen uitbreiden of er zijn strategisch gelegen (natte) kavels voorhanden. Tot slot is voor de zeven meest perspectiefvolle locaties uitgewerkt hoe de herontwikkeling georganiseerd en gefinancierd kan worden.Spaanse Polder op de drempel van daadkrachtig doorpakkenDe zeven meest perspectiefvolle locaties vormen de motor voor ruimtelijk-economische vernieuwing van de Spaanse Polder. Op deze plekken kan morgen al de schop in de grond en kan gebiedstransformatie echt in beweging komen. Het advies dat BCI gegeven heeft om tot uitvoering te komen bestaat uit  twee onderdelen.Zet een passende organisatie op: Om snel tot actie over te gaan maar ook langjarige inzet te garanderen, is naast financiering een passende organisatie cruciaal. Alleen zo kunnen maatschappelijke opgaven en belangen goed worden samengebracht. Hiervoor moet een koepel van de Bedrijvenraad en gemeente -een Taskforce- worden opgericht. Deze Taskforce fungeert als verbindende schakel tussen alle partijen in het gebied met een boegbeeld uit de gemeentelijke organisatie als gezicht, ondersteund door een ervaren projectleider herontwikkeling die aan de slag gaat met de zeven prioritaire kansenzones. Het gemeentelijke Kernteam vormt de motor achter de Taskforce.Herontwikkelingsspecialist Jan Brugman, onderdeel van het projectteam van BCI, zegt hierover: “Bepalend voor een succesvolle start is dat slagvaardig kan worden geopereerd en dat goede vaardigheden, wil, durf, vernieuwing en flexibiliteit zijn geborgd. De bemensing van de organisatie luistert heel nauw.”Het Kernteam stemt direct af met gemeentelijke directies en onderhoudt het contact met ondernemers via Buurtverenigingen. Waar nodig wordt het team uitgebreid met specialisten op het gebied van handhaving, juridische kwesties, vastgoedrekenwerk en projectfinanciering. Zo ontstaat een multidisciplinair, flexibel team met stevige kennis van gebiedsontwikkeling, contractvorming en een ondernemende houding.Organiseer financieringFinanciering is doorslaggevend voor succesvolle herontwikkeling van de Spaanse Polder. Ten eerste is er budget nodig voor inzet op kerntaken als schoon, heel en veilig. “De centrale opgave is het beter benutten van het bedrijventerrein door optimale verkaveling of gebouwen op te toppen, met als doel om meer beschikbare ruimte voor bedrijven te realiseren”, stelt Brugman. “Maar de integrale opgave is breder dan dat alleen. Om bedrijven te verleiden te investeren of zich te vestigen op het terrein, is ook een veilige, schone, groene en gezonde omgeving nodig. Dit is onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Ten tweede moet er stevig geïnvesteerd worden in nieuwe en bestaande kades. Dit vraagt om goede samenwerking tussen gemeente, havenbedrijf, provincie en ondernemers. Ten derde is het van belang een revolverend herontwikkelingsfonds in te richten. Met een jaarlijkse reservering ontstaat een fonds voor de komende vier jaar. Het fonds is niet statisch: als het effectief blijkt, vergroten extra stortingen het beschikbare kapitaal. Dit leidt op termijn tot hogere opbrengsten omdat kavels en vastgoed worden doorverkocht. Zo versterkt het fonds zichzelf en blijft het gebied in een constante ontwikkelstroom.Foto: Flickr | Sander Sloots

02-04-2026
Aanmelden nieuwsbrief