Bedrijventerreinen in Nederland worden dankzij een impuls uit het Nationaal Groeifonds de komende jaren omgetoverd tot groene, klimaatbestendige en energie-efficiënte plekken, waar werknemers prettig kunnen werken in een gezonde omgeving. Vandaag besloot de ministerraad op basis van het advies van het Nationaal Groeifonds om 26 miljoen euro toe te kennen aan het programma Werklandschappen van de Toekomst.

‘Dit is fantastisch nieuws,’ reageert directeur Jelle de Jong van IVN Natuureducatie, een van de drijvende krachten achter de aanvraag. ‘De huidige versteende bedrijventerreinen hebben ons veel welvaart en vooruitgang gebracht. Maar medewerkers en omwonenden vragen nu om een volgende stap, die nodig is in een veranderend klimaat, nodig voor het welzijn en de gezondheid van mensen en niet te vergeten de onder druk staande biodiversiteit.’

Een brede coalitie van zo’n dertig betrokken partijen, waaronder IVN Natuureducatie, sloeg vorig jaar de handen ineen om uiteindelijk te komen tot het kennisprogramma ‘Werklandschappen van de Toekomst’. De aanvraag bij het Nationaal Groeifonds werd ondersteund en ingediend door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Hoogstnoodzakelijk aangezien van de huidige 100.000 hectare aan bedrijventerreinen, die ons land telt, slechts 1 procent bestaat uit ‘natuurlijke elementen'. Daardoor is 87% van de 3.500 bedrijventerreinen gevoelig voor wateroverlast bij heftige neerslag. Daarnaast is de verwachting, dat als er niets verandert, over dertig jaar de gemiddelde gevoelstemperatuur op een zomerse dag op een bedrijventerrein zal zijn opgelopen tot 40,8 graden Celsius.

Door te vergroenen worden deze problemen weggenomen en worden de bedrijventerreinen aantrekkelijker gemaakt voor werknemers. Dat is belangrijk want ruim een derde van het langdurig ziekteverzuim heeft een psychische oorzaak en is gerelateerd aan werkdruk. Uit allerlei onderzoek blijkt dat groen zorgt voor een betere (psychische) gezondheid en helpt tegen stress. Bovendien liggen er op de industrieterreinen grote kansen voor de biodiversiteit, die in ons land ernstig onder druk staat. Bijna 500 bedrijventerreinen liggen immers op minder dan 500 meter van een Natura 2000-gebied.

De oorspronkelijke aanvraag van ‘Werklandschappen van de Toekomst’ werd in april van dit jaar nog aangehouden. Het Nationaal Groeifonds gaf aan alleen de innovatie te willen financieren, voor opschaling diende een beroep op andere partijen te worden gedaan. Nu is de aangescherpte aanvraag dus alsnog toegekend.

‘Groen ommetje’

In het programma ‘Werklandschappen van de Toekomst’ worden de onaantrekkelijke kale bedrijventerreinen getransformeerd naar werklocaties waar medewerkers graag komen. Na het thuiswerken tijdens COVID-19, waarin veel mensen gewend raakten aan een ‘groen ommetje’ kunnen ze hier met plezier werken, collega’s ontmoeten en tussendoor ontspannen. Het groen, zowel binnen als buiten, moet bijdragen aan werkplezier, vitaliteit en productiviteit.

Aantrekkelijk vestigingsklimaat

Daarnaast worden risico’s van hitte en wateroverlast beperkt door het inzetten van grotendeels groene en natuurlijke oplossingen op daken, gevels, parkeerterreinen, wandelpaden in de openbare ruimte. Ook wordt gewerkt aan duurzame opwekking van energie, het bevorderen van een circulaire samenleving en een versterking van de biodiversiteit. Uiteindelijk zal de vergroening en verduurzaming van de terreinen leiden tot een aantrekkelijk vestigingsklimaat en stijgende vastgoedwaarde op bedrijventerreinen. 

Nieuw normaal

Met de toekenning uit het Nationaal Groeifonds wil de coalitie achter de ‘Werklandschappen van de Toekomst’ de komende negen jaar toewerken naar een ‘nieuw normaal’. Om dit te bereiken start een groot onderzoeksprogramma met vier zogenoemde ‘living labs’ en tien ambassadeursterreinen. Deze living labs zullen fungeren als proeftuinen. Hier wordt onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de koelende waarde van groene gevels en de combinatie van zonnepanelen en groene daken. Daarnaast worden green deals (bestuurlijke overeenkomsten) gesloten met zes provincies. Deze provincies worden de komende 9 jaar partner in het programma om de vergroening en verduurzaming van bedrijventerreinen te versnellen. Samen met provincies zal de definitieve selectie worden gemaakt van bedrijventerreinen waar de pilots plaatsvinden. Doel van dit alles is dat binnen tien jaar minimaal duizend bedrijventerreinen (een derde van het totaal) zich bij de groene beweging hebben aangesloten.

Uit berekeningen blijkt dat het programma Werklandschappen van de Toekomst een belangrijke bijdrage levert aan de economische groei in Nederland ter waarde van circa € 100 miljoen in de komende 30 jaar. Dit onder andere vanwege de productiviteitsgroei in bedrijven en in de groensector.

Brede coalitie

Werklandschappen van de Toekomst wordt uitgevoerd door een brede coalitie van partijen – overheden, koepelorganisaties van bedrijven en bedrijventerreinen, onderwijsorganisaties, de groene sector, adviesbureaus, kennisinstituten en NGO’s, die allemaal aan dezelfde missie werken. Het initiatief voor dit programma is genomen door IVN Natuureducatie. Het project start in 2023.

Het Nationaal Groeifonds

Het Nationaal Groeifonds (NGF) is een initiatief van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Financiën. Het fonds is bedoeld om publieke investeringen te doen die bijdragen aan het duurzaam verdienvermogen van Nederland. Het Nationaal Groeifonds is opgezet in 2020 en bedoeld voor eenmalige publieke investeringen. Met het Nationaal Groeifonds trekt het kabinet tussen 2021 en 2025 € 20 miljard uit voor projecten, waar zij kansen ziet voor structurele en duurzame economische groei.

Partners

card image

Nieuws

Kabinet wil halt op teruggang ruimte voor werken

Nieuws

18-10-2022

Kabinet wil halt op teruggang ruimte voor werken

Er komt een ruimtelijk inventarisatie voor de vraag naar werklocaties, er worden opties verkend om nieuwe grootschalige bedrijfsvestigingen te clusteren langs de belangrijke vervoerscorridors, en er komt onderzoek naar de (fysieke) ontwikkelruimte voor en op campussen. Dat schrijft minister Micky Adriaansens van EZK in een brief aan de Kamer.

Het ministerie van EZK presenteert het programma ruimte voor economie op BT Event op donderdag 10 november in Zwolle. Meer informatie over het programma en aanmelden vind je hier.

Verder wil minister Adriaansens dat het Rijk een faciliterende rol vervult bij het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen, door samenwerking van bedrijven op deze locaties een impuls te geven. Zo komt er een onderzoek naar de voorzetting van de BIZ (Bedrijven Investeringszone), een instrument om ondernemers te steunen bij het gezamenlijk investeren in bedrijventerreinen.

De minister schrijft in haar brief dat ze graag een faciliterende rol wil vervullen, en onderzoeken wat er nodig is om de gezamenlijke regie rond duurzame investeringen en zorgvuldig ruimtegebruik verder te versterken. Ze wijst daarbij op initiatieven die al lopen in verschillende gemeenten en provincies.

Woon-werkafspraken

De minister maakt in haar brief gewag van druk die woningbouw met name in stedelijk gebied zet op werklocaties. Ze schrijft dat het kabinet voor de zeventien grootschalige woningbouwgebieden van woonminister Hugo de Jonge inzet op ‘bestuurlijke woon-werkafspaken’ indien het verplaatsen van bedrijven aan de orde is.

De minister presenteert cijfers in haar brief, en die liegen er niet om. Zo schrijft ze dat 2,5 procent van de ruimte in Nederland in gebruik is voor economische activiteiten (exclusief landbouw). 7 procent is voor wonen, 15 voor natuur en 66 voor landbouw.

‘Ik richt me op het behoud van in ieder geval het huidig areaal aan ruimte dat bestemd is voor economische activiteiten op bedrijventerreinen. Hiernaast onderzoek ik waar (tijdelijk) meer ruimte nodig is om de transities te versnellen’, schrijft Adriaansens.

Daarbij doelt ze onder meer op de circulaire transitie. De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SBKN) raamde onlangs dat voor de werkwerking van restmaterialen en reparatiedoeleinden tot en met 2030 870 hectare nieuwe bedrijfsruimte nodig is.

Grootschalige bedrijfsvestigingen en campussen

De minister focust in haar brief verder op de verduurzaming van de industrie, de ontwikkeling van campussen van nationaal belang, het borgen van een goed vestigingsklimaat voor het MKB en een ‘passende ontwikkeling van grootschalige bedrijfsvestigingen’.

Die laatste doelstelling wordt nu al op bestuurlijk niveau uitgewerkt in een handreiking voor regionale meerwaarde van nieuw te vestigen bedrijven via het traject ‘Grip op grote bedrijfsvestigingen’, een samenwerking tussen de minister van EZK en minister De Jonge voor VRO. Adriaansens komt in het vierde kwartaal een brief over de voortgang van dit traject.

Die grootschalige bedrijfsvestigingen zijn volgens Adriaansens niet alleen van belang voor een vitale (regionale) economie, maar deze ontwikkellocaties kunnen ook benut worden om ‘strategisch autonomer’ te worden. Dat sluit aan bij de recente industriebrief van Adriaansens, waarin ze een voorzet doet op een ‘strategisch en groen industriebeleid’.

Verder geeft de minister veel aandacht aan campusontwikkeling. Nederland telt volgens haar 35 campussen, verspreid over het hele land. Op deze terreinen ligt de nadruk op research en development en er zijn universiteiten, onderzoeksinstituten of grote innovatiecentra van bedrijven gevestigd.

‘Een toenemend probleem is dat er weinig of geen ruimte beschikbaar is op of nabij campussen voor onder andere doorgroei van startups en scale-ups. Een aantal campussen aan de rand van de stad loopt tegen zijn grenzen aan en moet op zoek naar extra ruimte om het innovatie-ecosysteem verder te versterken.’

Ook een goede infrastructurele (OV)-ontsluiting en voldoende huisvestingsmogelijkheden voor werknemers voor de ontwikkeling van campussen vormen volgens de minister een knelpunt. ‘De diverse ruimtelijke knelpunten vragen om slimme combinaties en keuzes om stagnatie van de economische ontwikkeling van nationale sleutelspelers te voorkomen’, aldus de minister in haar brief.

Meer dan ruimte alleen

De minister staart niet blind op ruimt alleen. ‘Een goede balans tussen vraag en aanbod gaat verder dan alleen het borgen van genoeg vierkante meters. Het gaat ook over de beschikbaarheid van voldoende (hernieuwbare) energie, een goede ontsluiting, beschikbaarheid van personeel, stikstofruimte en de circulaire economie. Dit samenspel vraagt om zorgvuldige afwegingen in regio’s.’

In juli 2023 komt minister Adriaansens met een uitwerking van het Programma Werklocaties. Het Programma Werklocaties maakt onderdeel uit van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

SKBN-voorzitter Theo Föllings: de conclusie 'Werklocaties op Rijksniveau geen onderschoven kindje meer' is nog iets te vroeg.

'We zijn al jaren bezig om het enorme potentieel van energetische verduurzaming op bedrijventerreinen onder de aandacht te brengen, met de Paris Proof-ranking en ook op onze jaarlijkse BT- congressen. Wat fijn dat de minister die handschoen oppakt', reageert Theo Föllings, voorzitter van de SKBN. Hij noemt de brief van de minister ‘compleet’. 'We denken graag mee aan verder invulling en implementatie.'

'Ik ben het ook eens met de minister dat zij aandacht besteed aan het borgen van de werkfunctie in de stad. De SKBN kaart al jaren aan dat het problematisch is als stedelijke bedrijventerreinen zomaar omgekat worden naar wonen, zonder dat er wordt nagedacht over de werkfunctie in de stad en de dynamiek die daarvan uit voor het stedelijk milieu. Bestuurlijk woon-werkafspraken die de minister noemt kunnen daar een oplossing voor bieden.'

De SKBN vroeg afgelopen jaren aandacht voor de ruimtelijke inpassing van grootschalige logistiek en de ruimtevraag als gevolg van de transitie naar een circulaire economie. 'De minister erkent in haar brief dat het gaat om een vitale functie, die niet zomaar ingeperkt, maar wel ingepast moet worden. Dat geldt ook voor de circulaire economie. Landelijke regie is daarbij geen overbodige luxe.' Föllings vindt de aandacht voor de campussen ook heel relevant en de aandacht van de minister onderstreept het belang van  campussen en het belang van bedrijventerreinen (waar de minister campussen onder schaart) voor innovatie.

In het Manifest Werklocaties stipte de SBKN al aan dat circa 60 procent van de jaarlijkse R&D-investeringen op bedrijventerreinen neerslaat. Van de grootste R&D-bedrijven in Nederland is 80 procent gesitueerd op een bedrijventerrein. Föllings wijst verder op de aandacht die de minister heeft voor noodzakelijke herstructurering van bedrijventerreinen en het beter benutten van bestaande ruimte.

Als er al iets is dat Föllings nog mist, dan is dat de internationale component. 'Zo gaf een studiereis naar België het inzicht dat ook op internationaal niveau afstemming nuttig kan zijn. Daar ontwikkelde een Belgische provinciale ontwikkelingsmaatschappij een logistiek terrein van 300 hectare. Even over de grens in Nederland gebeurde hetzelfde. Maar dat wisten ze niet van elkaar.'

Al met al is Föllings zeer te spreken over de brief, waarmee bedrijventerreinen na twaalf jaar afwezigheid weer terug zijn op de nationale agenda. 'Ik zei onlangs op het Binnenlands Bestuur-congres over de verduurzaming van bedrijventerreinen dat bedrijventerreinen het weeskindje zijn van de politiek. Nu hoor ik van de minister dat ze bedrijventerreinen weer omarmt waardoor ze op rijksniveau weeskindje-af lijken te zijn. Echter uiteindelijk zal veel afhangen van de uiteindelijke operationalisering en de daarbij horende ruimtelijke en financiële instrumenten om haar bedrijventerreinenbeleid te implementeren. Wij zijn graag bereid om met het ministerie verder na te denken over de verdere concretisering van dat beleid', besluit Föllings.

Lees verder
card image

Achtergrond

BLOG: Verduurzaming bedrijventerreinen vraagt om integrale aanpak

Achtergrond

03-05-2022

BLOG: Verduurzaming bedrijventerreinen vraagt om integrale aanpak

Bijna de helft van het totale gasgebruik en een derde van de elektriciteit wordt op bedrijventerreinen verbruikt, zo blijkt uit CBS-data. Willen we in 2050 energieneutraal zijn, ligt hier een enorme kans. Zowel door de hoeveelheid terreinen, als door het energieverbruik van de bedrijven op het terrein. Bij gemeenten, parkmanagers en ondernemers ontbreekt het zeker niet aan goede wil. Wel ontbeert het vaak aan een collectieve aanpak om echte versnelling mogelijk te maken. Met Perspectieffonds Gelderland wil Oost NL een doorbraak forceren.

Met de huidige energieprijzen zien we dat de verduurzamingsopgave in Nederland in een versnelling komt. De verduurzaming van bedrijventerreinen gaat van zon op daken, aanleg van warmtenetten tot aan het ontwikkelen van Smart Energy Hubs (decentrale energiesystemen). Daarbij gaat het niet alleen om verduurzaming van bedrijventerreinen zelf, maar ook om kantorenlocaties, en bijvoorbeeld het aansluiten van restwarmte op woongebieden via warmtenetten.

Versnippering vraagt om maatwerk

Perspectieffonds Gelderland (PFG) richt zich onder meer op energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit en woon- en leefklimaat in Gelderland. Thema’s die aansluiten bij de verduurzaming van bedrijventerreinen. Samen met KplusV en ERAC deed PFG onderzoek naar de investeringsproposities voor verduurzaming van deze terreinen.

Het onderzoek laat zien dat veel initiatieven op bedrijventerreinen vanuit één perspectief benaderd worden. Er is aandacht voor zonne-energie, maar niet voor circulariteit, of er wordt gekeken naar herstructurering, maar niet naar energiemaatregelen. Zelden is de aanpak integraal. Terwijl de problematiek niet te ‘isoleren’ is en juist vraagt om een brede integrale aanpak. Er zijn voldoende voorbeelden van koppelkansen die uitgewerkt kunnen worden.

Ook het ‘eigenaarschap’ van verduurzaming is vaak een thema. Om de duurzaamheidstransitie te kunnen maken moet er bij alle partijen draagvlak zijn voor gezamenlijke keuzes.  Nu gebeurt veel op initiatief van één of een paar bedrijven, soms gesteund door gemeente en/of het parkmanagement. Het duurt vaak jaren voor samenwerkingen gesmeed zijn en projecten van de grond komen. Omdat bedrijventerreinen veel van elkaar verschillen is de oplossing bovendien vaak maatwerk.

Ook de fase waarin initiatieven zich bevinden verschilt. De meeste initiatieven zitten in de verkennende of planvormende fase, waarbij nog geen zicht is op een sluitende businesscase en dus op financiering. Of de behoefte aan financiering is nog te risicovol dat de markt (nog) niet bereid is te investeren. Daar waar het organiserend vermogen wél goed is geborgd, zie je vaker dat er investeringen volgen, bijvoorbeeld in zon op dak, biodiversiteit en wateropvang.

Samen de uitdaging aangaan

Het onderzoek van KplusV en ERAC onderschrijft dat er veel behoefte is een aan coördinerende rol. Een hoge organisatiegraad en samenwerking tussen publieke en private partijen zijn voorwaardelijk voor een succesvolle energietransitie op bedrijventerreinen. Dat is een rol die  uitstekend ingevuld kan worden met Perspectieffonds Gelderland, waarvan Oost NL fonds- en programmamanager is. Vanuit dit fonds kan Oost NL een onafhankelijke procesrol op zich nemen. Daar is capaciteit voor beschikbaar, die kan worden ingezet om alle stakeholders op een lijn te krijgen en te werken aan een gezamenlijke visie. Bovendien zet PFG haar capaciteit in om plannen verder te helpen met inhoudelijke kennis. Met die combinatie wil PFG maatwerk leveren.

Een andere belangrijke voorwaarde  is toegang tot kapitaal. Daarin kan Perspectieffonds Gelderland uitkomst bieden door financiering te verstrekken, eventueel aangevuld met  subsidie op de onrendabele-top op weg naar verdere financiering. Een project of programma moet dan wel voldoen aan bepaalde investeringscriteria. Een investering uit PFG moet minstens 3 euro van anderen ‘lostrekken.’

Koplopers gezocht

Koplopers zijn belangrijk in een transitie. In Gelderland zijn gelukkig veel ondernemers en overheden hard aan het werk om de verduurzamingsopgave te laten slagen. Graag komt Oost NL / PFG in gesprek met enthousiaste stakeholders, die concreet aan de slag willen of al zijn en graag advies of financiering zoeken. Oost NL kan haar brede netwerk binnen overheden, bedrijven en andere instanties gebruiken om deze transitie op en aan te pakken.

Samen kunnen we komen tot een collectieve aanpak. Waarmee we de kans vergroten op sluitende businesscases en uiteindelijk dus op duurzame, groene en toekomstbestendige bedrijventerreinen.

Lees verder