Business Park Amsterdam Osdorp heeft een circulaire weg aangelegd. Samen met aannemer KWS en adviesbureau Tauw is gekeken hoe de aanleg zo duurzaam mogelijk kon gebeuren. Bij de aanleg is alleen grond en zand uit het gebied zelf gebruikt. Dit zorgde ervoor dat er ongeveer 1.600 vrachtritten minder nodig waren van en naar het Amsterdamse bedrijvenpark, omdat circa 40.000 m3 grond niet afgevoerd hoefde te worden.

Langere levensduur

Een gebied circulair ontwikkelen vraagt maatwerk en flexibiliteit. Meestal legt een aannemer eerst de wegen aan en graaft daarna pas de sloten. Bij Business Park Amsterdam Osdorp gebeurt dit andersom, zodat zoveel mogelijk grondstoffen worden hergebruikt. Zo is bij de weg die is aangelegd de zandgrond gebruikt die vrijkwam bij het graven van de sloten. Het zand is vervolgens door de aannemer vermengd met een speciaal bindmiddel. Hiervan is een fundering gemaakt van 45 cm dik, waarop het wegdek in de vorm van een dunne asfaltlaag is aangebracht. Hierdoor was er nauwelijks aanvoer nodig van materialen en heeft de weg door deze sterkere fundering een langere levensduur.

Gebiedsontwikkeling 2.0

Business Park Amsterdam Osdorp wil een toekomstbestendig bedrijventerrein ontwikkelen, dat economisch en ecologisch waarde toevoegt en legt daarom de lat hoog als het gaat om circulaire gebiedsontwikkeling. Bij het inrichtingsplan is nadrukkelijk rekening gehouden met het bestaande polderlandschap en de flora en fauna die in het gebied voorkomen. Uitgangspunt is, dat het gebied na de ontwikkeling meer plant- en diersoorten kent dan ervoor. Zo worden er dit najaar 25 iepen geplant die afkomstig zijn uit Amsterdam-Noord. De bomen krijgen hier een tweede kans.

Water en wadi’s

Daarnaast komt er veel water in het gebied: 25.000 m2 water en 20.000 m2 wadi’s. Wadi is een van origine Arabisch woord dat in Nederland gebruikt wordt als een afkorting van “Water Afvoer Drainage en Infiltratie”. Een wadi is een groene greppel, die regenwater bergt en zuivert, waarna het water infiltreert in de ondergrond. Terwijl de sloten en waterpartijen goed aansluiten bij het polderlandschap, helpen de wadi’s tegen wateroverlast en droogte. Voor vleermuizen is er speciaal een ‘vleermuizenroute’ aangelegd die is afgestemd op het natuurlijk gedrag van deze natuurlijke insectenbestrijders.

800 Nieuwe bomen

Bij de inrichting van het gebied wordt er bewust gekozen voor bepaalde bomen, struiken en planten, om het natuurlijk gedrag van de dieren te respecteren. Zo worden er meer dan 800 nieuwe bomen geplant die met hun diversiteit niet alleen zorgen voor een wisselend landschap maar ook verschillende dieren zullen aantrekken. Doordat er op een innovatieve manier wordt omgegaan met water, groen en bebouwing, verblijven mens en dier straks aangenaam in het park.

24-11-2022
Opinie
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’

Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe.  Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. Historisch gegroeid perspectief De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  ‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  ‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  ‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  ‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  ‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  ‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’Bedrijventerrein als schakel Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. ‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  ‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ Meer dan BNP en werkgelegenheid Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  ‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  ‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  ‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Nieuws
Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg ontvangt BREEAM-NL Gebied-certificaat voor Bedrijvenpark Zevenellen
Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg ontvangt BREEAM-NL Gebied-certificaat voor Bedrijvenpark Zevenellen

Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen heeft het certificaat BREEAM-NL Gebied ontvangen. Het gebied behaalde hierbij de score Excellent (4 sterren). Deze beoordeling laat zien dat in de ontwikkeling van Bedrijvenpark Zevenellen structureel aandacht is besteed aan duurzaamheid, samenwerking en kwaliteit van de leefomgeving. De certificering is toegekend aan Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML), die verantwoordelijk is voor de gebiedsontwikkeling van het noordelijke gedeelte van Zevenellen.BREEAM-NL Gebied is een beoordelingsmethode voor duurzame gebiedsontwikkeling. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar energie en milieu, maar ook naar thema’s als gezondheid, economie, samenwerking, leefkwaliteit en maatschappelijke waarde. Voor Zevenellen betekent dit dat duurzaamheid geen los onderdeel is, maar is meegenomen in de planvorming, inrichting en samenwerking met betrokken partijen.Toekomstbestendig gebiedJohn Giesen, gebiedsontwikkelaar bij OML: “We ontwikkelen hier niet alleen een bedrijventerrein, maar een toekomstbestendig gebied waar ondernemerschap, leefkwaliteit en duurzaamheid elkaar versterken. Dat doen we samen met ondernemers, overheden en de omgeving, en het resultaat van samenwerking zie je nu terug in deze certificering.”Aandacht voor omgeving en leefbaarheidHet bedrijvenpark Zevenellen ligt in het buitengebied van de gemeente Leudal en staat in de belangstelling van omwonenden en andere betrokkenen. In de ontwikkeling is daarom nadrukkelijk aandacht voor landschappelijke inpassing, verkeersveiligheid, natuur en leefbaarheid. Wethouder Jan den Teuling van de gemeente Leudal: “Zevenellen creëert ruimte voor ondernemerschap en biedt perspectief voor de hele regio Midden-Limburg. Dit certificaat laat opnieuw zien dat er veel aandacht is voor de kwaliteit van de leefomgeving. We vinden het belangrijk dat een economische ontwikkeling zorgvuldig gebeurt en in balans is met de omgeving en hoe we die balans kunnen bewaken, samen met partners en de omgeving.”Sterke score op samenwerking en maatschappelijke waardeZevenellen behaalde binnen BREEAM-NL Gebied een goede score op onder meer samenwerking en maatschappelijke waarde. Dit komt voort uit de manier waarop OML samenwerkt met overheden, ondernemers en andere belanghebbenden, en hoe duurzaamheid is verankerd in het ontwikkelproces. Denk bijvoorbeeld aan de Groene Long, het ecologisch gebied op Zevenellen en de synergie tussen bedrijven waardoor koppelkansen ontstaan. Hiermee behoort Zevenellen tot de koplopers op het gebied van duurzame gebiedsontwikkeling in Limburg.  Maikel de Laat, projectmanager BREEAM-NL Gebied bij de Dutch Green Building Council: “Met deze BREEAM NL Gebied certificering wordt bevestigd dat duurzaamheid structureel is verankerd in de gebiedsontwikkeling van Zevenellen. Een voorbeeld hiervan is de manier waarop ruimtelijke structuur, fasering en gezamenlijke afspraken tussen partijen zijn vastgelegd binnen het certificeringskader.” Bedrijvenpark in ontwikkelingZevenellen biedt ruimte aan bedrijven die passen binnen het profiel van het gebied, zoals circulair en biobased ondernemen, opslag en regionaal midden- en kleinbedrijf. De ontwikkeling van het bedrijvenpark vindt gefaseerd plaats, met blijvende aandacht voor kwaliteit, duurzaamheid en inpassing in de omgeving.Foto: OML B.V.

25-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief