De provincies moeten aan de bak met de ‘puzzelfase’ voor de ruimtelijke inrichting van Nederland. Dat schrijft VRO-minister Hugo de Jonge in een eerder deze week verstuurd ‘startpakket’. Eind 2023 moeten er bestuurlijke afspraken liggen over de inpassing van wonen, bereikbaarheid, energie, economie, landbouw en natuur. In 2024 moet een nieuwe nota ruimte volgen.

‘We hernemen de regie op de ruimtelijke ordening om te zorgen voor een eerlijke uitkomst van alle ruimtelijke verdeelvraagstukken waar we tegenaan gaan lopen', zegt minister Hugo de Jonge voor Ruimtelijke Ordening.  

‘We staan aan de vooravond van een nieuwe manier van werken waarin we cruciale keuzes gaan maken over de inrichting van Nederland. Op alle betrokkenen rust de verantwoordelijkheid om goed samen te werken want keuzes die we nu gaan maken, bepalen welk land we doorgeven aan de generaties na ons.’ 

In het startpakket dat de minister op 12 december naar de twaalf provincies stuurde, legt hij hen de opgaven voor uit nationale programma’s op het gebied van de fysieke leefomgeving. De provincies wordt gevraagd om eigen opgaven te combineren met die van gemeenten en waterschappen. In eerste instantie tot 2030, met een doorkijk naar 2050. In een bijlage bij het startpakket staan per provincie de specifieke kansen en knelpunten. De puzzel moet binnen de kaders van de NOVI worden gelegd. Zo heeft meervoudig ruimtegebruik de voorkeur. Verder zijn bodem en water leidend. 

De Jonge verwacht van de provincies dat zij hun huiswerk in oktober 2023 af hebben. Daarna moeten twaalf ruimtelijke arrangementen volgen, waarin Rijk en provincie wederkerige afspraken maken over de uitvoering van de opgaven. Deze vormen vervolgens de basis voor een nieuwe nota ruimte in 2024. 

Het Rijk ondersteunt de uitwerking van de provincies met ruimtelijke data en de inzet van ontwerpteams die ‘innovatieve oplossingen’ bedenken. Bijvoorbeeld concepten over het tegengaan van ‘verrommeling’ door grootschalige bedrijfsvestigingen. Verder is bij BZK een aparte accountorganisatie ingericht voor de provincies. Die is het dagelijkse aanspreekpunt voor de contactpersonen bij de provincie en de contactpersonen van de nationale programma’s bij de departementen. 

16-12-2022
Nieuws
Onderzoek: bedrijventerreinen slecht voorbereid op klimaatverandering
Onderzoek: bedrijventerreinen slecht voorbereid op klimaatverandering

70% van de Nederlandse bedrijventerreinen is slecht voorbereid op wateroverlast door klimaatverandering. Ook heeft 5 op de 6 terreinen een duidelijk tekort aan groen. Dat blijkt uit een analyse van Werklandschappen van de Toekomst, waarin voor het eerst alle 3.713 Nederlandse bedrijventerreinen zijn onderzocht op klimaat, gezondheid en biodiversiteit.Bedrijventerreinen zijn cruciaal voor de Nederlandse economie. “Bijna een derde van de Nederlanders werkt er, en ze zijn goed voor zo’n 40% van ons nationaal inkomen,” zegt Daphne Teeling, programmacoördinator van Werklandschappen van de Toekomst. “Als we ons land voorbereiden op klimaatverandering, mogen we de ruim 3.700 bedrijventerreinen dus niet over het hoofd zien.”Veel terreinen kwetsbaar voor wateroverlastUit de nieuwe Werklandschappenscan – gebaseerd op data van NL Greenlabel – blijkt dat 70% van de terreinen veel gebouwen bevat die kwetsbaar zijn bij extreme regenbuien. Wateroverlast kan daar leiden tot schade aan gebouwen en verstoring van vitale infrastructuur.Gemiddeld bestaat bijna de helft (48%) van een bedrijventerrein uit verhard oppervlak zoals tegels of asfalt, wat zowel wateroverlast als hitteproblemen versterkt. Vergroening – zoals bomen, struiken en waterdoorlatende materialen – kan deze risico’s beperken en zorgen voor meer verkoeling en betere wateropvang.Meer bomen en gevarieerde beplanting nodigOp dit moment heeft slechts 1 op de 6 terreinen voldoende bomen. Tussen regio’s bestaan grote verschillen: in Friesland en Drenthe kunnen medewerkers bij 1 op de 5 terreinen minstens drie grote bomen zien; in Zuid-Holland is dat bij nog geen 1 op de 12 het geval. Bomen zijn niet alleen essentieel in het voorkomen van waterschade, zicht op groen draagt ook aantoonbaar bij aan welzijn en productiviteit van werknemers.Voor biodiversiteit is meer variatie in beplanting nodig. Nu bestaat een gemiddeld terrein voor 4% uit struiken en heggen, in plaats van de aanbevolen 15%. “Met een mix van bomen, struiken en kruiden kunnen bedrijventerreinen uitgroeien tot belangrijke ecologische schakels tussen stedelijk groen en het buitengebied,” aldus Teeling.De nieuwe Europese Natuurherstelverordening verplicht lidstaten om vanaf 2030 het stedelijk groen en biodiversiteit meetbaar te vergroten. Teeling: “Bedrijventerreinen kunnen een flinke bijdrage leveren aan deze doelen, juist omdat hier nog veel ruimte is om te vergroenen.”Bedrijventerreinen zetten stappenOp verschillende plekken in Nederland zetten bedrijventerreinen al stappen richting een klimaatbestendiger inrichting. Zo telt het landelijke programma Werklandschappen van de Toekomst inmiddels 150 partnerterreinen.Bedrijven kunnen nu een nulmeting van de Werklandschappenscan op hun eigen terrein laten uitvoeren. In meerdere provincies kunnen bedrijventerreinen bovendien met de Groenstartvoucher tot 15.000 euro subsidie krijgen voor een groen- en waterplan. Op de website groengeeftenergie.nl kunnen bedrijven een aanvraag doen voor het aanplanten van heggen op hun terrein.DownloadsFactsheet met belangrijkste resultaten uit de WerklandschappenscanOverzicht per provincie van de score op de indicatoren (zoals verharding, wateroverlast, hittestress en hoeveelheid groen)

16-03-2026
Nieuws
Stadseiland-Zuid in Utrecht klaar voor volgende stap naar gemengd en toekomstbestendig stadsdeel
Stadseiland-Zuid in Utrecht klaar voor volgende stap naar gemengd en toekomstbestendig stadsdeel

Stadseiland‑Zuid in Utrecht maakt zich op voor een grote verandering: van bedrijventerrein naar een gemengd stadsdeel waar ruimte is voor wonen, werken en recreëren. In de Programmatische Verkenning staat hoe deze ontwikkeling de komende jaren wordt aangepakt. Dit document vormt het startpunt voor de gesprekken met bewoners, ondernemers, de gemeenteraad en andere partners.Stadseiland‑Zuid heeft de potentie om uit te groeien tot een aantrekkelijk centrumgebied binnen Groot Merwede, met ruimte voor een stevige mix van wonen én werk. Naast de geplande meer dan 10.000 woningen ontstaat er ruimte voor circa 7.100 banen, variërend van maakbedrijven en creatieve ondernemingen tot maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Met de komst van de Merwedelijn, groene stadsstraten en het nieuwe oeverpark Rondje Stadseiland krijgt het gebied een compleet nieuw karakter.“De ontwikkeling van Stadseiland‑Zuid vraagt om dappere keuzes en een nauwe samenwerking met de ondernemers en bewoners die hier nu al actief zijn. We willen een gebied maken waar je prettig kunt wonen én werken, met voldoende voorzieningen en ruimte voor economische ontwikkeling,” aldus wethouder Schilderman (o.a. Ruimtelijke Ordening).Het gebied kent ook duidelijke opgaven om bestaande barrières om te zetten in gebiedskwaliteiten. Samen met het Rijk en regionale partners verkent de gemeente in vervolgonderzoeken maatregelen om deze uitdagingen aan te pakken, zoals alternatieven voor de verkeersafwikkeling en slimme oplossingen voor een gezondere en stillere leefomgeving. Deze opgaven maken onderdeel uit van de vervolgstappen.Groot Merwede en RijnenburgStadseiland‑Zuid vormt samen met o.a. Papendorp en Merwede het gebied Groot Merwede, dat tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein ligt. Het is één van de grootste toekomstige woningbouwlocaties van Nederland. Samen met de ontwikkeling van Rijnenburg biedt dit gebied ruimte voor de groeiende behoefte aan betaalbare woningen, voorieningen én werklocaties.Het Rijk erkent deze landelijke behoefte: Groot Merwede/Rijnenburg is aangewezen als een van de 17 belangrijkste ontwikkelgebieden van Nederland, met een potentie van 63.000–75.000 woningen en 33.000–45.000 banen.Belangrijke schakel in de zuidwestelijke stadsontwikkelingStadseiland‑Zuid heeft door zijn centrale ligging een cruciale rol tussen Merwede, Papendorp en Rijnenburg. De Merwedelijn, de toekomstige snelle OV-verbinding, is daarbij een belangrijke randvoorwaarde om het gebied goed te ontsluiten voor zowel bewoners als bedrijven.VervolgstappenDe Programmatische Verkenning vormt de eerste stap in een meerjarig planproces. De inzichten worden verder uitgewerkt in een Uitgangspuntennotitie, een Omgevingsvisie en uiteindelijk een Omgevingsplan. De gemeente Utrecht gaat hierover in gesprek met bewoners, ondernemers, de gemeenteraad en andere betrokkenen. 

24-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief