Op vrijdag 10 maart ondertekenden gedeputeerde Willy de Zoete van provincie Zuid-Holland en Jelle de Jong van IVN/Werklandschappen van de Toekomst een intentieverklaring, een Green Deal. Hiermee geven beide partijen aan de komende 10 jaar samen te werken aan de transitie naar toekomstbestendige bedrijventerreinen. En dat is hard nodig, want slechts 1% van alle bedrijventerreinen bestaat uit natuur. Het zijn grijze, versteende omgevingen. En dat terwijl zo’n 450.000 mensen in Zuid-Holland op een bedrijventerrein werken.

De ruim 3.000 bedrijventerreinen in Nederland vormen een belangrijk deel van het bebouwde oppervlak en passen in toenemende mate niet meer bij deze tijd. Op dit moment bestaat slechts 1% van de 100.000 hectare bedrijventerreinen in Nederland uit ‘natuurlijke elementen’. Bedrijventerreinen zijn daardoor gevoelig voor hittestress en wateroverlast bij heftige neerslag en daarmee voor schade aan gebouwen en wegen. Planten en bomen verkoelen, vangen water op en zuiveren de lucht. Daarnaast zorgt groen voor een betere (psychische) gezondheid van werknemers en liggen er grote kansen voor de biodiversiteit, die in ons land ernstig onder druk staat.

Gedeputeerde Willy de Zoete (Economie): "We zijn als provincie erg blij met deze Green Deal. Deze intentieverklaring sluit goed aan bij hoe wij als provincie ons willen inzetten voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Om een aantrekkelijk vestigingsklimaat te behouden, is een transitie nodig van reguliere bedrijventerreinen naar werklandschappen van de toekomst. Dit is niet alleen financieel noodzakelijk, maar ook vanuit brede welvaart essentieel voor de gezondheid van werknemers en de leefbaarheid op deze terreinen. Wat zou het mooi zijn om de ‘hete kooltjes in het Zuid-Hollandse landschap’ om te toveren tot plaatsen waar men graag werkt, langsfietst als recreant, of waar men in de lunchpauze met plezier een blokje om loopt."

Nieuw normaal

Werklandschappen van de Toekomst werkt in negen jaar toe naar een ‘nieuw normaal’: groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen door heel Nederland. Om dit te bereiken start een groot onderzoeksprogramma met vier zogenoemde ‘living labs’ en tien ambassadeursterreinen. Deze living labs zullen fungeren als proeftuinen. Hier wordt onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de koelende waarde van groene gevels en de combinatie van zonnepanelen en groene daken. Een gefaseerde en lerende aanpak leidt ertoe dat minimaal 1000 bedrijventerreinen stappen zetten richting toekomstbestendige ‘werklandschappen’.

Green Deal

Jelle de Jong van IVN Natuureducatie ondertekende de Green Deal namens Werklandschappen van de Toekomst. De Jong: ‘Door Green Deals te sluiten, worden provincies bondgenoot in onze missie. Als koploper krijgt Zuid-Holland cofinanciering voor aanpassingen op geselecteerde bedrijventerreinen en krijgt het vestigingsklimaat een positieve impuls. De provincie draagt bij door kennis te delen, passend beleid te maken en te investeren in verduurzaming van bedrijventerreinen. Fantastisch om zo’n toekomstgerichte provincie als Zuid-Holland aan boord te hebben!’

Over Werklandschappen van de Toekomst

Werklandschappen van de Toekomst is een brede beweging van partijen die met innovaties op diverse terreinen toewerken naar toekomstgerichte, groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen. Lees meer op: Werklandschappen van de Toekomst (ivn.nl)

Over de provincie Zuid-Holland

De provincie zorgt voor aantrekkelijke, goed functionerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen voor werkgevers, werknemers en bedrijven. Zij combineert dit met andere grote maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie. Samen met haar partners draagt de provincie bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat met bedrijventerreinen van duurzame kwaliteit waarbij het van groot belang is dat met meer groen een gezonde leef- en werkomgeving wordt gecreëerd. Kijk voor meer informatie op: 7 tips: Bedrijventerreinen vergroenen.

10-03-2023
Nieuws
Zuid-Holland introduceert ‘bedrijfje erbij’ in omgevingsbeleid
Zuid-Holland introduceert ‘bedrijfje erbij’ in omgevingsbeleid

Terwijl ‘straatje erbij’ nog volop onderwerp van debat is, komt Zuid-Holland nu met een opvallende nieuwe variant: ‘bedrijfje erbij’. De provincie wil beperkte uitbreiding van bedrijventerreinen als aparte uitzondering opnemen in de Omgevingsverordening. In het Statenvoorstel voor de herziening van de Omgevingsvisie trekt Zuid-Holland tegelijk een strakkere lijn voor bouwen in de open ruimte.  De provincie wil een ‘beschermingsgebied onbebouwde ruimte’ opnemen in de Omgevingsverordening. Daarbinnen worden stedelijke ontwikkelingen sterker begrensd. Uitzonderingen blijven wel mogelijk.  Naast grote buitenstedelijke bouwlocaties, ‘straatje erbij’ en enkele kleinschalige ontwikkelingen noemt de provincie nu ook ‘bedrijfje erbij’: een regeling voor beperkte uitbreiding van bedrijventerreinen.  Die keuze is opmerkelijk omdat Zuid-Holland een term uit het woningbouwdebat doortrekt naar werken en economie.  ‘Straatje erbij’ draait om kleine woningbouwlocaties aan de rand van stad of dorp. Met ‘bedrijfje erbij’ zegt de provincie feitelijk dat ook bedrijven soms extra ruimte nodig hebben, terwijl de open ruimte juist beter moet worden beschermd. Uitzondering in streng ruimtebeleid De achtergrond is een bredere koerswijziging. Zuid-Holland wil zuiniger omgaan met de schaarse ruimte en onbebouwde gebieden beter beschermen.  Die ruimte is volgens de provincie nodig voor landbouw, water, energie en natuur. De provincie zet wonen en werken daarbij bewust naast elkaar. Voor ‘straatje erbij’ geldt al een specifieke regeling. Voor bedrijventerreinen in Zuid-Holland komt er nu een vergelijkbare route.  Daarmee wordt ‘bedrijfje erbij’ een nieuw instrument in hetzelfde debat over ruimte aan de randen van stad en dorp.  In de zienswijzen klonk bovendien door dat gemeenten behoefte hebben aan maatwerk en eigen afwegingen. Ook werden de regels voor ‘straatje erbij’ als te strikt ervaren.Functiemenging op campussen  De nieuwe term staat niet los van ander economisch beleid. In hetzelfde voorstel van GS staat dat de eind 2024 vastgestelde Ruimtelijk Economische Visie is verwerkt in het omgevingsbeleid. Ook zijn nieuwe regels opgenomen om de milieuruimte op bestaande bedrijventerreinen beter te benutten.  Op zwaardere terreinen moet de nieuwe vestiging van lichtere bedrijven worden beperkt. Verder wordt functiemenging mogelijk op campussen als Leiden Bio Science Park, TU Delft Campus en NL Space Campus.  De provincie herschrijft daarmee haar aanpak voor bedrijventerreinen op meerdere punten. Dat hangt ook samen met de nieuwe VNG-handreiking over milieuzonering.In de zienswijzen klonk zorg over die nieuwe systematiek, over risico’s voor bestaande terreinen en over te weinig uitbreidingsruimte in de onbebouwde ruimte. In reactie daarop zijn regels aangepast.  Tegelijk is ‘bedrijfje erbij’ daaraan toegevoegd. De term krijgt een plek in de Omgevingsverordening en wordt daarmee onderdeel van de regels waarmee de provincie richting geeft aan gemeentelijke omgevingsplannen.  Provinciale Staten nemen woensdag 3 juni 2026 een besluit over het voorstel.Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

01-04-2026
Opinie
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’

Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe.  Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. Historisch gegroeid perspectief De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  ‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  ‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  ‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  ‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  ‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  ‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’Bedrijventerrein als schakel Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. ‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  ‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ Meer dan BNP en werkgelegenheid Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  ‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  ‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  ‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief