Elke nieuwe woning in de stad vraagt om zeker 20 m2 stadsverzorgende bedrijvigheid, aldus vastgoedadviseur JLL tijdens het seminar van SKBN en vakblad BT. Omdat stedelijke bedrijventerreinen onder druk staan, zal de benodigde ruimte deels in stedelijke mixzones gevonden moeten worden.

Rotterdam is de eerste stad die een ‘no net loss’ aan ruimte (bruto vloeroppervlakte, bvo) voor bedrijvigheid als beleid hanteert. Maar als steden als Rotterdam er in slagen het huidige volume werkruimte op peil te houden, zal dit op gespannen voet blijven staan met de behoefte aan stedelijke bedrijfsruimte, die groeit.

SKBN en economisch-geograaf Gerlof Rienstra (Rienstra beleidsonderzoek en beleidsadvies) becijferden dat tussen 2016 en 2021 4.600 hectare aan stedelijke bedrijventerreinen zijn verdwenen, vaak door transformatie naar wonen. Maar juist nieuwe woningen resulteren in een behoefte aan nieuwe ruimte voor stadsverzorgende bedrijvigheid.

Woon-werkopgave
Tegenover elke woning in Nederland staat nu 26,3 vierkante meter bedrijfsruimte, aldus Sven Bertens, head of research & strategy bij vastgoedadviseur Jones Lang LaSalle (JLL) tijdens het seminar ‘Ruimte voor werken in de stad: randvoorwaarden voor functionele mixzones’ op de redactie van BT in Amersfoort. Door het afslanken van niet courante leegstand en efficiënter ruimtegebruik, kan dit benodigde volume aan nieuwe bedrijfsruimte per misschien nog beperkt worden tot circa 20 vierkante meter er woning’, licht Bertens aan de telefoon toe. ‘Bij een nieuwbouwambitie van 100.000 huizen per jaar, zou dit betekenen dat je ook 2 miljoen vierkante meter bedrijfsruimte moet realiseren.’ En omdat de meeste woningbouw gepland is in steden, slaat die ruimtebehoefte volgens hem grotendeels in steden neer.

Groeiend aanbod
Terwijl de groei van de kantorenmarkt afgelopen 10 jaar tot 4 procent beperkt bleef, groeide de bedrijfsruimtemarkt in diezelfde periode met 23 procent, aldus cijfers van JLL. Die groei is voor een deel toe te wijzen aan de uitrol van grootschalige distributiecentra over het land. Maar de bedrijfsruimtemarkt wordt nog altijd gedomineerd door een breed scala aan vaak stadsverzorgende bedrijvigheid, van kleinschalige (last mile-) distributie tot reparatie en maakbedrijven. Die activiteiten zijn goed voor circa 170 miljoen vierkante meter (bvo), tegenover circa 40 miljoen meter voor distributiecentra. Met een dan 210 miljoen vierkante meter vloeroppervlakte is bedrijfsruimte na wonen de grootste vastgoedsector.

Beter benutten
Het is niet alleen een groeiend inwonertal in de steden dat resulteert in toenemende ruimtebehoefte voor stadsverzorgende bedrijvigheid. Ook de circulaire transitie heeft ruimtelijke implicaties. In álle ruimtescenario’s van het PBL vraagt de circulaire transitie om extra ruimte, het liefst aan vaarwater en/of in de buurt van toeleveranciers en afnemers: consumenten en bedrijven. SKBN en Rienstra becijferden dat circulaire activiteiten op bedrijventerreinen tot 2030 870 hectare extra ruimte vragen. Om kostbare milieuruimte voor onder meer de circulaire activiteiten te borgen, zetten onder meer provincies Zuid- en Noord-Holland een ‘hek’ rond strategische bedrijventerreinen en industriegebieden zoals Spaanse Polder en het Noordzeekanaalgebied. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), provincies en steden willen dat milieuruimte op bestaande bedrijventerreinen beter benut wordt, mede door te kijken hoe bedrijvigheid die geen of amper milieubelasting genereert, met andere stedelijke functies – waaronder wonen – gemixt kan worden.

Scheefwerken
SKBN en Rienstra becijferden dat circa 26 procent van de activiteiten op terreinen met een milieucategorie 3 of hoger activiteiten betreft die daar eigenlijk helemaal net horen. Ze spreken in dat verband over ‘scheefwerken’. Bertens repte tijdens het seminar op 4 april zelfs van 30 procent van de transacties op bedrijventerreinen die ook in stedelijke mix-zones gehuisvest had kunnen worden. Dit gaat volgens sheets die hij presenteerde om activiteiten die zijn gelabeld als financiële instellingen (5 procent), bouwnijverheid (4 procent), logies, maaltijd en drankverstrekking (4 procent), verhuur van en handel in onroerend goed (3 procent), advisering onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening (3 procent), overige zakelijke dienstverlening, et cetera.

Wat voor stad wil je zijn
Volgens Marcel Michon, partner bij Buck Consultants International, moet de vraag welke activiteit je waar wilt hebben beginnen met de vraag wát voor economie je bent als stad en wélke economie je zou willen zijn, om dit vervolgens door te vertalen in een ruimtelijke-economische visie en een strategie werklocaties. Die moeten weer input genereren voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Al deze plannen moeten op elkaar zijn afgestemd. Dat heeft ook te maken met mogelijke juridische procedures. De bestuursrechter kijkt naar de ‘afhechting’ van plannen, aldus Michon. ‘Is er met andere woorden een heldere lijn te trekken tussen ambities, visies, de uitwerking daarvan en de ‘beslisregels’ op kavelniveau.’

Om grip te krijgen op uiteindelijk functie-invulling, zijn volgens hem tal van aanvullende instrumenten inzetbaar zoals het stedenbouwkundig programma van eisen, economische programmering, een omgevings- en beeldkwaliteitsplan, een grond- en vastgoedexploitatieplan, de omgevingsvergunning, gronduitgiftecriteria maar ook de inzet van een anterieure overeenkomst.

Financial engineering
Maar het kan niet bij planologische instrumentaria blijven alleen. Michon: ‘Wat vaak nog wordt vergeten is dat de gemiddelde huuropbrengst van bedrijfsruimte veel lager is dan kantoorruimte, en helemaal woonruimte. Waar bedrijfsruimte afhankelijk van de locatie 40 tot 100 euro aan jaarlijkse huurinkomsten per vierkante meter oplevert, is dit voor 100 tot 180 euro voor kantoorruimte en 160 tot 200 euro voor een huurappartement.’

De “markt” is daarom minder happig op het aanbieden van “sec” bedrijfsruimte in een gewilde stedelijke omgeving. Daarbij is volgens Michon sprake van een paradox, omdat een mix van functies volgens hem de gebiedswaarde als geheel op de lange termijn ten goede komt. Een vorm van “financial engineering” is daarom nodig waarin de gebiedswaarde als geheel beter tot uitdrukking komt. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van verevening van kosten en opbrengsten tussen verschillende functies.

Werkcorporatie
Volgens Sander van Schijndel, investment manager bij de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) levert mengen op termijn inderdaad waarde voor de stad. Hij constateert dat bedrijfsruimte nu moeilijk kan opboksen tegen activiteiten die hogere grondprijzen genereren, en dat daardoor een soort gentrificatie op bedrijventerreinen plaatsvindt. Van Schijndel, die onlangs afstudeerde aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE) op een onderzoek naar hoe je betaalbare bedrijfsruimte kunt borgen in stedelijke gebiedstransformatie, bepleit meer regie en sturing om ruimte voor werken te borgen. Dan moet er alleen nog een partij zijn die bedrijfsruimte aanbiedt, beheert en regisseert. Hij benadrukt net als Michon dat dit niet vanzelf gaat omdat er meestal sprake is van een onrendabele top. Hij aast op de oprichting van gespecialiseerde exploitatiemaatschappijen (‘werkcorporaties’) die net als woningcorporaties in het gat springen dat de markt laat liggen. Bekostiging kan door middel van een eenmalige kapitaalstorting of inbreng van vastgoed, een jaarlijkse exploitatiesubsidie of bijdragen op projectniveau.

Bouwblokvisie Gent
Tijdens het seminar vertelden een viertal gemeenten kort hoe zij werk maken van ruimte voor werken. De grootste vraag is nog hoe je uiteindelijk grip houdt op een activiteitenmix, als je zelf geen grond -of pandeigenaar bent, uitgaande van het beginsel van vrije vestiging.

Adjunct van de directie van Stad Gent Marc de Ridder (die tevens de door de Vlaamse overheid ondersteunde rol van ‘verweefcoach’ bekleedt), vertelde hoe zijn stad bij de transformatie van de traditionele industriële bouwblokken in de negentiende-eeuwse gordel nadrukkelijk de werkfunctie wil terugbrengen, waar deze in de loop van de twintigste eeuw in gebruik waren genomen als stalplaats van bijvoorbeeld caravans. Daarvoor is een bouwblokvisie ontwikkeld met daaraan gebonden bouwblokverordening. Daarin ligt vast dat binnengebieden niet zomaar mogen worden volgebouwd met woningen. Sterker: in binnengebieden tot 3000 vierkante mogen alleen economische functies komen, met maakindustrie als bestemming. Voor deze werkwijze ontving Stad Gent de Vlaamse Ontwerprijs.

Het juiste bedrijf op de juiste plek
Cees-Jan Pen, lector De Ondernemende Regio aan de Fontys Hogeschool en lid van de adviescommissie van SKBN benadrukte na afloop van de bijeenkomst dat de circulaire economie spaak loopt als er in het stedelijk weefsel geen milieuruimte overblijft door transformatie naar wonen. ‘Het seminar toonde aan dat er te weinig aandacht is voor benodigde ruimte voor werken en circulaire transitie in het bijzonder. Het juiste bedrijf op de juiste plek moet weer op de agenda, attractiviteit steden en dorpen is echt in het geding nu RO (ruimtelijke ordening, red.) veel te veel een ruimte voor wonen issue is geworden (lees ook: Wonen, wonen, wonen: ‘Te sectorale partijprogramma’s helpen niet bij oplossen woningnood’ ). Opmerkelijk tenslotte is hoe weinig en slecht ondernemersparticipatie plaatsvindt. Ruimte voor werken staat op agenda, maar neem dan ook serieus wat bedrijven beweegt in plaats van hoogover over bedrijven praten.’

Pen ziet kansen in het maken van woon-werk afspraken, waar voor elke woning die wordt toegevoegd ook ruimte komt voor bedrijvigheid. Nieuwe financiële engineering is daarbij essentieel, om te voorkomen dat werken altijd aan het langste eind trekt. Fysieke ruimte kan deels gevonden worden door overbodige kantoorlocaties te herbestemmen naar bedrijfsmatig gebruik, intensivering van bestaande bedrijventerreinen, maar in (voormalige) winkelgebieden zie Pen mogelijkheden.

Maar het begint misschien wel met een herwaardering van werk als functie in de stad.

20-04-2023
Nieuws
Onderzoek: bedrijventerreinen slecht voorbereid op klimaatverandering
Onderzoek: bedrijventerreinen slecht voorbereid op klimaatverandering

70% van de Nederlandse bedrijventerreinen is slecht voorbereid op wateroverlast door klimaatverandering. Ook heeft 5 op de 6 terreinen een duidelijk tekort aan groen. Dat blijkt uit een analyse van Werklandschappen van de Toekomst, waarin voor het eerst alle 3.713 Nederlandse bedrijventerreinen zijn onderzocht op klimaat, gezondheid en biodiversiteit.Bedrijventerreinen zijn cruciaal voor de Nederlandse economie. “Bijna een derde van de Nederlanders werkt er, en ze zijn goed voor zo’n 40% van ons nationaal inkomen,” zegt Daphne Teeling, programmacoördinator van Werklandschappen van de Toekomst. “Als we ons land voorbereiden op klimaatverandering, mogen we de ruim 3.700 bedrijventerreinen dus niet over het hoofd zien.”Veel terreinen kwetsbaar voor wateroverlastUit de nieuwe Werklandschappenscan – gebaseerd op data van NL Greenlabel – blijkt dat 70% van de terreinen veel gebouwen bevat die kwetsbaar zijn bij extreme regenbuien. Wateroverlast kan daar leiden tot schade aan gebouwen en verstoring van vitale infrastructuur.Gemiddeld bestaat bijna de helft (48%) van een bedrijventerrein uit verhard oppervlak zoals tegels of asfalt, wat zowel wateroverlast als hitteproblemen versterkt. Vergroening – zoals bomen, struiken en waterdoorlatende materialen – kan deze risico’s beperken en zorgen voor meer verkoeling en betere wateropvang.Meer bomen en gevarieerde beplanting nodigOp dit moment heeft slechts 1 op de 6 terreinen voldoende bomen. Tussen regio’s bestaan grote verschillen: in Friesland en Drenthe kunnen medewerkers bij 1 op de 5 terreinen minstens drie grote bomen zien; in Zuid-Holland is dat bij nog geen 1 op de 12 het geval. Bomen zijn niet alleen essentieel in het voorkomen van waterschade, zicht op groen draagt ook aantoonbaar bij aan welzijn en productiviteit van werknemers.Voor biodiversiteit is meer variatie in beplanting nodig. Nu bestaat een gemiddeld terrein voor 4% uit struiken en heggen, in plaats van de aanbevolen 15%. “Met een mix van bomen, struiken en kruiden kunnen bedrijventerreinen uitgroeien tot belangrijke ecologische schakels tussen stedelijk groen en het buitengebied,” aldus Teeling.De nieuwe Europese Natuurherstelverordening verplicht lidstaten om vanaf 2030 het stedelijk groen en biodiversiteit meetbaar te vergroten. Teeling: “Bedrijventerreinen kunnen een flinke bijdrage leveren aan deze doelen, juist omdat hier nog veel ruimte is om te vergroenen.”Bedrijventerreinen zetten stappenOp verschillende plekken in Nederland zetten bedrijventerreinen al stappen richting een klimaatbestendiger inrichting. Zo telt het landelijke programma Werklandschappen van de Toekomst inmiddels 150 partnerterreinen.Bedrijven kunnen nu een nulmeting van de Werklandschappenscan op hun eigen terrein laten uitvoeren. In meerdere provincies kunnen bedrijventerreinen bovendien met de Groenstartvoucher tot 15.000 euro subsidie krijgen voor een groen- en waterplan. Op de website groengeeftenergie.nl kunnen bedrijven een aanvraag doen voor het aanplanten van heggen op hun terrein.DownloadsFactsheet met belangrijkste resultaten uit de WerklandschappenscanOverzicht per provincie van de score op de indicatoren (zoals verharding, wateroverlast, hittestress en hoeveelheid groen)

16-03-2026
Nieuws
Rotterdam behaalt doelstelling voor behoud bedrijfsruimte
Rotterdam behaalt doelstelling voor behoud bedrijfsruimte

Rotterdam is de eerste stad in Nederland die een expliciete doelstelling heeft geformuleerd voor het behoud van bedrijfsruimte én deze heeft gerealiseerd. De ambitie van het college voor deze bestuursperiode was om het totale aantal vierkante meters bedrijfsruimte minimaal op peil te houden. Die opgave is ruimschoots gehaald: per saldo is er zelfs 70.657 m² bedrijfsruimte bijgekomen.De totale voorraad bedrijfsruimte in Rotterdam bedraagt momenteel 4.335.128 m² bvo. Sinds 1 juli 2022 is deze voorraad gegroeid met 70.657 m². Om de doelstelling te behalen startte de gemeente het Actieplan Bedrijfsruimte.Wethouder Robert Simons (o.a. Economie): “We hebben als college een duidelijke economische koers gekozen: ruimte voor Rotterdamse ondernemers. Die aanpak werkt. Rotterdam is de eerste gemeente die haar doel voor bedrijfsruimte heeft vastgesteld én gehaald en daarmee de neerwaartse trend keerde. Daarmee blijft de maakindustrie in de stad, behouden we banen en zorgen we dat Rotterdammers ook in de toekomst kunnen rekenen op vakmensen.”Een concreet voorbeeld van hoe dit collegebeleid in de praktijk wordt gebracht, is het behoud van ruimte voor de maritieme maakindustrie op het voormalige Hunter Douglas-terrein op Zuid. Deze sector is van vitaal belang voor zowel de Rotterdamse als de nationale economie. Waar de afgelopen jaren veel bedrijventerreinen zijn getransformeerd voor woningbouw, is hier bewust gekozen voor een trendbreuk. Herontwikkeling was alleen toegestaan onder de voorwaarde dat minimaal 33.000 m² bedrijfsruimte behouden zou blijven.Bedrijventerreinen hebben niet alleen een essentiële maatschappelijke functie als werkplaats van de samenleving; 40 procent van de werkzame Nederlanders heeft een baan op een bedrijventerrein. Op bedrijventerreinen wordt 30 procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) verdiend.

06-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief