Londen groeit snel. En zoals geldt voor andere grote steden, komt ruimte voor werken in de verdrukking. De stad wil de teruggang van ruimte voor werken een halt toeroepen. Reden genoeg voor de SKBN om van 6 tot 8 juni Het Kanaal over te steken om te kijken hoe de Britten werk maken van werken. Maar de Britse hoofdstad heeft meer te bieden.

>>> terugkijktip: ‘Yes, we want industry in our cities.’, de keynote van prof. Mark Brearley op het BT Event 2020

Londen groeide sinds midden jaren ’80 met bijna 2,5 miljoen personen. Een belangrijk deel van de groei kwam door internationale migratie, In 2020 klom de populatie van de metropool voor het eerst boven de 9 miljoen, waarmee de metropool het oude record uit 1939, toen de stad 8,6 miljoen inwoners telde, weer ruimschoots overtrof. Volgens onderzoeksinstantie Trust for London groeit de populatie van de Britse hoofdstad tot 9,4 miljoen in 2030, waarmee Londen de status van megacity (10+ miljoen) nadert.

Greater Londen bestaat uit 32 lokale boroughs die samen met de City of Londen Corporation (de lokale bestuursautoriteit van de ‘Square Mile’, het financiële district en historische centrum van Londen) samenwerken in de Greater London Authority (GLA). De GLA is strategische regionale autoriteit met bevoegdheden op het gebied van transport, politie, economische ontwikkeling, brand- en noodplanning en stedelijke planning.

De GLA bestaat uit twee onderdelen: het dagelijks bestuur van de burgemeester van Londen (Mayor of London) en zijn kabinet (London Mayoral cabinet) en het 25-leden tellende London Assembly dat de Mayor of London controleert. Zowel de Mayor of London als de Assembly worden direct door de bevolking gekozen en zijn sinds 2016 in handen van Labour. Het ruimtelijke planningsbeleid van de Mayor of London wordt gedetailleerd beschreven in het wettelijke London Plan dat regelmatig wordt bijgewerkt.


Lees hier het uitgebreide verslag van de programmaonderdelen over drie dagdelen die de studiereis telde.


Les 1: Borg strategische werklocaties van regionaal of nationaal belang.
Werklocaties hebben vaak een belang dat verder reikt dat de gemeentegrenzen. De GLA heeft 50 sites aangewezen op basis van criteria die een strategisch belang voor groot-Londen onderstrepen. De GLA regionale waakt als regionale autoriteit over het behoud van deze sites, net zoals het ministerie van EZK voornemens is een aantal clusters van nationaal belang te borgen en provincies die een instructieregel instelden of voornemens dit te doen om bepaalde industrie- en bedrijvengebieden als werkgebieden te beschermen. Werk vervolgens nauw samen met lokale overheden om deze locaties fit for use te houden, eventueel met een financiële bijdrage.

Les 2: Subsidiëren is niet de heilige graal, investeer als het nodig is zélf in ruimte voor werken als de makt dat niet doet.
In Barking and Daggenham in Londen investeert een ‘special purpose vehicle’ risicodragend in het opruimen van gebieden en maakt nieuwe ontwikkelingen mogelijk, of investeert hier zelf actief in. Dat laat zien dat subsidiëren is niet de heilige graal is. Een overheid kan ook gewoon investeren. Naast meer risico kan een publieke ontwikkelmaatschappij – in dit geval Be First (zie onder) genoegen nemen met een lange terugverdientijd en heeft daarmee een langer adem die nodig is om een gebied zoals Barking in Oost-Londen te transformeren.

Les 3: Als het niet in de breedte kan, dan in de hoogte.
Barking Industria (zie onder) komt in plaats van ruimte-extensieve halletjes en biedt op een kleine oppervlakte ruimte aan een veelvoud aan werkgelegenheid in vergelijking met de oude situatie. Voor Oost-Londen, dat kampt met industrieën die op hun retour zijn (bijvoorbeeld bij Ford Daggenham), is dat geen overbodige luxe. Deze betere benutting van de ruimte levert maatschappelijke meerwaarde op. Voorlopig lijkt Be First als ontwikkelaar het gat tussen de lokale vastgoedprijzen (die nog laag zijn) en de hogere kostprijs te moeten dichten.

Les 4: Breng voor-wat-hoort-wat-planologie in de praktijk.
Waar de Nederlandse anterieure overeenkomst enkel ingezet wordt voor kostenverhaal en alleen tot stand komt met medewerking van een marktpartij, kent Engeland sinds jaar en dag de Section 106, een wettelijke regeling voor een tegenprestatie die plaatselijk autoriteit kan eisen, in ruil voor een omgevingsvergunning. In Oost-Londen zetten boroughs de S106 in om in gebiedsontwikkelingen de realisatie van een bepaald aandeel betaalbare bedrijfsruimte af te dwingen. Werkcorporaties als The Trampery kunnen deze bedrijfsruimte exploiteren.

Les 5: Mik op anderen dan enkel commerciële en private aanbieders van bedrijfsruimte.
Londen leert dat een woningcorporatie best bedrijfsruimte kan ontwikkelen en aanbieden. En ook intermediaire organisaties als The Trampery kunnen, in combinatie met bovengenoemde wettelijke regeling die bedrijfsruimteaanbod kan afdwingen, een vitale rol vervullen op de bedrijfsruimtemarkt.

Les 6: Garageboxen over? Kat ze op tot vitale werkruimtes voor de buurt.
Woningcorporatie Poplar HARCA zat in haar maag met garageboxen. In plaats van ze te laten verloederen of af te breken, investeerde Poplar HARCA in transformatie naar een cluster met mode-studio’s.

Les 7: Werk niet samen om het samenwerken, start met een ambitie.
BID Camden Town Unlimited (zie onder), toont dat je met een gemeenschappelijk doel commitment kunt genereren bij ondernemers en andere stakeholders in een gebied. En op die manier trekt de Londense BID activiteiten naar zich toe die de Nederlandse BIZ ver overstijgen, zoals het aanbieden van werkruimte en de ontwikkeling van een nieuwe highline.

27-06-2023
Event
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland

SKBN, Steenbreek en Werklandschappen van de Toekomst nodigen je mede namens de provincie Flevoland van harte uit voor een inspirerende middag bij het Proeflokaal in Almere. In Flevoland werken zes gemeenten actief aan het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, ondersteund door verschillende provinciale trajecten. Tijdens deze bijeenkomst deelt de gemeente Noordoostpolder haar aanpak binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe wordt de stap gezet naar vergroening? Hoe worden economische ruimte, klimaat en natuur gecombineerd? En wat vraagt dit van interne samenwerking en commitment?Daarnaast gaan we in een interactieve workshop in op de verschillende stakeholders binnen bedrijventerreinen en hun rollen en belangen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat nodig is om te komen tot toekomstbestendige, gezonde en groene werklandschappen. De urgentie is groot. Uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlandse bedrijventerreinen onvoldoende voorbereid is op wateroverlast door klimaatverandering. Bovendien heeft 5 op de 6 terreinen een tekort aan groen. Tijdens deze middag krijgt u concrete inzichten, praktijkvoorbeelden en handvatten om zelf aan de slag te gaan in je eigen regio. Het aantal plaatsen is beperkt tot 50 deelnemers. Meld je daarom tijdig aan.Programma13.00 | Inloop met koffie en thee13.30 | Welkom door moderator Margot Ribberink en Erik-Jan van Dijk, senior adviseur Ruimtelijke Economie bij provincie Flevoland.Over het traject dat de provincie doorloopt met en voor haar zes gemeenten om tot groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen.13.40 | De aanpak van Nagelerweg, gemeente Noordoostpolder. Hoe kom je tot een juiste aanpak, hoe ga je van start?Gemeente Noordoostpolder is recent gestart als ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe begin je als gemeente, in samenwerking met de ondernemers, en wat heb je daarbij nodig? Wat heeft de gemeente gedaan, óók intern. Er wordt gewerkt aan een Transitieplan, hoe ziet dat eruit? En op welke manier heeft het programma hen op weg geholpen? We kijken met 3 stakeholders in deze aanpak wie welke rol heeft, en wat het vergt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Inclusief gesprek met de zaal.14.15 | Aan de slag met hulp van IVN FlevolandSamen met landschapsbeheer Flevoland heeft IVN Flevoland een concreet project- en handelingsperspectief voor gemeenten om samen met bedrijven aan de slag te gaan met de aanplant van heggen en eetbare buitenlunch plekken. Uitgevoerd door hun eigen medewerkers als bedrijfsactiviteit. IVN biedt bedrijven advies over plantmateriaal, financiering en ondersteuning in aanplant.Lourens Formsma, IVN Flevoland14.25 | Korte pauze14.45 | Workshop: Samen naar een groen resultaatWorkshop in drie groepen o.l.v. Idverde. Concreet aan de slag met vergroening op bedrijventerreinen. Wie heeft welke rol en hoe kom je tot een groen resultaat?15.45 | Inspelen op een groene behoefteWaar zit de intrinsieke motivatie van ondernemers, en hoe kun je dat stimuleren met beleid?Hugo Kranenburg, directeur Stichting Greendustry16.00 | Samenvatting en afronding door moderator.16.15 | BorrelFacts&FiguresWat >> Estafettetop FlevolandWanneer >> Donderdag 25 juniTijdstip >> 13.00 - 16.30 uur (inclusief borrel) Locatie >> Het Proeflokaal in Almere, Arboretum West 100, 1325 WB AlmereDoelgroep >> dit programma is bestemd voor vertegenwoordigers van medeoverheden, ondernemers en parkmanagers. Andere geïnteresseerden komen op de wachtlijst te staan.Meld je aan

25-06-2026
Nieuws
Forse vraag naar werklocaties in Noord-Holland Noord
Forse vraag naar werklocaties in Noord-Holland Noord

De vraag naar bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord neemt de komende decennia flink toe. Dat blijkt uit de provinciale behoefteraming werklocaties.Tot en met 2045 is in de Kop van Noord-Holland, West-Friesland en regio Alkmaar behoefte aan in totaal ongeveer 332 tot 468 hectare extra ruimte voor bedrijven. RuimtevraagDe totale ruimtevraag tot en met 2045 bestaat onder andere uit:158 tot 242 hectare uitbreidingsvraag voor groei van bestaande bedrijven;46 hectare vervangingsvraag door transformatie van bestaande terreinen, bijvoorbeeld naar woningbouw;130 tot 180 hectare extra ruimtevraag die bovenop de ‘gewone’ groei van bedrijven komt, vooral voor energie-infrastructuur en het maritieme cluster. Deze vraag concentreert zich vooral in de Kop van Noord-Holland.Vooruit kijkenNetcongestie is en blijft de komende jaren een grote belemmering voor uitbreiding en vestiging op bedrijventerreinen. Toch blijft een behoefteraming essentieel. In Noord-Holland Noord gebruiken de gemeenten de raming als basis voor het actualiseren van hun regionale afspraken over werklocaties. Bovendien kunnen nieuwe plannen alleen doorgaan als deze passen binnen deze afspraken én aansluiten bij de provinciale raming. Gedeputeerde Esther Rommel: “De behoefteraming laat zien dat scherpe keuzes nodig zijn over ruimtegebruik: de ruimte is schaars en netcongestie is een groot knelpunt. Dit maakt het des te belangrijker om als overheden samen vooruit te kijken: waar zetten we de schaarse ruimte voor in, en welke bedrijven of clusters zijn van strategisch belang voor de regio? We kijken bewust ver vooruit, naar de periode waarin uitbreiding weer beter mogelijk is.” Inzet van de provincieDe uitkomsten van de behoefteraming worden gebruikt bij het opstellen van de Omgevingsvisie en het Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord. De provincie Noord-Holland deelt kennis over onder meer het beter benutten van bedrijventerreinen, verduurzaming, bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Ook ondersteunt de provincie verbeteringen met subsidies.Lees meerBehoefteraming kantoren Noord-Holland NoordBehoefteraming bedrijventerreinen Noord-Holland Noord

20-03-2026
Nieuws
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus

De provincie Noord-Brabant en de gemeente Helmond willen het vastgoed van de Automotive Campus overnemen van Bouwbedrijf Van de Ven. Met de voorgenomen aankoop krijgt de campus één publieke eigenaar. De voorgenomen aankoop past in een bredere trend van overheden die strategisch campusvastgoed zelf in bezit nemen.De gemeente Helmond en de provincie Noord-Brabant hebben een intentieovereenkomst gesloten met Bouwbedrijf Van de Ven over de voorgenomen aankoop van het vastgoed op de Automotive Campus in Helmond. Als de overname doorgaat, komt de campus volledig in publieke handen. De aankoop is nog afhankelijk van een due diligence-onderzoek en goedkeuring door de gemeenteraad van Helmond, Provinciale Staten en de directie van het bouwbedrijf.De gebouwen op de campus zijn momenteel eigendom van Bouwbedrijf Van de Ven uit Veghel. Het bedrijf heeft de campus in ongeveer vijftien jaar tijd ontwikkeld tot een internationaal opererende innovatieomgeving op het gebied van mobiliteit en automotive. De omliggende gronden zijn al in bezit van de gemeente en de provincie. Met de aankoop van het vastgoed ontstaat één publieke eigenaar die zowel grond als gebouwen in handen heeft.Niet op financieel rendement sturenVolgens het Eindhovens Dagblad (ED) speelt bij de aankoop nadrukkelijk de wens om ongewenste (buitenlandse) investeerders buiten de deur te houden. Gemeente en provincie willen voorkomen dat het vastgoed in handen komt van een partij die primair op financieel rendement stuurt. Daarbij bestaat volgens hen het risico dat functies als onderwijs, start-ups en onderzoeksactiviteiten onder druk komen te staan als maximale winst leidend wordt.De afgelopen periode hebben de drie partijen verschillende constructies onderzocht om de campus verder te ontwikkelen. Er is langdurig gesproken over samenwerking tussen publieke partijen en het bouwbedrijf. Uiteindelijk bleek een gezamenlijke structuur volgens betrokkenen te complex. Ook speelde de vraag wat er op termijn met het vastgoed zou gebeuren als het in private handen zou blijven. ‘We hadden vertrouwen in een samenwerking met Van de Ven. Fundamentele bedenkingen hadden we over wat er daarna kan gebeuren: wat als zij de campus verkopen? Daar liep het vast’, aldus Brabants gedeputeerde Stijn Smeulders in het ED.Directeur Frank van de Ven zegt dat hij bereid is het vastgoed te verkopen aan de publieke partijen en dat hij andere geïnteresseerde kopers heeft geweigerd. Hij stelde dat continuïteit van de campusontwikkeling voor hem belangrijker was dan het behalen van de hoogste prijs.Invloedrijke campusDe Automotive Campus geldt als een van de economische pijlers van Helmond. Automotive is, naast Food(tech) en hightechsystemen en materialen (HTSM), een van de drie topsectoren in het economisch beleid van de stad. Op de campus werken bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties samen aan vraagstukken rond onder meer elektrificatie, digitalisering, veiligheid en verduurzaming van mobiliteit. De campus behoort volgens betrokken partijen tot de twintig meest invloedrijke campussen van Nederland.Wethouder Martijn de Kort (Economische Zaken) spreekt in een toelichting op LinkedIn over een volgende fase in de ontwikkeling van de campus, waarbij het doel is om “grip te houden en te vergroten op de ontwikkeling en richting” van de locatie. Hij wijst op het belang van een ecosysteem waarin onderwijs, ondernemers en overheden samenwerken en waar ruimte is voor zowel start-ups als gevestigde bedrijven. De aankoop moet volgens hem bijdragen aan een stabiele basis voor verdere groei.Campusvastgoed in overheidshandenDe stap van Helmond en de provincie past in een bredere ontwikkeling waarbij overheden vaker strategisch campusvastgoed in eigendom nemen. Op deze website werd vorig jaar al gesignaleerd dat campusvastgoed steeds vaker in publieke handen komt om maatschappelijke belangen en langetermijnontwikkeling te borgen. Campussen worden daarbij gezien als economische infrastructuur met een publieke functie, vergelijkbaar met andere strategische voorzieningen.Een recent voorbeeld is de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven. In maart 2025 werd cluster 1 van deze campus officieel overgedragen aan de gemeente Eindhoven, nadat de gemeenteraad had ingestemd met de aankoop van de Britse eigenaar Capreon. Met de overname wilde Eindhoven meer invloed krijgen op de strategische ontwikkeling van de campus en publieke functies, zoals onderwijs, veiligstellen. De Brainport Industries Campus huisvest meer dan veertig bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties en speelt een belangrijke rol in het hightech maakindustrie-ecosysteem van de regio.Koopsom onbekendDe aankoop van campusvastgoed door overheden roept ook vragen op over risico’s en rendement. De betrokken bestuurders in Helmond en Noord-Brabant stellen dat het om een strategische investering gaat, maar doen nog geen uitspraken over de koopsom. Volgens hen moet de campus zich op termijn financieel kunnen bedruipen. De provincie heeft ervaring met deelnemingen in andere campussen, waar vergelijkbare constructies zijn toegepast.De komende maanden worden gebruikt voor verdere financiële, juridische en organisatorische uitwerking. Pas na afronding van het onderzoekstraject volgt formele besluitvorming. Als de betrokken bestuursorganen instemmen, krijgt de Automotive Campus één publieke eigenaar en sluit Helmond zich aan bij andere steden waar campusvastgoed wordt beschouwd als strategische economische infrastructuur die onder publieke regie wordt gebracht.Bron: BT Online.nl

11-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief