Demissionair minister Micky Adriaansens van EZK zet in op het stimuleren van innovatieve ecosystemen, als onderdeel van een groen en strategisch industriebeleid. Campussen hebben haar bijzondere aandacht. Maar in de regio waren campussen al langer populair. Zeven inspirerende voorbeelden. 

Smart Campus Leerpark (SCALE) leidt de toekomstige generatie op 

Foto: SCALE

‘De Nederlandse salarissen zijn zo hoog, dat is alleen te verantwoorden als we de beste zijn. Dus goed opleiden is een must’, zei Daan Wortel afgelopen april tijdens de studiereis Innovatieve werklocaties en campussen.  

Wortel is innovatiemanager bij ROC Da Vinci College en managing director van de Duurzaamheidsfabriek op Smart Campus Leerpark (SCALE) in Dordrecht. SCALE is een mbo-campus en weet steeds meer bedrijven naar zich toe te halen.  

Daardoor groeit de campus door in de richting van een leer- en innovatiepark. Focus ligt daarbij op de maritieme sector die in de Drechtsteden belangrijk is. 

De ruimte voor bedrijven om zich op het leerpark vestigen is beperkt. Daarom participeren bedrijven in tien fieldlabs die de basis vormen van de zogeheten “Duurzaamheidsfabriek” op de campus. Bedrijven werken daarin samen met het ROC Da Vinci College, en ook de gemeente is meestal financieel aangehaakt. 

Bedrijven brengen in de Duurzaamheidsfabriek niet alleen hun innovaties verder, maar leiden ook hun toekomstig personeel op. De studenten krijgen een leeromgeving die niet alleen beter aansluit bij de praktijk, maar ook boeiender is dan traditioneel onderwijs met sporadisch een les in een trainingscentrum op veelal onbereikbare plek.  

‘Ik vind dit een model dat navolging verdient’, stelt Gregor Heemskerk, partner bij TwynstraGudde. ‘Het is een geweldige manier om het hybride leren zichtbaar te maken.’ 

Heemskerk: ‘Dit is een model om de kloof tussen onderwijs en bedrijfsleven te verkleinen. Er wordt vaak geklaagd dat het curriculum van het onderwijs achterloopt en dat studenten dingen leren waar ze in de praktijk niets aan hebben. Op SCALE is het tegengestelde het geval.’ 

Naar de site van SCALE 

Brainport Industries Campus (BIC) brengt hightech maakindustrie samen


Foto: BIC

Het Eindhovense Brainport Industries Campus (BIC) presenteert zich als duurzaam en innovatief werklandschap voor de hightech maakindustrie. Het unieke concept kenmerkt zich doordat op één locatie meer wordt geboden dan huisvesting en reguliere diensten voor hightech-maakbedrijven. Doel is kennis- en innovatiekracht bundelen om zo het snelle ontwikkeltempo in de hightech maakindustrie te kunnen bijbenen. 

Het effect hiervan moet zijn het behoud en de verbetering van de concurrentiepositie van de hightech maakindustrie en het creëren van duurzame werkgelegenheid. Ook moet BIC de integrale propositie verstevigen en de aantrekkelijkheid van Brainport, Noord-Brabant en Nederland voor (inter)nationaal talent vergroten, aldus de provincie Noord-Brabant.  

BIC is eigenlijk een bedrijventerrein in één gebouw met een omvang van ongeveer 100.000 vierkante meter, waarvan eenderde gehuurd is door KMWE, lid van het netwerk van Brainport Industries. In BIC is een belangrijke rol weggelegd voor Fontys en Avans hogescholen en Summa College, een regionaal roc.  

Het Factory of the Future Experience Center is een innovatielab in BIC dat met overheidssubsidie is opgestart, maar zich inmiddels via partnerbijdragen zelf kan bedruipen. Doel is toegepaste kennis ontwikkelen om productie verder te digitaliseren, automatiseren, robotiseren.  

Het verschil met de High Tech Campus (HTC) even verderop is dat in het Experience Center geen fundamenteel onderzoek wordt gedaan, maar het om toegepaste innovatie gaat. Dat geldt voor BIC als geheel. Het is een maakcampus, en geen onderzoekscampus. 

De eerste fase, BIC 1, is ontwikkeld door SDK Vastgoed, een dochterbedrijf van VolkerWessels. SDK Vastgoed en Maja Investments blijven samen BIC 1 exploiteren én de volgende fasen ontwikkelen. In totaal moet BIC een oppervlakte krijgen van 200 hectare waarvan 65 hectare bebouwd wordt. 

Naar de site van BIC 

Life science campus Pivot Park dat overheidsinterventie lonend kan zijn 

Foto: Pivot Park

Pivot Park in Oss laat zien dat overheidsinterventie lonend kan zijn. De life science campus komt voort uit een publieke reddingsoperatie, nadat medicijnfabrikant MSD zich gedeeltelijk had teruggetrokken. Doel was te voorkomen dat er door het wegvallen de fabrikant zo’n 1100 banen en veel waardevolle kennis verloren zou gaan.’ Door de interventie is een kostbare waardeketen in stand gebleven die anders teloor was gegaan. 

‘Er was best een goed sociaal plan, maar veel mensen wilden ondernemen. Er was veel animo onder oud-MSD personeel om een eigen bedrijf starten’, vertelt economie-wethouder Frank den Brok.  

De provincie Noord-Brabant, gemeente Oss en het ministerie van Economische Zaken wilden MSD-onderzoekers daarom in de gelegenheid stellen nieuwe bedrijven te starten in oude MSD-gebouwen. Er is daarom een warme overdracht van gebouwen en apparatuur geweest. 

Immunologie en medicijnproductietechnologie is de specialisatie op Pivot Park, waar bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid in triple helix-verband samenwerken aan innovaties. Er zijn nauwe contacten met onder meer de TU Eindhoven, Radboud Universiteit en Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). 

De gemeente Oss is voor 30 procent aandeelhouder van Pivot Park, de provincie 70 procent. Vanwege de grote vraag naar nieuwe lab-, productie- en andere bedrijfsruimte voegt de vastgoedorganisatie, onderdeel van Pivot Park Holding nieuwe gebouwen toe aan de campus. Die maken dan onderdeel uit van het indrukwekkende Osse lifesciencecluster.  

Opvallend is de locatie van Pivot Park midden in het hart van Oss. De campusorganisatie wil Pivot Park zo veel mogelijk openstellen voor passanten. 

Naar de site van Pivot Park

Vanaf begin plan voor campus in Industriepark Kleefse Waard (IPKW)


Foto: IPWK

Industriepark Kleefse Waard (IPKW) in Arnhem is een voormalige productielocatie van Akzo Nobel. Twintig jaar geleden kocht het Amersfoortse familiebedrijf Schipper Bosch het terrein en de opstallen, en transformeerde het tot de huidige campus. Doelstelling was vanaf het begin om er bedrijven te huisvesten met een focus duurzame energie. 

De energiesector is geworteld in de regio met Kema, Tennet en Alliander. IPKW is de plek waar het allemaal moet samenkomen. Inmiddels heeft ook de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) de weg naar een campus gevonden. 

Een campus is eigenlijk geen campus zonder kennispartner. Dus hebben bedrijven op IPKW, kennisinstellingen en overheden in de regio Arnhem-Nijmegen de kennisorganisatie Connectr opgezet. Met IPKW als drijvende kracht op de achtergrond.  

Eind vorig jaar werd op IPKW het Connectr energy innovation lab opgeleverd waar studenten, onderzoekers, ondernemers en overheden uit de regio Arnhem-Nijmegen-Wageningen samenwerken om met ideeën en innovaties de duurzame energiesector een forse duw te geven. 

De vraag is of IPKW innovatieve bedrijven aantrekt. Daarvoor is het nodig dat de kennis die op zo’n campus ontwikkeld wordt interessant genoeg is. Een tweede actor is de concurrentie om personeel. Dat is, zeker in de genoemde sectoren, schaars.  

Gregor Heemskerk van TwijnstraGudde: ‘IPKW lijkt in beide doelen te zijn geslaagd. Na een lange aanloopperiode en het vasthouden van een consistent verhaal waarvan ook in crisistijd niet werd afgeweken, is IPKW een pleisterplaats geworden voor energie-innovatie. Met Connectr in de rol als kennisdrager, wat vaak als voorwaarde wordt gezien om van een echte campus te kunnen spreken.’  

De campus van IPKW kan daardoor zeker beschouwd worden als inspirerende locatie, waarbij het erfgoed ook rol speelt. Een troef voor het aantrekken en binden van talent. 

Naar de site van IPKW

Zwolle Incubator (Zwinc) is de startup-campus van Hogeschool Windesheim


Foto: Zwinc

Het mag bijzonder heten dat een hogeschool als Windesheim met Zwolle Incubator (Zwinc) zo’n grote eigen incubator heeft. De school ziet het als haar belang en verantwoordelijkheid ziet om startups ruimte te bieden en te begeleiden. Die kunnen niet veel huur betalen en dat betekent dat de hogeschool flink in de buidel tast. Daarnaast leveren ook de gemeente en de provincie als partner een bijdrage aan Zwinc. 

Het doel van de campus is het faciliteren en versterken van het startup- en scale-up-ecosysteem in de regio Zwolle. Dat gebeurt met het (door)ontwikkelen, produceren en vermarkten van hun innovatieve producten op het gebied van duurzame kunststoffen en in de maakindustrie.  

De keus voor die sector komt doordat Zwinc is voortgekomen uit Green PAC iLab, dat vooral gericht was op kunststoftechnologie. In 2019 won Windesheim met Geen Pac iLab een Europese prijs voor ‘meest creatieve en inspirerende’ ondernemersinitiatief. 

De campus heeft ook een sociale functie. Het biedt een inspirerende werkomgeving voor (afgestudeerde) studenten met ondernemersambities. Die waren voor het uitbroeden van hun plannen anders aangewezen op hun zolderkamer. Bij Zwinc zijn ze onderdeel van een community en kunnen ze gebruikmaken van coaching. 

Maar het blijft niet beperkt tot een inspirerende werkomgeving en coaching alleen. ‘De kracht van Zwinc zit ook in het collectief. In ruil voor een bescheiden huurbedrag kunnen start-ups gebruikmaken een state-of-the-art machinepark dat is gefinancierd door de hogeschool’, zegt Gregor Heemskerk van TwynstraGudde. 

Ook mbo-instelling Deltion is op de campus vertegenwoordigd. Voordeel is dat mbo-studenten praktischer zijn. Ze helpen om de innovaties die door de hbo-start-ups worden uitgedacht tot uitvoering te brengen. 

Partners van Zwinc zijn naast Windesheim ook de gemeente Zwolle en provincie Overijssel. Kennispoort en het Centrum voor Ondernemerschap zorgen voor doorverwijzingen en een kwalitatieve instroom van start-ups.  

De campus is nog jong. Vraag is hoe Zwinc in de komende jaren meer bedrijven met investeringskracht kan aantrekken en zich tot topinnovatiecentrum en volwaardige campus kan doorontwikkelen. Met Zwinc, Windesheim en Deltion als kennisdragers.

Naar de site van Zwinc

Campus Groningen maakt slim gebruik van de kennis die er al is 


Foto: Campus Groningen

Het verhaal van Campus Groningen, de snelst groeiende campus van Nederland, gaat vooral over het beter benutten van al het goeds dat je al hebt. Dat was academisch ziekenhuis UMCG aan de rand van het centrum met daarbij behorende onderzoeksfaciliteiten en slimme koppen.  

Ook kende Groningen één van de grootste universiteits- en hogeschoolcomplexen van het land, Zernike Campus, met eveneens hoogwaardige researchcentra. Samengevoegd als Campus Groningen bieden de twee locaties plek aan meer dan 230 bedrijven, circa 20.000 werknemers en bijna 50.000 studenten. 

De kiem voor een megacampus werd gelegd toen beheerorganisatie Triade de opdracht kreeg het gebied van het UMCG om te vormen tot campus. Doel was het verbinden van ondernemerschap en kennis met vastgoed, faciliteiten en kapitaal, wat het later mocht herhalen op in het Zernike-gebied.  

Een heldere visie op de toekomst, op community-vorming en op integrale gebiedsontwikkeling en faciliteiten zijn de pijlers waar de campusorganisatie nu op stuurt. Dat is nodig, omdat de campus meerdere grondeigenaren kent die in principe over hun eigen acquisitie gaan. 

Vermeldenswaardig is ook het ‘campus community fonds’: een bundeling van afspraken met circa twintig bestaande fondsen en subsidie en fiscale regelingen die snel kunnen worden ingezet als businesscases kloppen. Ook wordt er flink geïnvesteerd in gedeelde voorzieningen voor de campusgemeenschap, van horeca-faciliteiten tot innovatielabs. 

In tegenstelling tot veel andere campussen kiest Campus Groningen niet voor één propositie, maar voor een breed inhoudelijk profiel rond de thema’s healthy ageing, nieuwe energie en sustainable society. Onder dat laatste vallen weer deelthema’s zoals agrifood, digital en chemie. 

De aantrekkingskracht van Campus Groningen is groot. Bedrijven willen zich erg graag vestigen. De campusorganisatie stuurt op shared facilities. Huisvestings- of uitbreidingsverzoeken worden zoveel mogelijk gebundeld. Daarnaast biedt het complex ruimte aan twee open innovatielabs.  

Eén van de belangrijkste redenen dat ondernemingen als Demcom zich op de Campus Groningen vestigen, is de toegang tot talent. In Delft en Enschede, waar het bedrijf ook vestigingen heeft, is de markt verzadigd. Die bundeling van talent is één van de andere pijlers waar Campus Groningen op leunt. 

Naar de site van Groningen Campus

WaterCampus Leeuwarden brandpunt internationale watertechnologiesector 


Foto: René de Wit / Gear

Met de keuze voor watertechnologie maakte de regio rond het jaar 2000 een duidelijke keuze voor een sector die al in de regio verankerd was. De omzet van de watertechnologiesector in Friesland bedraagt circa 510 miljoen euro. Naast de inhoudelijke focus, zit de kracht van de campus in haar netwerk.  

De campus is de spil van een aantal in elkaar hakende netwerken waar inmiddels zo’n 300 bedrijven en kennisinstellingen in binnen- en buitenland zijn aangesloten. Indrukwekkend is het getal van ruim 130 promovendi die hun doctorstitel in de Wetsus-onderzoeksfaciliteit op de campus behaalden.  

De fysieke campus bestaat uit drie onderdelen: het Wetsus-gebouw wat een universitair onderzoekscentrum is, een startup-incubator in de naastgelegen Johannes de Doperkerk en het lab van hogeschool Van Hall Larenstein (VHL).  

Wetsus is één van de founding partners van de Watercampus. Het is een kennisinstituut voor toepassingsgericht wetenschappelijk onderzoek op het gebied van watertechnologie, dat is opgezet met behulp van EU- en FES-middelen en dat later is gecofinancierd met compensatiegelden voor het destijds niet doorgaan van Flevolijn. In Wetsus participeren 115 internationale bedrijven en 25 Europese universiteiten. 

Andere founding partners van Watercampus zijn het Centre of Expertise Water Technology (CEW), een kennis- en innovatiecentrum voor toegepast onderzoek en productontwikkeling op het gebied van watertechnologie en Water Alliance, een op business development en export gericht samenwerkingsverband tussen de overheid, kennisinstellingen én het bedrijfsleven. 

De gemeente en de provincie investeren jaarlijks vier miljoen euro in de campus, dat een totaalbudget heeft voor innovatie en faciliteiten van 20 miljoen. 

Naar de site van WaterCampus Leeuwarden

26-07-2023
Event
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’

‘Sturende bedrijventerreinen – ruimte maken voor transities’ is hét thema van het 19e BT Event op donderdag 14 november in De Fabrique in Utrecht. Want naast een faciliterende rol door het accommoderen van ruimtevragen, hebben de 3800 bedrijventerreinen in Nederland als vitale infrastructuur per definitie een sturende impact op de wereld van morgen. Door te kiezen welke ruimtevragen je wel of niet accommodeert, welke activiteiten je wáár accommodeert, welke circulaire stromen je mogelijk maakt, hoe je ruimte biedt aan opwek en opslag van energie en hoe je een vruchtbare bodem legt voor innovatieclusters, kun je transities helpen versnellen. De ruimte en activiteiten op bedrijventerreinen hebben daarin een cruciale rol.  Het borgen van ruimte voor stadsverzorgende (circulaire) bedrijvigheid en praktische banen in de nabijheid van bevolkingsconcentraties, is een nadrukkelijk doel van gemeenten die bij gronduitgifte steeds vaker op maatschappelijke waardecreatie sturen.  Waar ruimte en grond al zijn vergeven, willen overheden – zo goed en kwaad als het gaat – regie terugpakken op bedrijventerreinen. Creatief omgaan met bestaande/beschikbare ruimte door beter benutten, intensiveren, stapelen en mixen vergroot zowel de maatschappelijke als economische output. Op nationaal niveau ontstaat – gevoed vanuit meervoudige schaarste – een nieuw paradigma van ‘keuzes maken’. Selectieve groei en het mogelijk afschalen van economische sectoren die veel ruimte vragen, maar een beperkte economische en maatschappelijke waarde genereren, zijn geen taboes meer. Tegelijk dringt het besef door dat bepaalde sectoren door digitale en circulaire transities juist méér ruimte nodig hebben. Denk daarbij aan grootschalige (data)logistiek, en de opslag/verwerking van reststromen. Deze relatief nieuwe ruimtevragers moeten zo goed mogelijk worden ingepast. Zowel fysiek-ruimtelijk, als binnen een duurzaam economisch-ruimtelijk systeem. Op het BT Event in Utrecht gaan we, samen met onze partners Provincie Utrecht, Gemeente Utrecht, Gemeente Amersfoort en de NV OMU, aan de slag met de sturende rol die bedrijventerreinen kunnen oppakken. Met een duidelijke focus op processen, praktische oplossingen, financierbaarheid en uitvoerbaarheid. HOUD DE CONGRESSITE IN DE GATEN VOOR MEER INFO.  

14-11-2024
Nieuws
Aqualink ziet regionale kansen voor watergebonden bedrijven in Oost-Nederland
Aqualink ziet regionale kansen voor watergebonden bedrijven in Oost-Nederland

De regio Arnhem-Nijmegen bestaat ook uit water. Veel water. Met veel bedrijvigheid, van containerschepen en cruiseboten tot havens en toeleverende bedrijven. Tijd voor een gesprek met Aqualink, dé vereniging van watergebonden bedrijven in Oost-Nederland. Een gesprek over verduurzaming, technische opleidingen en bedreigingen en kansen voor watergebonden bedrijven.   “Mijn wieg stond op het water; mijn vader was een binnenvaartschipper”, vertelt Wilie Verberck, voorzitter van Aqualink. Je kunt er niet omheen als je met hem praat: Wilie’s vuur brandt voor alles wat met water en de binnenvaart te maken heeft. “Als er maar iets van techniek en water om me heen klotst, ben ik in mijn element.” Zijn werk heeft zich dan ook altijd in of rondom de binnenvaart afgespeeld. Anno 2024 is hij voorzitter van Aqualink. Deze stichting behartigt de belangen van bedrijven in Oost-Nederland die in of aan de (binnen)scheepvaart hun boterham verdienen.   Kennis delen Bij Aqualink zijn ruim dertig bedrijven aangesloten. Deze bedrijven nemen deel aan verschillende netwerkactiviteiten die Aqualink organiseert. “We zorgen bovendien voor kennisontwikkeling en kennisdeling”, zegt Wilie. “Over onderwerpen als innovatie, walstroom, waterstof-aangedreven schepen en nog veel meer.”     Sinds kort deelt Aqualink ook haar kennis met de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, en omgekeerd. Wilie: “Onze organisaties vinden elkaar in het belang van regionale duurzaamheid, bereikbaarheid en economie. We kunnen elkaar dus mooi aanvullen door onze kennis uit te wisselen en onze netwerken aan elkaar te knopen.”   Verduurzaming scheepsvaart De ondersteuning van Aqualink betreft bedrijven in en rondom de pleziervaart, toeristische sector en de transportsector. Over die laatste vertelt Wilie: “De scheepvaart is een uitstekend vervoermiddel om grote hoeveelheden lading van A naar B te brengen. En ook al is de scheepvaart nu al veel duurzamer dan het wegtransport, de scheepvaartsector werkt eraan om nog duurzamer te worden en bijvoorbeeld CO? te reduceren. Aqualink deelt de kennis van aangesloten organisaties die hierin vooroplopen. En we zoeken actief naar bedrijven die zich hierin ontwikkelen, om ook hun kennis te kunnen delen.”  Meer onderhoud van schepen in de regio Aqualink zet zich in voor de watergebonden bedrijven in onze regio en bespreekt de economische kansen die ze ziet met overheden. Wilie: “In Nijmegen bijvoorbeeld, zijn er veel ligplaatsen voor schepen. Als de gemeente een strook van tien meter vrijhoudt rondom deze ligplaatsen, kunnen bedrijven uit de regio onderhoud aan schepen uitvoeren. Riviercruisesschepen bijvoorbeeld, gaan voor hun onderhoud en winterstop naar steden als Keulen. Simpelweg omdat er hiervoor in Oost-Nederland te weinig ruimte is aan het water. Als een gemeente als Nijmegen zorgt voor de juiste faciliteiten, kan het aantrekkelijk voor deze cruiseschepen zijn om hun onderhoud naar Nijmegen te verplaatsen. We hebben dit besproken met de gemeente Nijmegen.”   Bedreigingen en kansen Welke bedreigingen en kansen ziet Aqualink nog meer voor watergebonden bedrijven en de regionale economie? “Het valt mij op dat het bedrijfsleven nu vaak als milieuvervuiler wordt neergezet. Mijn wens is dat bedrijven serieuzer worden genomen en dat wordt gezien dat zij er al heel veel aan doen om te verduurzamen. Er mag ook meer aandacht en geld komen voor een gezonde, duurzame exploitatie van bedrijven. Wet- en regelgeving moet dit niet in de weg zitten, maar juist ondersteunen.”  Als goed voorbeeld noemt Wilie de subsidie modal shift. Deze subsidie helpt bedrijven die transporteren met vrachtwagens om de overstap te maken naar de binnenvaart of het spoor. Ook ziet Wilie het voordeel in van de bedrijveninvesteringszone (BIZ). “Dat is een bedrijventerrein waar ondernemers samen investeren om hun omgeving aantrekkelijker, duurzamer en veiliger te maken.”  En de scheepvaart zelf? “Geef de scheepvaart de ruimte om zicht te ontwikkelen en verder te verduurzamen”, pleit Wilie. “De scheepvaart krijgt nu een accijnsvrijstelling voor brandstof. De Rijksoverheid wil deze vrijstelling wellicht afschaffen, maar wij pleiten ervoor deze intact te laten. De scheepvaart investeert al veel in verduurzaming. Zo helpen enkele van onze leden bij de aanleg van zonnepanelen in de binnenvaart en pleziervaart. Afschaffing van die accijnsvrijstelling levert de scheepvaart alleen maar extra kosten op. Faciliteer de scheepvaart liever om te verduurzamen.”   Welke kansen ziet Wilie nog meer? “Ik zou het geweldig vinden als er een regionale, onafhankelijke ‘makelaar’ zou komen voor technische opleidingen. Vergelijkbaar met de bedrijvenmakelaars van RCT Gelderland en de logistiek makelaars en mobiliteitsmakelaars van Slim & Schoon Onderweg. Deze makelaars van Slim & Schoon Onderweg adviseren bedrijven over duurzame logistiek en duurzaam woon-werkverkeer. Ze brengen bedrijven met elkaar in contact en helpen ze zo verder. Zulke deskundige, onafhankelijke personen kunnen ook de instroom van technisch onderwijs bevorderen. We weten allemaal dat deze instroom al jaren achterloopt op de vraag naar technisch personeel. Ik zie dat er nu te veel concurrentie is tussen de verschillende technische opleidingen. Het zou helpen als de ‘opleidingsmakelaars’ juist bruggen slaan tussen de opleidingen en bedrijven. Aqualink schuift haar aangesloten bedrijven actief naar voren tijdens opleidingsdagen en bedrijvencontactdagen, maar ook ander bedrijven met technische functies mogen zich meer laten zien. Daar is een mooie taak weggelegd voor zo’n opleidingsmakelaar.”  Enthousiast en ambitieus Aqualink voert vele gesprekken om het belang van de scheepvaart en de toeleverende bedrijven te behartigen. Daar stopt Wilie veel energie en tijd in; veel gebeurt achter de schermen. Daarom de vraag aan Wilie waar hij het trotst op is. Na even nadenken zegt hij: “Dat Helga Witjes, gedeputeerde van de provincie Gelderland, ons laatst een compliment gaf en wij als Aqualink gehoord worden. Ze zei: ‘Jullie zijn goed bezig.’ Daarmee doelde ze op onze gesprekken met gemeente Nijmegen over de ontwikkeling van watergebonden locaties. Het is fijn om te merken dat we steeds beter gehoord en opgemerkt worden. Dat maakt ons enthousiast en ambitieus om met ons werk door te blijven gaan.”  Meer weten over Aqualink? Kijk op https://aqualink.biz/   Headerfoto: Tijs van Leur on Unsplash

03-04-2024
Nieuws
Gezocht: hét Brabantse bedrijventerrein dat voorop wil lopen
Gezocht: hét Brabantse bedrijventerrein dat voorop wil lopen

Lange periodes van droogte, extreme hitte of juist wateroverlast. De meeste bedrijventerreinen zijn niet ingericht op de grote problemen die klimaatverandering met zich meebrengt. Om daar wat aan te doen, ondertekende Noord-Brabant als tweede provincie van Nederland de Green Deal met de stichting Werklandschappen van de Toekomst (WvdT). Meer dan 500.000 Brabanders werken op bedrijventerreinen. Daarmee vormen ze een belangrijke motor voor de economie en de innovatiekracht van Brabant. Maar niet alle bedrijventerreinen zijn even goed bij de tijd. Om daar wat aan te doen, is WvdT in het leven geroepen. De stichting ontving 26 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds om bedrijventerreinen klaar te stomen voor de toekomst. Doel is om in de komende negen jaar maar liefst 1.000 terreinen aan te pakken. “Op bedrijventerreinen komen bijna alle uitdagingen van deze tijd bij elkaar”, zegt gedeputeerde Stijn Smeulders. “Als het gaat om klimaatadaptatie, hitte- en wateroverlast. Maar ook over aantrekkelijk werkgeverschap, biodiversiteit, de energietransitie en innovatiekracht. Het is in ieders belang om daar goede oplossingen voor te vinden, zeker ook voor de ondernemers zelf. Met de aanpak Grote Oogst spelen we daar met twaalf grote bedrijventerreinen al op in. Nu komt daar met Werklandschappen van de Toekomst een flinke schep bovenop.” Als tweede in Nederland Na Zuid-Holland is Noord-Brabant nu de tweede provincie die een Green Deal met WvdT sluit. Allereerst wordt nu gezocht naar een zogeheten living lab. Dat is een terrein dat een proeftuin wil zijn voor oplossingen voor de genoemde uitdagingen. Het living lab wordt een onderzoeks- en innovatielocatie waar onderzoekers, belanghebbenden van de bedrijventerreinen, gebruikers en andere stakeholders samen aan de slag gaan met het ontwerpen en testen van oplossingen. Vervolgens worden twee ambassadeursterreinen gezocht waar de bevindingen uit het living lab op grote schaal worden toegepast. Voor de eerste fase van de deal is vanuit de provincie 1,4 miljoen euro beschikbaar. Afkomstig uit de programma’s ruimte en wonen, water en bodem, economie en energie. Er is nog eens 2,8 miljoen euro beschikbaar uit het Nationaal Groeifonds. Voorwaarde voor deelname aan het programma is dat bedrijventerreinen cq het bedrijfsleven voor 1,4 miljoen euro participeert. Slimme oplossingen “We hopen dat deze stap nog meer bedrijven en bedrijventerreinen aanmoedigt om na te denken over slimme oplossingen voor de toekomst en dat ze zich aanmelden om mee te doen”, zegt gedeputeerde Smeulders. “Zodat we aan het einde van het jaar van start kunnen gaan op een living lab dat zich dan met recht het meest innovatieve bedrijventerrein van heel Brabant mag noemen.”  

13-06-2024
Aanmelden nieuwsbrief