OD205: revitaliseer bestaande bedrijventerreinen vanuit de bodem 

In opdracht van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ontwikkelde OD205 een ontwerpaanpak om bestaande bedrijventerreinen te revitaliseren - met het abiotische systeem (water en bodem) als vertrekpunt. Door bovengronds aan te haken op de kwaliteiten en kenmerken van de ondergrond en de regeneratieve capaciteiten van de bodem te benutten, kunnen deze terreinen transformeren in toekomstbestendige en gezonde werkomgevingen: biodivers en klimaatadaptief, duurzaam, veerkrachtig - en met een gebiedseigen signatuur. Daar profiteren alle stakeholders van: gemeenten, ontwikkelaars, ondernemers, werknemers - en bodem en natuur. 

Of ze nou gebouwd zijn op de veengronden van Zuid-Holland, op Friese klei of op de zandgronden in Overijssel: op de 3800 bestaande bedrijventerreinen in Nederland ontbreekt iedere relatie met het abiotische systeem - dankzij een dik pakket bouwzand waarmee de ondergrond is afgedekt. Bovengronds zijn deze terreinen pragmatisch ingericht: met (mono)functionele bebouwing, veel verhard terrein en een doelmatige ontsluiting. 

Dit maakbaarheidsdenken ten aanzien van onder- en bovengrond resulteerde in generieke en gebiedsvreemde werkomgevingen die bovendien sterk versteend zijn. Met een grondbeslag van duizend vierkante kilometer maken bestaande bedrijventerreinen bijna 30% van het bebouwde oppervlak in Nederland uit. Maar: niet meer dan één procent daarvan bestaat uit groenblauwe structuren. 

Dat maakt deze bedrijventerreinen tot kwetsbare werklocaties. Versteend en ontkoppeld van de ondergrond als ze zijn, hebben bestaande bedrijventerreinen geen weerwoord op hittestress, wateroverlast en droogte. "Natuurfenomenen die de komende jaren alleen maar verergeren," stelt stedenbouwkundige Judit Gaasbeek Janzen van het Rotterdamse bureau voor landschap en stedenbouw OD205: "Bestaande bedrijventerreinen vormen bovendien vaak een barrière voor de groenblauwe netwerken tussen stad en land en hebben een lage verblijfskwaliteit. Dat heeft ook economisch impact."

Veel bestaande bedrijventerreinen zijn toe aan herstructurering. Gebouwen en infrastructuur zijn verouderd, de energietransitie en de klimaatcrisis vergen extra ruimte. Die herstructurering wordt echter niet integraal of systemisch aangepakt, maar aangevlogen vanuit duurzaamheidseisen aan de bovengrond: stenen maken plaats voor beplanting, bermen worden ingezaaid met zomerbloeiers, daken met subsidie vergroend - zonder te kijken naar noodzaak en effect van zo'n ingreep in relatie tot het abiotische systeem Gaasbeek Janzen: ''Dat maakt deze ingrepen tot symptoombestrijding, vaak op kavel- en bedrijfsniveau. Vanuit ondernemersperspectief misschien logisch, maar ook een gemiste kans." 

Dat kan doelmatiger en effectiever, stelt de stedenbouwkundige van OD205. Als voorbeeld noemt Gaasbeek Janzen de inzet van groendaken: "Die zijn van waarde op klei en veen, maar niet op zand. Op klei loopt hemelwater langzaam weg. Hier kan een groendak overtollig water opvangen en gedoseerd afgeven aan de bodem. Op veen helpt een groen dak door dat overtollige water te verdampen, zodat het niet aan de bodem wordt afgegeven." Op hoge zandgronden zonder wateraanvoer zijn groendaken minder aan te bevelen: "In periodes van droogte kampen juist deze gronden met watertekorten, droogteoverlast en een dalend grondwaterpeil. Groendaken bewijzen dit bodemtype geen dienst; ze houden juist water vast." 

Revitaliseren van bestaande bedrijventerreinen vanuit de bodem vraagt zodoende om een systeemtransitie in de gebiedsontwikkeling, stelt Gaasbeek Janzen: "Het maakt van het herstructureren van deze werklocaties maatwerk, afgestemd op de lokale karakteristieken van de ondergrond. Winst voor de stakeholders: je krijgt er een duurzaam en veerkrachtig bedrijventerrein voor terug, biodivers en klimaatadaptief - en met een gebiedseigen groene signatuur." 

In ontwerpend onderzoek in opdracht van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ontwikkelde OD205 een praktijkgerichte ontwerpaanpak voor die transitie-op-maat. Gaasbeek Janzen: "Onze aanpak kun je gebruiken als leidraad bij de herstructurering van huidige bedrijventerreinen op de drie hoofdbodemtypes in Nederland: klein, veen en zand. Daarbij doen we voorstellen voor ingrepen die op maat gesneden zijn voor die bodemtypes, de bodems zelf gezonder maken en werkelijk effect sorteren bij het toekomstbestendig en vitaal maken van bestaande bedrijventerreinen." 

Op de website van OD205 is te lezen hoe het abiotische systeem kan bijdragen om bestaande bedrijventerreinen te transformeren in toekomstbestendige en gezonde werkomgevingen: https://www.od205.nl/collectie/bouwen-vanuit-de-bodem/ 

02-10-2023
Nieuws
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus

De provincie Noord-Brabant en de gemeente Helmond willen het vastgoed van de Automotive Campus overnemen van Bouwbedrijf Van de Ven. Met de voorgenomen aankoop krijgt de campus één publieke eigenaar. De voorgenomen aankoop past in een bredere trend van overheden die strategisch campusvastgoed zelf in bezit nemen.De gemeente Helmond en de provincie Noord-Brabant hebben een intentieovereenkomst gesloten met Bouwbedrijf Van de Ven over de voorgenomen aankoop van het vastgoed op de Automotive Campus in Helmond. Als de overname doorgaat, komt de campus volledig in publieke handen. De aankoop is nog afhankelijk van een due diligence-onderzoek en goedkeuring door de gemeenteraad van Helmond, Provinciale Staten en de directie van het bouwbedrijf.De gebouwen op de campus zijn momenteel eigendom van Bouwbedrijf Van de Ven uit Veghel. Het bedrijf heeft de campus in ongeveer vijftien jaar tijd ontwikkeld tot een internationaal opererende innovatieomgeving op het gebied van mobiliteit en automotive. De omliggende gronden zijn al in bezit van de gemeente en de provincie. Met de aankoop van het vastgoed ontstaat één publieke eigenaar die zowel grond als gebouwen in handen heeft.Niet op financieel rendement sturenVolgens het Eindhovens Dagblad (ED) speelt bij de aankoop nadrukkelijk de wens om ongewenste (buitenlandse) investeerders buiten de deur te houden. Gemeente en provincie willen voorkomen dat het vastgoed in handen komt van een partij die primair op financieel rendement stuurt. Daarbij bestaat volgens hen het risico dat functies als onderwijs, start-ups en onderzoeksactiviteiten onder druk komen te staan als maximale winst leidend wordt.De afgelopen periode hebben de drie partijen verschillende constructies onderzocht om de campus verder te ontwikkelen. Er is langdurig gesproken over samenwerking tussen publieke partijen en het bouwbedrijf. Uiteindelijk bleek een gezamenlijke structuur volgens betrokkenen te complex. Ook speelde de vraag wat er op termijn met het vastgoed zou gebeuren als het in private handen zou blijven. ‘We hadden vertrouwen in een samenwerking met Van de Ven. Fundamentele bedenkingen hadden we over wat er daarna kan gebeuren: wat als zij de campus verkopen? Daar liep het vast’, aldus Brabants gedeputeerde Stijn Smeulders in het ED.Directeur Frank van de Ven zegt dat hij bereid is het vastgoed te verkopen aan de publieke partijen en dat hij andere geïnteresseerde kopers heeft geweigerd. Hij stelde dat continuïteit van de campusontwikkeling voor hem belangrijker was dan het behalen van de hoogste prijs.Invloedrijke campusDe Automotive Campus geldt als een van de economische pijlers van Helmond. Automotive is, naast Food(tech) en hightechsystemen en materialen (HTSM), een van de drie topsectoren in het economisch beleid van de stad. Op de campus werken bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties samen aan vraagstukken rond onder meer elektrificatie, digitalisering, veiligheid en verduurzaming van mobiliteit. De campus behoort volgens betrokken partijen tot de twintig meest invloedrijke campussen van Nederland.Wethouder Martijn de Kort (Economische Zaken) spreekt in een toelichting op LinkedIn over een volgende fase in de ontwikkeling van de campus, waarbij het doel is om “grip te houden en te vergroten op de ontwikkeling en richting” van de locatie. Hij wijst op het belang van een ecosysteem waarin onderwijs, ondernemers en overheden samenwerken en waar ruimte is voor zowel start-ups als gevestigde bedrijven. De aankoop moet volgens hem bijdragen aan een stabiele basis voor verdere groei.Campusvastgoed in overheidshandenDe stap van Helmond en de provincie past in een bredere ontwikkeling waarbij overheden vaker strategisch campusvastgoed in eigendom nemen. Op deze website werd vorig jaar al gesignaleerd dat campusvastgoed steeds vaker in publieke handen komt om maatschappelijke belangen en langetermijnontwikkeling te borgen. Campussen worden daarbij gezien als economische infrastructuur met een publieke functie, vergelijkbaar met andere strategische voorzieningen.Een recent voorbeeld is de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven. In maart 2025 werd cluster 1 van deze campus officieel overgedragen aan de gemeente Eindhoven, nadat de gemeenteraad had ingestemd met de aankoop van de Britse eigenaar Capreon. Met de overname wilde Eindhoven meer invloed krijgen op de strategische ontwikkeling van de campus en publieke functies, zoals onderwijs, veiligstellen. De Brainport Industries Campus huisvest meer dan veertig bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties en speelt een belangrijke rol in het hightech maakindustrie-ecosysteem van de regio.Koopsom onbekendDe aankoop van campusvastgoed door overheden roept ook vragen op over risico’s en rendement. De betrokken bestuurders in Helmond en Noord-Brabant stellen dat het om een strategische investering gaat, maar doen nog geen uitspraken over de koopsom. Volgens hen moet de campus zich op termijn financieel kunnen bedruipen. De provincie heeft ervaring met deelnemingen in andere campussen, waar vergelijkbare constructies zijn toegepast.De komende maanden worden gebruikt voor verdere financiële, juridische en organisatorische uitwerking. Pas na afronding van het onderzoekstraject volgt formele besluitvorming. Als de betrokken bestuursorganen instemmen, krijgt de Automotive Campus één publieke eigenaar en sluit Helmond zich aan bij andere steden waar campusvastgoed wordt beschouwd als strategische economische infrastructuur die onder publieke regie wordt gebracht.Bron: BT Online.nl

11-02-2026
Nieuws
Het werk verdwijnt geruisloos, zo verliest de stad de functies die haar laten draaien
Het werk verdwijnt geruisloos, zo verliest de stad de functies die haar laten draaien

Vierdejaarstudent Geert van de Ven nam een half jaar lang het werken in de stad in het vizier. Hij onderzocht stedelijke werkmilieus; niet om het belang van ruimte voor werk te benadrukken (dat pleidooi is bekend) maar om aandacht te vragen voor het handelingsperspectief van overheid en markt. “Functiemenging zonder regie mondt uiteindelijk vaak uit in functieverlies.”Nederland weet inmiddels uitstekend hoe functiemenging eruitziet op papier. We kennen de discussies, de studies, de analyses, de beleidsnotities. En toch verdwijnt werk gewoon uit de stad, sluipenderwijs en geruisloos. Niet omdat het overbodig is geworden, maar omdat het in de praktijk structureel het onderspit delft. Tegen duurbetaald wonen. Tegen hoogwaardig kantoorwerk. Tegen alles wat meer oplevert op de korte termijn. Zolang werk niet expliciet wordt beschermd, georganiseerd en vertegenwoordigd, verliest het terrein.Meer vraag naar ruimteDat is opmerkelijk, want de cijfers liegen er niet om. Nederland telt ruim 3.800 bedrijventerreinen. Samen beslaan die circa 81.000 hectare, slechts 2,5 procent van het totale landoppervlak van ons land. Op die beperkte ruimte werkt ongeveer 30 procent van de werkzame beroepsbevolking, wordt circa 40 procent van het bruto binnenlands product verdiend en vindt ongeveer 60 procent van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling plaats. Tegelijkertijd groeit de vraag naar bedrijfsruimte richting 2030 met 6 tot 13,5 procent, wat neerkomt op een aanvullende ruimtebehoefte van circa 7.000 hectare. De druk op de ruimte voor werk is daarmee geen theoretisch probleem. Het is een structurele opgave die alleen maar zwaarder wordt.Lees het hele artikel op Gebiedsontwikkeling.nu

28-05-2026
Aanmelden nieuwsbrief