Op 22 november gaan we naar de stembussen. Welke ideeën hebben de partijen over bewogen thema’s zoals wonen, werken, groen, digitalisering en mobiliteit? Voorafgaand aan de verkiezingen nam Stadszaken de verkiezingsprogramma’s onder de loep. Deze week: ruimte voor werk en bedrijventerreinen. 

In tegenstelling tot ruimte voor wonen leven bij de meeste politieke partijen de thema's bedrijventerreinen, werklocaties en ruimte voor werk niet zo sterk. Dit terwijl er wel erkend wordt dat er sprake is van strijd om de ruimte, een tekort aan locaties en dat er keuzes gemaakt moet worden. 

Lezing van alle partijprogramma’s door Cees-Jan Pen, lector De ondernemende Regio aan de Fontys Hogeschool en Stadszaken, leert dat er de nodige aandacht is voor maken en industrie en in met name de relatie tot de breed omarmde circulaire ambities. Toch wordt er volgens Pen, (lees ook zijn reactie: ‘Politiek zet in op een minister van Leefomgeving en Ruimte’) geen ruimtelijk vertaling gemaakt in de partijprogramma's.

Zo benadrukt de Partij voor de Dieren (PvdD) zelfs om circulaire bedrijven en wonen meer te mengen, terwijl het PBL recent nog adviseerde dat de transitie naar de circulaire economie juist vraagt om uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen.  

De ruimtelijke kant en vooral extra ruimtevraag die de transitie naar de circulaire economie met zich meebrengt, blijft een blinde vlek en staat niet op het netvlies van de politieke partijen.  

Alleen de PvdA/GL en Nieuw Sociaal Contract (NSC), dat dinsdag haar partijprogramma presenteerde, gaan echt in op bedrijventerreinen. PvdA/GL wil zelfs een aanjaagprogramma bedrijventerreinen.  

De partij van Pieter Omtzigt heeft in zijn programma een speciale paragraaf opgenomen over ruimte voor economie, ook al richt deze zich niet specifiek op bedrijventerreinen. Wel worden in het programma van bedrijventerreinen aangestipt bij het herstellen van de biodiversiteit in Nederland.  

‘Natuurversterkend bouwen wordt de nieuwe norm, zowel op bedrijventerreinen als bij nieuw te ontwikkelen woonwijken’, schrijft de partij in haar verkiezingsprogramma.   

Veel partijen, zoals de VVD, willen de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen ontmoedigen door meer te sturen op bodem en water. Ook willen de liberalen dat er wordt ingezet op een bouwakkoord waar de functiemix - en niet alleen wonen - centraal staat.  

Compacte bedrijventerreinen 
De PvdD legt op haar beurt de focus op toegevoegde waarde. De dierenpartij wil leegstaande bedrijfsruimte en bedrijventerreinen zonder toekomst transformeren naar groene woonbuurten.  

Bij herstructurering van bedrijventerreinen moet volgens de partij van lijsttrekker Ouwehand (drie)dubbel ruimtegebruik het uitgangspunt zijn waardoor ze veel compacter worden en uitbreiding niet nodig is.  

Wat ook opvalt, is dat alleen de Boer Burger Beweging (BBB) ingaat op het beter huisvesten van arbeidsmigranten op bedrijventerreinen. Andere partijen hebben in hun programma’s wel veel aandacht voor dit probleem, maar leggen niet of nauwelijks een link met bedrijventerreinen, waar toch veel arbeidsmigranten werkzaam zijn. 

CDA is hier een kleine uitzondering op. De partij pleit voor invoering van een effectieve, randvoorwaardelijke bedrijfseffectrapportage die iedere gemeente moet uitvoeren, voordat een bedrijf zich ergens vestigt.  

Volgens de christendemocraten moet aan de juiste voorwaarden worden voldaan, om zo te voorkomen dat nieuwe distributiecentra gebruik maken van met name laagbetaalde arbeidsmigranten, maar verder nauwelijks iets toevoegen.  

In de meeste partijprogramma’s wordt summier ingegaan op de brede maatschappelijke ophef rondom de verdozing van het landschap en welke maatregelen nodig zijn.  

NSC meldt dat grote nieuwe distributiecentra alleen nog mogen worden gebouwd op een beperkt aantal locaties in Nederland. De BBB zegt op haar beurt dat data- en distributiecentra moeten opgaan in het landschap.  

BBB en D66: 'gebouwen die in het landschap passen' 
Ook wil de partij van Caroline van der Plas dat onderzoek wordt verricht naar de toekomstige ondergrondse bouw van distributiecentra en datacenters. Groei van deze centra moet worden afgestemd op de Nederlandse behoefte.  

Vanuit het kamp van D66 klinkt een overeenkomstig geluid. De partij wil dat dat bij de komst van deze gebouwen strikte ruimtelijke kwaliteitseisen gesteld worden waardoor er gebouwen ontstaan die passen in het landschap.  

Hierbij kan volgens de partij van lijsttrekker Jetten gedacht worden aan het verdiept aanleggen, kleurgebruik of groene gordels.  

Kleine opmerkelijke passage is verder dat de democraten bij de bevoorrading van steden voorstander zijn landelijke regie bij de totstandkoming van logistieke hubs aan de randen van steden.  

D66 wil landelijke regie op logistieke hubs 
BBB op haar beurt ondersteunt de komst van logistieke hubs nabij woonkernen, zodat ook kleine ondernemers die van belang zijn in deze woonkernen, bevoorraad kunnen blijven worden na de invoering van de zero emissie-zones in 2025. 

NSC is de enige partij die in het programma iets zegt over het ruimtelijk-economisch beleid in Nederland. Die is volgens de partij van oudsher met name gericht op het belang van de mainports Rotterdam, Schiphol en Brainport Eindhoven.  

De partij van Omtzigt wil dat er daarnaast meer oog komt voor de sterke regionale innovatieclusters van kennisinstellingen, onderwijs, bedrijfsleven en overheden in de verschillende regio’s, zoals Food Valley, Twente of Chemelot. ‘Vaak vormen deze clusters afzonderlijk en tezamen cruciale schakels in de nationale of Europese maakindustrie’, aldus NSC. 

Volt: 'inzetten op energyhubs' 
Volt breekt als een van de weinige politieke partijen een lans voor energyhubs die slimme verbindingen leggen tussen producenten en afnemers van verschillende soorten duurzame energie. 

Daarmee vermindert de druk volgens de partij op het bestaande elektriciteitsnet en zijn bedrijventerreinen in staat om verder te groeien en te verduurzamen, ook in gebieden met (dreigende) netcongestie.  ‘Daarvoor moet er versneld uitvoering worden gegeven aan de overheidsplannen die hiervoor klaarliggen’.  

Cees-Jan Pen, lector De ondernemende Regio aan de Fontys Hogeschool en lid van de adviesraad van Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), zegt in een reactie dat het niet geheel onverwacht is dat ruimte voor werk en bedrijventerreinen niet echt leven binnen de politieke partijen.  

‘Politiek zet in op een minister van Leefomgeving en Ruimte’

‘Bij de afgelopen Provinciale Staten Verkiezingen zag je helaas een vergelijkbaar beeld. Ik snap dat de woningnood chefsache is, maar een steeds schevere balans tussen wonen en werken schaadt de aantrekkelijkheid van steden, zorgt voor extra pendelverkeer en leidt tot onbereikbare banen voor met name praktijkbanen en meer praktisch geschoolden.’

Pen, die met Stadszaken de diverse politieke programma’s doorspitte op ruimte voor werk en bedrijventerreinen, durft best de stelling aan dat de kans groot is dat er weer een minister van Wonen en Ruimte komt. 'Kies voor een minister van Leefomgeving en Ruimte in plaats van de veel te grote nadruk op wonen. De woningnood kan alleen worden aangepakt vanuit een ruimtelijke ordeningsvisie, waar alle ruimteclaims en zeker wonen en werken integraal worden afgewogen. Een aparte minister van wonen of die vooral met wonen bezig is, geniet meestal de voorkeur terwijl partijen erkennen dat sprake is van strijd om ruimte voor werk, een tekort aan locaties en er keuzes moeten worden gemaakt.’

De lector voelt veel meer voor een minister van Leefomgeving en Ruimte die de kaders uitzet met mogelijk een staatssecretaris of een minister van Wonen daaronder. ‘Inhoudelijk is dit spannend, want te veel nadruk op woningen bouwen, bouwen, bouwen dreigt ten koste te gaan van vooral ruimte voor werk en het verlengde daarvan ook het groen en het landschap. Binnen de bebouwde kom zal minder ruimte zijn voor werken waardoor de druk op nieuwe bedrijventerreinen alleen maar toeneemt. Ik vrees ook dat het programma ruimte voor economie van Micky Adriaansens te laat is gekomen en helaas veel boodschappen vanuit SKBN nog moeizaam de landelijke politiek weten te vinden.’

Pen, die met Stadszaken de diverse politieke programma’s doorspitte op de thema's ruimte voor werk en bedrijventerreinen, durft best de stelling aan dat de hoop op weer een minister van Wonen en Ruimte is afgenomen.  

'Kies voor een minister van Leefomgeving en Ruimte in plaats van wonen'
‘Een aparte minister van wonen of die vooral met wonen bezig is, heeft meestal de voorkeur terwijl partijen erkennen dat sprake is van strijd om ruimte voor werk, een tekort aan locaties en er keuzes moeten worden gemaakt.’  

De lector voelt veel meer voor een minister van Leefomgeving en Ruimte die de kaders uitzet met mogelijk een staatssecretaris of een minister van Wonen daaronder. ‘Inhoudelijk is dit spannend, want te veel nadruk op woningen bouwen dreigt ten koste te gaan van vooral ruimte voor werk en het verlengde daarvan ook het groen en het landschap. Binnen de bebouwde kom zal minder ruimte zijn voor werken dus de druk om nieuwe bedrijventerreinen neemt alleen maar toe.’ 

Lees het volledige artikel op Stadszaken.nl

 

26-10-2023
Nieuws
Mr Fillet, OML en gemeente Roermond zetten gezamenlijk volgende stap voor bedrijventerrein Oosttangent
Mr Fillet, OML en gemeente Roermond zetten gezamenlijk volgende stap voor bedrijventerrein Oosttangent

Wanneer ondernemerschap, regionale ontwikkelingskracht en overheid samenkomen, ontstaat ruimte voor groei. Op bedrijventerrein Oosttangent in Roermond werd dat onlangs zichtbaar tijdens een symbolische starthandeling voor een nieuwe bedrijfslocatie.Samen letterlijk bouwen aan economische groeiAan de Schepelstraat in Roermond kwamen drie betrokken partners samen voor een symbolisch moment dat de kracht van samenwerking onderstreept. Ibrahim Boğazköy, directeur van Quality Royal Group B.V., Hans Coppus, directeur van OML, en Wethouder Dirk Franssen van de gemeente Roermond, stonden gezamenlijk bij een band, ieder met een schep in de hand.Het tafereel vormde een treffende metafoor: samen de handen uit de mouwen steken om een stevige basis te leggen voor verdere economische groei. Door kennis, netwerk en daadkracht te bundelen, ontstaat beweging en wordt er letterlijk “een band geschept” tussen overheid, ondernemers en regionale ontwikkelingspartners. Quality Royal Group B.V. kocht het perceel op bedrijventerrein Oosttangent van OML en wil hier een nieuwe locatie bouwen. Ibrahim Boğazköy, directeur Quality Royal Group B.V. / Mr. Fillet: “Voor ons is deze locatie een belangrijke stap in de groei van Mr. Fillet. Vanuit Roermond kunnen we onze klanten in Zuid-Nederland, België en Duitsland nog beter bedienen. Dankzij de samenwerking met OML en de gemeente Roermond kunnen we deze stap nu realiseren.”Actieve rol van de gemeente RoermondDe rol van wethouder Franssen is daarbij van groot belang. Hij zet zich in voor een sterk klimaat voor ondernemers en bedrijven in Roermond. Daarbij gaat het niet alleen om economische groei, maar ook om de randvoorwaarden die nodig zijn  om duurzaam ondernemerschap te faciliteren. Wethouder Dirk Franssen, gemeente Roermond: “Het is mooi om te zien hoe ondernemerschap, regionale samenwerking en de brede economische koers van de gemeente hier samenkomen. Met de ontwikkeling van Oosttangent creëren we ruimte voor bedrijven om te groeien en versterken we tegelijk de economische positie van Roermond.”Samenwerking voor een sterke regionale economieDe samenwerking richt zich op de verdere ontwikkeling van de economie in Roermond, met bijzondere aandacht voor bedrijventerreinen die via OML worden ontwikkeld. Hier liggen kansen voor zowel groei van bestaande ondernemingen als de vestiging van nieuwe bedrijven, waarbij innovatie, duurzaamheid en internationale oriëntatie centraal staan. Hans Coppus, directeur OML: “De uitgifte van de laatste kavel op fase 1 van Oosttangent is een belangrijke mijlpaal. Samen met de gemeente Roermond werken we al jaren aan dit bedrijventerrein. Dat een groeiend en internationaal georiënteerd bedrijf als Mr. Fillet zich hier vestigt, laat zien dat de regionale samenwerking werkt.”Internationale kansen voor regionale ondernemersOok regionaal gevestigde bedrijven met internationale activiteiten profiteren van deze gezamenlijke inzet. Door lokaal beleid, ondernemerschap en regionale ontwikkelkracht op elkaar af te stemmen, ontstaat een klimaat waarin bedrijven niet alleen kunnen wortelen in Roermond, maar ook succesvol kunnen opereren over de grenzen heen.

16-03-2026
Nieuws
Verkenning naar Safe Haven gestart in het Noordzeekanaalgebied
Verkenning naar Safe Haven gestart in het Noordzeekanaalgebied

Een Safe Haven is een plek waar industriële bedrijven de ruimte en energievoorzieningen krijgen om te verduurzamen en te groeien.Door energie infrastructuur vooraf te realiseren, kunnen bedrijven sneller investeren in de energietransitie. In het Noordzeekanaalgebied start nu een verkenning om te onderzoeken of zo’n Safe Haven daar mogelijk is.In de verkenning wordt gekeken of een Safe Haven kan worden ontwikkeld op bedrijventerrein HoogTij in Zaanstad en in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Dit zijn strategische locaties waar ruimte is voor industrie en waar aansluitingen voor elektriciteit, warmte, waterstof en duurzaam gas kunnen samenkomen. Het doel is om bedrijven duidelijkheid en toekomstperspectief te bieden, zodat verduurzaming en economische ontwikkeling hand in hand kunnen gaan.Nationaal Programma Verduurzaming IndustrieDe verkenning maakt deel uit van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie en wordt ondersteund door het ministerie van Klimaat en Groene Groei. De betrokken partijen werken samen aan een toekomstbestendig industriecluster in het Noordzeekanaalgebied, waarin samenwerking en regie centraal staan.IntentieverklaringDe start van de verkenning is vastgelegd in een intentieverklaring. Deze is ondertekend door het ministerie van Klimaat en Groene Groei, de provincie Noord-Holland, de gemeenten Amsterdam en Zaanstad, Port of Amsterdam, TenneT, Gasunie, Liander en het Programmabureau Noordzeekanaalgebied.In september 2026 wordt op basis van de resultaten besloten of het project doorgaat. Als de uitkomst positief is, kan het concept Safe Haven mogelijk ook worden toegepast in andere gebieden in Nederland.Luchtfoto bedrijventerrein HoogTij ©Topview

09-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief