In 2023 is de ruimtevraag op bedrijventerreinen met 40 procent geslonken. Grote knelpunten waren netcongestie en stikstof en daardoor een afname van investeringen. De ruimtevraag op bedrijventerreinen nam wel toe in sectoren die een transitie doormaken, zoals de energietransitie en voedseltransitie. Dat blijkt uit een analyse van Stec Groep. De onderzoekers stellen dat gemeenten juist nu moeten inzetten op planvorming en beter benutten. 

De afname komt na de recordjaren 2021 en 2022. Het gaat hierbij om zowel uitgiftes op nieuwe bedrijventerreinen (greenfields), herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen (brownfields) als opname in de bestaande vastgoedvoorraad, stelt Stec op basis van de Database Locatiebeslissingen Nederland. 

‘Deze terugval past in het beeld van onder meer de NVM die constateert dat het aanbod van bedrijfsruimte voor het eerst na een lange periode weer is toegenomen in het laatste kwartaal van 2023.’ 

Netcongestie en de stikstofcrisis zijn volgens Stec de grote knelpunten in het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein. Daardoor stellen bedrijven investeringen in gebouwen en grond uit.  

Vooral in de logistieke sector neemt de ruimtevraag af, zegt Stec. Dat geldt voor zowel XXL-distributiecentra als kleinere dc’s. Toch zijn volgens Stec nog miljoenen vierkante meters in aanbouw of staan op de planning.  

Ook is er nog veel leegstand, constateren de onderzoekers, onder meer de ontwikkelingen van Goodman in Maarssen, Logicor in Helmond, GLP in Culemborg en Frasers in Bemmel.  

Daarbij komt volgens Stec dat bedrijven als Picnic in de afgelopen jaren al posities voor toekomstige vraag hebben verworven en dat grote retailers genoegen nemen met minder vierkante meters voor hun dc’s. 

Voorbereiden op transities 

‘Wat opvalt is dat steeds meer dynamiek op bedrijventerreinen rechtstreeks voortkomt vanuit de grote transities zoals de energietransitie, circulaire economie (grondstoffentransitie) en voedseltransitie.’ 

Door deze ontwikkelingen is dit volgens Stec het ideale moment voor gemeenten en provincies om de planvorming op te pakken. De overheden kunnen nu de ruimtevraag voor de transitie naar een circulaire economie goed voorbereiden. 

‘De stroomblokkades zijn tijdelijk. Het net wordt verzwaard en op steeds meer plekken werken bedrijven aan slimme oplossingen zoals smart energy hubs. Bovendien is er de komende tien tot vijftien jaar een structureel grote vraag naar bedrijventerreinen door de transities.’ 

Die transities geven ook kans voor het beter benutten van de ruimte op bedrijventerreinen. Daarvoor is volgens Stec wel geld en capaciteit nodig van provincies en het Rijk. 

‘Ook is het cruciaal om voldoende schuifruimte te borgen en realiseren om in de transitiefase bestaande locaties om te bouwen en opnieuw duurzaam in te vullen.’ Een pandenbank waarvoor de Culemborgse wethouder Wichgers pleit, sluit hierbij aan. 

Als laatste adviseert Stec bestuurders om ruimtelijk-economische visies te ontwikkelen, transitieprognoses te maken en na te denken over de rol van de economie en bedrijventerreinen in 2025. 

‘Antwoord op deze vragen is keihard nodig als fundament en perspectief voor de grote verbouwingsoperatie en ruimtelijke puzzel waar we als Nederland in zitten.’

31-01-2024
Event
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’

‘Sturende bedrijventerreinen – ruimte maken voor transities’ is hét thema van het 19e BT Event op donderdag 14 november in De Fabrique in Utrecht. Want naast een faciliterende rol door het accommoderen van ruimtevragen, hebben de 3800 bedrijventerreinen in Nederland als vitale infrastructuur per definitie een sturende impact op de wereld van morgen. Door te kiezen welke ruimtevragen je wel of niet accommodeert, welke activiteiten je wáár accommodeert, welke circulaire stromen je mogelijk maakt, hoe je ruimte biedt aan opwek en opslag van energie en hoe je een vruchtbare bodem legt voor innovatieclusters, kun je transities helpen versnellen. De ruimte en activiteiten op bedrijventerreinen hebben daarin een cruciale rol.  Het borgen van ruimte voor stadsverzorgende (circulaire) bedrijvigheid en praktische banen in de nabijheid van bevolkingsconcentraties, is een nadrukkelijk doel van gemeenten die bij gronduitgifte steeds vaker op maatschappelijke waardecreatie sturen.  Waar ruimte en grond al zijn vergeven, willen overheden – zo goed en kwaad als het gaat – regie terugpakken op bedrijventerreinen. Creatief omgaan met bestaande/beschikbare ruimte door beter benutten, intensiveren, stapelen en mixen vergroot zowel de maatschappelijke als economische output. Op nationaal niveau ontstaat – gevoed vanuit meervoudige schaarste – een nieuw paradigma van ‘keuzes maken’. Selectieve groei en het mogelijk afschalen van economische sectoren die veel ruimte vragen, maar een beperkte economische en maatschappelijke waarde genereren, zijn geen taboes meer. Tegelijk dringt het besef door dat bepaalde sectoren door digitale en circulaire transities juist méér ruimte nodig hebben. Denk daarbij aan grootschalige (data)logistiek, en de opslag/verwerking van reststromen. Deze relatief nieuwe ruimtevragers moeten zo goed mogelijk worden ingepast. Zowel fysiek-ruimtelijk, als binnen een duurzaam economisch-ruimtelijk systeem. Op het BT Event in Utrecht gaan we, samen met onze partners Provincie Utrecht, Gemeente Utrecht, Gemeente Amersfoort en de NV OMU, aan de slag met de sturende rol die bedrijventerreinen kunnen oppakken. Met een duidelijke focus op processen, praktische oplossingen, financierbaarheid en uitvoerbaarheid. HOUD DE CONGRESSITE IN DE GATEN VOOR MEER INFO.  

14-11-2024
Nieuws
'Overheden kunnen meer doen om netcongestie te voorkomen'
'Overheden kunnen meer doen om netcongestie te voorkomen'

In de strijd tegen netcongestie spelen netbeheerders een grote rol, maar provincies en gemeenten kunnen vaak meer bijdragen dan gedacht. Tijdens de Schakeldag in Den Bosch wees adviesbureau AT Osborne erop dat decentrale overheden meer regie kunnen pakken. Dat speelveld moet wel veranderen, met nog meer handvatten en afwegingsruimte voor provincies en gemeenten. Dat het elektriciteitsnet vol zit en steeds verder overbelast raakt, mag bekend zijn. De impact wordt extra duidelijk met een landkaart waarop bijna alle provincies rood kleuren. Met die opening leidde adviesbureau AT Osborne een van de kennissessies op de Schakeldag in Den Bosch.   Uitbreiding en versterking van het net blijft nodig, maar is nog vooral een taak voor netbeheerders. AT Osborne bracht daarom in beeld welke juridische middelen provincies en gemeenten hebben om ruimtelijk meer invloed uit te oefenen op het net. Sturen op aanbod Decentrale overheden kunnen strakker regie pakken op de stroominvoer op het elektriciteitsnet. Dit kan bijvoorbeeld bij het zorgvuldig aanwijzen van locaties voor de grootschalige (duurzame) opwek van elektriciteit. Op andere plekken hebben ze de mogelijkheid om dit te verbieden.   Sturen op vraag Een andere belangrijke invloed voor provincies en gemeenten ligt bij het zorgvuldig sturen op de afname van elektriciteit en de capaciteitsvraag. Het is aan overheden om locaties aan te wijzen waar grote energievragers, zoals wijken of bedrijven, zich wel of niet mogen vestigen.   Beter benutten Slimme systeemoplossingen en maatregelen voor een betere energie-efficiëntie bieden meer ruimte. Dit bepaalt hoe nieuwe functies worden aangesloten en met welke capaciteitsvraag. Denk aan een gedeelde aansluiting van een zonne- en windpark of het beter timen van de netbelasting. ‘Een ander voorbeeld is cable pooling, of het afvlakken van pieken', benoemde Eefje Remijn van AT Osborne. Daarbij wordt een bestaande netaansluiting - en daarmee dezelfde elektriciteitskabel - ingezet voor twee verschillende opwekcentrales. Dit is vaak mogelijk en beperkt de congestie.   Elektriciteitsopslag Hierbij gaat het om slimme systeemoplossingen zoals batterijen en de omzet naar een andere energiedrager zoals waterstof. Het opslaan van energie zorgt vooral voor een flexibelere invoer en afname van stroom op het net.   Juist de combinatie van deze vier instrumenten bepaalt of het doel van provincies of gemeenten wordt gehaald, valt te lezen in een onderzoek van het adviesbureau. Om te beoordelen welke instrumenten ingezet kunnen worden, heeft het bureau een “stroomschema” gemaakt. ‘We zien dat steeds meer overheden regels opstellen om hier zorgvuldig op te sturen’, zei Remijn. Meer speelruimte nodig Hoewel deze vier mogelijkheden meer regie geven aan overheden, ligt de meeste speelruimte nog bij de netbeheerders. Dat is een gevolg van de nog actuele Gaswet en Elektriciteitswet uit 1998. ‘Die wet gaat heel erg uit van een centraal beheer van het net, waarbij overheden weinig bevoegdheden hebben, en netbeheerders juist veel', zei Jacco Karens van het adviesbureau. Toch hebben netbeheerders en overheden veel overlappende belangen en bevoegdheden. ‘Dit is een grijs gebied, waarin voor overheden meer concretisering moet komen zodat ze meer speelruimte krijgen', vervolgde Karens.   ‘Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk of een gemeente een batterij kan weigeren - omdat deze de druk op het net alleen maar zou toenemen – en in plaats daarvan kan kiezen voor een andere invulling.’ Elektriciteitsprojecten versnellen Onlangs werd besloten dat netbeheerders grote elektriciteitsprojecten met 1,5 jaar kunnen versnellen, als deze kunnen worden aangewezen als ‘zwaarwegend maatschappelijk belang’.   ‘Dit is een goede stap, maar wederom geldt deze afwegingsruimte niet voor het werk van overheden.’ Het huidige speelveld moet daarom op de schop. ‘Netcongestie speelt in veel uiteenlopende regio's en vraagt om een nieuwe decentrale aanpak’, vervolgde Karens.   De nieuwe Energiewet van minister Jetten moet daar verandering in brengen. Al heeft deze nog steeds beperkingen, benadrukte Remijn. ‘De wet bevat nog weinig vernieuwende regels voor decentrale overheden om te sturen op het belang van de energievoorziening.’ Betere locatie batterijen Vanuit de zaal tijdens de Schakeldag gaf een medewerker van netbeheerder TenneT nog drie adviezen aan overheden.   'Kijk bij inpassing goed of de operatie een regionale of landelijke verhouding betreft. Ook kunnen gemeenten en provincies nog scherper kijken naar de aansluitingsmogelijkheden voordat ze grond uitgeven aan nieuwe bedrijven.’ Het derde advies van de netbeheerder is om als overheid nauw te blijven samenwerken met Tennet. ‘Installaties die positief zijn voor de netcongestie worden niet altijd goed geïnstalleerd.’   Zo heeft een batterij een positief effect op netcongestie, maar wordt die volgens de medewerker van TenneT vaak te dicht bij een hoogspanningsverbinding geïnstalleerd. ‘Dat is juist slecht is voor het net. Het is daarom belangrijk om altijd goed te communiceren met de landelijke netbeheerder.'  Uitbreiding en versterking van het net blijft nodig, maar is nog vooral een taak voor netbeheerders. AT Osborne bracht daarom in beeld welke juridische middelen provincies en gemeenten hebben om ruimtelijk meer invloed uit te oefenen op het net. Lees het volledige artikel ook op Stadszaken.nl

27-06-2024
Aanmelden nieuwsbrief