Provincie Gelderland hoopt alsnog energiehubs te plaatsen op bedrijventerreinen om netcongestie tegen te gaan. De plannen werden al eerder aangekondigd, maar netbeheerder TenneT heeft de plannen on-hold gezet omdat er minder ruimte op het elektriciteitsnetwerk is dan gedacht. Gelderland roept TenneT op om samen met de geplande hubs te kijken onder welke condities het toch kan en roept op tot een landelijke pilot. 

‘We betreuren het dat de energiehubs, die eigenlijk bijdragen aan het ontlasten van het stroomnetwerk, vertraging lijken op te lopen’, zegt Gelders gedeputeerde Ans Mol. ‘We moeten door, stil zitten is geen optie.’ 

De noodzaak van energiehubs is ontstaan uit de problemen met overbelasting van het energienet. Vooral op piekmomenten speelt netcongestie op. TenneT zegt dat er geen netwerkcapaciteit is om alle hubs aan te sluiten en maatwerk vereist is. 

Volgens Mol heeft de opstelling van de netbeheerder mogelijk flinke consequenties voor inwoners en het bedrijfsleven. ‘Ik wil meer duidelijkheid van TenneT, ik wil weten waar we aan toe zijn.’ 

Ook bedrijven hebben volgens gedeputeerde Helga Witjes voor Economie vraagtekens. ‘We hebben met ondernemers uitgewerkte plannen gemaakt voor energiehubs op bedrijventerreinen en die staan in de startblokken.’ 

Daarom wil Gelderland, samen met overheden en bedrijven uit Flevoland en Utrecht waarmee het een stroomnetwerk deelt, op enkele plekken alsnog energiehubs realiseren.

Landelijk actieprogramma netcongestie

De provincie denkt aan een nationale pilot met experts van Landelijk actieprogramma netcongestie (LAN) samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de netbeheerders. 

In Gelderland gaat het om hubs in Duiven, Zutphen, Nijmegen, Harderwijk, Barneveld , Ermelo,  Overbetuwe, Apeldoorn en Deventer. 

Los van de wens voor energiehubs heeft Gelderland ook het Plan van aanpak Gelderse energie-infrastructuur (GEIS) ontwikkeld om netcongestie te bestrijden. Daarmee wil de provincie vergunningen sneller afgeven, de plaatsing van energie-infrastructuur integraal aanpakken en te sturen op regionale en lokale oplossingen. 


Dit artikel is afkomstig van Stadszaken.nl.

Provincie Gelderland

Provincie Gelderland is sinds medio 2018 participant van SKBN. Provincie Gelderland heeft het belang om de regionale economie te versterken, waarbij bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel vormen.


026 - 359 91 11

Provincie Gelderland
card image

Event

17-04-2024
Studiereis campussen, innovatieve werklocaties en start-ups

Event

17-04-2024

Studiereis campussen, innovatieve werklocaties en start-ups

Ontwikkelruimte voor kennisclusters en campussen is één van de vier speerpunten van het Nationaal Programma Ruimte voor Economie, met bijzondere aandacht voor de fysieke doorgroeimogelijkheden voor start-ups en scale-ups. Dat is ook niet zo vreemd: wereldwijd verandert de economie in een kenniseconomie. De werkgelegenheid op campussen groeit veel harder dan op andere plekken. Daarnaast werkt het kabinet aan maatregelen om de arbeidsmarktkrapte tegen te gaan.

Op campussen, innovatieve werklocaties en in start-up omgevingen komen beide opgaven samen. Het zijn dé plekken waar bedrijven innoveren en waar talent wordt opgeleid, met belangrijke spin-off naar de regionale arbeidsmarkt en economie.

De aanwezigheid van talent is voor bedrijven een steeds belangrijker motief om zich op een campus te willen vestigen, naast voorzieningen en het ecosysteem. Het is dan ook niet gek dat bijna elke gemeente of regio in Nederland haar eigen campus of innovatieomgeving wil hebben. En steeds vaker is dat geen universitaire campus.

Campussen heb je in vele soorten en maten. Van klassieke scienceparken en bedrijvencampussen tot campussen rond hbo- en mbo-instellingen, waar leren en werken samensmelt. Steeds meer steden ontwikkelen innovatiedistricten, als integrale binnenstedelijke ontwikkeling.

En elke stad wil bovenal startups de ruimte geven. Maar hoe organiseer je dat? Want marktpartijen investeren niet in hun huisvesting. Er is sprake van marktfalen. Moeten overheden en onderwijs deze rol op zich nemen?

Tweedaagse studiereis

Na drie succesvolle eerdere edities, organiseren vakblad BT en Twynstra Gudde een nieuwe ‘Studiereis campussen, innovatieve werklocaties en start-ups’. Op woensdag 17 en donderdag 18 april reizen we langs een vijftal succesvolle campussen, innovatieve werklocaties en een start-up incubator die een antwoord bieden op bovenstaande en andere vragen.

Tijdens de reis, die onder inhoudelijke leiding staat van campus-expert Gregor Heemskerk (partner Twynstra Gudde), onderzoeken we wat de lessons learned zijn van de onderstaande innovatiehotspots:

MEDIA PARK HILVERSUM
Van besloten bedrijventerrein naar open campus met MBO en HBO.

RDM CAMPUS ROTTERDAM
Unieke leer-werkomgeving in de haven met ruimte voor nieuwe bedrijven die méér haalt uit het mbo-onderwijs.

BLUECITY (in afwachting van bevestiging)
Dit voormalige tropische zwembad aan de Maasboulervard is getransformeerd tot een hub met start-ups die zich richten op circulariteit.

YES!DELFT + GREEN VILLAGE
Bezoek de bekendste incubator van de Nederland + testfaciliteit voor innovatieve duurzaamheid.

THE NEW FARM
Den Haag haalt de maakindustrie terug in de stad. Bezoek het eerste gestapelde bedrijfsverzamelgebouw voor kleinschalige, stedelijke maakbedrijven.

Centrale vraag deze editie is: hoe campussen te organiseren en te financieren?

Subvragen zijn:

  • Hoe organiseer je vastgoedontwikkeling op campussen en innovatieve werklocaties?
  • Hoe zorg je voor huisvesting voor start-ups, hoe bekostig je deze onrendabele faciliteit?
  • Hoe betrek je onderwijsinstellingen en bedrijven bij de campus? 
  • Hoe zet je een triple helix-community of campusorganisatie op en hoe bekostig je dit? 
  • Hoe zorg je voor een cultuur van open innovatie waar bedrijven en onderwijs kunnen samenwerken en wat is daarbij de rol van de campusorganisatie? 
  • Hoe zet je een innovatieprogramma op? 
  • Hoe maak je van een campus een bruisend stukje stad/innovatiedistrict?

Facts & Figures

Wat: 2-daagse campusreis*
Wanneer: woensdag en donderdag 17 & 18 april 2024
Voor wie: ambtenaren van gemeenten en provincie, medewerkers van regionale ontwikkelingsmaatschappijen, mensen uit het onderwijs en iedereen die bij het ontwikkelen en organiseren van campussen en innovatieve werklocaties betrokken is.
Inclusief: compleet verzorgd met lunches, diner, consumpties, overnachting, mogelijke entreegelden, vervoer, reisbegeleiding en een reisverslag achteraf.
Kosten: € 1450,00 (ex. btw)

*Een volledig programma met tijden volgt spoedig

Aanmelden

 

Lees verder
card image

Nieuws

Utrecht krijgt eigen circulair grondstoffendepot

Nieuws

13-02-2024

Utrecht krijgt eigen circulair grondstoffendepot

 

De gemeente Utrecht krijgt een eigen grondstoffendepot voor de opslag van materialen uit de openbare ruimte die geschikt zijn voor hergebruik. Hiervoor is speciaal een stuk grond aangekocht op bedrijventerrein Lage Weide. Hier zal het eerste grondstoffendepot van Utrecht worden gerealiseerd, waar bijvoorbeeld stoeptegels en onderdelen van speeltuinen kunnen worden opgeslagen, gerepareerd en schoongemaakt, zodat ze later op een andere plek opnieuw kunnen worden gebruikt.

Met het depot zet de gemeente Utrecht een belangrijke stap richting het doel om in 2050 een volledig circulaire stad te zijn. “Hoe we omgaan met materialen is niet houdbaar,” vertelt wethouder Susanne Schilderman. “Daarom willen we als stad in 2050 volledig circulair zijn. Utrecht is één van de eerste steden in Nederland die op eigen grond een circulair grondstoffendepot realiseert. Ik ben er erg trots op want hiermee geven we onze materialen een nieuw leven. Bedrijventerrein Lage Weide staat al jaren bekend om hoe zij duurzaam met grondstoffen omgaan. Het is mooi dat wij hier onderdeel van gaan uitmaken, door een plek in te richten waar we kunnen experimenteren en leren over het hergebruik van materialen.”

Onlangs is de ‘Visie Utrecht Circulair 2050’ aan de gemeenteraad aangeboden, waarin staat beschreven hoe de gemeente wil komen tot een volledig circulaire stad in 2050. Om dat doel te bereiken is er genoeg ruimte nodig om circulaire activiteiten, zoals opslag en hergebruik van materiaal, mogelijk te maken. In de stad zijn veel waardevolle grondstoffen en herbruikbaar materiaal te vinden in de openbare ruimte, zoals stoeptegels, speeltoestellen en lichtmasten. Bij onderhoudswerkzaamheden en herinrichtingen komen veel van deze grondstoffen vrij. Nu is er vaak niet genoeg ruimte om deze (rest)materialen hoogwaardig te kunnen hergebruiken, bijvoorbeeld om de stoeptegels schoon te maken en te verpakken. Daardoor gaan die stoeptegels en andere verharding nu vaak naar de aannemer, waar er puin van wordt gemaakt voor onder andere wegfundering. Bij de productie van stoeptegels en andere verharding worden kostbare grondstoffen en energie verbruikt, waarbij er veel CO2 vrijkomt. Door het grondstoffendepot kunnen ze binnenkort een tweede leven krijgen. De komende maanden worden gebruikt om een inrichtingsplan te maken voor het terrein en het terrein klaar te maken voor het depot.

Samenwerking met andere Europese steden

Het gemeentelijk grondstoffendepot voor materialen uit de openbare ruimte is een nieuwe ontwikkeling, waar in Nederland en Europa nog weinig ervaring mee is. Utrecht ontvangt voor het ontwikkelen van een gemeentelijk grondstoffendepot een subsidie van €300.000,- uit het Noordwest Europa programma van Interreg Europe. Interreg Europe is een Europees initiatief waarbij verschillende Europese steden en organisatie worden ondersteund bij innovatieve projecten door onder andere subsidiemogelijkheden en kennisplatforms te bieden. Meerdere Europese steden en organisaties werken samen in het Noordwest Europa programma, dat zich richt op innovaties met en efficiënt gebruik van hulpbronnen en materialen.

Plek voor meer circulaire activiteiten

Naast het grondstoffendepot is er op de locatie ook plek voor andere circulaire activiteiten. In Utrecht stad en regio is ruimte voor bedrijvigheid zeer schaars. Gezien het belang van circulaire grondstofverwerkende bedrijven voor de stad en regio is het belangrijk dat we daar waar mogelijk sturen op het behoud van deze functies. Met het aankopen van deze locatie wil de gemeente naast het realiseren van een grondstoffendepot ook ruimte bieden aan essentiële circulaire bedrijvigheid. Zo biedt de locatie ruimte om in de nabije toekomst papierinzameling te huisvesten. Daarnaast zijn er kansen om groenrecycling een plek te geven. Deze mogelijkheden worden verkend, waarbij onder andere zaken zoals de capaciteit van het elektriciteitsnet worden meegenomen. De gunstige locatie van De Trip maakt het ook mogelijk en makkelijk om het transport van grondstoffen deels via het Amsterdam Rijnkanaal te doen, wat zorgt voor aanzienlijk minder transportbewegingen en lagere CO2-uitstoot.

 

Foto: Grondstoffendepot Utrecht, Lage Weide
Fotocredit: gemeente Utrecht

Lees verder
card image

Opinie

Moeten we voor herontwikkeling naar Europa?

Opinie

06-02-2024

Moeten we voor herontwikkeling naar Europa?

Havens en overheden in Nederland en Vlaanderen haalden samen miljoenen aan Europees fondsen binnen voor een betere benutting van kademuren. Ofwel: natte kavels. Kan dat met droge kavels op verouderde stedelijke bedrijventerreinen ook?

Auteur: Marije Groen is senior consultant bij Buck Consultants International (BCI). Deze column verscheen eerder op Stadszaken.nl

Herontwikkeling is hot. Het dringt inefficiënt gebruik van ruimte terug, versterkt het vestigingsklimaat en leidt tot investeringen in duurzaam vastgoed. Toch blijft realisatie lastig. De ontwikkeling van brownfields vraagt namelijk om grote langjarige investeringen die voornamelijk door de markt gedaan moeten worden, met voor overheden een ondersteunende rol. Zolang het Rijk niet over de brug komt met een stevig ondersteuningsbudget, zoeken we naar oplossingen in een andere hoek. Wellicht zouden Europese programma’s hier een oplossing kunnen bieden?

Betere benutting van bestaande ruimte wordt steeds populairder

Herontwikkeling van bedrijventerreinen -ofwel het opnieuw ontwikkelen van ruimte die al in gebruik is voor betere benutting- is hot. Het dringt inefficiënt gebruik van ruimte terug wat met name belangrijk is voor dichtbevolkte gebieden, het versterkt het vestigingsklimaat omdat laagwaardige bedrijfsgebouwen worden gemoderniseerd en leidt tot investeringen in modern en daarmee duurzaam vastgoed wat leidt tot milieuwinst. De woningbouw zoekt naar stedelijke bedrijfslocaties om die te transformeren en te verplaatsen naar geschiktere locaties, het bedrijfsleven wenst dat verouderde industrieterreinen met inefficiënt grondgebruik een nieuw leven krijgen en bedrijven die groeien zoeken naar betere plekken waar voldoende ruimte is voor hun toekomst. Herontwikkeling van bedrijventerreinen helpt om deze puzzel te leggen.

Toch is herontwikkeling niet vanzelfsprekend

Ondanks alle goede ambities is het organisatorisch en financieel rondkrijgen van herontwikkelingsprojecten moeilijk, dit geldt vooral ook voor de gemengde MKB-terreinen die het gros van de Nederlandse bedrijventerreinen beslaan. Organisatorisch is het uitdagend omdat er veelal sprake is van verplaatsing van bedrijven. Oude functies moeten een nieuwe geschikte plek krijgen waar deze beter past, en die plek moet maar beschikbaar zijn. De juiste schuifruimte beschikbaar krijgen kost tijd. Kijk bijvoorbeeld naar de bedrijfsverplaatsing Peute van een binnenstedelijke locatie in Dordrecht naar een watergebonden terrein in Alblasserdam ondersteund door ROM-Drechtsteden, deze verplaatsing kostte zo’n 5 jaar. Om deze tijd te overbruggen is financiering nodig waarmee de gronden opgekocht kunnen worden en een tijdje “in bewaring” gehouden kunnen worden totdat de puzzel gelegd is.

Budgetten zijn beperkt

Hebben gemeenten dan niet een rol in deze opgave? In de eerste plaats is de eigenaar van het vastgoed verantwoordelijk zou je zeggen, overheden ondersteunen als het proces vastloopt en niet meer alleen door de markt getrokken kan worden. Actief gronden uitkopen en in de portefeuille houden is voor veel gemeenten een uitdaging omdat het gaat om hoge bedragen die langdurig drukken op de gemeentelijke begroting. Zo verscheen recent nog een artikel in Stadszaken over de financieringsuitdagingen van gemeente Culemborg en het concept van een grondbank als oplossing. Regionale herontwikkelmaatschappijen springen succesvol in en hebben in de afgelopen jaren tientallen locaties in ontwikkeling kunnen brengen. Ondanks deze successen zijn die partijen niet in staat om alle gewenste herontwikkelingsprojecten in hun regio te steunen, laat staan dat deze het hele land goed kunnen bedienen. Het totale budget dat partijen zoals Ontwikkelmaatschappij Utrecht, Herstructureringsmaatschappij Overijssel en ROM-Drechtsteden en OostNL bij elkaar hebben - ergens rond de 300 mln.- is daarvoor te weinig.

Wat doet het Rijk

Het Rijk herkent de kansen voor herontwikkeling van bedrijventerreinen en de grote opgave om dit voor elkaar te krijgen. Daarom heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat afgelopen najaar in de Kamerbrief “Ruimte voor Economie” aangekondigd om hier in eerste instantie 9 mln. voor beschikbaar te stellen, zodat daarmee enkele pilots met herontwikkeling gedaan kunnen worden om ervaring op te doen met publiek-private samenwerking bij herontwikkeling van afgebakende deelgebieden op een verouderde bedrijventerreinen (de zogenaamde kansenzones). Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninklijke relaties zet ruim 23 mln. voor een ontzorgingsprogramma voor mkb’ers en ruim 22 mln. voor de verduurzaming van bedrijventerreinen. Hiermee timmert het Rijk aan de weg als het gaat om cofinanciering van publiek-private investeringen in herontwikkeling van bedrijventerreinen in combinatie met verduurzaming. 

Gelet op het tekort aan ruimte, kunnen we aannemen dat financiering voor herontwikkeling grotendeels revolverend ingezet kan worden. Dit betekent dat de beschikbare middelen niet alleen maar worden ingezet als subsidie voor pilots duurzame bedrijventerreinen en duurzame werklandschappen, maar juist ook als investeringsgeld voor revolverende regionale herontwikkelingsmaatschappijen die met ondernemers zakelijk aan de slag gaan.

Kansen bij de Europese Unie

Om echt op landelijk niveau de herontwikkeling op gang te brengen, zijn niet miljoenen nodig maar miljarden. Het lijkt me interessant om te onderzoeken of er kansen zijn om binnen de Europese Unie financiering aan te vragen met een publiek-privaat samenwerkingsplan voor herontwikkeling. Een concreet voorbeeld van zo’n samenwerking is het initiatief ‘RHOMBUS’. In 2023 heeft dit initiatief van samenwerkende binnenhavens, gemeenten, provincies en Rijk aan Vlaamse en Nederlandse kant een plan ingediend voor vier revitalisatieprojecten van kademuren in drie binnenhavens in het Europese programma is Connecting Europe Facilities ter waarde van ruim 76 mln. waarvan ongeveer de helft uit financiering van Europa bestond. Een ander voorbeeld is de gemeente Leeuwarden die in 2023 een plan heeft ingediend om aan de slag te gaan met herontwikkeling op bedrijventerreinen binnen programma Interreg Europe ter waarde van 800.000,- Wellicht zijn er ook nog andere grote programma’s waar publiek-private samenwerking voor gebiedsontwikkeling op bedrijventerreinen in past, wat mij betreft het onderzoeken waard.

Lees verder