Eind januari 2024 heeft Aan de Stegge Twello een natuurinclusief distributiecentrum op Schiphol Trade Park voor Rapid Logistics Group opgeleverd. Vanuit het duurzame ambitieniveau van SADC werd een duurzaam, natuurinclusief en toekomstbestendig warehouse met geïntegreerde kantoren en parkeeroplossing ontworpen. Het complex bestaat uit 19.923 m2 warehouse, 3.428 m2 kantoor, 3.220 m2 mezzanine en een royale geïntegreerde parkeervoorziening. Het ontwerp beschikt over een groot aantal ontmoetingsruimtes en een groene buitenruimte om de sociale cohesie en de tevredenheid van de werknemers te bevorderen.

Schiphol Trade Park is het meest duurzame logistieke business park van de wereld.  Niet alleen door de toepassing van circulaire materialen en een ecologische visie bij de gebiedsontwikkeling, maar ook door naast de minimale hoge eisen op het gebied van duurzaamheid bedrijven uit te dagen nog een stap verder te gaan. Gebruikers worden door SADC gevraagd daarvoor een Value Added Plan uit te werken. Paul de Ruiter Architects heeft daarop een distributiecentrum ontworpen dat volledig natuurinclusief is gebouwd. Andere thema’s in het Value Added Plan van Aan de Stegge Twello zijn ecologie, een inspirerende werkomgeving, duurzame energie oplossingen en de integratie in de omgeving: groene gevels, duurzame materialen, terrassen en verschillende dakniveaus bedekt met ‘groen’. De buitenruimte is voorzien van inheemse bomen en heesters, ter versterking van de lokale biodiversiteit en passend binnen de ecologische visie van Schiphol Trade Park voor het gehele gebied. Een fijne verblijfsplek voor medewerkers en dieren/insecten. Er is met circulaire materialen gebouwd, en het dak is voorzien van zonnepanelen om in de energiebehoefte van Rapid Logistics te voorzien.

Het gebouw is voorzien van een BREEAM Excellent-certificaat.

07-02-2024
Opinie
'Laat het ABP 5 miljard in verduurzaming bedrijventerreinen steken'
'Laat het ABP 5 miljard in verduurzaming bedrijventerreinen steken'

Laat het APB pensioenfonds naast 5 miljard in betaalbare huizen, ook 5 miljard in verduurzaming en intensivering van bedrijventerreinen steken, betoogt BT hoofdredacteur Jan Jager op Stadszaken.nl. Het verdienpotentieel is veelbelovend, de maatschappelijke meerwaarde groot. Ambtenarenpensioenfonds ABP maakte afgelopen week bekend minimaal 10 miljard in Nederland te investeren, waarvan 5 miljard in betaalbare huizen. Het ABP wil met haar beleggingsportefeuille van meer dan 500 miljard meer maatschappelijke impact genereren. Nederland telt zo’n 3800 bedrijventerreinen. Een groot deel is verouderd, energetisch zo lek als een mandje, onderbenut, en vaak ook nog eens gelegen op strategische locaties. Waar de markt voor grootschalig logistiek vastgoed over z’n piek heen is, moet de tijd voor regulier bedrijfsonroerendgoed nog komen. Het is een onderontwikkelde markt. Maar bepaald niet zonder potentie. Lees deze hele column van Jan Jager ook op Stadszaken.nl Begin vorig jaar scheef ik in BT een artikel over bedrijventerreinen als vastgoedcategorie. Daarin voerde ik Klaas T. Bakker op, eigenaar van Koopcentrum Akerpoort, een bedrijfsverzamelgebouw met een oppervlakte van 25.000 m2 op Bedrijvencentrum Osdorp (BCO) in Amsterdam Nieuw-West. Tot zover niets bijzonders. Behalve dat Bakker een financiering van 30 miljoen euro had gearrangeerd bij de Duitse hypotheekbank Berlin Hyp. Nederlandse banken zijn terughoudend in het financieren van bedrijfsonoerendgoed, wist Bakker mij te vertellen. Met als motief onzekerheid over de waarde van het onderpand. Voor obligatie-gefinancierde Duitse banken zou dat minder een bezwaar zijn. Bedrijventerreinen zwaar ondergefinancierd Naast zijn eigen vastgoedactiviteiten verzamelt Bakker met zijn onderneming ‘Nylandpak bv’ data over bedrijventerreinen in heel Nederland. Het beeld dat daaruit voortkomt, is ontluisterend. Regulier bedrijfsonroerendgoed, in omvang de tweede vastgoedsector van Nederland, is zwaar ondergefinancierd. Op zijn eigen BCO rust op 24 van de 68 kadastrale objecten géén hypothecaire lening, vertelde Bakker mij. Op het Haagse bedrijventerrein Dekkershoek was het volgens Bakker nog ernstiger gesteld. Meer dan de helft van de panden beschikt niet over een hypothecaire lening. En als er al een hypothecaire lening is, dan is vaak maar de helft van de waarde afgedekt, vertelde Gert-Joost Peek, lector gebiedsontwikkeling en transitiemanagement aan de Hogeschool Rotterdam, in het artikel. Het volume aan reguliere bedrijfsruimte is circa vijf keer zo groot als alle logistieke hallen bij elkaar. Maar anders dan de logistieke vastgoedsector, is het vooral een markt van particuliere eigenaren. Vaak de ondernemers zelf. Als beleggingscategorie is de bedrijfsruimtemarkt marginaal. En zijn slechts een handjevol investeerders actief. Door de onderfinanciering zit veel kapitaal van ondernemers in panden vast, in plaats van dat het wordt aangewend voor vernieuwing of verduurzaming, aldus Bakker. Een gigantisch vernieuwing- en verduurzamingspotentieel wordt zo onderbenut. Dat staat nog los van grote kansen van herstructurering en intensivering. Het goede nieuws is: bedrijfsruimte is schaarser dan ooit en de vooruitzichten zijn beter dan ooit. De demografische ontwikkeling en circulaire transitie vragen om vijftien procent extra ruimte voor economie, aldus het Ministerie van Economische Zaken. Door een beter benutting van bestaande ruimte, hoeft dat niet om platte hectares te gaan. Dat betekent: intensiveren, herplaatsen en stapelen. Nieuwe vastgoedconcepten zijn onmisbaar. Een betrokkenheid van professionele vastgoedpartijen. En… investeerders. Probleem is echter de enorme versnippering van het bezit. Dat is een gevolg van het klassieke, kavelgewijze uitgiftemodel, waar gemeenten ooit goed mee verdienden. Die versnippering van het bezit, een gebrekkig beheer, in combinatie met een totaal gebrek aan transparantie en inzicht in vastgoedwaarden die daarmee samenhangt, maakt bedrijventerreinen voor investeerders in beginsel onaantrekkelijk. Voor eigenaren zelf is er weinig reden om zich op bedrijventerreinen te gaan organiseren, zolang er geen duidelijke financiële prikkel is. Eigenlijk kan alleen met veel kapitaal het degeneratieve model dat bedrijventerreinen nu kenmerkt en waardoor de markt ze links laten liggen, doorbroken worden. Net zoals in de jaren zeventig en tachtig de stadsvernieuwing een ommekeer teweegbracht in de verkrotte woonwijken, indirect vaak ook met pensioengeld. En degene die de trend keert, kan er ook van profiteren. Banken weren risico’s of stellen daar een heel zeker onderpand tegenover. Institutionele beleggers kiezen eveneens voor save, voor Shell, de tabaksindustrie, andere fossiele bedrijven… maar dat verandert. Maatschappelijk investereren is hot Maatschappelijk investeren is hot bij banken en beleggers, het ABP voorop. Dat verkocht al bijna álle aandelen en bedrijfsobligaties van fossiele bedrijven. Het pensioenfond gaat de komende zes jaar minstens tien miljard euro in Nederland beleggen, waarvan vijf miljard in nieuwe betaalbare huurwoningen. Mijn voorstel zou zijn om daar tegenover vijf miljard in de verduurzaming en intensivering van bestaande bedrijventerreinen te stoppen. Provinciale gebiedsontwikkelingsmaatschappijen als de OMU, laten zien dat investeren in herstructurering en intensivering loont, en investeerders bereid zijn in te stappen nadat zij de weg geplaveid hebben. Het APB kan met een impactinvestering in bedrijventerreinen zowel haar duurzame gezicht laten zien, als voorzien in een groeiende vraag naar (stedelijke) bedrijfsruimte voor een sterkere en duurzamere economie en socialere steden met ruimte voor werk voor iedereen. Het totale financieringspotentieel voor verouderde bedrijfsruimte bedraagt volgens Bakker 75 miljard euro. Dus het APB kan nog wel even uit de voeten op de Nederlandse bedrijventerreinenmarkt.

07-03-2024
Nieuws
Hoe ontwikkel je een Smart Energy Hub? 'Samenwerking cruciaal'
Hoe ontwikkel je een Smart Energy Hub? 'Samenwerking cruciaal'

Smart Energy Hubs (SEH’s) in Nederland bevinden zich in de pioniersfase. SEH’s zijn samenwerkingsverbanden op het gebied van duurzame energieopwekking en -distributie. De provincies Gelderland en Overijssel en Oost NL zijn de initiatiefnemers van het versnellingsprogramma Smart Energy Hubs. Tien startende SEH’s worden ondersteund en de opgedane kennis wordt gedeeld. Vijftig professionals op het gebied van duurzame energie bezochten 25 januari de masterclass Smart Energy Hubs, die Oost NL in samenwerking met HAN University of Applied Sciences en Connectr in Arnhem gaf. Hoe ontstaat een Smart Energy Hub? Overbelasting van het energienetwerk op een bedrijventerrein is verreweg de belangrijkste aanleiding. Door deze netcongestie kunnen uitbreidingsplannen van ondernemers, of zelfs de aanleg van een nieuw bedrijventerrein niet doorgaan. Simpelweg omdat de netbeheerder niet tijdig kan voorzien in een net, waarmee de energievraag (elektriciteit) en/of de teruglevering van duurzaam opgewekte energie kan worden getransporteerd. Netcongestie Bij de Smart Energy Hub Zwolle-Noord, kortweg SZN, begon het in 2020 met teruglevercongestie. Maarten Epema, regisseur bij SZN en spreker tijdens de masterclass: ‘Enexis, onze netbeheerder, kondigde in december 2023 ook leveringscongestie aan. Daardoor zien steeds meer ondernemers in dat het noodzakelijk is lokale energiesystemen met elkaar te verbinden, waardoor je het opwekken van energie en de vraag ernaar beter kunt sturen. Zo kun je pieken op het net voorkomen.’ Samenwerking cruciaal Samenwerking tussen ondernemers onderling op een bedrijventerrein en samenwerking van deze ondernemers met overheden, zoals de provincie en gemeenten, maar ook met netbeheerders, is cruciaal bij het functioneren van een Smart Energy Hub. Het gaat om samenwerking bij: technische zaken (bijvoorbeeld extra meters) technologisch gebied (ICT) organisatorisch gebied juridische zaken financieel gebied Efficiënte verdeling van energietransporten Om het energieverbruik van bedrijven in kaart te brengen en vervolgens het transport ervan te kunnen sturen, moeten ondernemers bereid zijn die gegevens te delen. Milos Bunda, technisch adviseur SIGOHE MOOI EIGEN-project, onderscheidt daarin verschillende stappen: bedrijven (partijen) optimaliseren hun eigen energieverbruik (‘achter de meter’) optimalisatie van de lokale vraag, opwekking en opslag. optimalisatie van de energiestromen van de bedrijven via het lokale onderstation van de netbeheerder het sturen van alle energiestromen, zodat piekbelasting van het net wordt voorkomen 60 procent lagere investering Schiphol Trade Park is het eerste bedrijventerrein in Nederland met een collectief en duurzaam energiesysteem dat begin 2024 anderhalf jaar draait. ‘Met alle bedrijven gebruiken we 30 procent van de door de eerste vier bedrijven aangevraagde stroomtransportcapaciteit’, meldt Bart Blokland, regisseur van de Smart Energy Hub Schiphol Trade Park. ‘Gaat het stroomverbruik naar een piek, dan schakelen enkele bedrijven over op opgeslagen duurzame energie. Het kan dus! En met een 60 procent lagere investering dan wanneer elk bedrijf zelf aan de slag was gegaan.’ Blauwdruk SEH Smart Energy Hubs lijken de aangewezen oplossing om het gebruik van lokaal, duurzaam opgewekte energie te bevorderen én om netcongestie te voorkomen. Milos Bunda werkt via het MOOI EIGEN-project samen met zestien andere partijen aan een blauwdruk voor het realiseren van een SEH. ‘Het is een proces in verschillende fasen met steeds verschillende stakeholders.’ Fase 1: verkenning, waarbij alle partijen in beeld komen, duidelijk moet worden wat het draagvlak is en welke partijen willen participeren in een SEH. Fase 2: ontwerpen en onderzoeken van goede businesscase (is het financieel haalbaar?) en een plan voor de technische haalbaarheid. ‘Dan ontstaat er een go/no go-moment en is het vaak nodig een exploitatiebedrijf op te richten.’ Fase 3: kiezen van de juiste samenwerkingsvorm (geen winstoogmerk) voor het exploitatiebedrijf en het borgen van kwaliteit en continuïteit. Denk aan governance: hoe richt je de zeggenschap van de verschillende partijen in. Fase 4: daadwerkelijke realisatie SEH, waarbij de exploitatie en het assetmanagement (welke partijen brengen wat in) vorm krijgen. Praktijk is weerbarstig ‘De praktijk is vaak weerbarstig als het gaat om de oprichting van een Smart Energy Hub’, stelt Robert-Niels van Droffelaar, senior projectmanager Energy bij Oost NL aan het eind van de masterclass. ‘Duidelijk is dat ze relevant zijn bij het lokaal produceren en inzetten van duurzame energie en het voorkomen van netcongestie.’ Op 10 terreinen in Overijssel en Gelderland wordt op een slimme manier lokaal energie opgewekt, opgeslagen, omgezet en weer lokaal gebruikt. Door collectieve afspraken te maken tussen bedrijven en realtime verbruik en teruglevering te meten, kan het bestaande net veel slimmer worden benut. De initiatiefnemers van het versnellingsprogramma Smart Energy Hubs zijn provincies Gelderland en Overijssel en Oost NL. Het programmamanagement ligt bij Oost NL.  Tekst: Francien van Zetten

26-02-2024